12 december 2010






































18. Terugblik

De eerste vier maanden van 2010 zijn we voor het Lejofonds in Oeganda geweest, gevolgd door een verblijf van meer dan twee maanden van begin oktober to na Sinterklaas. Er is veel gebeurd en gerealiseerd tijdens dit laatste verblijf. We kijken nog even terug.

Project “Goat to Goat”

  • – Samen met de coördinator, de uitvoerders en de veearts hebben we alle families binnen het project bezocht.

  • – Alle geiten en bokken zijn voorzien van nieuwe, genummerde oormerken. Op de oude oormerken stonden alleen namen, met stift geschreven. Dit bleek niet watervast.

  • – Waar nodig heeft de veearts de geiten en bokken behandeld, gevaccineerd en ontwormd.
    In elke sub-county is een seminar gehouden waar de veearts voorlichting heeft gegeven over het houden van geiten, de juiste voeding en de vereiste hygiene.
    Voor de families binnen het project “Goat to Goat” heeft een specialist “agriculture” voorlichting gegeven over het opzetten van een moestuin. De kosten voor de inrichting van de moestuin zijn betaald door het Lejofonds

  • – In elke sub-county zijn “member committees”, oudercomités opgericht die communiceren met de families die deelnemen aan het project en toezien op een goed verloop van het project.

  • – Het gehanteerde registratiesysteem is door ons herzien, aangepast en overgedragen aan de gebruikers;

  • – Er zijn nieuwe families geselecteerd en bezocht die, wanneer een goede stal gebouwd is, gaan deelnemen aan het project.

  • – Twee families met een gehandicapt kind stonden op de nominatie deel te nemen aan het project “Goat to Goat”. Er wordt nu eerst onderzocht of de kinderen geopereerd kunnen worden om van hun handicap verlost te worden. Indien dit mogelijk blijkt te zijn, zal het Lejofonds proberen de benodigde gelden te verkrijgen.

  • – Aan het project “Goat to Goat” nemen een aantal families deel met een gehandicapt kind. Deze kinderen gaan naar een “boardingschool”, een internaat. De kosten voor een internaat zijn hoog. Betreffende ouders hebben dan ook niet genoeg aan een geit om deze kosten te kunnen betalen. Tijdens ons verblijf hebben we deze families naast een geit een varken gegeven. Het bouwen van een stal is voorwaarde om een varken te krijgen. Het Lejofonds heeft een deel van de kosten op zich genomen.

Demonstrationfarm and knowledgecenter

Onze counterpart wil uitgroeien tot een “demonstrationfarm” en een kenniscentrum voor de regio om veel mensen in de omgeving sterker te maken en te helpen in hun strijd tegen honger en armoede. Het Lejofonds steunt hen hierin. Aanpassing van het terrein en gebouwen is daarvoor nodig.

  • – De toegangsweg tot het terrein is verbeterd. Daarbij is de waterafvoer geregeld.

  • – De bestaande gebouwen zijn van goten voorzien zodat het regenwater verzameld en gebruikt kan worden.

  • – De looppaden op het terrein zijn verhard zodat men na een regenbui niet door de modder hoeft te lopen.

  • – Op verschillende plaatsen zijn bij hoogteverschillen muurtjes en trappen aangebracht.

  • – De toegang tot de verschillende ruimtes is verbeterd.

  • – Er is een nieuwe keuken gebouwd, dichterbij de andere bestaande gebouwen. Voor de keuken zijn zitplaatsen gerealiseerd om te kunnen eten. Deze ruimte is zo ingericht dat het ook gebruikt kan worden voor buitenlessen of voor gebruik tijdens workshops en seminars.

  • – Een bestaand “officeblock” is meer dan verdubbeld waardoor er ruimte is ontstaan voor een kantoor voor het project “Goat to Goat, een ruimte voor het team van de school, een magazijn voor het tuinproject en huisvesting voor personeel.

  • – Een bestaand lokaal is geheel gerenoveerd zodat het ook geschikt is voor het houden van workshops en seminars.

  • – De gebouwen zijn geverfd en van afbeeldingen voorzien zodat ze niet langer een wat verwaarloosde indruk maken maar een eigentijdse uitstraling hebben.

  • – De tuin van de “demonstrationfarm” is voorzien van een irrigatiesysteem.

  • – De school is onderdeel van de “demonstrationfarm “en knowledgecenter”. De oudste kinderen krijgen een schooltuin. Het team selecteert het curriculum op onderdelen die onderwezen kunnen worden in de praktijk, in de “demonstrationfarm”. In de “garden” zijn kweekbedden ingericht, is ruimte voor experimenten, zijn voorbeeldmoestuinen aangelegd.

  • -Geiten, kippen, varkens en eenden zijn gehuisvest op de “demonstrationfarm”.

Dove kinderen

  • – Dove kinderen van families uit het project “Goat to Goat” gaan naar de Mulogoschool in Kampala en de Bishop West in Mukono. De kinderen van de Mulagoschool hebben we bezocht. Op de Bishop Westschool zijn we vele malen geweest.

  • – De afdeling van de doven op de Bishop Westschool hebben we voorzien van vele handvaardigheids- en onderwijsmiddelen die we verkregen hebben vanuit donaties in Nederland.

  • – Een kerndocent hebben we instructie gegeven hoe hier mee om te gaan.

  • – Voorstellingen van theater Lejo hebben we met veel succes laten zien aan de dove kinderen.

  • – De ceremonie op de Bishop Westschool t.g.v. “de dag van disability“ hebben we als “guest of honour” bezocht.

Scholen

  • – M.b.v. donaties uit Nederland is er een begin gemaakt met de aanleg van een aantal toiletten voor de school Gods Glory. Daarmee is een dreigende sluiting voorkomen.

  • – Tijdens een aantal bijeenkomsten hebben we de directie van de Good Samaritan Integrated Primary School een aantal adviezen gegeven om de financiële situatie te verbeteren.

Adviezen

Door een tweetal organisaties in Mukono die actief zijn de situatie van arme mensen in Mukono te verbeteren is het Lejofonds gevraagd adviezen te geven inzake op handen zijnde projecten. Dat is gebeurd.

Er is hard gewerkt, er is veel gebeurd, er is veel gerealiseerd. Fred Migadde, onze counterpart, sprak bij ons afscheid zijn verbazing en verwondering erover uit: “Jullie hebben in twee maanden meer gerealiseerd dan de Oegandees in twintig jaar zou kunnen doen”. Dat lijkt ons wat overdreven.

Wat wij hebben kunnen doen, is alleen maar mogelijk geweest met de steun van vele mensen uit Nederland. Wij waarderen dit zeer. Ook vanaf deze plaats hartelijk dank daarvoor.


‘Vroeger’ en nu

De entree

Compound

Compound

Compound

Office

Office (achterzijde)

Office

Office (interieur)

Kitchen

Nursery

Klaslokaal


Silhouetten op de muren


12 december 2010

















17. Wat kun je doen met 350 euro?

Van een paar mensen in Nederland weten we dat ze via het Lejofonds een gehandicapt kind naar school willen sturen. Fred Migadde, onze counterpart, kent twee families die een gehanidcapt kind hebben dat niet naar school gaat. Ze wonen bij elkaar in de buurt.

We gaan er met de boda boda naar toe. Na tien minuten rijden, slaan we een zandpad in en stoppen even later.

Binnen de kortste keren staan er veel mensen om ons heen. Er wordt ruimte gemaakt voor een jonge vrouw die een buggy voortduwt met daarin een jongetje van vijf jaar. Die staat ineens oog in oog met twee muzungu’s. Hij slaat helemaal dicht.

Wanneer we vragen wat de handicap is, wordt het ventje uit de buggy getild. Duidelijk is dat hij niet op zijn benen kan staan. Moeder trekt nu zijn broek en onderbroek uit en wijst vervolgens op rug en benen. Moeder kan niet echt duidelijk maken wat er aan de hand is. Verlammingsverschijnselen?

Op de vraag of het ventje geopereerd kan worden en daarna weer kan lopen, is het antwoord tot onze verbazing ja. En weer is er verbazing als we de kosten van een dergelijke operatie horen: 350 euro! Stel je voor met 350 euro help je een kind van zijn handicap af en is hij niet langer aangewezen op de hulp van anderen.

350 euro! Hier is dat een onhaalbaar en onbetaalbaar bedrag. Zonder hulp van buitenaf is dit kind levenslangs veroordeeld tot het zitten in een buggy en/of rolstoel. Moeder ziet onze verbazing en wordt er emotioneel van.

Voor ons is het duidelijk: Naar school gaan is niet de eerste optie. Een operatie gaat voor.

Bij het tweede gezin komt een wat norse vrouw naar buiten. Ze is weinig toeschietelijk. Wanneer we vragen naar het gehandicapt kind, komt er uiteindelijk een jongen van negen jaar aanschuifelen. Hij beweegt zich voort op zijn hakken, zijn achterste sleept bijna over de grond, zijn knieën staan als staken omhoog.

