Welke familie heeft welke geit? Wie is de donor of wie heeft de geit gesponsord? Wanneer moet de geit naar de bok? Waar is een jonkie geboren? Waarom is een bepaalde geit nog niet drachtig? Doet de bok zijn werk nog wel goed? Wanneer moet de bok verplaatst worden naar een andere regio? Dit alles vraagt om een goed registratiesysteem.
Bij elke geit en elk jong is inmiddels een “tag”, een oormerk, aangebracht. Met een watervaste stift is de naam op het oormerk aangebracht. De veearts is er rotsvast van overtuigd dat de naam tot in de eeuwigheid leesbaar blijft. Hij gebruikt tenslotte een kwaliteitsstift. Maar we zijn in Oeganda en kwaliteit is een rekbaar begrip. Na een regenseizoen zijn de namen van de geiten niet meer te lezen op de “tags”.
Herma beijvert zich voor nieuw oormerken, nu met een ingeponst nummer aan de ene kant en de naam aan de andere kant. Ze vermaakt zich lange tijd met het samenstellen van lijsten waarop elke geit een vast nummer krijgt.
We willen alle families, die een geit vanuit het project gekregen hebben, bezoeken. Dat doen we samen met de coördinator van het project, de executor oftewel de uitvoerder die verantwoordelijk is voor een bepaalde sub-county en de veearts. De laatste zal dan meteen de nieuwe “tags” aanbrengen.
We beginnen in de sub-county Seetah Nasigo. Veertig families maken er deel uit van het project. Ze wonen verspreid over de hele sub-county, veelal diep het binnenland in. We zijn met de auto. En het is wonderbaarlijk welke wandelpaden en zandsporen nog met de auto te berijden zijn. Maar een aantal keren moeten we de auto laten staan en te voet verder gaan om een familie te bereiken. Het is bloedheet. Wanneer we heuvel op, heuvel af, moeten lopen, voelen we al gauw overal nattigheid.
Na vijf uur hebben we tien families bezocht. Het is een utopie alle families op een dag te bezoeken. Op een familie na blijken bij verder alle families de geit drachtig te zijn. Een mooi resultaat. Dat zal straks een geboorte-explosie geven.
We hebben respect voor de geiten. Bijna nergens zien we dat er een bak water klaar staat. Bij deze hitte voelt onze keel als schuurpapier. De geiten zullen ook wel een druppie lusten. Hier is nog wel wat voorlichting nodig. Het is goed dat we binnenkort een seminar voor alle families houden. Twee veeartsen zullen dan onder meer kernpunten aangeven wat betreft het houden van geiten. Een deel daarvan zal vast en zeker een waterig verhaal worden.
De bouw, de verbouw en de aanpassing van het terrein brengen de boel flink in beweging. Allereerst moeten allerlei bouwmaterialen, zoals bijvoorbeeld zakken cement, veilig en droog worden opgeslagen. Daar komt een klaslokaal voor in aanmerking. Het lokaal is groot genoeg om de materialen in de ene hoek op te slaan; in de andere hoek blijft voldoende ruimte over om de kinderen les te geven.
Als het “officeblok” opgeknapt moet worden, is er geen plaats meer voor een onderwijzerechtpaar met kind die in een van die ruimtes zijn gehuisvest. De oplossing is eenvoudig. Zij verhuizen naar een klaslokaal. Met een paar gordijnen voor de ramen wordt de privacy gewaarborgd.
De “guard”, verblijvend in het houten aanhangsel, dat de naam van hok of schuur nog niet waardig is, is inmiddels ondergebracht in een tijdelijk leegstaand kippenhok.
Als in het “nurserylokaal” een nieuwe cementen vloer wordt aangebracht, kunnen leerkracht en leerlingen het lokaal een paar dagen niet gebruiken.
Ook nu is de oplossing eenvoudig. Men trekt gewoon bij een andere klas in. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
En zoals gemeld kan een jongende hond ook een klas laten verhuizen.
