Terugblik verblijf Oeganda 2015

In een achttiental verhalen hebben we verslag gedaan van een aantal activiteiten en opgedane ervaringen tijdens ons verblijf in Oeganda. We herhalen dat niet in deze terugblik. Wie dat wil, kan alles terug vinden in de rubriek “Reisverslagen 2015”.

In de reisverslagen hebben we niet alles kunnen “vangen”. In deze terugblik gaan we op een aantal activiteiten in die nog onbenoemd zijn gebleven.

Batu

Batu is de eerste dove jongen waarvoor het Lejofonds onderwijs heeft mogelijk gemaakt. Elk jaar bezoeken we hem meerdere malen. Batu zit nu in P7. Volgend jaar moet hij naar het voortgezet onderwijs.

We willen graag een kijkje nemen op de school voor voortgezet onderwijs om te zien waar Batu terecht komt en om te informeren naar de kosten.

De school staat 25 km buiten het centrum van Kampala, direct naast de gevangenis. Een goeie buur is beter dan een verre vriend. De directeur van de school is zelf ook doof, maar kan wel spreken.
Een tolk maakt in gebarentaal duidelijk wat we willen. De directeur geeft daarop zelf antwoord.

We krijgen van hem een rondleiding en de verdere gewenste informatie. We maken de nodige foto’s die we aan Batu laten zien. Batu gaat volgend jaar naar een prima school.

Alex

Alex is een dove jongen die met steun van het Lejofonds naar de dovenschool in Mukono is gegaan. Na een grote vakantie heeft moeder hem niet terug gebracht naar school. Contact met moeder blijkt niet mogelijk.

We doen opnieuw een poging met moeder in contact te komen en Alex terug naar school te laten gaan. Daarvoor zoeken we contact met Peter, een oudere broer.

Peter heeft de laatste twee jaar geen contact met zijn moeder gehad. Maar hij belooft haar te gaan zoeken. Hij zal verslag doen over zijn bevindingen. We horen niets meer van Peter.

James

In reisverslag 1.1 hebben we verhaald over onze dove vriend James, die dankzij het Lejofonds een opleiding tot timmerman heeft gevolgd en door de school in dienst genomen is. We komen nog verschillende keren terug bij James. Hij krijgt van ons de opdracht een solar box van hout te maken. Ook laten we hem nieuw schoolmeubilair maken.

Dan horen we, dat op de dag dat het salaris uitbetaald wordt, vader zich meldt om het salaris van James op te strijken, vader die zich nog nooit om James bekommerd heeft. Daar steken we dus een stokje voor.

Falouk

Het is de mensen in Nkonkonjeru niet ontgaan dat het Lejofonds gehandicapte kinderen helpt. Wanneer we in een simpel cafeetje onze lunch gebruiken, komt er een vreemde meneer op ons af. Hij heeft een kind dat problemen heeft met lopen. We verwijzen hem naar het Corsu ziekenhuis voor onderzoek.

De voorzitster van de projectgroep Goat to Goat vraagt of we een dove jongen kunnen helpen. Ze heeft moeder en kind uitgenodigd aanwezig te zijn bij de maandelijkse vergadering.

Daar zien we de jongen, Falouk geheten. Met moeder gaan we in gesprek. We willen weten welke ondersteuning moeder kan geven als Falouk naar school gaat.

Het gezin is arm. Vader is gehandicapt. Maar met hulp van anderen kan moeder zorgen voor de zogeheten “requirements”, materialen die kinderen mee moeten nemen als ze op de dovenafdeling komen van de Bishop Westschool. Het schoolgeld is een onoverkomelijk probleem.

De voorzitster en enkele leden van het project Goat to Goat kijken gespannen toe of wij namens het Lejofonds de nodige steun zullen toezeggen. Als dat het geval is, gaat er een gejuich op.

In overleg met de Bishop Westschool is besloten dat Falouk met ingang van het tweede trimester naar school gaat.

Wanneer het Lejofonds i.s.m. EFA start met een project in Nkonkonjeru, zal de moeder van Falouk daar lid van worden. Zo kan zij straks zelf het schoolgeld voor Falouk verdienen.

Fahad

We zijn uitgenodigd aanwezig te zijn bij een vergadering met ouders op de Kisimbizi school.

We zien een jongetje lopen, leunend op een stok, zijn ene voet voortslepend. Moeder blijkt aanwezig te zijn. We vragen wat er aan de hand is. Moeder denkt dat de jongen een ontsteking in zijn heup heeft. Ter plekke zien we een grote zwelling. En weer horen we een bekend verhaal. Er is geen geld om naar het ziekenhuis te gaan. En dus gebeurt er niets.

We zijn eerder met kinderen voor onderzoek naar het Corsu ziekenhuis geweest, even buiten Kampala. We informeren bij het ziekenhuis naar de mogelijkheden voor onderzoek.

We geven moeder geld voor transport. Voorwaarde is dat ze verslag uitbrengt over het onderzoek. Een operatie is mogelijk wijst het onderzoek uit.

Fahad is inmiddels succesvol geopereerd. Hij verblijft nog in het ziekenhuis.

Motet

Tijdens de oudervergadering op de Kisimbizi primary school trekt een vrouw onze aandacht. Zij vraagt of een weduwe met vier kinderen ook in aanmerking komt voor korting op het schoolgeld.

Na de vergadering gaan we met haar in gesprek. Drie jaar geleden is haar man overleden. Ze heeft 5 kinderen waarvan er vier naar school gaan. Ze heeft daarvoor nog geen schoolgeld betaald.

Een tijd terug heeft een “vriend” haar proberen te vergiftigen. Zij is daardoor langdurig ziek geworden. Haar bron van inkomsten is daardoor opgedroogd. Zij is nu grotendeels afhankelijk wat buren en kennissen haar toestoppen.

We bezoeken de vrouw, Motet geheten, thuis en geven haar kleren voor de kinderen. De vrouw wil graag haar eerdere activiteiten oppakken. Dat is het maken van “snacks” om deze te verkopen in Nknonkonjeru. Ze heeft al wat geld gespaard, maar dat is nog niet voldoende voor een herstart. Het Lejofonds maakt die herstart mogelijk.

Terug in Nederland krijgen we bericht van onze coördinator:

“…..The woman with the snacks attended the meeting. The woman was very happy. She brought some snacks for my children. She said the things are moving well and she thanked you much for the support…..”

Rebecca

Rebecca is voor ons de “queen of the toilets”. Als tengere vrouw heeft zij voor een toekomstige w.c. een gat gegraven in stenige grond van liefst 6 meter diep.

Herma’s oog wordt vooral getrokken door een ander gat. Een groot gat tussen de twee voorste tanden van Rebecca.

Daarbij ziet zij toekomstige beelden voor zich. De gaten zullen groter worden, er zal een gapend gat ontstaan want geld voor de tandarts is er niet. Het Lejofonds is er wel.

Herma kijkt nu tegen blinkende tanden aan als ze Rebecca ziet. Als cadeautje heeft ze een tandenborstel en tandpasta voor Rebecca meegenomen.

Dimisa en James

Bij een bezoek aan de dove jongen Katongole treffen we een broertje en een zusje thuis aan. Ze zijn door school terug gestuurd naar huis omdat ze geen uniform en ook geen schoenen dragen.

De ouders hebben daarvoor gen geld. Het Lejofonds schiet te hulp. We komen later terug om “het bewijs” te zien.

Ismael

Ismael hebben we een paar jaar geleden leren kennen toen we een patiënt naar het ziekenhuis brachten en hij als radioloog met de behandeling te maken kreeg.

We hebben daarna contact gehouden. Hij is gestart met een kleine praktijk in Mukono. Tot onze verrassing heeft hij het vorige jaar een grote boekhandel in Mukono overgenomen en dit omgetoverd tot een echt ziekenhuis.

Dit jaar verrast hij ons opnieuw. In de ambulance rijden we met hem mee naar een plaats even buiten Mukono. Daar is een groot ziekenhuis in aanbouw. We krijgen een rondleiding. Ongelooflijk wat deze gast van nog geen 28 jaar tot stand brengt.

Wanneer we een keertje met hem een biertje drinken en vertellen over familieplanning heeft hij onmiddellijk een project voor ogen wat we samen kunnen opzetten.

We hebben een vol programma dit jaar. Iets voor een volgende keer?

Huisbezoeken

Dit jaar hebben we veel tijd uitgetrokken om de families in de geitenprojecten in Seeta Nazigo en Nkonkonjeru te bezoeken.

In het reisverslag “Bij de beesten af” is al verslag gedaan van enkele bezoeken. Gezien de tijdsinvestering vinden we het gerechtvaardigd ook in deze terugblik aandacht te schenken aan de familiebezoeken en daar een sfeerimpressie van te geven.

Het is heet, droog en stoffig in de periode dat wij in Oeganda zijn. Bij een passerende auto of vrachtwagen wordt een voetganger in nevelen gehuld. We hebben een aantal families bezocht met de Nederlandse journalisten Guido en Maaike. We hebben met name in Nkonkonjeru een aantal kandidaat-leden bezocht om te bezien of ze aan de voorwaarden kunnen voldoen om lid te worden.

Wanneer dat het geval is, nodigen we betreffende persoon uit te beginnen met de bouw van een stal. Binnen een termijn van twee weken dient de stal klaar te zijn. Dat houdt automatisch een nieuw bezoek in om te zien of de stal binnen de gestelde termijn af is.

We hebben families bezocht om geiten en bokken van een oormerk te voorzien. We hebben families bezocht om te zien welke beesten terug gegeven kunnen worden aan het project. Herma heeft alles op lijsten staan. De beesten die geoormerkt moeten worden, de beesten die teruggegeven moeten worden aan het project, enz. Coördinator Daniel Kibago kijkt bij de bezoeken ook of alle afspraken die gemaakt zijn vanuit het hygiëneproject nageleefd worden.

Herma heeft altijd een grote tas bij zich vol spullen. De Nederlandse journalisten verbazen zich wat daar elke keer weer uit te voorschijn komt. Vaak is dat kleding om uit te delen. Maar ook zitten er foto’s in die vorig jaar gemaakt zijn en waar we de mensen een groot plezier mee kunnen doen. Slechts enkele dagen staan de koffiestruiken vol in bloei wat een prachtig gezicht is. Als de leden van het project “muzungu’s” (blanken) op bezoek krijgen, trekt dat altijd bekijks. Vaak komen nieuwsgierige buurkinderen aangerend. De vrouw knielt altijd, ter begroeting. Soms ontstaat er op een weggetje spontaan een kleine vergadering. Het gebeurt regelmatig dat we aan het eind van de dag naar huis gaan met advocado’s, jackfruit of ook wel pinda’s. De leden waarderen ons bezoek. Met de “vet”, de dierenarts in Seeta Nazigo hebben we verschillende gesprekken over zijn ervaringen binnen het project. We nodigen hem uit om tijdens een van de maandelijkse vergaderingen de leden de nodige adviezen te geven.