Ook hier kan een operatie het kind van zijn handicap afhelpen. Hulp is hier nog meer nodig. De norse vrouw blijkt niet de moeder van het kind te zijn, maar de stiefmoeder. Stiefmoeders in Oeganda moeten niets hebben van hun stiefkinderen, dat weten we intussen maar al te goed.

Dit kind is ook nog gehandicapt. Deze stiefmoeder, zo horen we van Fred Migadde, heeft elk geloof in het kind verloren. Dit kind heeft voor haar geen waarde meer en is dus waardeloos. Hij wordt dan ook stelselmatig door haar genegeerd.

Hier worden wij wat emotioneel van. Hier moet iets aan gedaan worden.

De volgende dag horen we van Fred Migadde dat hij geregeld heeft dat beide kinderen nog voor Kerst onderzocht worden en er meer duidelijkheid komt over een mogelijke operatie.

Wordt vervolgd.


6 december 2010













Fan van Madam Nambooze


Office Fred Migadde




16a. Erkenning!

Een verslag van de “big ceremony” is uitgebreid op de Oegandese televisie geweest. En dat is te merken. Direct de volgende dag krijgt onze “counterpart” bezoekers over de vloer.

Inmiddels zijn er al twee seminars en een bruiloft geboekt. Fred Migadde weet niet goed welke prijzen hij daarvoor moet hanteren. Hij vraagt een schijntje. Maar dat stellen we gauw even bij.

Uit de reactie van de bezoekers tijdens de “big ceremony” wordt duidelijk dat men erg onder de indruk is van de vele veranderingen. De keuken met zijn zitjes ervoor baart veel opzien. Het is een “eyeopener” en men verwacht dat in de komende tijd vele scholen in Oeganda dit gaan nadoen. De schilderingen op de gevels worden als ongewoon ervaren. Toch vindt men het prachtig. Het draagt ertoe bij dat de school het predikaat modern krijgt. En dan zijn daar nog de prikborden in de verschillende ruimtes. Een ongekend fenomeen in Oeganda. Dat er zelfs een irrigatiesysteem is, slaat alles.

Een paar dagen later krijgen we vroeg in de ochtend een telefoontje van onze Oegandese partner Fred Migadde. Hij kan een afspraak niet nakomen. Hij is uitgenodigd voor een gesprek met parlementslid madam Teacher. Zij was ook aanwezig op de “big ceremony”. Fred is overdonderd. Hij heeft nooit echt gesproken met een parlementslid.

Een dag later krijgen we verslag van een oor tot oor glunderende Fred Migadde.
De “meeting” met het parlementslid is uiterst succesvol verlopen. Zij ziet de “demonstrationfarm en knowledgecenter” helemaal zitten. Veel mensen verkeren in armoede en lijden honger. Voornaamste reden is dat zij kennis missen op het gebied van de “agriculture”. De “demonstrationfarm and knowledgecenter kan hier in voorzien en dit gat opvullen.

Het parlementslid Betty Bakireke Nambooze heeft toegezegd in het nieuwe schooljaar elke week op de woensdag een specialist op het gebied van “agriculture” naar de “demonstrationfarm and knowledgecenter te sturen. Hij kan dan ter plekke lesgeven aan schoolkinderen. Elke week komt een andere school op bezoek. Alle scholen in de wijde omgeving komen een keer aan de beurt. De kosten van vervoer zijn voor de overheid.

Verder heeft mevrouw Nambooze gevraagd een allesomvattend voorstel te maken over de inrichting van de “demonstrationfarm”. Zij zal daarna instanties en organisaties benaderen om delen van het plan te bekostigen.

En Fred Migadde is nog niet uitverteld. Hij is ook benaderd door een organisatie voor gehandicapte mensen in Mukono. Zij hebben ook het verslag op de televisie gezien en stellen onmiddellijk 1 miljoen shilling beschikbaar voor de plannen van de “demonstrationfarm and knowledgecenter”

Na het verslag van Fred Migadde zitten wij ook te glunderen. We hebben met behulp van het Lejofonds een flinke injectie gegeven om te komen tot een “demonstrationfarm and knowledgecenter” omdat we erin geloven op die manier veel mensen te bereiken en te ondersteunen in hun gevecht tegen de armoede en honger. Dat dit door de eigen omgeving zo snel geadopteerd en opgepakt wordt, is voor ons ook een aangename verrassing.






6 december 2010









Katongole, doof vriendje




James, doof vriendje


16b. Huppelende geiten, knorrende varkens en blèrende bokken

We staan voor een omvangrijke operatie. Er moeten varkens naar verschillende gezinnen met een gehandicapt kind gebracht worden. Bokken in de verschillende sub-counties moeten geruild worden om te voorkomen dat ze straks de eigen kinderen gaan dekken. Een aantal eerstgeboren geiten wordt teruggehaald, deels om door te geven aan nieuwe gezinnen, deels om verkocht te worden ter bestrijding van onkosten.

Er is een pick-up truck gehuurd. In de cabine is behalve voor de chauffeur slechts plaats voor twee personen. Dat betekent dat Fred veroordeeld is tot het zitten in de open laadbak. Het is erg heet. Toch verwacht Fred het koud te krijgen. Hij is gehuld in een dikke jas.

We gaan weer de binnenlanden in. De wegen zijn er verschrikkelijk slecht., kuilen, gaten, hobbels. Af en toe klapt de bodemplaat van de auto flink tegen de grond. We kunnen het niet zien, maar Fred moet wel door de laadbak stuiteren.
Bij elke stop vragen we ietwat bezorgd hoe het gaat. We kennen Freds stopwoorden. Die gebruikt hij nu ook: “No problem”.

De varkens wegbrengen betekent voor ons ook een weerzien met onze dove vriendjes die nu met zomervakantie thuis zijn. Ze vliegen op ons af voor een omhelzing.

Sub-county Knonkonjeru ligt het verste weg. De school van mister Spencer fungeert voor dit gebied als centrum van het project. We halen er bokken en geiten op. Terug naar Seetah Nasigo is de chauffeur gedwongen langzaam te rijden over de slechte wegen met alle beesten aan boord.

Het is erg warm. Alle ramen staan open. In dit gebied baart de pick-up-truck opzien. Het is verbazend hoe snel, vooral de kinderen, in de gaten hebben dat er blanken in de auto zitten. Het “Bye muzungu” is dan ook niet van de lucht. Er wordt ook weer veel gezwaaid. Het roept bij Herma weer het koninginnegevoel op.

In Seetah Nasigo komen er weer een aantal geiten bij. De weg van hok naar auto wordt door de beesten huppelend afgelegd. De Oegandezen zijn gewend geiten met een touw aan de poot vast te zetten. Moet een geit verplaatst worden dan pakt men het touw, trekt eraan en het beest is gedwongen op drie poten verder te gaan.

Het is al donker wanneer we terug zijn in Mukono waar we uitstappen. De auto rijdt verder naar Nasuuti waar de geiten ondergebracht worden in de stal op het terrein van de Good Samaritanschool.

De volgende dag komt de vader van Batu op de fiets aanzetten. Hij woont uit de route. Het varken is daarom niet met de auto gebracht, Hij komt het beest nu zelf ophalen. Met de fiets. De poten van het varken worden vastgebonden, het varken wordt in een jute zak gestopt. Deze zak komt aan de zijkant van de fiets te hangen. Fietser en varken zijn nu klaar voor een fietstochtje van dik een uur. Inmiddels hebben we gehoord dat ze goed zijn aangekomen


6 december 2010





Plaats w.c.’s














Sinterklaas in Oeganda

Misschien wordt er wel geschiedenis geschreven in Oeganda. Sinterklaas is er gesignaleerd.
N.a.v. het verhaal “In God everything is possible” in weblogaflevering 15 heeft Sinterklaas blijkbaar besloten enige hulpsinterklazen in actie te laten komen.
Dit heeft geleid tot enkele prachtige giften; sommige voorzien van originele teksten, zoals “Sinterklaas in Oeganda” en “Uit mijn potje, in jullie potje voor een pispotje”.

In totaal is 1 miljoen shilling binnengekomen. Deze zijn inmiddels overhandigd aan een zeer opgeluchte mister Sephen, headmaster van Gods Glory.

Er kan nu een begin gemaakt worden met de bouw van een achttal toiletten. En dit betekent naar zeggen van mister Stephen dat de dreiging dat de school gesloten wordt van de baan is. Er kan nu daadwerkelijk aangetoond worden dat de verplichting tot de bouw van een achttal toiletten serieus genomen wordt.

Het begin is er, dankzij steun vanuit Nederland. Dat is meer dan mister Stephen in de afgelopen drie jaar heeft bereikt. Ondanks klachten moeten tot nu toe nog steeds meer dan vierhonderd (!) personen hun behoeften doen op twee toiletten die de naam toilet niet waardig zijn.

De eerste klap is een daalder waard. De eerste materialen zijn besteld. Het begin is er.

Het is nu zomervakantie in Oeganda. Nog een paar wonderen of een paar bezoekjes van de Kerstman en na de zomervakantie staan een achttal toiletten te wachten op bezoekers. We “hopen” het, want we kunnen ons voorstellen dat mister Stephen “schijtziek” is van deze zaak.