Door dit alles is er toch wel ruimtegebrek ontstaan. Dit is niet helemaal op te lossen door de pauzes flink op te rekken. Dat betekent dat de hond met jongen zich moeten aanpassen. Na een paar dagen keert de klas weer terug. De hond met jongen mogen in de hoek van het klaslokaal blijven liggen. Voorwaarde is wel dat ze zich de lessen laten welgevallen.
Wat een hondenleven!
De bouw van een keuken, het bouwen van een gebouw tegen het bestaande ‘officeblok’ aan, het renoveren van het ‘officeblok’, het renoveren van een klaslokaal om het ook geschikt te maken voor een ‘meetingroom’, het aanpassen van het terrein, het gaat allemaal razendsnel. Daarom bij elke weblogaflevering een serie foto’s om een indruk te geven van de vorderingen.
Tijdens ons verblijf in Oeganda houden we ons bezig met een aantal activiteiten;
- Allereerst hebben we het geitenproject dat we samen met een plaatselijke stichting uitvoeren met als doel zoveel kinderen, m.n. weeskinderen en gehandicapte kinderen naar school te sturen.
- Daarnaast is een project met varkens gestart omdat de ouders van gehandicapte kinderen niet genoeg geld kunnen verdienen met een geit om de hoge internaatskosten te betalen.
- Verder is een tuinbouwproject in uitvoering om onze counterpart, die ook een school onder zijn beheer heeft, extra inkomsten en voeding te verschaffen voor de schoolkinderen.
- Binnenkort starten we met een “homegarden”project. Doel daarvan is dat elke familie binnen het project ”Goat to Goat” een moestuin aanlegt en onderhoudt.
- Onze counterpart wil uitgroeien tot een “demonstrationfarm” en een kenniscentrum voor de regio om veel mensen in de omgeving sterker te maken en te helpen in hun strijd tegen honger en armoede. Wij steunen hen hierin. Dit doen we o.a. door de aanpassing van de omgeving en de gebouwen.
- In samenwerking met een districtsarts voor de lepra geven we directe hulp aan meer dan driehonderd leprapatiënten
- Regelmatig bezoeken we de dove kinderen die m.b.v. het Lejofonds nu onderwijs volgen op de dovenafdeling van de Bishop Westschool. Tijdens ons vorig verblijf hebben we voor hen een vrijetijdsprogramma opgezet.
- Afkomst verloochent niet. We geven aan een drietal scholen, waaronder de dovenafdeling van de Bishop Westschool handvaardigheidslessen en ondersteunen leerkrachten in de uitbouw daarvan.
Change a life. Geef een geit. Zo luidt de openingszin van de website van het Lejofonds. Duidelijk is dat de activiteiten inmiddels behoorlijk verbreed zijn.
De afgelopen twee dagen hebben we doorgebracht met onze dove vriendjes van de Bishop Westschool. We hebben ze een aantal ballen van de Samhoud foundation gebracht. Deze stichting heeft als motto “Together we’ll build a brighter future.”
De stichting heeft onlangs gratis blauwe ballen beschikbaar gesteld met als reden: “We zijn aan de bal, de blauwe bal, de bal van de verbinding. Samen kunnen we een betere toekomst bouwen. Inspireer en verbind je met elkaar”.
Onze dove vriendjes hebben geen weet van dit motto met bijbehorend reden van deze stichting, maar klaarblijkelijk zijn deze ballen voor hen toverballen. Kijkend naar de wijze waarop zij samen plezier beleven aan het spelen met deze ballen zou je haast veronderstellen dat genoemd motto en reden door hen zelf geschreven is.
Vandaag pakt de Bishop Westschool uit met een feestelijk programma t.g.v. de viering van de Internationale Dag van Kinderen met een Handicap. Aanvangstijd 10 uur ’s morgens. Zegt het programma. De Oegandezen weten wel beter. Zij kennen de Oegandese tijd. Je komt gewoon een paar uur later. Dan ben je nog op tijd.