Afripads Gods Glory

Het Lejofonds heeft Afripads aangeschaft voor de meisjes op de Kisimbizi primary school en de Gods Glory nursery and primary school.
Op de Kisimbizi primary school zijn de Afripads al uitgedeeld. Zie reisverslag 4.3. Gelukkig met Afripads maar het blijft een geheim!
Dit keer deelt Herma de Afripads uit op Gods Glory . Daaraan vooraf gaat een gesprek met de meisjes.

Op de Kisimbizi primary school zitten de meisjes dicht tegen elkaar aan alsof ze bescherming zoeken, als Herma komt vertellen over de Afripads. Er hangt een zekere spanning in de lucht.

Op Gods Glory is dat heel anders. Vanaf groep 6 krijgen de leerlingen sexuele voorlichting. Heel bijzonder. De meisjes zijn goed voorbereid. Ze weten wat er gaat gebeuren als de “monthly period” komt.

Ook thuis wordt er over gesproken met moeder en zusjes. Maar broers mogen niet weten als je ongesteld bent. Ook worden er geen ervaringen uitgewisseld met klasgenoten of vriendinnen.

Tijdens de menstruatie worden oude lappen gebruikt. De lappen worden gewassen en opnieuw gebruikt. Op Gods Glory is men erg blij met de Afripads. En dat mag iedereen weten. Buiten wordt een groepsfoto gemaakt. Vrolijk zwaait men met de Afripads.

Kisimbizi primary school

We zijn dit jaar wat vaker op de Kisimbizi primary school. Dat heeft alles te maken met de aanleg van een waterpomp voor de school, mogelijk gemaakt door het Lejofonds.

We zien de waterpomp nog in werking. Ter beveiliging komt er een muur omheen. Bij ons vertrek is men bezig met de afwerking. We zorgen er ook voor dat de leerlingen van de Kisimbizi primary school uniformen krijgen waardoor ze zich niet langer minderwaardig voelen t.o.v. kinderen op andere scholen. De kleuterklas verfraaien we door een aantal muurschilderingen. De klas wordt ook verrijkt met nieuw leermateriaal.

Bij het afscheid krijgen we van de schoolleiding een bedankbrief.

A THANK LETTER TO THE LEJOFONDS 23rd March 2015-03-29 We humbly beg to agree our appreciations of all good things you’ve done for us. From the source of our souls as a school body, community and the family of Spencer at large, we say
“THANK YOU VERY MUCH, LET GOD BLESS YOU, AMEN”

– We thank the books, clothings, scolastic materials plus cupboards you’ve given us. Let God blesses all 100% plus.
– Sanitary equipments – school gutters, Boreholes: pupils, staff, the nearby community members have thanked very much the bore, so on the side of water we are ticked.
– The two friends who came as newsreporters from Holland to our school – more thanks to them for what they did. We hope from them to give out many fruits to our school projects from Holland.
– The parental cooperation done to us frequently show reality between you and us to be true brothers in vain and faith through our Lord and his son Jesus who is now struggling to arrange our true future lives.
– In case of thanks, only the almighty God can measure our deep thanksfulness to you.
– Wish you a warm God blessing on your way back to Holland to the family of Lejofonds, friends of ours there, we only hope not to cease cooperations.
For God and our country Uganda. Amen, Amen, Amen.

Your Kimera Spencer, Director of studies, Your daughter, Headmistress Edith Nabagesera

Daar blijft het niet bij. Directeur Spencer heeft als dank ook nog een speciale gift. Leo krijgt als dank een haan cadeau.

Gods Glory nursery and primary school

Ook van de directeur van Gods Glory nursery and primary school komen dankberichten binnen.

Er is een dankbericht gericht aan de directeur van MY Book Buddy, mevrouw Cathy Spierenburg. Zoals gemeld heeft Gods Glory dit jaar een uitbreidingspakket aan boeken ontvangen van My Book Buddy.

Directeur Stephen schrijft het volgende:

I hereby send you a warm greetings in the name of our Lord Jesus Christ. Actually, the main purpose of this letter is to appreciate you so much for the wonderful support you offered to my School concerning My Book Buddy books you sent us through Mr.Leo and Herma. lnfact, l am very proud of these books because they have uplifted the language development, reading motivation and reading skills to my pupils as far as academic  is concerned. Therefore,l would like to request you to continue having the same spirit of supporting our School and may God reward you the more!

Wat nog onvermeld is gebleven dat wij namens mevrouw Cathy Spierenburg, Gods Glory een door haar zelf geschreven kinderboek hebben aangeboden. De titel van het boek is “My Book Buddy”. Het is een Engelstalig kinderboek. Het verhaal is gebaseerd op de observaties van Cathy Spierenburg in ontwikkelingslanden. Verder schrijft directeur Stephen:

Mr.Leo allow me greet the following people through you what they did for good of my School. They are as follows:-
1.School Bolleberg who contributed a lot to develop our School. May God reward them more and more!

2.Frank and Anita, ambassadors from the Lejofonds who have done also a great deal of work because many people have benefited a lot from the project of Goat to Goat project where Frank and Anita are Ambassadors.Thank you very much! My God reward them what they want most.

Evenals vorig jaar krijgen we ook van kinderen van Gods Glory bedankbriefjes toegestopt.

Andere scholen

Via de projecten Goat to Goat in Seeta Nazigo en Nkonkonjeru werken we samen met Gods Glory nursery and primary school en de Kisimbizi primary school. We ondersteunen deze scholen waar mogelijk.

Dat valt op. We krijgen verzoeken om ook andere scholen te bezoeken. Daar gaan we doorgaans niet op in. We kunnen niet alles.
Soms maken we een uitzondering.

De voorzitster van de projectgroep Goat to Goat in Nkonkonjeru heeft ook bemoeienis met een basisschool. Zij nodigt ons dan ook uit een kijkje te komen nemen in de school. De leerkracht heeft verschillende hoeken ingericht met materialen. Een vooruitstrevend iemand. We zeggen toe de nodige leermiddelen samen te stellen. Onze coördinator nodigt ons uit een kort bezoek te brengen aan een school van een van zijn vrienden. We treffen een zeer goed georganiseerde school aan met de fraaie naam “Brainstorm”. Dat hebben we zo nog niet eerder meegemaakt in Oeganda. Het wekt onze interesse. We laten spel- en leermateriaal achter. Bij een volgend bezoek blijkt dat al het materiaal is ingezet in de praktijk. Tot zover een terugblik op ons verblijf in Oeganda 2015.

Inmiddels hebben we bericht dat de muur rondom de waterpompinstallatie in Nkonkonjeru klaar is.

We zijn druk bezig met het opstarten van een project in Seeta Nazigo i.s.m. EFA. EFA geeft het project de volgende titel: “A village level energy micro-factory”.

Voor de leden van het project Goat to Goat in Nkonkonjeru zijn we bezig met de start van een tentenproject.

Vanaf nu zullen we verdere informatie over de ontwikkelingen van deze projecten en andere activiteiten van het Lejofonds geven via de nieuwsbrieven.



5. Projecten

5.1. Schoon, daar krijg je nooit genoeg van!

Door de projecten Goat to Goat wil het Lejofonds komen tot inkomensverbetering van de aangesloten families waardoor zij het schoolgeld van hun kinderen kunnen betalen.

Daar komt binnenkort het tentenproject in Nkonkonjeru bij en de projecten i.s.m. EFA (Eco Fuel Africa)

Door projecten zoals Solar Cooking en Solar Lighting verbetert het Lejofonds de levensomstandigheden van de mensen.

Door armoede en slechte hygiëne zijn mensen vaak ziek waardoor er geld besteed moet worden aan behandeling en medicijnen. Geld wat er vaak niet is met alle gevolgen vandien.

We hebben dat onlangs nog gezien bij het jongetje Jovan. We treffen hen ziek aan bij zijn oma. Het ventje ziet er belabberd uit.

Oma vertelt dat ze hem pijnstillers geeft. Dat doet ze vaker want het ventje is keer op keer ziek. Een bezoek aan het ziekenhuis wordt niet overwogen. Daar is geen geld voor.

Voor ons is het duidelijk. Het ventje moet naar het ziekenhuis. We regelen het. Jovan krijgt daar direct een bloedtransfusie. Duidelijk is dat iets later ingrijpen fatale gevolgen gehad zou hebben.
De leden van de projecten van het Lejofonds doen weinig aan preventie van ziekten. Het Lejofonds brengt daar sinds 2013 verandering in.

De coördinator onderstreept tijdens de maandelijkse vergaderingen het belang van een goede hygiëne. Het is belangrijk het erf rond het huis goed schoon te houden om malaria te voorkomen.

Er moet een “trash pit” gegraven worden, een kuil waarin het afval komt te liggen.
Families werken met een “plate stand”, zeg maar een afdruiprek voor de afwas. De “tip tap” is geïntroduceerd. Dit is een eenvoudig apparaat om je handen te wassen. De tip tap is waterbesparend. Het kan eenvoudig met de voet bediend worden. Het risico om ziektekiemen op te pakken via de handgreep van een kraan wordt vermeden.

De coördinator bezoekt regelmatig alle families die deelnemen aan de projecten Goat to Goat. Daarbij kijkt hij ook hoe het gesteld is met de hygiene en geeft zonodig advies voor bijstellingen.

Om ook kinderen het belang van een goede hygiëne bij te brengen, heeft het Lejofonds vorig jaar een hygiëneproject geïntroduceerd op Gods Glory nursery and primary school. Zie ook nieuwsbrief 28.

Zeer belangrijk voor de hygiëne is het kunnen beschikken over goede sanitaire voorzieningen. En daar schort het nog aan bij een aantal families in het project.

We bezoeken vijf families die dringend behoefte hebben aan een goed toilet. We geven aan dat we de families ondersteuning willen geven in het bouwen van nieuw toilet, maar dat we eerst willen weten welke bijdrage de mensen zelf kunnen leveren.

Alle families geven aan te zorgen voor het graven van een gat. Dat is geen geringe opgave, want het gat moet 15 meter (!) diep zijn. Bij een familie is het gat al gegraven.
Door geldgebrek is men nooit verder gekomen.

Rebecca wil dolgraag een w.c. Ze heeft niemand die haar kan helpen. Ze is te arm om iemand te huren die het gat graaft. Rebecca is bang dat ze de kans op een w.c. mist en is zelf, buiten ons weten om, begonnen te graven. Ze is al zes meter diep als ze op stenige grond stuit. Ze kan niet verder. Maar ze kan ook niet meer.