Dit verhaal behoeft vervolg.

Op 5 december, niet toevallig op deze dag, is het geld overhandigd. Op 6 december zijn de materialen gekocht in de hoofdstad Kampala en overgebracht naar Seetah Nasigo. Men heeft daarmee haast gemaakt zodat wij nog foto’s kunnen maken van het aangekochte materiaal. Wij stappen in Mukono in en gaan mee naar Seetah Nasigo.

Daar staat ons een waar ontvangstcomité te wachten. De burgemeester en het voltallige schoolbestuur zijn uitgerukt om ons te verwelkomen en om ons te bedanken.

Tot onze grote verrassing is men al begonnen met het graven van een groot gat op de plaats waar de toiletten komen. We vragen hoe diep het gat moet worden.
Men is gewend te rekenen met inches en dus is het even rekenen om de diepte in meters te berekenen. 25 meter is het uiteindelijke antwoord. Dat geloven we niet. Dat moet een rekenfout zijn. Dat zijn we hier wel gewend. Dus vertellen we dat men 2,5 meter bedoelt. Men blijft volhouden dat het 25 meter is. Anders is het geld verknoeien horen we. Dan is de kuil zo vol gepoept. We vragen hoe men denkt van een dergelijke diepte de grond naar boven te halen. We krijgen verhalen over jerrycans, touwen en katrollen. Ons ongeloof maakt plaats voor verbazing. 25 meter diep!! Een kuil graven van 25 meter diep bij een dergelijk hitte. Volgens ons staat men straks in zijn eigen transpiratievocht.

We kijken nog even naar het uitladen van de materialen. Dan moeten we terug. Er wacht ons nog een vol programma.

Headmaster Stephen put zich uit in dankbetuigingen. Het lijken wel verontschuldigingen. “Ik heb niets anders dan “God bless you” te vragen voor jullie en de mensen in Nederland”, is zijn reactie. Dat geven we bij deze door.




1 december 2010



















15. In God everything is possible

Het project “Goat to Goat” speelt zich af, zoals vaker gemeld, in drie sub-counties. Een school is in elke sub-county het centrum van het project. In Seetah Nasigo is dat de school Gods Glory. We hebben vaker over deze school geschreven. Onlangs nog over de promotie bij de kleuters.

Het is ongelooflijk hoe deze school gehuisvest is. Houten barakken, lek als een mandje. En een stenen gebouw, zonder deuren en ramen. Door gaten in de muur valt het licht. Meerdere klassen zijn in deze ruimte gehuisvest. Volle ruimtes, gemiddeld (!) vijftig leerlingen per leerkracht.

Er is een start gemaakt met de bouw van drie nieuwe lokalen. De muren zijn deels opgetrokken. Deels, want geld om het gebouw af te bouwen is er niet. Er is geen uitzicht wanneer dit wel het geval is. De hoop daarop vermindert langzamerhand.

Ruim vierhonderd leerlingen bezoeken de school. Acht leerkrachten zijn aan de school verbonden.

Voor al deze leerkrachten en leerlingen zijn slechts twee (!!) toiletten beschikbaar, eentje voor de jongens en mannen, eentje voor meisjes en vrouwen.

Toiletten is een te deftig woord. Achter een gammele deur bevindt zich een kleine ruimte, waar je nauwelijks je kont kunt keren. Er is een gat in de grond.

Je wordt geacht daarin je behoefte te mikken. Niet iedereen is zo’n kunstenaar. Er wordt dus veelal naast de pot gepiest en anderszins. De stank is niet te harden.

En jawel de twee w.c.’s staan vlakbij de ruimtes waar lesgegeven wordt. In een misselijkmakende geur worden kinderen geacht oplettend te zijn en te leren.

Vandaag ontmoeten we Stephen, de headmaster. Hij is ten einde raad.
Via de inspectie van onderwijs heeft hij te horen gekregen dat op korte termijn een achttal nieuwe toiletten gebouwd moeten worden, verder weg van het schoolgebouw. De bestaande situatie levert gevaar op voor de gezondheid van de kinderen. Mocht hij in gebreke blijven dat wordt de school gesloten. Stephen weet dat men in Oeganda daarin onverbiddelijk is.

De slogan van de school is “In God everything is possible” . Daarop vertrouwt hij. Of toch niet helemaal? Hij ziet in ons, als vertegenwoordigers van het Lejofonds, God. Dat doen wel meer mensen hebben we in de afgelopen tijd gemerkt.

De vraag is dan ook of wij kunnen helpen. Dat kunnen we niet.
Het enige wat we kunnen doen is deze schrijnende situatie melden op onze website.

Sinterklaas is in het land. Misschien dat die dit verhaal leest en er iets aan kan doen. En anders zijn er misschien mensen die Sinterklaas weten te vinden en deze kwestie aan hem kunnen voorleggen. Een vroege Kerstman is ook goed. Ze zullen zich onsterfelijk maken in Oeganda!

Naast deze weblogaflevering staat een specificatie van de kosten. Het gaat om een bedrag van liefst 5.369.500 Oegandese shilling. Omgerekend in euro’s klinkt het een stuk vriendelijker en lijkt het eerder haalbaar; het totaal is 1750 euro.





29 november 2010











14a. Wonderbaarlijk

Morgen is de “big ceremony”. We verven de hele dag allerlei beesten op de muren van de Good Samaritanschool. Bouwvakkers zijn druk in de weer om allerlei klussen af te maken. Verder doet niemand iets. Fred Migadde, de directeur is er niet. Om twaalf uur heeft hij keurig gemeld dat hij voor twee uurtjes weg is.

Wij verven vrolijk verder. Toch stijgt onze verbazing met het uur. Er moet nog heel veel schoongemaakt en opgeruimd worden. Dat moet voor donker gebeuren. En om zeven uur is het echt donker. Verlichting op het terrein is niet aanwezig. Slechts in een enkel lokaal is een klein peerlampje te vinden.

Zo tegen vijf uur kunnen we ons niet meer inhouden en vragen de leerkrachten hoe ze denken dat het verder moet. Die doen daar heel luchtigjes over. Morgen is het vroeg opstaan en dan is alles om 10 uur klaar, opgeruimd en schoongemaakt. We hoeven ons geen zorgen te maken. Leo geeft nadrukkelijk aan dat hij er niets van gelooft. Hij gelooft niet in wonderen. Maar daarmee verandert de houding van de leerkrachten niet.

Fred Migadde is op zes uur terug van zijn “twee-uur-durend-uitstapje”. Leo nodigt hem onmiddellijk dwingend uit een rondje te maken langs het terrein en de gebouwen om hem duidelijk te maken wat er nog moet gebeuren. En om druk te zetten geven we aan dat we de volgende morgen rechtsomkeer maken als het niet gebeurd is.

En dan is plotseling iedereen in rep en roer. Voor ons een teken dat we kunnen vertrekken. We willen voordat het donker is terug zijn in Mukono. Met een boda boda overdag reizen vinden we al een noodzakelijk kwaad. In het donker wagen we ons er niet aan.

We wensen Fred veel succes. Die beseft dat het een korte nacht zal worden.

‘s Nachts om half twee worden we wakker van een sms-je van de aannemer: “Great thanks goes to mr. Leo and Herma for the wonderful and beautiful work you have done at Good Samaritan Primary School. Please keep that good heart and spirit you have shown for helping the needed people and poor. May God bless you and make you to stay for another 100 years.”

Het is duidelijk: De dag van de “big ceremony” is begonnen.


29 november 2010



























14b. The big ceremony

De leerkrachten hebben ons wonderen beloofd. Heel nieuwsgierig komen we op de dag van de “big ceremony” om kwart over tien aan bij de Good Samaritanschool. Het officiële programma start om half 11.

Het is een drukte van belang, maar wel een drukte die we gisteren al verwacht hadden. Er wordt geboend, gesopt en geveegd. Het gras wordt gemaaid. Verder staat er niets klaar.

We doen een rondje en ontdekken dat vele dingen van ons lijstje niet in orde zijn. Het wonder is niet geschied.

Rond half twaalf komt er een vrachtwagen die een lading stoelen aflevert. Een half uurtje later worden een paar grote tenten gebracht.

Het is half 1 als de veearts bij ons komt om aan te geven dat hij wil beginnen met de seminar die voor half 11 op het programma staat. Van ons mag ie. Dan gebeurt er tenminste iets.

De seminar wordt binnen gehouden. De stoelen zijn daarheen gebracht.

Halverwege de seminar komt een auto aan met geluidsapparatuur. Ongeveer tegelijkertijd worden de niet bezette stoelen bij de seminar weer naar buiten gebracht en opgesteld.

Rond half twee komt een parlementslid, mevrouw Sofia Nalule binnen . We worden voorgesteld aan deze “guest of honour”.

