16 april 2010
















17. Terugblik Oeganda 2010

Het afscheid is geweest. Nog even terugblikken voor je vertrekt. Hebben we iets kunnen betekenen voor Oeganda dit keer? Hebben we namens het Lejofonds iets kunnen doen voor mensen in Oeganda die aangewezen zijn op hulp van buitenaf?

We zetten het op een rijtje.

- Dit jaar hebben we ervoor gezorgd dat zeven dove kinderen uit hun isolement zijn gehaald en nu onderwijs krijgen op de dovenafdeling van de Bishop Westschool.

- Twee geestelijk gehandicapte kinderen gaan nu naar een school voor speciaal onderwijs waar zij vaardigheden leren om zichzelf zo veel mogelijk te kunnen verzorgen.

- Door het geven van handvaardigheidslessen hebben we verschillende scholen handreikingen gegeven kinderen te leren zich creatief te uiten. En niet alleen de kinderen!

- M.b.v. het Lejofonds hebben we een wiskundeleraar van de Good Samaritan een lening verstrekt waardoor het voor hem mogelijk wordt een wiskundeboek uit te geven.

- Vierendertig kinderen die niet naar school gaan omdat de ouders het schoolgeld niet kunnen betalen gaan nu, dankzij het Lejofonds, naar school. Zij krijgen de kans hun eigen idealen waar te maken.

- We hebben een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht van Anita naar gehandicapte kinderen die in aanmerking komen voor aanpassingen zols bijvoorbeeld een rolstoel, maar ook naar slechthorende kinderen die gebaat zijn bij een gehoorapparaat. Vier kinderen kunnen dankzij deze aanpassingen inmiddels weer horen.
Wellicht zal deze zoektocht er ook toe leiden dat “onze eigen Batu” t.z.t een implantaat kan krijgen waardoor ook hij weer kan horen.

- Het project “Goat to Goat” is geprofessionaliserd. Inmiddels is het project verder uitgebreid en is er een koppeling met een varken- en een kippenproject gemaakt.

- M.b.v. het Lejofonds krijgen 230 mensen die lepra hebben binnenkort directe ondersteuning waardoor zij niet onnodig langer hoeven te lijden aan deze ziekte.

Dit alles overziend zijn wij van mening dat ons verblijf enige betekenis heeft gehad Meer dan een druppel op een gloeiende plaat.
Al is dat misschien wat aanmatigend als je de enorme nood ziet in een land als Oeganda.

Wij willen iedereen die het Lejofonds financieel ondersteund heeft heel hartelijk danken. Zonder die steun was niet mogelijk wat nu mogelijk is gebleken.

Ook de vele reacties die wij tijdens ons verblijf in Oeganda mochten ontvangen vanuit Nederland hebben wij als hartverwarmend ervaren

Namens het Lejofonds,

Leo en Herma Annyas



16 april 2010















Partir, c’est mourir un peu

“Partir, c’est mourir un peu”, zeggen de Fransen. Sterven aan dat waarvan je houdt. Je laat een beetje van jezelf achter.
Na drie maanden Oeganda voelen wij dat ook zo.
Er valt heel wat afscheid te nemen.
Onze counterpart wil dit, evenals vorig jaar, doen met een afscheidsfeest met medewerking van de kinderen van de Good Samaritanschool. Men komt op het idée een videoband samen te stellen. Wij staan in de groententuin die is aangelegd met steun van het Lejofonds. De kinderen zingen ons toe over alle goede dingen die wij in hun ogen gedaan hebben. Het enige probleem zijn de kosten. Maar de oplossing daarvoor heeft men gauw gevonden: het Lejofonds. Helaas voor de enthousiaste muziekleerkracht zien we een dergelijk gebruik van Lejofondsgelden als oneigenlijk.

Fred, directeur van de Good Samaritan heeft een geheel eigen afscheidskado. Hij heeft een week geleden een zoon gekregen.
Als dank voor de dingen wij gedaan hebben en om dit zich blijvend te herinneren heeft hij zijn zoon Leo genoemd.

Mister Moses, directeur van de Bishop Westschool wordt toch nog overvallen door ons vertrek. Hij heeft gerekend op woensdag. Dat klopt, dan vliegen we vroeg in de morgen. Maar dinsdag vertrekken we al richting Kampala. Blijkbaar gaat nu iets niet door wat hij van plan is. Hij vraagt nu naar onze bezigheden de rest van de dag. En als hij een gaatje ziet, nodigt hij ons uit voor een etentje. Een getuigschrift heeft hij wel klaar liggen. Hij is zichtbaar trots als blijkt dat hij de moeilijke achternaam goed gespeld heeft.