We zijn zeer verbaasd als we ontdekken wat ze gedaan heeft. Het is haast onmogelijk. Rebecca heeft zich meer dan genoeg bewezen. Het Lejofonds huurt iemand in om het karwei af te maken.
Rebecca valt op haar knieën van dankbaarheid. Als al haar wensen uitkomen zullen we nog lang leven.
Het Lejofonds heeft inmiddels een vaste aannemer. Met hem maken we afspraken over de bouw van toiletten. De betreffende families zijn groot. We besluiten tot de aanleg van een dubbel toilet. De ruimte voor de toiletten wordt ommuurd zodat deze ruimte als badgelegenheid kan dienen. Met de aannemer bezoeken we nu opnieuw de families. De aannemer kan de situatie in ogenschouw nemen en beoordelen of de gegraven gaten voldoen aan zijn normen.

Het is de families duidelijk dat de bouw doorgaat. Men is dolblij. Vrouwen knielen op de grond . Het God bless you is niet van de lucht.

De volgende dag bezoeken we opnieuw de families, nu met de coördinator. De bouwmaterialen zijn al bij de families gebracht.
De cementzakken worden naar binnengebracht zodat ze niet nat kunnen worden. Het regenseizoen is net begonnen.
Bij één familie is men al begonnen met het metselwerk.
Opnieuw een dag later passeren we Seeta Nazigo op weg naar Nkonkonjeru voor een bezoek aan de Kisimbizi primary school. We kunnen het niet laten even een bezoekje te brengen aan de “w.c.-families”. Een aantal toiletten krijgt al vorm. De mensen worden steeds blijer. De dank steeds groter. God heeft het druk met ons.

5.2. EFA voor Eva’s

We hebben bijeenkomsten achter de rug met vertegenwoordigers van EFA (Eco Fuel Africa), in zowel Seeta Nazigo als Nkonkonjeru.

In Seeta Nazigo is Moses Sanga, oprichter en directeur van EFA, zelf aanwezig. Het is een charismatische man. Hij doet zijn verhaal in de “local language”.
Daar verstaan we niets van. Wat wel opvalt, is de intense aandacht die de aanwezigen voor zijn verhaal hebben.

Moses vertelt eerst wat aan de oprichting van EFA vooraf is gegaan. In grote lijnen hebben we dit verhaal al in het vorige reisverslag gemeld. De reden waarom veel Afrikanen volgens Moses arm zijn, is omdat ze niet hard werken. Men kijkt alleen naar vandaag. Morgen bestaat niet. Het liefst wil men hier alles gratis hebben. Bij de blanken is dat heel anders, is zijn betoog.

Het EFA project in samenwerking met het Lejofonds is bedoeld voor vrouwen. Vrouwen nemen de zorg voor de kinderen op zich. Zij zorgen er zo veel mogelijk voor dat kinderen naar school kunnen gaan.
Geef je mannen geld dan vind je ze ’s avonds terug in de bar met een nieuwe vriendin.

Door hard te werken binnen het project, zal men succes hebben en een inkomen verdienen dat hun leven verandert, betoogt Moses. Mensen op andere plaatsen hebben dit al bewezen.

Het Lejofonds betaalt voor het trainen van de mensen die deelnemen aan het project. De trainingen worden verzorgd door EFA. Het kan niet zo zijn dat de investeringen van het Lejofonds teniet worden gedaan doordat mensen niet met een goede werkhouding in het project staan. Mensen die interesse hebben, moeten ook bereid zijn hard te werken, zo houdt Moses de aanwezigen voor.

Daarna is het woord aan een van de medewerkers van Moses.
Hij legt het proces van houtskool maken uit afval uit.

Je hebt resten van suikerriet nodig, alle soorten gras,droge bananenbladeren, kaf van rijst en nog meer afvalproducten.

In een soort oven wordt het afval half verbrand tot het zwart verkleurt. Het organische materiaal verandert in koolstof.
Het materiaal wordt begoten met water zodat het bezinkt.

Dit materiaal wordt in een machine gemixt met klei, cassave meel of andere stoffen. We noemen het nu char.
De char wordt nu in een machine tot houtskool briketten geperst.

De briketten worden vervolgens buiten te drogen gelegd. Daarna worden de houtskoolbriketten verpakt en verkocht.

Het project kan werk bieden aan een twintigtal mensen. Er zijn mensen nodig die het afval verzamelen. Het afval moet omgezet worden in char. De houtskoolbriketten moeten geperst worden. En tenslotte zijn er verkopers nodig.

Zowel in Seeta Nazigo als in Nkonkonjeru zijn de mensen razend enthousiast over dit project.

Het is nu aan het Lejofonds te bezien welke mensen kunnen deelnemen aan het product en hoe de taakverdeling zal zijn. Daarna kan EFA starten met het geven van de noodzakelijke trainingen.

5.3. My Book Buddy verrast Gods Glory

My Book Buddy richt speciale bibliotheken in, op scholen voor kansarme kinderen in ontwikkelingslanden.
De kinderen nemen in een speciaal rugzakje wekelijks een door hen zelf gekozen boek mee om thuis te lezen.

Het Lejofonds heeft vorig jaar met succes een aanvraag bij My Book Buddy ingediend voor Gods Glory nursery and primary school. In overleg met My Book Buddy is destijds besloten dat het Lejofonds voor My Book Buddy de implementatie verzorgt.

We zijn een jaar verder. De school houdt nu in het kader van My Bookk Buddy een voorleeswedstrijd. We zijn daarbij uitgenodigd.

Wanneer we bij Gods Glory aankomen voelen we al een zekere spanning. Overal staan groepjes kinderen te lezen. Leekrachten geven de laatste aanwijzingen.
Op een teken verzamelen alle kinderen zich in de gemeenschapsruimte. Uit de verschillende klassen zijn vier voorleesgroepen samengesteld die het tegen elkaar opnemen. Elke groep heeft een naam van een voor de school belangrijk persoon of personen. Zo is er ook een Leo en Herma groep.

Voordat de voorleeswedstrijd begint, is er nog een poppenkastspel, verzorgd door de kleuters. Zie nieuwsbrief 28 wat betreft de herkomst van deze poppen.

Wanneer er bij de voorleeswedstrijd een kind voor de Leo en Herma groep in het strijdperk treedt, zorgt Herma ervoor dat het een feestelijk hoedje op krijgt. Het is niet duidelijk of het aan de hoedjes ligt of de kwaliteit van het voorlezen, maar de Leo en Herma groep zijn de uiteindelijke winnaars.

Leo en Herma, het lijkt alsof ze erop gerekend hebben, belonen de winnaars met een leuke prijs. Voor de gehele school heeft Leo nog een flinke verrassing.

Na een rapportage aan My Book Buddy over de leeservaringen in het eerste jaar is besloten tot uitbreiding van de klassenbibliotheek. Leo en Herma mogen namens My Book Buddy een grote doos vol nieuwe boeken aanbieden. Daar wordt zeer enthousiast op gereageerd. De leeshonger op Gods Glory is groot. Nieuwe voeding is zeer welkom.



4. Ondernemen

4.1. Er staat iets heel moois te gebeuren

In nieuwsbrief 27 en 28 hebben we aandacht besteed aan EFA.

EFA staat voor Eco Fuel Africa. Het is een Oegandese organisatie die samenwerkt met lokale gemeenschappen in Afrika om boerderij- en huishoudelijk afval om te zetten in schone brandstofbriketten en organische meststoffen.



Stichter van Eco Fuel Africa is Moses Sanga uit Oeganda.

In 2009 reist hij naar zijn dorp om zijn moeder te bezoeken. Onderweg komt hij zijn 12-jarig zusje tegen. Zij draagt een bundel hout op het hoofd. Bij het zien van Moses begint ze te huilen.

Ze vertelt dat ze die dag de school gemist heeft . Ze heeft 10 km moeten lopen om brandhout voor de familie te kopen.

Ditzelfde overkomt miljoenen arme meisjes in Afrika. Ze moeten vaak lange afstanden afleggen om aan brandhout te komen, met alle gevaren van dien.

Afrika wordt zo in rap tempo ontbost. Jaarlijks gaat meer dan 4 miljoen hectare bos verloren. Ontoelaatbaar in de ogen van Moses Sanga. Hij heeft besloten zijn verdere leven te wijden aan het oplossen van dit probleem.

Dit heeft geleid tot de onderneming Eco Fuel Africa ( EFA.)

EFA gebruikt een deel van de opbrengsten om bomen te planten.

EFA werkt volgens het microfranchising model. Een “micro-factory” binnen een “community” creëert tenminste 20 duurzame banen.

We hebben een gesprek gehad met Moses Sanga. Doel daarvan is de mogelijkheden te bezien om tot een samenwerking te komen tussen EFA en het Lejofonds om een werkgelegenheidsproject te starten in Seeta Nazigo en Nkonkonjeru voor de leden van de projecten Goat to Goat.

We zijn tot een principe akkoord gekomen. De eerstvolgende stap is nu dat mensen van EFA ons werkgebied gaan verkennen om te bezien of de omstandigheden de haalbaarheid van een project niet belemmeren.

Verder zullen er vergaderingen belegd worden met de leden van de projecten Goat to Goat voor een eerste kennismaking. Het Lejofonds krijgt uiteindelijk een rapport met de bevindingen van de EFA vertegenwoordigers. In dit rapport is ook een kostenplaatje opgenomen.

Over ruim een week zijn de bijeenkomsten met de leden van de projecten Goat to Goat. Dan weten we meer. Er staat iets heel moois te gebeuren.

Het gesprek met Moses Sanga was bij hem thuis. Naderhand lopen we het erf rond.

Daar liggen de nodige briketten te drogen. In een schuur worden de briketten verpakt.

4.2. Faizal gaat naar school. Een hele onderneming!

In reisverslag 1 verhalen we over de ontmoeting met Faizal, een dove jongen van zeven jaar, die nog nooit een school van binnen heeft gezien. Hij heeft het daar best moeilijk mee. Al zijn vriendjes gaan naar school. Voor hem is die mogelijkheid er niet. We besluiten dat Faizal met steun van het Lejofonds een kans op onderwijs moet krijgen. Dat betekent dat hij naar de dovenafdeling gaat van de Bishop Westschool in Mukono en daar intern zal zijn.

Bij de Bishop Westschool halen we een papier op waar alle benodigdheden op staan die aangeschaft moeten worden, wil je toegelaten worden. En dat is nogal wat. Twee binnenvegers, twee buitenvegers en daarnaast nog een “luiwagen”. Het lijkt erop dat schoonmaken een belangrijk onderdeel is van het lesrooster.