We zitten wat achteraf op de veranda en kunnen alles goed overzien. Leo wordt benaderd door een journalist, die tegelijkertijd blijkt te werken voor een krant, een radiostation en een televisiezender. Hij heeft daarvoor een notitieblok , een cassetterecorder en een videorecorder bij zich. Leo wordt een paar keer door hem geïnterviewd waarbij al het materiaal wordt ingezet.

Rond twee uur worden we verzocht onze plaatsen te verlaten en vooraan te gaan zitten. We zijn belangrijke gasten zo wordt ons gemeld. We krijgen een plaats naast het parlementslid en de burgemeester. Achter ons zitten vertegenwoordigers van verschillende organisaties.

De “guests of honour” worden verwelkomd waarbij er extra aandacht is voor de vertegenwoordigers van het Lejofonds.

Na een welkomstlied door de kinderen beginnen de speeches. Bij de derde spreker krijgen we een programma waarin we zien dat de lunch om 1 uur gepland staat en dus al achter de rug had moeten zijn. We zien ook dat de lijst met sprekers aanzienlijk is. Ook het Lejofonds wordt geacht een speech te verzorgen.

Na een paar sprekers komt er en vrachtwagen aangereden met meubilair dat door ons besteld is voor de “office” en de “meetingroom”. Alles wordt uitgeladen. Het geeft wat afleiding.

Van onze plaats hebben we een goed uitzicht op de nieuwe keuken. We zien dat kinderen in de rij staan om eten te halen. En wij zijn niet de enigen. Kennelijk maakt dit schouwspel hongerig want het programma wodt onderbroken om iedereen de gelegenheid te geven te gaan eten.

Het moet gezegd, de keuken werkt fantastisch, de zitplaatsen ervoor zijn goed bezet. We horen enthousiaste verhalen. Een dergelijke opzet kent men niet. Het baart opzien. De tam-tam gaat werken. Dat is zeker.

Er is veel publiek. De lunch neemt dan ook de nodige tijd in beslag. Na de lunch blijkt dat het parlementslid enige officiële daden gaat verrichten. Lintjes doorknippen. Allereerst bij het nieuw kantoor van het project “Goat to Goat”.

Herma heeft deze dag, zonder medeweten van onze counterpart hier alle foto’s van kinderen opgehangen die met behulp van het Lejofonds naar school gaan. Een kleurrijk geheel.

Heeft men dit opgemerkt en het een officiële opening waard gevonden? We weten het niet.

Daarna gaan we naar de tuin om het door het Lejofonds bekostigde irrigatiesysteem officeel te openen. Het parlementslid vertelt ons dit een opzienbarend initiatief te vinden.

Terug op onze plaatsen is het weer tijd voor speeches. Nadat de burgemeester zijn zegje heeft gedaan is er er plaats voor het kinderkoor voor de school. Zij zingen een speciaal samengesteld lied voor Leo en Herma. Ontroerend.

En dan mag Leo een woordje doen.

De afsluitende speech wordt gehouden door een parlementslid afkomstig uit de regio. Aan het eind daarvan worden we uitgenodigd met haar mee te gaan naar het “officeblok om gezamenlijk een herdenkingsplaquette te plaatsen waarop vermeld staat dat het gebouw tot stand is gekomen door het Lejofonds.

Dat het Lejofonds staat geschreven als Rejofonds mag op dat moment niet hinderen.

De slotspeech is voor Fred Migadde. De meest voorkomende woorden daarin zijn Lejofonds, dank, Leo en Herma.

Heel veel sprekers vandaag, heel veel lof- en dankbetuigingen voor het Lejofonds en de vertegenwoordigers daarvan. Met daarbij het uitdrukkelijk verzoek dit ook over te brengen aan alle mensen in Nederland die het Lejofonds steunen.

Bij deze!


29 november 2010














Gepromoveerd!

Stephen is de uitvoerder van het project “Goat to Goat” in de sub-county Seetah Nasigo. Ook is hij directeur van de “ primary school” Gods Glory. De school is gehuisvest in houten barakken vol kieren en gaten. Daarnaast is er een stenen ruimte waar meerdere groepen gehuisvest zijn. Gaten in de wanden moeten ramen en deuren voorstellen. De vloer bestaat uit een kleilaag met steenslag. Het is alsof er een orkaan gewoed heeft die alleen muren overeind heeft laten staan.

Stephen ontmoeten we een paar keer op de Good Samaritanschool als wij aan het verven zijn. Wanneer we de laatste keer vertrekken, komt hij ons achterna. Hij nodigt ons uit voor een speciale “ceremonie” bij hem op school. Er wordt een feest gebouwd rondom een diploma-uitreiking van , laten we zeggen, kleuters die naar groep 3 gaan. Wij zullen “special guests of honour” zijn.

Het feest begint ’s middags om twee uur. Dat nemen we met een korreltje Oegandees zout. We zijn ’s morgens aan het verven op de Good Samaritanschool En dat loopt wat uit.

We komen ruim een half uur te laat aan in Seetha Nasigo in de veronderstelling dat we ruim op tijd zijn. Maar Stephen blijkt de tijd van de “muzungu’s te hanteren. Een bomvolle “zaal” met ouders en kinderen wacht al een half uur op onze komst. We krijgen een ereplaats toegewezen, naast de burgmeester.

Nadat we speciaal verwelkomd zijn, kan het feest beginnen. Voor in de “zaal” staan een drietal schrijfborden. Een paar kleuters nemen voor het bord plaats en schrijven woorden op die juf hen dicteert. Het is een aandoenlijk tafereel.

Daarna zingen de kleuters gezamenlijk een lied waarin de verschillende lichaamsdelen voorkomen die aangetikt worden.

De oudere kinderen zijn ook betrokken bij de “ceremonie”. Zij dansen traditonele Oegandese dansen.

Stephen doet verslag van gebeurtenissen in het afgelopen schooljaar. Daarbij memoreert hij dat met behulp van het Lejofonds 34 kinderen naar zijn school zijn gegaan en de families daarvan een geit hebben gekregen.

Dan is het tijd voor de “diploma”-uitreiking. Leo wordt gevraagd de certificaten uit te reiken. De kinderen worden als gepromoveerde studenten gekleed met toga en al. Alleen daarvan zijn ze al erg onder de indruk. Daarnaast worden ze ook nog op de foto gezet door een heuse fotograaf. Soms is het even wachten als de fotograaf zijn rolletje vol is.

Het is een prachtig gezicht waar iedereen van geniet. Het is voor de tweede keer dat de school een dergelijk evenement organiseert. We geven Stephen het advies hier de eerstkomende honderd jaar mee door te gaan.


25 november 2010



































13. “Not common!”

Onze counterpart wil, zoals gemeld, uitgroeien tot een “demonstrationfarm and knowledgecenter”. Op die manier krijgen vele arme mensen de middelen aangereikt om hun levensomstandigheden te verbeteren. Vele bezoekers zijn te verwachten.

Wij omarmen het idee, maar zien ook dat daardoor het terrein en de gebouwen van de Good Samaritanschool aangepast moeten worden.

We besluiten de school een facelift te geven en een klaslokaal geschikt te maken voor het houden van vergaderingen en workshops.

De hele “compound” wordt gerenoveerd. Men kan nu de verschillende lokaliteiten bereiken zonder na een regenbui door de modder te hoeven banjeren.

Het “officeblok” wordt uitgebreid en verdubbeld. Er wordt nu o.a. een kantoor voor het project “Goat to Goat” gerealiseerd en een magazijn voor het tuinproject.

Er komt een nieuwe keuken dichterbij de andere gebouwen met daarvoor een ruimte met vaste tafels en “zitmuurtjes” om te kunnen eten. Dezelfde ruimte is geschikt voor “lesgeven in de openlucht” of het houden van “meetings”

Voor het tuinproject wordt een irrigatiesysteem aangelegd.

In de afgelopen tijd hebben we de “opzichtersfunctie” op ons genomen om er zeker van te zijn dat alles gerealiseerd zou worden naar ons idee.

De bouwvakkers werken hard. Arbowetgeving is onbekend. Men werkt blootsvoets op gammele steigers, gemaakt van resthout, waar de spijkers nog uitsteken.

Er wordt een nieuw gebouw tegen een bestaand gedeelte aangebouwd. Het dak van het nieuwe gebouw is wat lager. Als Herma vraagt of de aanhechting tegen het bestaande gebouw waterdicht is, is het antwoord van de aannemer: “Nee!”.

Dit heeft tot gevolg dat de aannemer zijn plannen wijzigt en ervoor kiest een gezamenlijk dak over het oude en nieuwe gedeelte te plaatsen. Als het dak erop zit, blijken de binnenmuren niet tot dakhoogte te reiken. In elke ruimte hoeft men maar even over de muur te klimmen om in de andere ruimte te komen. Je kunt letterlijk verstaan wat in de andere ruimte gezegd wordt.

De aannemer heeft niet stil gestaan bij dit probleem. In Oeganda is men niet gewend een gebouw ineens af te bouwen, zo geeft hij aan. Dat gaat stapsgewijs. Elke keer een stukje verder zo gauw er weer geld is.

