Van het kastje naar de muur en met je hoofd tegen die muur lopen

In aflevering 4 doen we onder de titel “Het loopt al gauw in de papieren” verslag van onze pogingen een ngo-certificaat voor het Lejofonds te krijgen.

Belangrijkste struikelblok is het missen van een bewijs van goed gedrag. Na veel problemen is dit stukje papier uiteindelijk vanuit Nederland gearriveerd in Oeganda.

We doen daarom hernieuwde pogingen om voor ons vertrek een volledige aanvraag bij de NGO raad in Kampala in te dienen. Als alles meezit, moet dat nog lukken.

Ons samengestelde dossier moet nog van een handtekening en stempels worden voorzien door mister Deo, de districtscoördinator, een vervelend mannetje weten we uit eerdere ervaringen.

Mister Deo neemt het dossier in ontvangst en geeft aan een paar dagen tijd nodig te hebben om het te bestuderen. Als we na een paar dagen terug bellen, blijkt dat mister Deo er niet aan toe gekomen is en we weer en aantal dagen moeten wachten.

Dan krijgen we van Adams, onze Oegandese medewerker, bericht dat mister Deo aanvullende informatie wenst. Voor ons zijn de rapen gaar.

Op naar mister Deo.! Als hij ons plichtmatig vraagt: “How are you?” antwoorden wij voor hem onverwachts “Not fine”. En dan zeggen we ronduit wat we van zijn manier van doen vinden. Luid trompetterend stampt een olifant door de porseleinkast.

“Geen handtekening? Ook goed!”, geven we aan, “geef het dossier maar terug, we gaan er rechtstreeks mee naar Kampala en dienen tegelijk een klacht in over mister. Deo”.

Mister Deo is intussen ineengeschrompeld tot een haast zielig mannetje en ietwat stotterend geeft hij aan dat het dossier zo wel in orde is. Deze horde is genomen. We nemen afscheid van mister Deo met de woorden “Deo gratias”.

Tot onze onaangename verrassing komt Adams met de mededeling dat er nog twee hordes genomen moeten worden. Het zijn voor ons onbekende instanties waar we naar toe moeten. Eerst moeten we naar ene mister Jesse. Op een afgesproken tijd is mister Jesse niet aanwezig. Dan gaan we eerst naar de volgende, de hoogste instantie in deze serie van drie.

Maar dat mag niet van de secretaresse. We moeten de juiste volgorde aanhouden. Eerst moeten we op mister Jesse wachten.

Dat is aan ons om te bepalen vinden we en we eisen het dossier op en gaan ermee naar de voor ons onbekende hoogste instantie met een voor ons onbekend persoon. Die persoon krijgen we niet te zien. Wel zien we binnen de kortste keren zijn handtekening. Kat in het bakje.

Op naar Kampala. Op naar de NGO raad. Twee dagen voor ons vertrek naar Nederland kunnen we het dossier indienen. Het dossier is compleet. De checklist hebben we nog eens doorgenomen.

Maar dan blijkt dat een lid van de NGO raad daar heel anders over denkt. Nu moeten we nog een aanbevelingsbrief halen bij het ministerie van Gender en het ministerie van Foreign Aiffairs. Als we daarna nog even 250 dollar willen betalen…..Ja, hallo! Het certificaat kan van ons gestolen worden.

Thuis bellen we een ander NGO-raadslid, Patrick, die ons is aanbevolen als er problemen zijn. De volgende dag, onze laatste dag, zijn we weer in Kampala. Patrick helpt ons prima. Onder het betalen van de 250 dollar komen we niet uit. Daarvoor moeten we naar een apart gebouw. Jawel, lunchtijd, alles gesloten. Wachten kan niet meer. We moeten nog teveel dingen afronden. In het zicht van de haven stranden we.

We dragen de zaken over aan Adams.





Geef een reaktie