Monica, de fantastische leerkracht van de dove kinderen geven we de laatste handvaardigheidsmaterialen. Zij begint spontaan een afscheidslied te zingen.

Justine, het meisje uit weblog 13, die we hebben laten weten dat, door een gift van mensen die onbekend wensen te blijven, zij kan gaan studeren aan de universiteit , komt met een prachtige kaart met mooie wensen voor ons.

Het team van de Mirenbeschool jubelt het uit wanneer zij horen dat zij een deel van de punnikklosjes mogen houden. Klosje breien is nu onderdeel geworden van het lesprogramma. De directrice van de school krijgt de laatste borduurpatronen met bijbehorende materialen en zal dus voorlopig niet meer toekomen aan het leiding geven aan het team. Alleen als het gaat om borduren zal dat nog het geval zijn.

En dan moeten we afscheid nemen van onze dove vriendjes op de Bishop Westschool. Een paar dagen geleden hebben we Monica al gevraagd hen dudelijk te maken dat we weer weg gaan. Ze hebben het begrepen. Wanneer we voor de laatste keer komen, maken verschillende kinderen in gebarentaal het teken dat we gaan vliegen. Een paar kinderen moeten nog even voor de laatste keer onze witte huid voelen, waarvan we zelf vinden dat die al aardig bijgekleurd is. Herma plakt geplastificeerde foto’s bij “onze dove kinderen” in hun metalen kist. In deze kist hebben zij hun enige bezittingen. Wij hebben foto’s gemaakt en nabesteld van hun familie. Die hebben zij nu altijd bij zich. De lach op het gezicht van deze kinderen bij het zien van de foto’s is intens, van binnen uit en zegt alles.

Wijs geworden van de chaos van vorig jaar zetten we de dove kinderen op een rijtje voordat we overgaan tot het uitdelen van stickers en snoep. En dan komt onvermijdelijk het uitzwaaien.

“Partir, c’est mourir un peu”, zeggen de Fransen


16 april 2010


















16. Lejofonds opnieuw op Oegandese televisie

Vierenendertig gezinnen in Seetah Nazigo krijgen een geit van het Lejofonds om daarmee inkomsten te verwerven om zo het schoolgeld van een kind te kunnen betalen. Dat is een niet alledaagse gebeurtenis. Onze counterpart is dan ook van mening dat de uitreiking van de geiten dient plaats te vinden tijdens een “celebration”.

Het geplande aanvangstijdstip van de feestelijke bijeenkomst is gesteld op 10 uur ’s morgens. In de verstuurde uitnodigingen staat 9 uur vermeld. Op die manier acht men de kans redelijk dat men op tijd aanwezig is. Ijdele hoop constateren we als we op tijd aankomen. Er is nog slechts een handjevol mensen. En die wachten geduldig.

Ook de geiten laten op zich wachten. De veearts is ’s morgens in alle vroegte vertrokken om op diverse plaatsen de aangekochte geiten op te halen.

Christine, aangesteld als coördinator van het project zal de feestelijke bijeenkomst leiden. Tegen de middag is het drukker geworden. Christine besluit met de aanwezige families die een geit krijgen het contract alvast door te nemen en dat te laten ondertekenen. De mensen krijgen een dossier uitgereikt. Op de voorkant staat een foto van het kind dat naar school zal gaan. Men is daar zichtbaar mee verguld.

Tijdens dit gebeuren komt er een auto met open laadbak aan met daarin de geiten. De veearts stapt uit en komt strompelend aangelopen. Hij is die ochtend in het donker bij het ophalen van de geiten met zijn motor onderuitgegaan. Hij wil voor onderzoek naar het ziekenhuis. Het oormerken van de geiten, wat ook op het progamma stond, komt daarmee te vervallen.

Met behulp van kinderen worden de geiten uitgeladen en naar een klaslokaal gebracht waar ze met touwen worden vastgezet aan de bankjes.

Niet lang daarna komt een auto met een geluidsinstallatie voorgereden. Het lijkt wat overdreven met geluidsapparatuur te werken, maar kennelijk maakt dat het feest completer.

Wanneer de eregast van de dag arriveert, de county chief van het Buganda Kingdom, zeg maar een soort commissaris van de koningin, kan het feest echt beginnen. Televisie en schrijvende pers zijn inmiddels ook aanwezig.

In Oeganda lijkt het soms of de grootte van het feest wordt afgemeten aan het aantal speeches en de omvang ervan. Er wordt volop gespeecht. En Leo mag namens het Lejofonds een toespraak houden. Aan het eind van zijn speech geeft hij het project Goat to Goat een digitale camera cadeau. Dit maakt veel indruk. De county chief komt er voor uit zijn stoel om hem te bedanken.