Wanneer het lokaal waar de vergaderingen en workshops gehouden zullen worden, is geverfd, blijkt na 1 dag de muren al zijn bevuild door kinderhanden. De aannemer komt daarover klagen bij Leo. Die wil verhaal halen bij de leerkracht. In het lokaal zijn veel kinderen, maar geen leerkracht.

Leo gaat poolshoogte nemen. Er blijkt die dag maar 1 leerkracht aanwezig te zijn. De anderen zijn afwezig vanwege bijscholing. De ene leerkracht is verantwoordelijk voor het toezicht op alle leerlingen, samen met een administratrice. Maar die ligt te pitten onder een boom.

Dat is gauw voorbij. Zij wordt ruw gewekt in haar slaap door Leo. Daar heeft ze waarschijnlijk nog nachtmerries van. Toezicht houden is het bevel. De rest van de dag zien we haar met een stok in de hand achter de kinderen aanlopen.

Leo speelt die dag voor “headmaster”, misschien is politieagent een beter woord. Sommige kinderen denken nog even niet te hoeven luisteren. Maar dat wordt onmiddellijk gesignaleerd en gecorrigeerd. Tot groot genoegen van de aanwezige bouwvakkers die hiervan zichtbaar genieten.

De volgende dag is er op verzoek van Leo een “teamvergadering”, een onbekend fenomeen voor het team.
Het onderwerp: Toezicht houden en gewenst kindergedrag.

Buiten moeten een aantal struiken verplaatst worden. Wanneer we ’s morgens tegen tien uur komen, zien we dat Fred Migadde, samen met een aantal leerlingen prachtige struiken heeft uitgegraven. Ze liggen in de brandende zon.

We proberen tevergeefs duidelijk te maken dat dit het einde van de struiken betekent. Een paar uurtjes in de zon moet kunnen. Straks krijgen ze wat water en binnen veertien dagen staan ze er fris en fruitig bij.

Na een paar dagen zijn de struiken bruin, dor en droog. Het stadium van fris en fruitig zullen ze nooit meer bereiken. Ze zijn overleden.

In de verschillende nieuwe ruimtes zijn metalen buitendeuren aangebracht die niet naar binnen kunnen open draaien omdat de vloer te hoog is. De oplossing is eenvoudig. Men hakt een stuk uit de vloer, zodanig groot dat de deur open kan. Daar nemen we geen genoegen mee. En dus wordt de vloer weer opgehoogd en de deur ingekort.

Er zijn grote plantenbakken aangelegd. De muren daarvan worden geverfd. Een meter verderop staat Fred Migadde de droge grond aan te harken in de plantenbak, wat aardig stuift. Ook hier grijpen we in en leggen geduldig uit waarom.

De buitengevels worden met waterverf geverfd en vervolgens met olieverf. De schilders, oliedom, keren echter de volgorde om en begrijpen niet dat wij ons daar druk om maken.

Ze zullen ons wel kunnen schieten. Denken we. Het tegendeel is waar. We krijgen complimenten dat we alles zien en in de gaten houden.

Inmiddels zijn we al enige dagen aan het verven. We verven dieren op de buitengevels. Fred Migadde wil graag delen van het menselijk lichaam op de gevel. Wat wij doen “is not common”. En dat willen we graag: “Not common”.

De stenen tafels en “zitmuurtjes” bij de keuken zijn ook “not common”.

Vandaag krijgen we een bijna juichende Fred Migadde te spreken, ongebruikelijk voor zijn doen. Er blijkt inmiddels veel interesse te zijn voor de veranderingen. Er is al iemand die de ruimte bij de keuken wil huren voor een bruiloft. De buurman wil er met Kerstmis een familiefeestje vieren.

En de beesten op de buitengevel oogsten veel waardering. “Not common”, maar wel prachtig.



19 november 2010







‘Artist impression’ van de muur




‘Artist impression’ van de muur




12. Kleurrijke silhouetten

Een silhouet is een schaduwbeeld, zodanig dat de persoon of het voorwerp te herkennen valt.

Het silhouet is genoemd naar Étienne de Silhouette, een Franse minister. De Silhouette was zeer bedreven in het vervaardigen van dergelijke tekeningetjes tijdens langdurige vergaderingen.

Wij spreken hier liever over Herma de Silhouette. Herma heeft zich voorgenomen silhouettekeningen te schilderen op de nieuwe gevels van het “officeblock” ook wel “staffhousing” genoemd en de keuken. Daarnaast wil zij ook dergelijke tekeningen aanbrengen op de nieuw geschilderde buitengevel van de school.

Uiteraard is gevraagd hoe Fred Migadde, onze counterpart, hier tegen aan kijkt. “It is not common”, is zijn reactie. Voor ons een stimulans om er mee door te gaan. Wij willen geen eenheidsworst, we willen onderscheidend zijn. We weten Fred te overtuigen.

Op internet zijn veel volgers van Étienne de Silhouette. Herma is avonden zoet ze te traceren en te selecteren. Onze counterpart wil een “demonstrationfarm and knowledgecenter” worden voor de omgeving. Er wordt dan ook alleen gezocht naar daarvoor geschikte dieren.

De vraag is vervolgens in welke volgorde je de verschillende beesten gaat zetten en hoe de grootte en de kleur moet zijn? Kleur? Silhouetten zijn toch zwart? Ja ,maar het gaat hier om een school en daarom kiezen we voor kleur. It is not common, maar wel fris, fruitig en mooi. Het thuisfront wordt ingeschakeld, in de persoon van zoonlief Christian die grafisch- en webdesigner is.

Dat alles leidt ertoe dat hier, in ons tijdelijk onderkomen, de vloer bezaaid is met mallen van de verschillende beesten, op ware grootte.

Van karton wordt een lange koker gemaakt waar alle dieren tijdelijk in gehuisvest worden zodat ze vervoerd kunnen worden via de ons zo geliefde “boda-boda”, de motortaxi.

Belangstellend kijkt men toe hoe die rare “muzungu” tekeningen op de muur aanbrengen. Het is een hele geruststelling dat de kinderen onmiddellijk weten te benoemen om welke beesten het gaat.

Het is de laatste tijd weer erg heet in Oeganda. We hebben al gezien dat we in de volle zon moeten schilderen. Maar wanneer we ons daar op hebben voorbereid en klaar zijn voor de start, blijkt juist die betreffende kleur niet aanwezig te zijn.

Morgen is er weer een dag,



19 november 2010

















Bye muzungu! (moe-zoen-koe)

Bye muzungu!”, het zijn voor ons de meest gehoorde woorden in Oeganda. Oeganda is kinderrijk. Bijna alle kleine kinderen zijn buiten. Zo gauw ze je zien is het een enthousiast geroep: “Bye muzungu, bye muzungu” ( Dag blanke!). Dat blijft aanhouden tot je meerdere keren hebt terug gezwaaid. Herma voelt zich daardoor af en toe de koningin.

De volwassen Oegandees ziet een muzungu ook aankomen. Zij kijken anders tegen een muzungu aan. Voor hen zijn alle muzungu’s rijk, erg rijk.

Het gebeurt ons dan ook bijna dagelijks dat we op de een of andere manier benaderd worden door een Oegandees met de vraag of we hem kunnen helpen, financieel wel te verstaan. En elke keer vertellen we dan dat we projectmatig bezig zijn.

De aannemer waar we mee samen werken, stelt een van zijn werknemers aan ons voor. Hij doet part-time werk voor de aannemer. De rest van de tijd studeert hij aan de universiteit. Samen met een aantal andere studenten heeft hij een organisatie opgericht om arme mensen in Mukono te helpen. Zij zijn van plan een kippenproject te starten om zo geld te verdienen om mensen te kunnen helpen.

Aan ons de vraag of wij bereid zijn het projectplan te bestuderen en de resultaten daarvan tijdens een stafvergadering te vertellen. Dat willen we.

We hebben inmiddels heel wat projectplannen gezien, Oegandese projectplannen. En ze lijken allemaal op elkaar, ook deze. De beschrijving van de visie, de missie, de doelstelling is elke keer weer fenomenaal. Niet te overtreffen.

Maar kijk je naar de opzet van het project dan blijkt dat men telkens weer direct groot wil starten met een zwaar personeelsbestand. De kosten zijn duidelijk aangegeven en zijn voor Oegandese begrippen astronomisch hoog. Over mogelijke inkomsten en winst wordt met geen woord gerept. Ook wordt niets gezegd over de wijze waarop men wil gaan werken.

Tijdens een stafvergadering spreken we onze waardering uit voor het initiatief. Verder geven we helder onze mening weer. Als pleister op de wonde overhandigen we een cd van Agromisa met daarop een aan prakische publicaties voor projecten “ in the tropics”.

Stephen, de aannemer, maakt zelf ook deel uit van een gezelschap dat zich inzet voor de minder bedeelden in Oeganda. Hij stelt onze aanwezigheid tijdens een “meeting” zeer op prijs.

En dus zitten we plotseling achter de bestuurstafel van de “Mukono Family of Hope”. Hoop geven aan mensen in erbarmelijke omstandigheden, daar houdt deze groep vrijwilligers zich mee bezig. Zij komen uit alle lagen van de bevolking.