Vier staven zeep elk bestaande uit vier blokken zeep. Daarnaast nog een kilo waspoeder. En dit alles voor 1 trimester!

De haren van elk kind zijn gemillimeterd om luisproblemen e.d. te voorkomen. Toch is de aanschaf van een kam noodzakelijk. En scheermesjes! We weten inmiddels dat scheermesjes multifunctioneel zijn. Je kunt er de potloden mee aanscherpen, maar ook de nagels worden er mee “geknipt”.

We kunnen dus boodschappen doen. De meest onlogische dingen op de lijst laten we achterwege.

Alle inkopen gaan in een metalen kist, die Faizal straks bij zich heeft. Op de binnenkant van de deksel hebben we enkele foto’s geplakt. Daniel, onze coördinator heeft Faizal met zijn pleegmoeder en halfbroer opgehaald op een afgesproken plek in Mukono. Nu worden wij opgehaald.

Faizal loopt op te kleine voetbalschoenen. Zijn hakken steken boven de schoenen uit. Gelukkig hebben we ook schoenen gekocht naar zijn maat. Lopen is niet langer een probleem. We brengen alle spullen naar de auto. Vlak voor vertrek loopt Faizal naar de omheining. De spanning loopt op voor hem. Hij moet een plasje plegen. We melden ons bij Veronique, het hoofd van de dovenafdeling. Zij doet een onzinnig testje en besluit dat Faizal naar de pre-school moet. Daar waren wij al bang voor. We willen Faizal in primary 1 geplaatst hebben. Na het nodige gesoebat wordt Monica, de leerkracht van groep 1 erbij gehaald. Die kennen we nog beter. En dus lukt het ons Faizal in groep 1 geplaatst te krijgen.

Monica zoekt direct contact met Faizal. Voor ons is het verbazend te zien hoe goed Faizal de gebarentaal van Monica verstaat, terwijl hij geen gebarentaal geleerd heeft.

Monicia kijkt aandachtig naar de gezichtskenmerken van Faizal. Dit is de basis om Faizal een naam in gebarentaal te geven. Faizal is al die aandacht van de volwassenen niet gewend. Hij wordt zichtbaar verlegen. En de kermis is nog lang niet afgelopen.

We gaan naar de auto om alle spulletjes uit te laden. Daarna is het in optocht naar de administratie. Daar mogen we voor Faizal het schoolgeld betalen.

Vervolgens wordt gecontroleerd of alles spulletjes die zijn voorgeschreven daadwerkelijk zijn aangeschaft. Kennelijk durft Veronique geen nieuwe confrontatie met ons aan, want alles wordt goedgekeurd. Nu kunnen we naar het kantoor van de adjunct-directeur. Dit blijkt tevens de uniformenafdeling te zijn. De adjunct-directeur haalt stapels kleren tevoorschijn waaruit uiteindelijk uniformkleding van de juiste maat tevoorschijn komt. De optocht zet zich weer in beweging op weg naar de laatste halte, de jongensslaapzaal. Daar wordt een bed voor Faizal opgemaakt. In een hoekje moet Faizal zich omkleden. Hij moet nu een uniform aan. Faizals broer helpt hem daarbij. In zijn uniform lijkt het of Faizal gekrompen is. Er staat een veel kleiner ventje voor zich. Of is Faizal zijn laatste stukje zekerheid verloren en moet hij op zoek gaan naar een nieuw houvast. Het is tijd om afscheid te nemen. Dat gaat anders dan bij ons. Van een omhelzing of een kus is geen sprake. Moeder zwaait even kort vanuit de verte. Broerlief geeft een bemoedigende tik. Dat is alles.

Faizal krijgt een bord pap. Hij kan bijkomen van alle emoties. Vijf dagen later is het “parents day”. We zijn benieuwd hoe het Faizal is vergaan. Dus is het op naar de Bishop Westschool. We nemen nog een paar vergeten spulletjes voor Faizal mee.

Wanneer we bij school aankomen werkt de tam-tam razendsnel. Verbazingwekkend hoe snel de dove kinderen weten voor wie we komen. Ze “gidsen’” ons naar Faizal. Hij ziet er goed uit.

Met Faizal gaan we naar Monica, zijn leerkracht. Van Monica krijgen we te horen dat Faizal geïnteresseerd is in schoolzaken maar dat nog veel langs hem heen gaat omdat hij de “pre-school-class” gemist heeft. Maar ze heeft er vertrouwen in dat ze stapje voor stapje Faizal de nodige kennis kan bijbrengen.

We gaan naar de slaapzaal om o.a. een deken te brengen. Er hangen nu de nodige muskietennetten boven de bedden. Dat is wel eens anders geweest. “Parents day” zal daar ongetwijfeld een steentje aan hebben bijgedragen.

Tot onze grote vreugde zien we (pleeg)moeder en broer van Faizal aan komen lopen. Het weerzien met Faizal is allerhartelijkst om niet te zeggen ontroerend. In de klas bekijkt men samen de leerresultaten van Faizal Met moeder hebben we afgesproken dat zij lid wordt van het project Goat to Goat van het Lejofonds en straks ook deelneemt aan het tentenproject in Nkonkonjeru. Daarmee zal zij op den duur genoeg inkomsten verkrijgen om zelf garant te staan voor het betalen van het schoolgeld voor Faizal.

4.3. Gelukkig met Afripads maar het blijft een geheim!

Afripads is een pakketje wasbaar maandverband ontworpen om effectieve en hygiënische menstruele bescherming te bieden voor maximaal één jaar (12 cycli). De Afripads zijn comfortabel, kostenbesparend en milieuvriendelijk.

In 2014 hebben we Afripads als proef beschikbaar gesteld voor de meisjes op het internaat van Gods Glory. Een kort verslag van een leerkracht leert dat “The demand for the pads by the girls has been alarming”. Zie nieuwsbrief 27!

N.a.v. dit bericht komen gelden binnen die de aanschaf van 65 sets Afripads mogelijk maken.

Onderzoek op zowel de Gods Glory nursery and primary school en de Kisimbizi primary school maakt duidelijk dat dit aantal genoeg is om alle meisjes die daarvoor in aanmerking komen te bedienen.

Voor het bijwonen van een vergadering met ouders zijn we op de Kisimbizi primary school. Met de “headmistress” maakt Herma een afspraak om daarna met de meisjes die in aanmerking komen voor Afripads een gesprek te hebben.

Herma wil iets meer te weten te komen over de huidige omstandigheden. Wanneer Herma het lokaal binnenkomt zitten de meisjes samen met een “headmistress” in een kring, dicht tegen elkaar aan. Herma geeft aan waaarom ze hier is en heeft een aantal vragen.
Het is duidelijk dat de meisjes het erg moeilijk vinden om over hun “monthly periode’ te praten.

Als Herma over eigen ervaringen vertelt, hangt men aan haar lippen. De lichaamstaal verraadt dat de verhalen herkenbaar zijn. De eerste menstruatie blijkt voor velen een schrik te zijn. Het is een onverwachte gebeurtenis. Bij het zien van bloed is het huilen geblazen. Moeder is nu verplicht meer duidelijkheid te geven.

De menstruatie wordt zoveel mogelijk verborgen gehouden voor broertjes of zusjes.

Vodden dienen als maandverband. Na gebruik worden de vodden gewassen en opnieuw gebruikt.

Wordt een meisje ongesteld tijdens de les dan kloppen ze voor hulp aan bij de headmistress. Deze heeft niets klaarliggen en gaat dan op zoek naar wat lappen of vodden.

Herma deelt de Afripads uit. Iedereen is erg blij met de Afripads. Een drietal leerlingen durft er niet mee naar buiten te gaan. Ze geven de Afripads af aan de headmistress. 1 leerling stopt haar pakket in haar sokken. Alle anderen verstoppen de Afripads in hun uniform.

Wanneer de meisjes naar buiten gaan. is er geen pakketje Afripads te zien.

Daarvoor vraagt Herma of ze het op prijs stellen nog eens een vervolggesprek te hebben. Het antwoord is eensgezind YES, met hoofdletters.

4.4. Een dag op de Kisimbizi primary school

Er staat een dagje Nkonkonjeru op het programma. De waterpompinstallatie voor de Kisimbizi primary school wordt aangelegd. Na een week krijgen we het verrassende bericht dat het waterniveau al bereikt is. We moeten een en ander verder op beeld vastleggen.

Wanneer we bij de school aankomen, valt onmiddellijk op dat de kinderen nieuwe uniformen aan hebben. Met dank aan het Lejofonds. Of liever gezegd met dank aan de kinderen van de Jozefschool op Texel. Zij hebben via de Vastenactie 2014 de gelden daarvoor bijeengebracht.

Bij de werkplek kijken we in het diepe gat dat gegraven is. Tot onze verbazing zien we dat de stenen muur al tot grote hoogte gemetseld is. Hier is hard gewerkt. Mister Spencer heeft ons inmiddels op zijn eigen wijze, enthousiast vriendelijk, begroet. Er wachten verschillende ouders op ons. Dat aantal groeit. Zij zijn speciaal gekomen om ons te bedanken voor alles wat het Lejofonds gedaan heeft voor de school en de gemeenschap.

Stiekem denken we, eigenlijk weten we het wel zeker, dat iemand de ouders heeft ingefluisterd te komen. We weten ook wel wie.

We hebben een geanimeerd gesprek met de ouders. Duidelijk is dat de nieuwe school die vorig jaar tot stand is gebracht dankzij het Lejofonds aantrekkingskracht heeft op ouders. Dat “muzungu’s (blanken) betrokken zijn bij de school wordt ook als voordeel gezien.

Met directeur Spencer maken we vervolgens een rondje langs de klassen. Bij P7 vragen we wie ons iets kan en durft te vertellen over zijn of haar dagelijkse leven. Het blijft een poosje stil. Na de nodige aanmoedigingen gaat er aarzelend een vinger de lucht. En even later nog een paar. Het lijkt ons prima een gesprek te hebben met deze drie kinderen.

Maar dan blijkt ineens dat de hele klas mee wil doen. We maken een kringopstelling. We vragen naar gewone dingetjes zoals de tijd van opstaan, de afstand naar school, de bezigheden in de vrije tijd.

Het blijkt toch nog moeizaam om tot een echt gesprek te komen. Duidelijk wordt wel dat veel kinderen erg vroeg opstaan. Teveel kinderen gaan zonder eten naar school waar ze dan met een rammelende maag zitten. Vaak moet er een grote afstand overbrugd worden. Er is een leerling die ruim 1 ½ uur tot 2 uur moet lopen om bij school te komen. De school stopt om vijf uur ’s middags. Als je dan nog zo’n afstand moet lopen, kom je thuis als het al donker wordt.

