24 december 2011
Hulp, hulpeloos, help!
Ramazan, de gehandicapte jongen uit nieuwsbrief 13 is door verwijtbaar gedrag van degene die we eerder het predikaat “de weg kwijt” gaven, nog steeds niet geopereerd.
Het is ons er dan ook alles aan gelegen tijdens ons verblijf in Oeganda ervoor te zorgen dat Ramazan van zijn handicap verlost wordt.
We hebben contact gehad met het ziekenhuis en krijgen alle medewerking.
We roepen verder de hulp in van de districtscounselor voor gehandicapte mensen. Zij kent het adres van tante waar Ramazan woont.
Wanneer we daar aankomen blijken Ramazan en tante niet thuis te zijn. Ramazan is tijdens de schoolvakantie terug naar zijn vader. Tante is aan het winkelen.
We besluiten te wachten op de terugkomst van tante. Er is veel belangstelling voor ons en wij hebben veel belangstelling voor de spelende kinderen om ons heen. We vervelen ons niet.
Als tante terug is, geven we haar eerst een fotoboekje over Ramazan en zijn eerste onderzoek in het ziekenhuis. Daar is grote belangstelling voor.
Tante gaat akkoord met een hernieuwd bezoek aan het ziekenhuis een paar dagen later. Zij zorgt ervoor dat Ramazan dan weer bij haar terug is. Wij zorgen voor transport naar het ziekenhuis.
Een dag van te voren krijgen we bericht van de counselor. Ramazan is nog steeds bij zijn vader. Er is geen geld voor transport. Kosten 20.000 shilling, nog geen 7 euro.
Er wordt heen en weer gebeld. Wij stellen dat tante moet proberen wat geld te lenen voor een dag. Wij betalen de volgende dag terug.
Dat blijkt onhaalbaar.
In Oeganda geeft men niets om gehandicapten. Misschien is dat hier ook aan de orde. Maar misschien hebben we hier ook met een ander verschijnsel te maken. Als er een muzungu in het spel is dan weigeren veel Oegandezen zelf ook maar iets bij te dragen.
Tante heeft een oplossing voor het probleem. Of wij even naar haar toe willen komen, vanuit de plaats waar we nu zijn, 50 km rijden, om vervolgens Ramazan bij zijn vader op te halen. En dat is nog eens 3 uur rijden.
Onze boodschap naar tante is helder. Als jullie je verantwoordelijkheid niet nemen dan annuleren we alles.
Uiteindelijk is Ramazan dus opnieuw het slachtoffer. Dat zit ons dwars. In januari gaan we een nieuwe poging doen. Wordt vervolgd.