Er valt ons een speciaal welkom ten deel waaruit veel waardering spreekt voor onze komst en onze activiteiten. En ook nu ontkomt Leo er niet aan te speechen en te vertellen over de activiteiten van het Lejofonds.

In een nagesprek met de aannemer vertelt deze ons , dat hij in onze samenwerking, veel leert van de “muzungu”. Planmatig werken!

Wanneer we een dag later op de markt een “verfbroek” kopen worden we tot onze verrassing opeens aangesproken met “Leo en Herma”. Het blijkt een deelnemer van de vergadering van de “Mukono Family of Hope” te zijn. Betreft het hier iemand met een goed geheugen of heeft de “muzungu” indruk gemaakt.? Wie zal het zeggen?



13 november 2010

















11. Geen stok om de hond te slaan

In de sub-county Seetah Nasigo wonen de meeste families van het project “Goat to Goat”. Vorige keer hebben we ze niet allemaal kunnen bezoeken.
Daarom gaan we voor een tweede keer naar Seetha Nasigo om de rest van de families te bezoeken en de geiten van een nieuw oormerk, nu met cijfer, te voorzien.

Dit keer geen oponthoud door een lekke band. Maar dan zien we opeens dat met grond drempels op de weg zijn aangelegd om auto’s te dwingen langzamer te rijden. De grond wordt uit de berm gehaald. Men kijkt niet op een paar scheppen. De drempels zijn dan ook aardig hoog geworden.

De chauffeur weet de auto over de eerste twee drempels heen te krijgen. De bodemplaat van de auto schuurt wel flink over de grond. Bij de derde drempel gaat het mis. De auto blijft steken. We stappen uit. Voordat we het weten heeft Fred zijn spierballen laten rollen en de auto over de drempel geholpen.

We gaan allereerst naar Gods Glory primary school. Achter de school staat een stal met een negental geiten. Daar beginnen we, althans de veearts, met het aanbrengen van de nieuwe oormerken. De kinderen vinden het prachtig dat we komen. Als we een fototoestel te voorschijn halen, zijn ze niet meer te houden. Ook hier zien we hoe leerkrachten kinderen in het gareel houden; ze hebben een dunne stok in hun handen. Daar wordt zo nodig mee gemept.

De school telt ruim vierhonderd kinderen. Het is “speelkwartier””. Er zijn veel kinderen buiten.
We zien nu dat een leerkracht een paar “hulpjes” heeft . Op strategische punten staan leerlingen, ook met een stok uitgerust. Willen leerlingen van het veld lopen dan komen ze een leerling met een stok tegen. En die willen wel even hun handen, met daarin een stok, laten wapperen.

We zijn in de binnenlanden. De auto kan ons lang niet bij alle families brengen. En dat betekent weer veel lopen in de brandende zon over smalle paadjes en zelfs een keertje over de spoorlijn om families te bereiken. De kinderen van onze families lopen elke dag in de brandende zon naar school.

Voor de kinderen die het verst weg wonen, betekent dit elke dag een uur naar school lopen en na schooltijd uiteraard weer een uur lopen naar huis. Volgens de “headmaster” doen ze dat niet met tegenzin. Dat is in Nederland wel anders.

Overal waar we komen zien we dat de geit water en voer heeft. De seminar van een week geleden heeft kennelijk vruchten afgeworpen.
Een familie hebben we nog haarscherp op ons netvlies staan. Tijdens ons vorig verblijf zagen we een slechtgbouwde stal en een verwaarloosde geit. In gedachten zien we al dat we de geit weghalen bij deze familie. Tot onze verrassing en tevredenheid zien we nu dat alles perfect in orde is. Er is dus flinke vooruitgang geboekt.

Het kost twee volle dagen om alle families te bezoeken. Nu er een “member committee” is opgericht, nemen zij een deel van het toezicht over. Dat komt de zelfverantwoordelijkheid alleen maar ten goede.



13 november 2010















Van bullebak tot knuffelbeer

Tijdens ons vorige verblijf in Oeganda hebben we met onze counterpart een tuin(bouw)project opgezet. Hoofdredenen: het verkrijgen van voedsel voor de schoolkinderen en inkomsten voor de school. Uitgroeien tot een “demonstrationfarm” speelt dan al mee in de gedachten.

Voor het samenstellen van een tuinplan heeft onze counterpart een deskundige ingeschakeld: George. George werkt aan de universiteit en is daarom al een autoriteit voor onze counterpart. George is groot van gestalte, heeft een zware stem en laat die onophoudelijk horen. George duldt geen tegenspraak. George zijn wil is wet, dat is duidelijk. Sommigen zullen George een bullebak noemen.

Ondanks dit gegeven komen we gezamenlijk tot een plan voor de tuin. Het Lejofonds geeft een lening voor de aanschaf van gereedschap, zaden en planten. De opbrengst van de tuin is niet helemaal naar verwachting. Het klimaat verandert, constateert men hier. Desondanks is men in staat de lening af te lossen.

We geven suggesties voor het realiseren van een “demonstrationfarm”. Voor de tuin betekent dat naar ons idee dat het schoolteam ingeschakeld wordt om het onderwijsprogramma door te vlooien op die onderwerpen die onderwezen kunnen worden in de tuin. Verder krijgen de kinderen een schooltuin zodat zij vaardigheden leren wat betreft het verbouwen van gewassen en de verantwoordelijkheid leren en accepteren voor het onderhouden van een schooltuin.

Andere onderdelen zijn het samenstellen van kweekbedden, het aanleggen van verschillende vormen van moestuinen, het creëren van ruimte voor het houden van experimenten, het planten van fruitbomen, het samenstellen van een composthoop, het aanleggen van een productietuin, het zorg dragen voor wisselteelt.

Verder moet een definitieve plaats bepaald worden voor de bouw van een nieuwe varkensstal.

We zetten druk om de suggesties van onze kant, waar men achter staat, te realiseren tijdens ons verblijf in Oeganda. Als men een compleet, haalbaar plan samenstelt, zijn wij bereid een irrigatiesysteem aan te leggen.

En dus komt George weer ten tonele. George is inmiddels op de hoogte van alle veranderingen die er plaats hebben gevonden op het terrein van de Good Samaritanschool en hij weet ook wie er voor verantwoordelijk is. Zijn benadering naar ons toe is ineens anders. George vraagt ons om een mening.

Tijdens een vergadering moeten we nog wel wat horkerig gesnork van George ondergaan. Ook peutert hij heerlijk met de dop van een balpen in zijn oor om vervolgens uitvoerig het resultaat te bestuderen. En soms blaft hij nog. Toch verandert George steeds meer van bullebak naar een goedaardige beer. Althans voor ons. Uiteindelijk zegt hij toe onze gedachten te vertalen in een plattegrond voor de tuin. En dat doet hij wonderwel.

Vervolgens willen wij weten waar wat verbouwd wordt en wat de opbrengst is. Huiswerk voor George. We wachten in spanning de resultaten af.


10 november 2010

Pech onderweg


Aankomst bij school


Veel belangstelling


Bezoek families; veel volgers


Aanbrengen oormerk


Oma verzorgt de geit goed


De veearts in actie


10. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!

Het project “Goat to Goat” speelt zich af in drie sub-counties: Mukono Town Council, Seetah Nazigo en Knonkonjeru. In elke sub-county wordt het project bestuurd vanuit een plaatselijke basisschool. De directeuren zijn respectievelijk coördinator en uitvoerders van het project.

Vandaag bezoeken we de sub-county Knonkonjeru. En dat betekent weer een tochtje naar de binnenlanden. De school in Knonkonjeru ligt 21 km vanaf Mukono. Daarmee wordt direct een probleem van het project duidelijk: transportkosten. In overleg met onze counterpart is inmiddels besloten voor het project een vervoermiddel aan te vragen bij de MIVA ( Missie Verkeersmiddelen Aktie).

Het heeft ’s nachts gehoosd. De wegen zijn glibberig. Onze “taxidriver” houdt de wagen keurig op de weg. Alleen een lekke band zorgt even voor wat oponthoud.

Vanuit de school gaan we lopend op weg naar de families met een geit. Deze zijn met een auto niet bereikbaar. We boffen. Het is weer erg warm en we moeten heuvel op, heuvel af. De omgeving is echter prachtig en dat vergoedt veel.

Het project leeft hier. Dat merken we niet alleen aan de goede verzorging die de geiten hier krijgen van de verschillende families, maar ook aan de geweldige opkomst voor de seminar die ’s middags gehouden wordt. Alle families zijn aanwezig en daarnaast nog een aantal mensen die grote belangstelling voor het project hebben.

Voor aanvang van de seminar worden we met zang en dans welkom geheten door kinderen van de school. Die zijn daarna vrij. Alle bankjes zijn namelijk uit de lokalen gehaald om buiten plaats te bieden aan de deelnemers aan de seminar.

De posters van Agromisa die wij ingebracht hebben, maken ook hier een belangrijk onderdeel uit van de seminar. De mensen reageren er enthousiast op.