Na de speeches is het tijd voor muziek en dans verzorgd door leerlingen van de school Gods Glory. Alle kinderen van de school zijn ’s middags aanwezig en dat zijn er een paar honderd. Onder de gasten ontdekken we nu ook andere families die een geit gekregen hebben vanuit het project “Goat to Goat”.

Hoogtepunt van de bijeenkomst is uiteindelijk de uitreiking van de geiten aan de betreffende families. Er is geloot welke familie welke geit krijgt. Het protocol wil dat elke geit naar Leo wordt gebracht. Hij geeft het beest door aan de county chief die vervolgens de geit uitreikt aan de familie.

Nadat de uitreiking heeft plaatsgevonden, wordt Leo nog geinterviewd door een verslaggever van de televisiezender WBS.

De gasten worden nu uitgenodigd een hapje te eten in een besloten ruimte. Dit is ter afsluiting van het feestelijke programma. Denken we.

Opeens worden we verzocht naar het terrein achter de school te gaan. Daar worden drie nieuwe klaslokalen gebouwd. Een paar weken geleden waren alleen de fundamenten zichtbaar. Nu zijn de muren al een meter opgetrokken. Nu de county chief aanwezig is, heeft men bedacht dat hij de nieuwe school, zoals wordt gezegd, alvast maar moet openen. Er is een touwtje gespannen. Met een botte schaar wordt deze door de county chief met enige moeite doorgeknipt.

Het feest is daarmee voor deze dag compleet.


16 april 2010











Lejofonds helpt 320 leprapatiënten

Aan het eind van het verhaal “Geef me de vijf telt hier niet” (zie weblog 14) schrijven we: “De dokter geeft er de voorkeur aan alles in een rapport te zetten en dit ons te overhandigen”.

Een paar dagen later is het zover. Dokter Peter Bukenya, districtsarts voor lepra, komt op bezoek en geeft ons een schrijven. Daarin lezen we in welk gebied hij als districtsarts voor de leprapatiënten verantwoordelijk is.

Lepra is daar nog steeds een groot probleem. Lepra beschadigt zenuwen zodat de patiënt geen gevoel heeft in beide handen en voeten, waardoor wonden kunnen ontstaan en een patiënt zijn vingers en tenen kan verliezen. Door vergroeiingen en handicaps is het merendeel van de mensen met lepra niet in staat te werken en op die manier een inkomen te verkrijgen. Mensen die getroffen zijn door lepra hebben hulp nodig, zowel fysiek als sociaal-economisch. Daarmee wordt voorkomen dat ze ten laste komen van de gemeenschap.

De dokter geeft een overzicht welke lichamelijke hulp de mensen in zijn gebied nodig hebben. Het gaat dan om beschermende schoenen en handschoenen, krukken, huidzalf- en olie, verbandmiddelen en oogzorg.

In totaal zijn er 320 leprapatienten die directe hulp nodig hebben. In het overzicht maakt de dokter een uitsplitsing om hoeveel mannen en vrouwen het gaat en welke hulp zij nodig hebben. Voor directe hulp aan de 320 personen is ruim 1450 euro nodig.

Voor de langere termijn denkt de dokter aan het opzetten van projecten met varkens, kippen en geiten en het planten van bomen.

We vertellen dokter Peter dat hij inzage kan krijgen in de projectplannen die wij hebben opgezet voor het houden van geiten, varkens en kippen. Misschien kan hij er zijn voordeel mee doen hoe wij zaken georganiseersd.hebben. Voor hulp bij het opzetten van een project is geen tijd meer. Wij komen binnen een jaar terug. Mocht onze hulp dan nog op prijs gesteld worden, zo geven we aan, dan zijn we bereid die te geven.

We hebben met eigen ogen gezien hoe leprapatiënten zonder de benodigde hulp lijden. Hier moet een oplossing voor komen. We zullen ons best doen vertellen we de dokter zonder iets verder toe te zeggen.

We nemen contact op met de Groene School in Winsum en stellen voor een deel van de opbrengst van de aktie “Vooruit met de geit” te bestemmen voor directe hulp aan de leprapatiënten. Een akkoord volgt snel. En dus zitten we ook weer snel tegenover dr. Peter Bukenya met goed nieuws. De dokter is er door getroffen.

Vervolgens overleggen we hoe de hulp aan de 320 mensen die aan lepra lijden het beste georganiseerd kan worden. En natuurlijk willen wij de zekerheid dat het geld op de juiste manier besteed wordt. Tegen die tijd zijn wij zelf terug in Nederland.

Dochter Stephanie , die langer verblijft in Oeganda, zal het Lejofonds verder vertegenwoordigen.
Dokter Peter Bukenya stelt zich verantwoordelijk voor de aanschaf van de benodigde middelen. Samen met Stephanie zal hij de middelen distribueren. Stephanie draagt zorg voor de controle en zal de nodige foto’s maken voor het Lejofonds.