Ze kan niet meer lopen, noch zitten. Praten kan ze ook niet meer. Eten gaat niet. Alleen wat drinken is mogelijk.
Moeder is met behulp van buren met Maureen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis geweest. Daar kan men geen diagnose stellen doordat een röntgenapparaat ontbreekt.
Hulp is noodzakelijk, dat is duidelijk. We zeggen toe dat het Lejofonds transport en onderzoek mogelijk gaat maken.
De volgende dag gaan we met Maureen naar het ziekenhuis.
Adams is onze tolk en gids. Moeder kan niet mee. Ze moet in een afgelegen plaats voor iemand het land bewerken om wat centen bij elkaar te sprokkelen.
Het is druk in het ziekenhuis.In de wachtkamer blijken voornamelijk HIV/Aids patiënten te zitten. Maureen wordt per brancard vervoerd.
We moeten wachten in een smalle gang.
Tegenover ons aan de muur hangen aanplakbiljetten met foto’s van afgrijselijke zweren. Mocht je dergelijke verschijnselen bij jezelf herkennen, zo geeft de tekst aan dan is het aan te raden contact op te nemen met het ziekenhuis. En, alsof er sprake is van een buitenkansje, als je dat doet, krijg je gratis medicijnen omdat er een proefprogramma loopt.
Het gebeurt in een kleine ruimte waar geen enkele bescherming is tegen de stralen. Na het nemen van de foto’s is het meteen afrekenen. Over de hoogte van de prijs moet even nagedacht worden. Het zal wel een muzungu-prijs zijn.
Leo maakt een geintje door te zeggen als het nog veel langer duurt, dat Maureen genezen naar huis gaat.
Als Herma haar dan papier en een pen geeft, leren we ook een creatieve Maureen kennen.
De radioloog komt met de verheugende mededeling dat er niets stuk of gebroken is. Daar hebben we ook niet meer op gerekend.
Opgelucht verlaten we het ziekenhuis. ’s Avonds horen we dat niet alleen wij opgelucht zijn. De moeder ook, vooral de moeder, blij, gelukkig en daar opgewonden van.
Onze uitvalsbasis is de basisschool Gods Glory. Het is ‘grote vakantie’. De school ligt er verlaten bij. De deur van een klaslokaal – misschien is hok een beter woord – staat open. Als je dan een onderwijsachtergrond hebt, kun je de verleiding niet weerstaan. Even binnen kijken. Het doet ons deugd het onderwijsmateriaal te zien hangen wat Herma voor deze school gemaakt heeft.
We doen de ronde samen met de veearts, die de geiten zonodig vaccineert, vitaminespuiten geeft en geiten die nog geen oormerk hebben van een oormerk voorziet. Herma noteert alles nauwgezet. Niet voor niks, want we ontdekken onregelmatigheden. Een discussie voor later.
De veearts wijst de weg. Hij weet precies waar alle families wonen. We hebben een lijst met daarop de namen van de te bezoeken families. Gek genoeg kan de veearts daarmee niet uit de voeten. Namen kent hij niet. Ter plekke moet hij vragen naar de familienaam. Wat namen betreft komen we vaak voor verrassingen te staan. Vader, moeder en kinderen, zelfs kinderen binnen hetzelfde gezin hebben verschillende achternamen. Dat heeft te maken met de indeling van verschillende families in clans.
Waar we ook komen, overal vindt men het reuze interessant ons te zien. Families lopen uit.. Maar vaak komen ook de buurkinderen aangesneld. De families zijn erg kinderrijk. Geboortebeperking staat hier nog in de kinderschoenen. Oudere kinderen nemen de zorg op zich van jonge kinderen. Je ziet dan ook veel dat jonge kinderen door een broertje of zusje gedragen worden. Water dragen is zwaar, maar dit kan ook zwaar zijn.
Bij veel families is het een feest van herkenning. We hebben hen vaker bezocht en sommigen ontmoet bij schoolfeesten. Leo krijgt onverwacht een foto toegestopt waar hij staat afgebeeld met een kind dat vorig jaar op Gods Glory is ‘gepromoveerd’ naar groep 3. Op de foto is meer een roodhuid te herkennen dan een muzungu.




Zoals eerder vermeld: rokende mensen zie je haast niet in Oeganda. Nou is dat in de stad ook niet nodig want je krijgt genoeg andere stinkende gassen binnen. Het is dan ook een verrassing voor ons dat we in de binnenlanden een vrouw tegenkomen die rookt. Geen sigaret of een shaggie, maar pijp!
Drie dagen sjouwen door de binnenlanden levert behalve mooie plaatjes Leo ook een gewrichtsontsteking in zijn voet op. Gedwongen rust. Tijd om een verslag te schrijven. Bij kaarslicht. De stroom is weer eens uitgevallen. Romantisch? Wij weten beter!


Zoveel enthousiasme vraagt om een reactie. Die komt in een zwaai waar de koningin zich bepaald niet voor hoeft te schamen. Maar daar nemen een aantal kinderen geen genoegen mee. Ze blijven roepen en zwaaien totdat je voor een tweede keer reageert.
Moeder staat achter het kraampje en soms zit ze eronder. Haar kinderen zitten naast de kraam als ze uitgespeeld zijn.