Voor de lunch worden de kinderen van school weer ingeschakeld. De keuken ligt aan de overkant van een groot speelveld. Kinderen komen met volle borden het veld overgestoken en serveren de lunch.

Na de lunch volgt, evenals in Seetah Nasigo, een demonstratie met de “mound sack” naar een voorbeeld van Agromisa. Belangstelling wordt gevolgd door enthousiasme. Helemaal als er ook zaden worden uitgedeeld voor de aan te leggen “home garden”.

Ook wordt hier een “member committee” gekozen die verantwoordelijk is voor een goed verloop van het project in de eigen regio. Het bijzondere hier is, dat ook een paar leerlingen uit het voortgezet onderwijs gekozen worden voor deze commissie onder het motto “ wie de jeugd heeft, heeft de toekomst”.

Aan het eind van de seminar reikt Leo certificaten uit aan de deelnemers als bewijs dat zij hebben deelgenomen. Hier hecht men grote waarde aan.
Een aanwezige journalist geeft te kennen ook een certificaat te willen hebben.
“Die kan ik gebruiken voor mijn c.v.”, meldt hij ongevraagd. “Dat staat erg goed”.



10 november 2010















Through patience you win

Dit is het motto van de Kisimbizi Primary School in Knonkonjeru. Een heel toepasselijk motto. Het is onvoorstelbaar hoe hier lesgegeven moet worden. De jongste groep zit in een kleine ruimte die wij waarschijnlijk nog niet goed genoeg zouden vinden voor een varkensstal. Licht komt door een gat in de muur, een raam is er niet. De muren lopen niet tot het plafond door. Regen en wind hebben vrij spel.

In een andere ruimte hebben meerdere groepen les. Er is niet genoeg ruimte om alle kinderen in bankjes te plaatsen. Sommige kinderen zitten op hun knieën op de grond. Ze hebben een schriftje voor zich op de bank liggen.

De lokalen zijn klein. Er zitten veel kinderen in een lokaal. Bij de oudste kinderen zijn de gevolgen direct merkbaar. Je hoeft daarvoor je neus niet eens om de hoek te steken. Gek, dat daardoor ineens een flard van een reclame bij je bovenkomt: “De aroma komt je tegemoet”.

Through patience you win. De kinderen moet wel erg veel geduld hebben om deze omstandigheden te overwinnen. Waarschijnlijk geloven ze er niet meer in of weten ze niet beter.

Wie er wel in gelooft is de headmaster, mister Spencer.
Hij droomt van een nieuwe school. Hij kent waarschijnlijk onze slogan: Als je in je eentje droomt, dan blijft het een droom. Droom je samen dan worden dromen werkelijkheid.

Hij heeft het voor elkaar gekregen om samen met de ouders de fundamenten neer te leggen voor een drieklassige school. (De school telt nu 179 leerlingen).

Hoogste tijd om de eerste steen te leggen. En die eer is voorbehouden aan Leo en Herma. Een daverende verrassing! Mr. Spencer geeft als uitleg dat hij daarmee de waardering wil uiten voor alles wat Leo en Herma namens het Lejofonds voor de mensen in Oeganda doen.

Stiekem denken wij daarnaast aan een strategische zet van mister Spencer. Zonder verdere hulp zal hij zijn droom niet kunnen verwezenlijken. Ook hier is het schoolgeld het enige inkomen. Op deze plattelandsschool is het schoolgeld erg laag, 15 euro per jaar. En dan nog is er een grote groep ouders die niet in staat is dit bedrag te betalen.

Er is een bedrag van ruim twintig miljoen shilling nodig om op de fundamenten een nieuw schoolgebouw neer te zetten. Een astronomisch bedrag voor de mensen hier die vaak niet meer dan een euro per dag verdienen. Ook voor ons is het veel geld, maar het bedrag in euro’s klinkt toch minder afschrikwekkend: ruim zesduizend euro. Daar heb je dan wel een school voor.

We kunnen mister Spencer niets toezeggen. O ja, toch wel. We zeggen hem toe het verhaal, zijn droom, op onze website te plaatsen. We gaan tenslotte al aardig richting Sinterklaas en Kerstman. Je weet maar nooit.


10 november 2010

Armoede en armoedig

De Oegandese president Museveni lanceerde in april van dit jaar een Nationaal Ontwikkelingsplan. Een van de doelstellingen is dat het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, moet zakken van 31% naar 25% in 2015.

De grens van 1 euro per dag noemen we de absolute armoedegrens. Ongeacht de hoogte van de prijzen in een land is er niemand ter wereld die kan rondkomen van minder dan een euro per dag. Tussen de 20 en 25% van alle mensen in de wereld leeft in absolute armoede. Oeganda zit daar dus momenteel nog boven.

We hebben onze counterpart ook een paar cijfers gevraagd:Een boda boda driver (“motortaxichauffeur”) verdient 23 euro (70.000 shilling) per maand. Daarvoor moet hij wel zeven dagen per week werken, het jaar rond.

Een supermarktmedewerker verdient 30 euro (90.000 shilling) per maand. De werktijden zijn van ’s morgens 8 tot ’s avonds 11 uur., zeven dagen per week, 365 dagen per jaar. Er is elke dag een lunchpauze van een half uur. De lunch wordt verstrekt door de werkgever.

Ouders van de school van onze counterpart die niet bij een baas werken maar zelf voor inkomsten moeten zorgen, verdienen 13 tot 17 euro (40.000 tot 50.000 shilling) per maand. Zetten we daar het schoolgeld tegenover. (De basisschool kent zeven klassen, Primary 1 tot Primary 7, voorafgegaan door een “nurseryclass”)

Voor kinderen uit de nurseryclass tot P2 is het schoolgeld dertig euro per jaar. (90.000shilling)
Voor P3 t/m P5 is het schoolgeld 35 euro per jaar. (105.000 shilling)
Voor P4 en P5 is het schoolgeld 40 euro per jaar.(120.000 shilling)
Voor P6 en P7 is het schoolgeld 50 euro per jaar. (150.000 shilling)
Het schoolgeld voor de kinderen die op het internaat zitten is 150 euro per jaar.(450.000 shilling)

Alle kinderen krijgen elke dag van school tijdens de ochtendpauze een beker pap en tijdens de middagpauze warm eten.

Zetten we het schoolgeld af tegen de verdiensten van de ouders dan is duidelijk dat deze bedragen voor veel ouders aanzienlijk zijn. Het schooljaar bestaat uit drie gedeelten. De ouders worden geacht voor elk gedeelte het overeenkomstig bedrag aan schoolgeld te betalen.

Het zijn maar weinig ouders die daar in slagen. Meestal wordt het schoolgeld in gedeeltes betaald. Vaak moet de school wachten totdat ouders een oogst binnengehaald hebben en dan weer wat centen hebben.

Op dit moment heeft 35% (!) van de ouders van onze “counterpartschool” het schoolgeld nog niet betaald terwijl het schooljaar op zijn eind loopt. Dilemma voor de school: Zet men teveel druk om te betalen dan lopen ouders weg en sturen hun kind naar een andere school. De school heeft inmiddels wel de kosten gemaakt voor de dagelijks voeding van die kinderen.

Op deze wijze kampt de school jaarlijks met tekorten. Hoe gaat men daar mee om? Kosten voor water en elektriciteit worden maandelijks betaald anders wordt men afgesloten. Ook wordt maandelijks de huur voor de leerkrachten betaald. Alle andere rekeningen worden achteraf, in te onderhandelen gedeelten betaald.

De leerkrachten krijgen alleen salaris als de inkomsten het toelaten. Op dit moment hebben de leerkrachten al een aantal maanden geen geld gehad. De leerkrachten nemen hier genoegen mee in de wetenschap dat aan het eind van het schooljaar een moment gepland wordt waarop het achterstallig salaris betaald gaat worden.

Het bestuur ziet een dergelijke dag met angst en beven tegemoet. Het geld is er niet. De altijd aanwezige hoop op een buitenlandse sponsor is niet bewaarheid geworden. Wat rest is een lening bij de bank. De bank vraagt een rente van meer dan 25% (!!). En dus zal het tekort in het nieuwe schooljaar weer groter worden als er geen andere bronnen van inkomsten gevonden worden.

Het huidige tekort van de school is 5 miljoen shilling. Een astronomisch bedrag voor de school, veel langdurige hoofdpijn voor de directeur. 5 miljoen shilling is ruim 1550 euro.

Op dit moment zijn wij druk bezig plannen te maken met onze counterpart die een eind moeten maken aan deze structurele tekorten.


6 november 2010

Vergaderen


Poster Agrimosa


Poster Agrimosa


Poster Agrimosa


Zaden voor de tuin


Met oma op weg naar de seminar


Uitleg veearts


Vertaling voor Leo




09. Zij krijgen een tuintje in hun hart

Er moet een seminar georganiseerd worden om families in Seetah Nasigo voorlichting te geven over het houden van geiten. Verder willen we mensen enthousiast maken om een moestuin aan te leggen. De veearts wil vooraf overleg over de inhoud van de seminar.