We zijn ook speciaal voor de kleuterklas gekomen. Met het meubilair van het Lejofonds en ook het opgehangen leer – en plaatmateriaal ziet de klas er al on-Oegandees mooi uit. Toch wil we het lokaal nog verder verfraaien.

Op de achterwand schilderen we twee giraffen en een meisje met een paraplu.
De speciaal voor deze klus gekochte kwasten zijn van een dergelijke kwaliteit dat we de aangebrachte belijningen niet volledige durven in te “kleuren”. Daarvoor zijn betere kwasten nodig. En dus krijgt ons bezoek aan de Kisimbizi primary school een vervolg.

Een paar dagen later, het is zondag, zijn we terug op de Kisimbizi primary school.
Ook op zondag gaat het werk voor de waterpompinstallatie gewoon door. Daar nemen we allereerst een kijkje. Het blijft fascinerend om te zien hoe men te werk gaat.

Maar de schilderingen wachten. Met nieuwe, geschikte kwasten kan het karwei geklaard worden. We maken er zelfs nog nieuwe schilderingen bij. Tijdens het schilderwerk krijgen we alle aandacht van de kinderen die op de “boarding’ zitten. Dat verandert als Hermal loombandjes tevoorschijn haalt en uitlegt wat de bedoeling is.

Voor de kinderen bestaan er nu alleen maar loombandjes. Er wordt keihard gewerkt. Het is doodstil in het lokaal. Van de weeromstuit fluisteren de kinderen als ze iets te zeggen hebben.

Af en toe bewonderen we de resultaten. De kinderen zijn apetrots. De pret is uit als al het meegebrachte materiaal op is. In ons huis in Mukono hebben we dankzij een gift uit Nederland nog dozen vol loombandjes staan. Wat kunnen we daar nog veel kinderen een plezier mee doen.

4.5. Facebook

Tussen de periode dat reisverslagen uitkomen, publiceren we korte berichtjes, vergezeld van een foto op Facebook.

Het Lejofonds bouwt toiletten
Het Lejofonds houdt het project Goat to Goat om te komen tot een structurele verbetering van het inkomen van de leden. Daardoor zijn de leden in staat schoolgeld voor de kinderen te betalen. Onderwijs wordt mogelijk.

Education is the most important weapon to change the world (Nelson Mandela)

Ziek zijn kost veel geld aan behandeling en medicatie. Voorkomen van ziekten is erg belangrijk om te vermijden dat de inkomensverbetering te niet wordt gedaan.

Hygiëne is noodzaak. Een goede w.c. is van belang, evenals het bezitten van een “badruimte”.

Het Lejofonds maakt de bouw van een toilet annex “badruimte” mogelijk voor leden die in dat opzicht in een onmogelijke situatie verkeren.



Water halen
Overal zie je mensen met jerrycans sjouwen.
Water moet vaak van ver gehaald worden.

Als deze jongen thuis is, zal de jerrycan misschien half leeg zijn.
Maar hij heeft dan genoten van een lekkere douche.



Het Lejofonds neemt een kijkje in de toekomst
Vandaag bezoeken we een school met de naam “Brainstorm”.
Het motto van de school is “Always forward”.

Deze leerlingen zijn hun tijd vooruit. Het lijkt of ze een voorschot nemen op de toekomst: Voor altijd de jouwe!



3. Werken aan de toekomst

3.1. Bij de beesten af

De belangstelling voor het project Goat to Goat in Nkonkonjeru is groot. Er is een wachtlijst. Mensen die op de wachtlijst staan bezoeken trouw de maandelijkse vergaderingen. Er zijn mensen die bijna een jaar op de wachtlijst staan en trouw alle vergaderingen bijwonen.

Er is nu een distributie van geiten en bokken gepland. Een deel van de beesten komt uit het project Goat to Goat in Seeta Nazigo. Families krijgen bij het begin van het lidmaatschap onder voorwaarden twee geiten en een bok. Een van de voorwaarden is dat zij uiteindelijk drie beesten terug geven.

We bezoeken de families in Seeta Nazigo die een of meerder beesten moeten terug geven. We laten weten wanneer en waar we de beesten verzameld willen hebben. Transport naar Nkonkonjeru gaat per truck.

Daarnaast worden nog beesten aangekocht voor de distributie.

In Nkonkonjeru bezoeken we de kandidaat-leden om te bezien of ze aan alle voorwaarden voldoen. Als dat het geval is, dan kunnen de familieleden beginnen aan de bouw van een stal. Zij krijgen daarvoor een termijn van twee weken.

We bezoeken familie X. We komen aan bij een piepklein huisje. Hier woont een vader met zoontje en dochtertje. De omgeving van het huis, de “compound” is slordig en niet schoon.

Er staan twee raampjes van het huis open. We kunnen niet nalaten even een kijkje te nemen. Het is schrikken geblazen. Wat een puinhoop. Voor ons is het duidelijk. Vader wordt geen lid van het project.

Onze coördinator, oorspronkelijk sociaal werker van beroep, ziet het anders. Hij ziet een man die naast het zorgen van een klein inkomen hard moet werken om het eten te bereiden voor zijn kinderen, de was te doen, de huishouding te bestieren. Hij denkt dat in korte tijd hier grote veranderingen mogelijk zijn.

Hij vertelt vader wat hij van hem verwacht, ook uit het oogpunt van hygiëne.

Vader mag een stal gaan bouwen. Twee weken later zijn we terug. Direct valt op dat de “compound” nu aangeveegd is en er schoon uitziet. Vader is druk bezig met de stal. Hij is die dag thuis gebleven omdat hij de ijzeren platen verwacht die nodig zijn voor het dak. In feite is de stal niet af. Gelukkig voor vader is de distributie met daarbij de maandelijkse vergadering een paar dagen uitgesteld.

We vertellen vader dat we vlak voor de vergadering terug komen en kritisch zullen kijken of de stal af is. Zo niet, helaas, geen beesten en geen lidmaatschap.

We delen wat kleding uit aan de kinderen.
Vlak voor de vergadering met bijbehorende distributie zijn we terug bij de familie. De “compound” ziet erg keurig en schoon en aangeveegd uit. Vader heeft de verantwoordelijkheid ervoor aan zijn oudste dochtertje gegeven. Dat heeft ze uitstekend opgepakt.

De raampjes staan weer open. Stiekem kijken we weer even naar binnen. Ook hier is het een metamorfose.

De stal is klaar. Vader is er zichtbaar trots. Wij zijn trots op vader en dat laten we hem weten ook.

Tijdens de vergadering wordt hij met applaus verwelkomd als nieuw lid.

Bij de distributie krijgt vader via loting, toeval of niet, een paar van de beste beesten.

3.2. Bericht Guido en Maaike na bezoek Lejofonds

In reisverslag 2 hebben we uitvoerig bericht over het bezoek van twee journalisten, Guido en Maaike, aan het Lejofonds in Oeganda.

Twee dagen na hun bezoek laten zij de volgende email uitgaan:

‘Het geeft een kick als het lukt’  
Na zes initiatiefnemers gesproken te hebben, beginnen we wat patronen te herkennen. Waar mensen ook mee bezig zijn, het gaat beslist niet zonder slag of stoot. We horen verschillende verhalen over financiële kopzorgen. Een sociale onderneming in wording heeft wel achttien betaalde krachten, maar nog een tegenvallende afzet. En bij een weeshuis zijn 24 kinderen en 21 werknemers afhankelijk van moeizame fondsenwerving in Nederland. Andere initiatiefnemers opereren in een omgeving waar mensen zo weinig hebben dat ze af en toe een graantje proberen mee te pikken. Elke initiatiefnemer is wel een keertje bedonderd, al dan niet met grote financiële gevolgen. En toch gaan ze door. “Als iets lukt geeft het een kick”, zeggen Leo en Herma van het Lejofonds. Charlotte van de PIP-foundation merkt dat de veerkracht van Kenianen iets met haar doet. “Ik voel me hier meer thuis dan in Nederland.” Gerard, die met zijn vrouw een thuiszorgproject runt voor arme gezinnen in Zuid-Oost Kenia, geniet enorm van wat hij in gang zet. “Ik doe dit ook voor mezelf. Maar dat mag je in Nederland niet zeggen.” Wij vragen ons af of mensen de kracht zouden hebben om door te gaan als ze het niét ook voor zichzelf zouden doen.

3.3. Met behulp van tenten en stoelen gaan kinderen naar school (2)

Vorig jaar hebben een aantal vrouwen van het project Goat to Goat een plan ingediend bij het Lejofonds om te komen tot een duurzame ondersteuning voor het mogelijk maken van onderwijs voor de kinderen van de projctleden. We hebben daar over bericht. Het plan is niet van de grond gekomen, mede door een gebrekkige communicatie na ons vertrek uit Oeganda.

We hebben opnieuw met elkaar gesproken.

Probleemstelling
Het project Goat to Goat van het Lejofonds in Nkonkonjeru loopt nu twee jaar. De leden van het project zijn het Lejofonds erg dankbaar voor dit initiatief. Ze ervaren er de voordelen van.

De leden realiseren zich dat het project een bijdrage levert om de benodigde schoolgelden voor de kinderen te betalen. Als nadeel wordt ervaren dat het lang duurt voordat er gelden vrijkomen terwijl het schoolgeld elke drie maanden betaald moet worden.

Daarom komt de groep gezamenlijk met een voorstel wat een meer duurzame oplossing biedt voor het verkrijgen van de benodigde schoolgelden in een kortere periode.

De groep doet een verzoek over middelen te kunnen beschikken om tenten en stoelen aan te kunnen schaffen. Het is de bedoeling de stoelen en tenten te verhuren aan derden bij het houden van verschillende ceremonies.

In Nkonkonjeru zijn weinig groepen die tenten en stoelen verhuren voor officiële ceremonies. Als er tenten verhuurd worden dan is de huurprijs hoger dan de prijs die de groep wil hanteren. Doordat de prijs lager ligt, kan de groep meer klanten krijgen. Een klant zal voor een lagere prijs gaan, is de gedachte.

Er is een plek is voor de groep, ook omdat de leden bekend zijn in Nkonkonjeru. Leden van de groep zijn lid van verschillende organisaties. Elk lid heeft zijn eigen netwerk, bestaande uit familie, vrienden en kennissen.

De groep wil modern materiaal aanbieden. De markt vraagt daarom.
Men wil niet langer gebruik maken van lokaal gemaakte tenten.
In Nkonkonjeru zijn het hele jaar door ceremonies. Er worden verschillende ceremonies gehouden bij de verschillende instellingen en personen, zoals diploma-uitreikingen, verjaardagen, jubilea, bruiloften, doopfeesten, begrafenissen en culturele evenementen. In alle gevallen zijn hiervoor stoelen en tenten nodig.