Wordt vervolgd.


16 april 2010












15.Vooruit met de geit, op naar de varkens en kippen!

Veel tijd hebben we besteed aan het professionaliseren van het project “Goat to Goat”. Dit betekent onder meer het evalueren, bijstellen en vertalen van het projectplan, het aanstellen van personeel, het maken van contracten en taakomschrijvingen. Daarnaast is veel tijd gaan zitten in het opstarten van een project met varkens en een project met kippen. We geven hier verdere informatie.

Het project “Goat to Goat speelt zich af in drie sub-counties.
In elke sub-county is een centrum van het project gevestigd bij een plaatselijke basisschool. Bij twee van de drie centra staat een stal met geiten en een bok van het project. In het gebied rond de centra bevinden zich een zeventigtal families die inmiddels via het project een geit hebben gekregen. Voor elk centrum is een uitvoerder aangesteld die verantwoordelijk is voor de zorg van de aanwezige dieren en die de families controleert of de geiten de juiste zorg krijgen.

Het project heeft ook een veearts aangesteld. De veearts bezoekt eens per maand de families die een geit gekregen hebben, geeft advies over het houden van geiten en behandelt de geiten indien nodig. Ook geeft de veearts adviezen over het opzetten en onderhouden van een “kitchen-garden”, een moestuin. Families die een geit ontvangen, zijn ook verplicht een moestuin aan te leggen.

Christine is aangesteld als coördinator van het project. Zij bezoekt maandelijks de gezinnen die een geit gekregen hebben.
De uitvoerder bezoekt de gezinnen aan het begin van de maand. De veearts doet dat in het midden van de maand en de coördinator aan het eind. Elk gezin heeft een logboek. Daarin maken uitvoerder en veearts aantekeningen van hun bevindingen tijdens hun bezoek. De coördinator kan direct nagaan of adviezen, gegeven door uitvoerder en/of veearts worden opgevolgd en uitgevoerd.

In het projectplan zijn taakomschrijvingen opgenomen voor de uitvoerders, de veearts en de coördinator.
De uitvoerders en veearts maken maandelijks een rapport op over gedane activiteiten en bespreken dit met de coördinator.
De coördinator maakt maandelijks een rapport op over de stand van zaken binnen het gehele project en stuurt dit naar de stichtingen FDEDEPO en het Lejofonds.

Een gezin dat een geit krijgt vanuit het project is bekend met de voorwaarden die daaraan verbonden zijn. Voordat een gezin een geit krijgt moet een stal gebouwd worden via de richtlijnen vanuit het project. De veearts verzorgt een training over het houden en verzorgen van geiten. Elk gezin krijgt een overzicht van de basispunten wat betreft de zorg voor een geit. Zoals gemeld is elk gezin ook verplicht een moestuin aan te leggen. Een gezin dat een geit krijgt, ondertekent een contract. Wanneer een familie nalatig is in de te geven zorg voor de geit kan de projectleiding na twee waarschuwingen de geit weghalen bij de familie.

Het project kent een zogenaamde denktank. Hierin zijn de uitvoerders, coördinator en een bestuurslid van de FDEDEPO vertegenwoordigd. Zij komen tenminste eens in de drie maanden bijeen en geven adviezen aan FDEDEPO en Lejofonds over de gewenste ontwikkeling van het project Goat to Goat.

Het projectplan omvat nu de volgende onderdelen:


  • 1. Introductie
  • 2. Doel
  • 3. Het waarom van een geitenproject
  • 4. Het gebied
  • 5. Welke families komen in aanmerking voor een geit? Hoe vindt de selectie van families plaats? Verplichtingen voor de families
  • 6. Training
  • 7. Zelfvoorzienend
  • 8. Personeel
  • 9. Registratie
  • 10. Rapportage
  • 11. Duur van het project
  • 12. Denktank
  • 13. FDEDEPO/Lejofonds
  • 14. Ledenraad
  • 15. Bijlages
    In de bijlagen zijn de taakomschrijvingen opgenomen van de uitvoerders, de veearts en de coördinator. Verder staan er de basispunten betreffende de zorg voor geiten vermeld. Er staan voorbeelden van gehanteerde registratieformulier. Tenslotte is een tekening van een stal opgenomen.

Het totale projectplan is hier (PDF, in het Engels) te lezen.

De ervaring heeft geleerd dat families met een kind op het internaat, niet voldoende hebben aan een geit om de benodigde inkomsten te verkrijgen voor het te betalen schoolgeld. Inmiddels zijn we dan ook gestart met, naar keuze, de uitgifte van kippen of een varken aan de families binnen het project “Goat to Goat”