En dus zitten we op een zonnige ochtend in de schaduw van een boom voor overleg.Het kantoor van onze counterpart wordt verbouwd en is niet beschikbaar. Fred Migadde, onze counterpart, de veearts en een deskundige op het gebied van “agriculture” en wij zijn aanwezig.

We zijn het er over eens dat er in elk geval gesproken moet worden over de huisvesting van de geiten, de hygiene, het geven van de juiste voeding en de zorg voor de aanwezigheid van voldoende schoon water.

Als het gesprek op de moestuin komt brengen wij een aantal posters van de Nederlandse organisatie Agrimosa in. De veearts en zijn collega hebben grote belangstelling. Vooral de poster, getiteld “Sack mound” trekt hun aandacht.

De seminar wordt in Seetah Nasigo gehouden. De start zal om 11 uur zijn. Tegen de mensen wordt gezegd dat het aanvangstijdstip om 9 uur in de ochtend is. Dan zullen ze wel om 11 uur aanwezig zijn, is de gedachte. Geplande eindtijd is drie uur.

Wij gaan met de auto. Om half 11 moeten we klaar staan.Dat doen we braaf. En dat betekent wachten. Pas om half 12 worden we opgehaald. Een verslaggever van New Vision, de grootste krant van Oeganda, reist met ons mee. Wanneer we om 12 uur op de plaats van bestemming zijn, is de meeting net begonnen. De veearts houdt een verhaal in het Lugandees. We worden keurig in het Engels gesouffleerd door de verslaggever van New Vision.

Wanneer de veearts klaar is met zijn verhaal vindt hij het belangrijk dat wij onze bevindingen van een paar dagen geleden weergeven. Dus mag Leo even aan de bak. Behalve zijn ervaringen geeft Leo aan dat het Lejofonds de startkosten voor een moestuin wil betalen voor degenen die er blijk van hebben gegeven goed voor de geiten te zorgen. Glunderende gezichten als hij vertelt ervan uit te gaan dat dit geldt voor alle aanwezigen.

Tot onze verbazing en toch ook wel tot onze tevredenheid maakt de “agriculture-expert” in zijn verhaal over moestuinen driftig gebruik van onze posters. Na afloop daarvan wordt iedereen uitgenodigd naar buiten te gaan voor een demonstratie van de “Sack mound.” Men is zichtbaar enthousiast.

Tegen half drie is het tijd voor de lunch.

Na de lunch geeft de veearts een aantal kernpunten weer wat betreft het houden van varkens. Er zijn weinig of geen mensen aanwezig die een varken hebben. Toch is de aandacht groot. Maar als er een hoosbui losbarst, klettert het op het golfplaten dak en is het onmogelijk elkaar te verstaan. De veearts gaat onverstoorbaar door met het maken van aantekeningen op het bord.

Na dit verhaal combineert Leo het onderwerp moestuin met het onderwerp varken. Hij looft een varken uit voor degene die over een paar maanden de beste moestuin heeft. Dat gaat erin als koek.

Fred Migadde, onze counterpart wil graag een oudercommissie oprichten die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het project “Goat to Goat” in Seetah Nasigo.Hij houdt een gloedvol betoog. Oegandezen zijn in toespraken en speechen niet verlegen om een paar woorden. Het zijn daarom tijdrovende acties.

Als er zich uiteindelijk een commissie gevormd heeft, is het de beurt aan de plaatselijke uitvoerder van het project. Hij wijst de aanwezigen over het gevaar van diefstal van de geit en op de lengte van zijn speech af te gaan moeten er nog vele andere gevaren bestaan.

Tijdens zijn verhaal is de burgemeester binnengekomen. En dus is er nog een toespraak te verwachten. Die komt er nadat de burgemeester ons keurig welkom heeft geheten. Als burgemeester hoor je iets offcieels te doen. In dit geval is dat het officieel installeren van de oudercommissie.

Ter afsluiting krijgen alle aanwezigen een certificaat. De burgemeester roept hiervoor de medewerking van Leo in. Samen delen zij de certificaten uit. En daarmee is een eind gekomen aan een lange, maar interessante en leerzame bijeenkomst. De geplande eindtijd van drie uur is niet gehaald. Het is inmiddels half zes.



6 november 2010

Opnieuw een aantal foto’s om de vorderingen in de bouw en verbouw te laten zien.


4 november 2010













08. From “goat to “goat”

Welke familie heeft welke geit? Wie is de donor of wie heeft de geit gesponsord? Wanneer moet de geit naar de bok? Waar is een jonkie geboren? Waarom is een bepaalde geit nog niet drachtig? Doet de bok zijn werk nog wel goed? Wanneer moet de bok verplaatst worden naar een andere regio? Dit alles vraagt om een goed registratiesysteem.

Bij elke geit en elk jong is inmiddels een “tag”, een oormerk, aangebracht. Met een watervaste stift is de naam op het oormerk aangebracht. De veearts is er rotsvast van overtuigd dat de naam tot in de eeuwigheid leesbaar blijft. Hij gebruikt tenslotte een kwaliteitsstift. Maar we zijn in Oeganda en kwaliteit is een rekbaar begrip. Na een regenseizoen zijn de namen van de geiten niet meer te lezen op de “tags”.

Herma beijvert zich voor nieuw oormerken, nu met een ingeponst nummer aan de ene kant en de naam aan de andere kant. Ze vermaakt zich lange tijd met het samenstellen van lijsten waarop elke geit een vast nummer krijgt.

We willen alle families, die een geit vanuit het project gekregen hebben, bezoeken. Dat doen we samen met de coördinator van het project, de executor oftewel de uitvoerder die verantwoordelijk is voor een bepaalde sub-county en de veearts. De laatste zal dan meteen de nieuwe “tags” aanbrengen.

We beginnen in de sub-county Seetah Nasigo. Veertig families maken er deel uit van het project. Ze wonen verspreid over de hele sub-county, veelal diep het binnenland in. We zijn met de auto. En het is wonderbaarlijk welke wandelpaden en zandsporen nog met de auto te berijden zijn. Maar een aantal keren moeten we de auto laten staan en te voet verder gaan om een familie te bereiken. Het is bloedheet. Wanneer we heuvel op, heuvel af, moeten lopen, voelen we al gauw overal nattigheid.

Na vijf uur hebben we tien families bezocht. Het is een utopie alle families op een dag te bezoeken. Op een familie na blijken bij verder alle families de geit drachtig te zijn. Een mooi resultaat. Dat zal straks een geboorte-explosie geven.

We hebben respect voor de geiten. Bijna nergens zien we dat er een bak water klaar staat. Bij deze hitte voelt onze keel als schuurpapier. De geiten zullen ook wel een druppie lusten. Hier is nog wel wat voorlichting nodig. Het is goed dat we binnenkort een seminar voor alle families houden. Twee veeartsen zullen dan onder meer kernpunten aangeven wat betreft het houden van geiten. Een deel daarvan zal vast en zeker een waterig verhaal worden.



4 november 2010









Wat een hondenleven!

De bouw, de verbouw en de aanpassing van het terrein brengen de boel flink in beweging. Allereerst moeten allerlei bouwmaterialen, zoals bijvoorbeeld zakken cement, veilig en droog worden opgeslagen. Daar komt een klaslokaal voor in aanmerking. Het lokaal is groot genoeg om de materialen in de ene hoek op te slaan; in de andere hoek blijft voldoende ruimte over om de kinderen les te geven.

Als het “officeblok” opgeknapt moet worden, is er geen plaats meer voor een onderwijzerechtpaar met kind die in een van die ruimtes zijn gehuisvest. De oplossing is eenvoudig. Zij verhuizen naar een klaslokaal. Met een paar gordijnen voor de ramen wordt de privacy gewaarborgd.

De “guard”, verblijvend in het houten aanhangsel, dat de naam van hok of schuur nog niet waardig is, is inmiddels ondergebracht in een tijdelijk leegstaand kippenhok.

Als in het “nurserylokaal” een nieuwe cementen vloer wordt aangebracht, kunnen leerkracht en leerlingen het lokaal een paar dagen niet gebruiken.
Ook nu is de oplossing eenvoudig. Men trekt gewoon bij een andere klas in. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

En zoals gemeld kan een jongende hond ook een klas laten verhuizen.

Door dit alles is er toch wel ruimtegebrek ontstaan. Dit is niet helemaal op te lossen door de pauzes flink op te rekken. Dat betekent dat de hond met jongen zich moeten aanpassen. Na een paar dagen keert de klas weer terug. De hond met jongen mogen in de hoek van het klaslokaal blijven liggen. Voorwaarde is wel dat ze zich de lessen laten welgevallen.

Wat een hondenleven!


4 november 2010

De bouw van een keuken, het bouwen van een gebouw tegen het bestaande ‘officeblok’ aan, het renoveren van het ‘officeblok’, het renoveren van een klaslokaal om het ook geschikt te maken voor een ‘meetingroom’, het aanpassen van het terrein, het gaat allemaal razendsnel. Daarom bij elke weblogaflevering een serie foto’s om een indruk te geven van de vorderingen.