Kosten

Twee tenten, 2.500.000 Ush per stuk 5.000.000 Ush
Tweehonderd stoelen, 23.000 Ush per stuk 4.600.000 Ush
Transportkosten 200.000 Ush
Totaal 9.800.000 Ush

De groep kan zelf een bijdrage van 1.568.000 Ush leveren. Dit houdt in dat het uiteindelijke benodigde bedrag 8.232.000 Ush is. Dit is ongeveer 2500 euro.

Berekening opbrengst
De groep gaat ervan uit dat in het eerste half jaar tenminste 1x per maand de stoelen en tenten verhuurd kunnen worden.

Verhuur 2 tenten: 2 x 100.000 Ush 200.000 Ush
Verhuur 200 stoelen: 200 x 500 Ush 100.000 Ush
Totaal per maand 300.000 Ush
Verwacht omzet in de eerste 6 maanden: 1.800.000 Ush

Na zes maanden is een zekere naamsbekendheid opgebouwd. Uitgangspunt is dat het materiaal de volgende zes maanden twee keer per maand verhuurd kan worden. De omzet in de tweede helft van het jaar komt dan op 3.600.000 Ush.
De totale omzet in het eerste jaar komt daarmee op 5.400.000 Ush

Het tweede jaar zal de verwacht omzet tenminste 7.200.000 Ush zijn.
Het Lejofonds is bereid via crowdfunding de benodigde gelden bij elkaar te brengen onder de voorwaarde dat de helft van de opbrengst over twee jaar gereserveerd wordt voor het mogelijk maken van onderwijs voor gehandicapte kinderen.

De groep gaat daar mee akkoord.

De komende tijd gebruiken we om de verdere details met de groep uit te werken.

2500 euro moet er komen. Wil iemand nu al een financiële bijdrage leveren dan verwijzen we naar de rubriek “Doneren” op de site van het Lejofonds. Daar staan verschillende mogelijkheden hoe dat kan. Een email naar leoannyas@gmail.com is ook altijd mogelijk.

3.4. Zaden voor voedsel

Eind 2014 wordt het Lejofonds benaderd door een vertegenwoordigster van het project “Zaden voor voedsel”.

Zij schrijft in een email het volgende:

In 2005 werd het project ‘zaden voor voedsel’ opgericht.  Het idee is simpel: zaden van groenten en fruit die hier gegeten worden niet weggooien maar wassen, drogen en bezorgen aan mensen in ontwikkelingslanden zodat zij een eigen groententuin, schooltuintje, enz kunnen beginnen en zo worden voorzien in een blijvende voedselbron. Het project was gestart en werd geleid door Willem Van Cotthem, professor aan de Gentse Universiteit.  Enkele jaren geleden kon Willem door gezondheidsredenen niet meer verder doen.  Enkele dames in België en Nederland namen het op zich inzameladres te worden en krijgen nog steeds veel zaden toegestuurd door een meute enthousiaste spaarders.

We zijn weer actief op zoek naar projecten om deze zaden aan te doneren.
We werken als volgt: als iemand uit België of Nederland naar een ontwikkelingsproject reist, nemen die de nodige zaden mee om daar uit te delen.

Mochten jullie hierin geïnteresseerd zijn, mail naar info@zadenvoorvoedsel.be.

We hebben gereageerd. Dat betekent dat we met ruim drie kilo zaden, keurig gesorteerd door “Zaden voor voedsel” zijn afgereisd naar Oeganda.

De eerste persoon die we blij hebben gemaakt met de zaden is directeur Spencer van de Kisimbizi primary school in Nkonkonjeru. Hij heeft een schooltuin aangelegd en kan daarvoor de zaden heel goed gebruiken. Het regenseizoen staat te beginnen. Hij kan er dus al gauw mee aan de slag. Ook de leden van het project Goat to Goat in Seeta Nazigo zijn blij verrast met het aanbod. Datzelfde geldt voor de leden in Nkonkonjeru. De distributie van de geiten en bokken is een belangrijk gebeuren van de maandelijkse vergadering, wat niet wegneemt dat er ook volop belangstelling is voor de meegebrachte zaden. We hopen t.z.t. foto’s te kunnen laten zien van de resulaten.

Wie meer informatie wil over het project “Zaden voor voedsel” verwijzen we naar de volgende site: www.zadenvoorvoedsel.be

3.5. Facebook

Tussen de periode dat reisverslagen uitkomen, publiceren we korte berichtjes, vergezeld van een foto op Facebook. Na reisverslag 2 zijn de volgende berichten met foto op Facebook verschenen:

Terug in Oeganda
Na een lange reis zijn we nu weer terug in Oeganda.
Evenals vorige keer wordt bij aankomst in Entebbe gecheckt of we geen ebola hebben.
We moeten een vragenlijst invullen. Onze handen worden gesprayd. Er wordt gemeten of we geen koorts hebben.



Het Lejofonds zorgt voor een waterpomp
Dankzij het Lejofonds wordt de bouw van een waterpompinstallatie voor de Kisimbizi primary school in Nkonknojeru mogelijk.

Geploeter en gesjouw met zware jerrycans over een lange afstand, over vaak steile,glibberige paadjes, is binnenkort verleden tijd.

Vandaag is men met het graafwerk begonnen



Het Lejofonds bezoekt families Goat to Goat
Vandaag bezoeken we families van het project Goat to Goat.
Soms zijn mensen niet thuis. Ze werken op het land.
Een gehandicapt kind wordt dan noodgedwongen alleen thuis gelaten.




Parents meeting Gods Glory
We zijn gastspreker op een ouderbijeenkomst van Gods Glory primary school.

Het Lejofonds heeft flink geïnvesteerd om te komen tot een verbetering van de gebouwensituatie. We onderstrepen nu dat er gelden moeten worden gereserveerd voor onderhoud.

De enige inkomsten van de school zijn de schoolgelden, betaald door de ouders.
Geld reserveren voor onderhoud betekent automatisch verhoging van de schoolgelden.





Koe vervangt geiten
Steeds meer families in het project Goat to Goat verkopen hun geiten, met toestemming van het Lejofonds, om daarvoor in de plaats een koe aan te schaffen.



Project Goat to Goat Lejofonds
Voor het project Goat to Goat van het Lejofonds bezoeken we verschillende families.

Onderweg worden we getrakteerd op onweer, forse regenbuien en tot onze verbazing ook een fikse hagelbui.

Hagel in Oeganda. Frisse temperaturen.



Het Lejofonds bezoekt families Goat to Goat
We bezoeken alle families die deelnemen aan het project Goat to Goat, zowel in Seeta Nazigo als Nkonkonjeru.

Het algemene beeld is dat er een flinke verbetering is wat betreft het schoonhouden van de stallen en de “compound”.

Het is een uitzondering dat je je afvraagt of de stal binnen is.

Om meerdere redenen is deze familie verwijderd uit het project.



Jackfruit
We schilderen een giraffe op de muur van de kleuterklas van de Kisimbizi primary school.

Als dank voor bewezen diensten krijgen we jackfruit aangeboden. Jackfruit

3.6. Jaarverslag 2014

Op 11 januari hebben we het jaarverslag van het Lejofonds over 2014 gepubliceerd. Daarmee zijn we erin geslaagd het jaarverslag uit te laten komen voor ons vertrek naar Oeganda.

Gezien de tijd die ons ter beschikking stond, is het niet mogelijk gebleken toen al een officiële verklaring over de financiële paragraaf op te nemen. Die verklaring is er inmiddels.



2. Terug in Oeganda

2.1. Katongole, terug bij af.

In de “Terugblik Oeganda 2010” schrijven we: “Dit jaar hebben we ervoor gezorgd dat zeven dove kinderen uit hun isolement zijn gehaald en nu onderwijs krijgen op de dovenafdeling van de Bishop Westschool.” Zij zitten daar op het internaat.

Een van de zeven kinderen is Katongole. Al gauw blijkt dat Katongole weinig zitvlees heeft en niet al te veel interesse heeft in schoolse zaken. Hij is het liefst buiten. Als hij de kans schoon ziet, verlaat hij het schoolterrein want de wijde wereld heeft Katongole veel interessants te bieden.

Het Lejofonds heeft het schoolgeld voor het eerste jaar betaald. Ook hebben families een geit gekregen om mee te fokken. Na het eerste jaar wordt van ouders verwacht dat zij de zorg voor hun kind en daarmee ook de betaling van het schoolgeld op zich nemen. Dat komt te vroeg. Het Lejofonds is bereid langer ondersteuning te geven. De ouders van Katongole krijgen een paar varkens zodat sneller geld gegenereerd kan worden.

Katongole is met enige regelmaat ziek. De school trommelt in dat geval de ouders op. Zij moeten het kind mee naar huis nemen om uit te zieken.

De ouders van Katongole hebben daar al gauw genoeg van. Als vader ook zonder toestemming de varkens verkoopt betekent dit het einde van de ondersteuning. En al gauw blijkt dit ook het einde van de schoolloopbaan van Katongole.

We zien Katongole vanaf die tijd overal en nergens opduiken in een naburig dorp en altijd bedelend om geld. Er wordt lacherig over Katongole gedaan. Hij verwordt tot een dorpsgekje.

Het is pijnlijk om te zien. In een vorig reisverslag hebben we verhaald hoe een andere dove jongen, James, met behulp van het Lejofonds succesvol een opleiding tot timmerman heeft afgerond op een school voor voorbereidend beroepsonderwijs.

Het lijkt ons ook een ideale school voor Katongole.

We gaan naar het huis van Katongole. De familie blijkt er niet meer te wonen. Oma blijkt langdurig ziek te zijn geweest en is inmiddels overleden. Vader heeft veel geld uitgegeven voor behandelingen van oma, ook in het ziekenhuis. Hij heeft zich in de schulden gestoken, kon die niet op tijd terugbetalen en al helemaal niet de boetes die daarop volgden.

De familie werd gedwongen het huis te verkopen. We komen terecht bij een nieuw onderkomen, veel te klein om het grote gezin te herbergen.
De ouders zijn niet thuis. Met een oudere zus bespreken we ons voorstel. We spreken af de volgende dag met Katongole en zijn zus een kijkje op de nieuwe school te nemen.

Voordat we vertrekken delen we nog kleding uit.
De volgende dag staat Katongole ons op te wachten in het oude uniform van Bishop West. De ouders zijn thuis en ook de kinderen. Negen kinderen telt het gezin. Twee kinderen gaan niet naar school, James van 5 en Dirisa van 8 jaar oud. Ze zijn terug gestuurd want ze hebben geen schoenen en ook een uniform ontbreekt.