De burgemeester, de pastoor, de inspecteur van onderwijs ze zijn er allemaal. En dat betekent veel speeches. De televisie is ook uitgerukt. Wanneer wij officieel welkom geheten worden met een toelichting op onze activiteiten, krijgen we veel applaus en weet de cameraman niet hoe snel hoe ons close-up in beeld moet brengen. De kinderen en met name de dove kinderen verzorgen vele optredens en dansen. Ongekend talent ontdekken we.
We blijven lang, maar niet lang genoeg om het vijf uur durende programma af te zien. Dat is toch wel afzien. En we willen ook nog naar de Good Samaritanschool
om te zien hoe ver de bouw gevorderd is. En dat is ver.
Behalve geiten en varkens kom je op het terrein van onze counterpart ook honden tegen. Als ik in Nederland een hond tegenkom, vooral een blaffende, loop ik het liefst een straatje om. Blaffende honde bijten niet, is het gezegde. Maar ik weet wel beter.
In Oeganda ga ik voor geen enkele hond opzij. Zij gaan voor mij opzij. De honden zijn er bang voor de mensen. Als leerkrachten al met een stok in de hand lesgeven aan kinderen, heb ik een flauw vermoeden wat daarvan de oorzaak is.
Maar soms is de hond in Oeganda de mens toch de baas.
Vanmorgen kom ik bij het kleinste lokaal van de school. Ik hoor de kinderen al van verschillende kanten roepen: “Foto, foto”. Zo gauw een kind je met een fototoestel ziet lopen, begint dat geroep al. Iedereen wil vreselijk graag op de foto. Het kan niet vaak genoeg. Je wordt er een beetje immuun voor.
Ik wil dan ook doorlopen. Maar ik word gedwongen even een blik in het lokaal te werpen. En daar zie ik in een hoekje een hond liggen met een aantal pasgeboren jonkies. Het beest dacht een rustig plekje gevonden te hebben om te jongen. Als de school eenmaal is begonnen, is daar geen sprake meer van. De leekracht besluit dan ook tot een verhuizing. Leerlingen sjouwen de banken het lokaal uit. Daarmee is het lokaal meteen leeg want andere materialen zijn er niet.
Een bankje blijft staan. Daarin zitten een paar leerlingen hun schriften te kaften. Dat doen ze met het papier van lege cementzakken die ze bij de bouw gevonden hebben. Kennelijk is dit zo’n buitenkansje, dat ze dit werk eerst af mogen maken, voordat zij ook zullen verhuizen.
Van de leerkracht van groep 7/8 van basisschool De Bolleberg uit Maria Hoop ontvang ik een mailtje met de volgende inhoud: “We kijken regelmatig op het digibord naar jullie vorderingen in Oeganda. De kinderen staan nog steeds versteld van het grote verschil tussen onze school en die bij jullie”.
Dat zal na dit verslag nog wel even zo blijven.
Het is even de ogen uitwrijven als we vandaag bij het schoolterrein van onze counterpart aankomen. We weten niet waar we het eerst moeten kijken.
De aannemer lijkt op hol geslagen. Twintig man
heeft hij laten aanrukken om de afgesproken klus te klaren.
Er wordt gewerkt in drie ploegen. De eerste ploeg neemt de bouw van een nieuw keukengebouw met terras voor zijn rekening.
Een andere ploeg is gestart met het graven van sleuven voor de fundering
van een nieuw “officeblok”. Een derde ploeg is bezig met de renovatie van het terrein.
We komen ogen tekort.
Direct hebben we fototoestellen en filmcamera in de aanslag.
En dan komen de werklui ogen te kort. Gefotografeerd en gefilmd worden, daarvoor wil men wel even
het beste beentje voorzetten. Het werktempo ligt hoog. Het is erg wam vandaag. De zweetdruppels spatten dan ook in het in het rond.
Rond tien uur brengt een vrouw plakjes cassava, een soort zoete witte wortel, rond. Voor vele werkluiis dit het eerste eten van vandaag.
Elke ploeg werkt met een voorman. Deze heeft een briefje met een ruw schetsje hoe het werk er uiteindelijk uit moet gaan zien.