Deze kinderen hebben pech. Het geld is op. Herma haalt haar notitieblok tevoorschijn en laat de twee kinderen er een voet op zetten. Zij tekent de omtrek.

In de auto schrijven we wat woordjes op papier en proberen zo contact te krijgen met Katongole. Hij heeft geen oog voor de tekst en zet alleen wat krabbels neer. Als we daar vervolgens tekeningen van maken heeft hij schik. Hij blijft krabbelen. Wij blijven tekenen. Woordjes schrijven heeft geen zin. Katongole kan niet lezen of misschien is alles weg gezakt.
Op school worden we hartelijk ontvangen. James is ook aanwezig. Hij begroet Katongole heel hartelijk.
De manager van de school is ervan overtuigd dat de school Katongole goed kan begeleiden. De opleiding is praktisch gericht. Ook de leerkracht van James, hij kent intussen al aardig wat gebarentaal, denkt Katongole op te kunnen leiden tot timmerman, zelfs nu blijkt dat hij niet kan lezen.

We besluiten gezamenlijk dat Katongole drie dagen de school bezoekt. Zo kan onderzocht worden hoe Katongole het beste begeleid kan worden.

En we besluiten dat Katongole direct maar op school moet blijven. De oudere zus kan terug naar huis om nachtkleding en wat toiletspullen op te halen.

We nemen afscheid van Katongole. Hij staat wat beteuterd te kijken. James ontfermt zich over Katongole. Via gebarentaal kan hij contact maken.

De volgende dag ontvangen we al vroeg het volgende mailtje van onze coördinator:

There are problems with Katongole. The manager did not sleep because Katongole spent the whole night unsettled, crying, making noise, moving from here and there.
He refused to eat. Today when he was taken to the workshop he was just crying all the time. The teacher said he does not understand any sign language. Sometimes he behaves like he is possesed by evil spirits.

So they phoned the sister of Katongole that she must go to the school because they could not understand Katongole.

The sister phoned me and i told her to immediately visit Katongole to see what the problem was.

When she reached the school i talked to the manager and the teacher and they  told all that. So they said they will not manage Katongole. The sister came back with him. So he is back home.

We zijn dus terug bij af.

Twee dagen later bezoeken we de familie. We hebben schoenen bij ons voor James en Dirisa.
We betalen voor de uniformen. James en Dirisa kunnen nu in elk geval terug naar school.

Het is een dag na de verjaardag van Katongole. Hij is veertien jaar geworden. Dat is niet gevierd want men is gewoonweg vergeten wanneer Katongole jarig is.

Katongole begeleidt ons als we weer terug lopen naar de auto. Zijn ene hand staat weer voortdurend in de bedelstand.

We zijn terug bij af. Maar dat wil niet zeggen dat de strijd gestreden is.

2.2. Met eigen ogen

Op 28 november 2014 krijgen we via Partin, de branche organisatie voor particuliere initiatieven waar ook het Lejofonds bij is aangesloten, het volgende bericht:

Beste Partin-lid, 
Je ontvangt dit bericht van me omdat ik wil vragen of je mee wilt werken aan een bijzonder project.

Laat ik me eerst even voorstellen. Mijn naam is Guido Castagna.
Ik ben afgestudeerd journalist en na omzwervingen bij verschillende kranten inmiddels een tijdje werkzaam in de communicatie. Nu keer ik terug naar de journalistiek.

Daarom vertrek ik begin volgend jaar voor een aantal maanden naar Oost-Afrika (Kenia, Tanzania, Rwanda, Uganda, Burundi) om daar verhalen te maken over verschillende Nederlandse particuliere initiatieven.

Ik wil onder andere ingaan op wat initiatiefnemers drijft en inspireert; waarom doen ze wat ze doen? Met deze verhalen, die bedoeld zijn voor verschillende media, wil ik een genuanceerder beeld geven van particuliere initiatieven en kleinschalige ontwikkelingssamenwerking.

Mijn ervaring is namelijk dat het brede publiek nog weinig van dit soort initiatieven weet. 

Als je zelf aanwezig bent bij je initiatief tussen februari en mei 2015, zou ik graag nader kennis met je willen maken, zodat ik wat meer over het project kan vertellen en kan bepalen of ik jouw initiatief kan bezoeken.

We melden het Lejofonds aan.

Op 30 december 2014 krijgen we het volgende bericht:

“De afgelopen weken zijn we druk bezig geweest met het bekijken van verschillende initiatieven. De eventuele route die we kunnen nemen en hoe dit allemaal in elkaar past. Het heeft daarom even geduurd, excuses hiervoor, voor we goed konden reageren op je aanbod. Maar we zouden Lejofonds graag opnemen in ons project! …….”

De afgelopen dagen zijn we samen met Guido, die vergezeld is van Maaike, opgetrokken.
De eerste dag, in feite avond, gaat op aan een kennismakingsgesprek.

De volgende dag staat Seeta Nazigo centraal.We bezoeken families van het project Goat to Goat. Daarbij komen vele vragen aan de orde. Wat zijn de opbrengsten van het project? Op welke wijze verbetert het Lejofonds structureel de levensomstandigheden van de mensen? Dit zijn enkele voorbeelden. 03 Gods Glory nursery and primary school staat verder centraal die dag. We kijken naar de verbeteringen van de gebouwen, de aangelegde waterpomp, maar ook de ondersteuning op het gebied van onderwijs komt aan de orde en vervolgens de inspanningen van het Lejofonds om de fianciën op orde te krijgen en te werken met een solide budget.

De derde dag gaan we naar Nkonkonjeru.
Directeur Spencer ontvangt de gasten heel hartelijk. 04 Uitvoerig staan we stil bij de realisatie van de nieuwe school door toedoen van het Lejofonds. Uiteraard is er ook aandacht voor de aanleg van een waterpompinstallatie. 05 Een week geleden is men begonnen met het graafwerk.Tot onze verrassing heeft men het waterniveau al bereikt. 06 Ook in Nkonkonjeru ontbreekt het bezoeken van families niet. Daartoe behoren ook een paar kandidaat-leden. Enkele weken week geleden hebben we die families al bezocht. Daarbij is duidelijk dat de betreffende families toegelaten kunnen worden tot het project. Het is nu zaak dat er een stal gebouwd wordt. De gestelde termijn daarvoor is verlopen en we willen nu checken of de stal af is.

Wanneer er “muzungu’s (moe-zoen-koes, blanken) op bezoek komen, is er vaak veel bekijks. Buurkinderen komen kijken wat er aan de hand is. En iedereen wil graag op de foto.

Dat is vandaag niet anders. Bij een van de families komt de buurvrouw met een jongen van zes jaar oud aanzetten. De jongen, Faisal genaamd, is doof. Vader is niet in beeld. Moeder heeft het kind gedumpt toen het vijf maanden oud was. De buurvrouw fungeert nu als, laten we zeggen, pleegmoeder. Faisal heeft nog nooit een school van binnen gezien. Daar moet verandering in komen, vinden we. We zeggen de steun van het Lejofonds toe om Faisal onderwijs te laten volgen.

De volgende dag staat er nog een slotgesprek op het programma. Dat beslaat 2 1/2 uur. 07 Ook met onze coördinator van ons project Goat to Goat is er een slotgesprek.

Het bezoek van Guido en Maaike is heel verfrissend geweest. Door hun vraagstelling en de daarop volgende reacties kijk je met andere ogen naar de projecten, de activiteiten, de opbrengsten en resultaten.

Guido en Maaike vetrekken met heel veel informatie. Het zal een hele klus zijn in onze ogen daar een samenhangend verhaal van te maken wat misschien deel gaat uitmaken van een boek. Ook is het mogelijk dat ook de verkregen informatie een artikel wordt gedistilleerd voor een krant of tijdschrift.
We zijn benieuwd.

Degen die meer willen weten van het project van Maaike en Guido verwijzen we naar www.meteigenogen.com.

2.3. Hadija

01 In 2014 schrijven we in een van de reisverslagen o.a.het volgende:

……….”Aanvankelijk treffen we niemand thuis. Maar dan zien we haar in de verte aankomen. Van de goedlachse vrouw die we kennen is niets meer over. We zien een zeer bedrukt gezicht. Het huilen staat nader dan het lachen. Dat eerste gebeurt dan ook. Er zijn grote problemen. Manlief heeft haar het huis uitgezet. We proberen contact met hem op te nemen. Tevergeefs.

Moeder is met dochtertje Hadija van bijna drie jaar. Het kind heeft al een jaar last van maandelijkse bloedingen. De bloedingen worden steeds sterker. Voor de omgeving is het duidelijk. Het kind is bezeten van duivelse machten. Tot onze grote verbazing geeft onze coördinator aan dat in een dergelijk geval slechts een ding rest: Naar de kerk gaan en bidden.

We zien een andere oplossing: Naar het ziekenhuis! We roepen weer de hulp in van onze vriend Ismael. Moeder kan direct terecht. We geven moeder geld zodat vervoer naar Mukono geen probleem is.

’s Avonds bezoeken we het ziekenhuis. Ismael vertelt dat het kind aan malaria lijdt. Inwendig is er niets stuk. Hij heeft moeder op het hart gedrukt bij een volgende bloeding direct terug te komen zodat verder onderzoek naar de oorzaak mogelijk wordt.

Inmiddels is duidelijk dat moeder haar toevlucht weer heeft gezocht bij een kruidendokter. Daar is niet veel goeds van te verwachten.”

Een paar weken terug worden we in Oeganda gebeld door moeder. Ze heeft elders onderdak gevonden bij familie. Ze is werkloos en heeft geen inkomsten. Haar dochtertje moet naar school. Maar daarvoor ontbreekt het geld. Ze roept opnieuw de hulp in van het Lejofonds.

We besluiten haar te helpen. We zorgen voor wat schoolbenodigdheden en een uniform. Daarnaast betalen we het schoolgeld voor het eerste trimester.

We maken duidelijk dat moeder serieus op zoek moet gaan naar werk. Vanaf het tweede trimester zal zij zelf voor het schoolgeld moeten zorgen.

Het Lejofonds maakt alleen de start van een schoolloopbaan mogelijk. 02



1. Welcome back

Het is geweldig alle telefoontjes en berichtjes die je krijgt met goede wensen vlak voor vertrek naar Oeganda. Het zijn er zo veel dat we niet in de gelegenheid zijn daar op te reageren. Het stimuleert en we willen bij deze gelegenheid iedereen daarvoor nog dank zeggen.

Het is geweldig de reactie die we krijgen als we weer door het stadje Mukono lopen waar we gedurende ons verblijf in Oeganda een huis huren. “You are most welcome. Welcome back”, horen we van verschillende kanten. Een auto stopt midden op straat. Het raampje gaat open. “How are you? horen we van een voor ons bekend persoon.