Dit moet blijkbaar voldoende zijn. Maar dat is het niet, merken we.
Uit de gegraven gleuven voor de fundering van het officeblok constateren we dat dit gebouw kleiner gaat uitvallen dan de bedoeling is.
Dus slaan we alarm. Er wordt nu druk getelefoneerd met de aannemer. Het werk wordt stilgelegd tot de aannemer arriveert voor nader overleg.
Fred Migadde heeft dit alles niet meegemaakt. Hij is in Mukono om gegevens te laten printen. Later blijkt dat hij de hele nacht heeft doorgewekt met een nieuw aan te stellen “headmaster” om voor ons een verantwoord financieel overzicht van de school op Excel samen te stellen.
Fred komt terug wanneer het terrein op een grote puinhoop lijkt. “Wat vind je ervan, Fred?”, vraag ik.
“It’s beautiful,” antwoordt Fred. Zijn droom wordt gerealiseerd en dan is alles mooi.
We hebben er een paar ouwerwetse vergaderdagen opzitten. Meerdere vergaderingen per dag. Zondags niet uitgezonderd. Daarbij hebben we verschillende keren kunnen genieten van een Oegandese gewoonte: een tijd afspreken en veel later komen. Het record: Om tien uur ‘s morgens afspreken, om half twee ‘s middags iemand zien aankomen. Dat went nooit.
Met onze counterpart de stichting FDEDEPO, onder aanvoering van Fred Migadde, voeren we verschillende projecten uit. FDEDEPO heeft ook een school onder zijn beheer. Het schoolgeld is moeiljk inbaar. Het aantal wanbetalers is te groot. De school heeft het daardoor moeilijk de financiële eindjes aan elkaar te knopen. Het bestuur heeft besloten een aanzienlijke lening bij de bank te vragen. De bank vraagt een rente van meer dan 25%. Zo wordt een lening een wurgcontract. We weten onze counterpart te overtuigen hiervan af te zien. We komen met een aantal andere adviezen.
Dit alles is voor ons aanleiding eens flink in de financiële huishouding van de school te duiken. Daar is het nodige aan te verbeteren. Tot onze verbazing werkt Fred Migadde zonder een salaris te krijgen. Alleen een onkostenvergoeding valt hem ten deel. Hij noemt zichzelf vrijwilliger. Een aantal weeskinderen wordt opgevangen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.
De begroting van de aannemer vraagt ook het nodige overleg en vergadertijd.. Wanneer we de afmetingen van de keuken naar beneden bijstellen, willen we dat terugzien in de begroting. Dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn.
Wanneer de aannemer voor de aanleg van een paar grote cementen oppervlakten alleen het benodigde materiaal op de begroting zet, willen wij graag een vierkante meter prijs. Die komt er uiteindelijk. Maar als we daarmee gaan rekenen, wordt het eindbedrag aanzienlijk hoger. We weten niet hoe snel we akkoord moeten gaan met de oorspronkelijk begroting voor dit onderdeel.
We vertellen de aannemer dat bij een akkoord we toch wel een flesje wijn van hem verwachten. Ook leggen we hem uit wat pannenbier is. En na afloop van het karwei zien we een groot feest in het verschiet. Het pannenbier krijgen we er niet door en daar schikken we ons dan maar in.
We bakkeleien wat over de termijnen van betaling, maar ook daar vinden we elkaar uiteindelijk. Na de eerste aanbetaling zal de aannemer beginnen met het transport van het materiaal. Blijkbaar stralen we vertrouwen uit, want al voor de eerste aanbetaling komen vrachtauto’s met materialen het terrein van de school opgereden. Lesgeven is er niet meer bij. De kinderen willen weten wat er aan de hand is.
Samen met Fred Migadde bekijken we dit schouwspel. “Trots Fred, als alles klaar is?” vraag ik. “Dreams come true”", antwoordt Fred. De stem, de klank, de ontlading: hartstochtelijk, zielsgelukkig en toch ingetogen.
Bij Herma springen spontaan de tranen in de ogen.