In de supermarkt komt het personeel achter de toonbank vandaan om ons de hand te schudden. In ons stamhotel is men blij ons weer een ijskoude Nile Special te kunnen serveren.

“Hé mister Leo,” roept een boda boda rijder wanneer hij ons ziet aankomen. Vanuit een straatstalletje roept een vrouw ons een welkom toe.
We zijn terug in Mukono. Het voelt als thuiskomen.

Een paar dagen later gaan we met de auto naar Gods Glory nursery and primary school in Seeta Nazigo. Onderweg passeren we verschillende kleine gehuchtjes. Het is bloedheet. Alle ramen staan wagenwijd open zolang er geen tegenligger aankomt. In dat geval gaan de raampjes dicht om ons enigszins te beschermen tegen de geweldige rode stofwolken.

Het is opvallend hoe snel kinderen in de gaten hebben dat er blanken in de auto zitten. Het “Hé muzungu” (blanke) is dan ook niet van de lucht.

In Seeta Nazigo rijden we in een flits de werkplaats van de timmerman voorbij. Toch heeft hij ons opgemerkt en zwaait ons achterna.

Ook zien we Ronald in zijn rolstoel. Ronald zagen we vorig jaar op handen en voeten door het dorp lopen omdat zijn rolstoel stuk was. We hebben ervoor gezorgd dat zijn rolstoel gerepareerd werd.

Ronald heeft ons klaarblijkelijk ook gezien. Wanneer we het terrein van Gods Glory verkennen, komt hij in zijn rolstoel naar ons toe.
01 Hij heeft een kleine jerrycan met melk van zijn koe bij zich. Dat krijgen wij van hem cadeau uit dank voor wat wij voor hem gedaan hebben. Herma krijgt er een brok van in haar keel.

1.1. Het Lejofonds wil onderwijs mogelijk maken voor kansarme kinderen in Oeganda en hen een hoopvolle toekomst bieden.

Onder die titel berichten we in nieuwsbrief 29 hoe het Lejofonds onze dove vriend James in de afgelopen jaren heeft ondersteund.

Vandaag bezoeken we James opnieuw en daar verheugen we ons op.

We bezoeken de school waar hij recentelijk een opleiding tot timmerman heeft afgesloten.

James is timmerman. Geweldig. Nu moet hij zijn er zijn bestaan in zien te vinden.

We hebben een mobieltje bij ons voor James met daarbij een solar oplader. Via sms-jes kan James zo communiceren met anderen.

Wanneer we bij school aankomen, worden we ontvangen door James oude leraar, een vriendelijke oude man die met een geheel eigen gebarentaaltje communiceert met James.
02 De man neemt ons onmiddellijk mee naar een grote werkruimte. Daar staat allerlei meubilair uitgestald.

We hebben James vanuit Nederland de opdracht gegeven een kleuterstoeltje te maken. We zien nu het resultaat. Het is grote klasse.
Het is alsof hier een ervaren vakman aan het werk is geweest. De leerkracht vertelt dat hij James meteen wat meer stoeltjes heeft laten maken.

En dan komt hij met een verrassende mededeling. James levert vakwerk af. De school heeft hem daarom in dienst genomen en betaalt hem nu een salaris. Schitterend.

James maakt gebruikt van de werkruimte van de school en ook van het gereedschap. Op termijn zal hij echter zelf voor gereedschap moeten zorgen.

Een tweede verrassende mededeling is, dat James hier nu aanwezig is. Hij verbijft echter op een ander gedeelte van het immense terrein. Het is lunchtijd.

Inmiddels is James ingeseind dat wij er zijn. Even later zien we hem aankomen. James is gegroeid. Niet zozeer in de lengte. Lang was hij al. Maar hier komt een gespierde kerel aan. Het laatste stukje wordt rennend afgelegd. Een stevige omhelzing volgt.
We bieden James een t-shirt aan.
We zijn trots op James en trots op zijn leerkracht. Dat zeggen we ook. De leerkracht is ook trots op zichzelf dat hij met James dit resultaat heeft bereikt. Hij laat nog eens andere produkten aanrukken die James gemaakt heeft.
We gaan nu met zijn allen naar James huis. Zoals eerder beschreven kijkt de vader van James niet naar hem om. Het zijn de grootouders die hem altijd verzorgd en begeleid hebben. Vooral oma is gek op James.

Wanneer we uit de auto stappen, is oma ook de eerste die ons begroet. Ze is sterk vermagerd.
Oma blijkt kanker te hebben. Dat is schrikken.

James wil ons direct de geiten laten zien.
Na die bewonderd te hebben, willen we graag weten waar James nu woont. We gaan richting het huis van zijn vader. Daar woont hij echter niet meer. Vlak bij het huis van zijn vader heeft James een plaggenhut voor zichzelf gebouwd.
Hij laat ons vol trots de binnenkant zien. De wanden zijn beplakt met krantenpapier.
11 Buiten ligt een grote stapel stenen. James heeft de stenen zelf letterlijk uit de klei getrokken. James wil een eigen huis van stenen bouwen. We denken dan ook dat dit het begin is.

Dat is een misverstand. James heeft deze stenen voor zijn vader gemaakt, die zich nog nooit om hem bekommerd heeft. Typisch James!

1.2. Valse start

Veel families in het werkgebied van het Lejofonds leven onder de armoedegrens. Gezinnen hebben veel kinderen. Voor ouders is het een geweldige opgave het schoolgeld voor hun kinderen te betalen als ze al hun kinderen naar school sturen. Een aantal ouders is niet of nauwelijks geletterd en zien de zin er niet van in hun kinderen naar school te sturen.

Voor veel scholen is het schoolgeld de enige bron van inkomsten. Wanneer ouder het schoolgeld niet betalen of slechts een deel daarvan geeft dit financiële problemen.

Directeur Stephen van Gods Glory nursery and primary school heeft zo zijn eigen administratiesysteem. Het is zo opgezet dat hij nooit een goed en volledig overzicht heeft over de inkomsten en de uitgaven. Zo gauw ouders schoolgeld betalen, beschikt Stephen over geld en koopt hij dingen. Is het geld op dan kunnen gewenste aankopen niet gedaan worden en moet alles op de pof.

Aan het eind van het schooljaar hebben lang niet alle ouders het volledige schoolgeld betaald. De leerkrachten zijn daarvan de dupe. Zij krijgen slechts een gedeelte van het magere salaris uitbetaald.
(gemiddeld 55 euro per maand)

Als ouders in het nieuwe schooljaar schoolgeld betalen, krijgen de leerkrachten het achterstallige salaris uitbetaald. In de vakantiemaanden, december en januari krijgen leerkrachten geen salaris.

Vanuit Nederland proberen we Stephen “gereedschap” te geven om een goed administratiesysteem op te zetten. Daarbij willen we voor het schooljaar 2015 werken met een goede begroting. De communicatie verloopt uiterst moeizaam.

Terug in Oeganda beleggen we direct een aantal vergaderingen met Stephen.
Doel is het opstellen van een goede begroting. We geven Stephen telkens huiswerk op.

Zo moet hij een lijst opstellen van alle aan te schaffen schoolmaterialen in een jaar. Stephen stelt een lijst op zonder daarbij aantallen te noemen. Een aantal uren verder hebben we de aantallen, maar dan ontbreken de prijzen nog.

De kinderen krijgen elke dag een beker pap op school. Stephen heeft opgegeven hoeveel kilo maïspoeder hij per week moet kopen en wat de kosten daarvan zijn. De kosten wijken sterk af van die van vorig jaar.

Er zijn duidelijk fouten gemaakt. Stephen moet zijn achterban raadplegen om de feiten te achterhalen en dat betekent weer een vertraging van enkele dagen.

Duidelijk wordt dat het nieuwe schooljaar, ondanks al onze inspanningen, van start gaat terwijl de begroting nog ontbreekt.

De school start op een dinsdag. Ter voorbereiding is er de dag ervoor om vier uur ’s middags een vergadering met de leerkrachten.

Daar willen we bij zijn. Om vier uur is er nog niemand op school te bekennen. We zien alleen twee meisjes de was doen.
13 We bellen Stephen. Hij is samen met een leerkracht naar een begrafenis geweest. Hij is onderweg naar school. Na hun komst wachten we nog een poos, maar er komt niemand meer. Ook niet de pas aangestelde headteacher.

Voor Stephen lijkt het niet echt een probleem te zijn. De eerste week komen er toch weinig kinderen naar school. Die kunnen wel zoet gehouden worden, terwijl het team vergadert.

Eerder hebben we Stephen aangegeven dat het schoolterrein een grote schoonmaakbeurt vereist voor het begin van het schooljaar. En het zou ook niet onaardig zijn alle koeieflatsen van zijn koe te verwijderen.
Het is tot onze ergernis, die we ook laten blijken, tegen dovemansoren gezegd.

Het motto van de school is: With God all is possible”. Het is duidelijk. God heeft ook vakantie gehad.

1.3. De donkere dagen rond Kerst

We hebben inmiddels een maandelijks vergadering met de deelnemers van het project Goat to Goat uit Nkonkonjeru achter de rug. We werden verwelkomd met een dansje.
Voor vertrek naar Oeganda hebben we nog eens de maandelijkse rapporten van de coördinator bestudeerd.
In de decembermaand zijn er verschillende geiten doodgegaan. Opvallend.

We hebben de afspraak dat in een dergelijk geval er direct een foto gemaakt dient te worden als bewijsstuk. In een paar gevallen ontbreekt de foto. Voor ons is het duidelijk. Kerstmis is sommige beesten fataal geworden.
Met de deelnemers maken we nu een nieuwe afspraak. Wanneer een beest dood gaat en er is geen foto als bewijsstuk dient de betreffende deelnemer aan het project zelf voor vervanging te zorgen. De vergadering gaat akkoord.

Dan ontdekken we dat iemand die in opdracht van het Lejofonds verschillende taken heeft uitgevoerd dat naar eigen goed dunken en interpretatie heeft uitgevoerd. Dit houdt in dat hij op slinkse wijze zichzelf heeft bevoordeeld.

In een “meeting” leggen we de feiten op tafel. Feiten zijn feiten en dus is er geen ontkennen aan. De schuldige belooft de schade te herstellen en over te gaan tot terug betalen. Om daar zeker van te zijn en onze zaakjes veilig te stellen, nemen we toch maar een advocaat in de arm.

En zo hebben we al weer drukke, maar ook gevarieerde dagen achter de rug. Daarbij hebben we ons ook met andere dingen moeten bezig houden dan vooraf gedacht.