24 december 2011

Hulp, hulpeloos, help!

Ramazan, de gehandicapte jongen uit nieuwsbrief 13 is door verwijtbaar gedrag van degene die we eerder het predikaat “de weg kwijt” gaven, nog steeds niet geopereerd.

Het is ons er dan ook alles aan gelegen tijdens ons verblijf in Oeganda ervoor te zorgen dat Ramazan van zijn handicap verlost wordt.

We hebben contact gehad met het ziekenhuis en krijgen alle medewerking.

We roepen verder de hulp in van de districtscounselor voor gehandicapte mensen. Zij kent het adres van tante waar Ramazan woont.

Wanneer we daar aankomen blijken Ramazan en tante niet thuis te zijn. Ramazan is tijdens de schoolvakantie terug naar zijn vader. Tante is aan het winkelen.

We besluiten te wachten op de terugkomst van tante. Er is veel belangstelling voor ons en wij hebben veel belangstelling voor de spelende kinderen om ons heen. We vervelen ons niet.

Als tante terug is, geven we haar eerst een fotoboekje over Ramazan en zijn eerste onderzoek in het ziekenhuis. Daar is grote belangstelling voor.

Tante gaat akkoord met een hernieuwd bezoek aan het ziekenhuis een paar dagen later. Zij zorgt ervoor dat Ramazan dan weer bij haar terug is. Wij zorgen voor transport naar het ziekenhuis.

Een dag van te voren krijgen we bericht van de counselor. Ramazan is nog steeds bij zijn vader. Er is geen geld voor transport. Kosten 20.000 shilling, nog geen 7 euro.

Er wordt heen en weer gebeld. Wij stellen dat tante moet proberen wat geld te lenen voor een dag. Wij betalen de volgende dag terug.
Dat blijkt onhaalbaar.

In Oeganda geeft men niets om gehandicapten. Misschien is dat hier ook aan de orde. Maar misschien hebben we hier ook met een ander verschijnsel te maken. Als er een muzungu in het spel is dan weigeren veel Oegandezen zelf ook maar iets bij te dragen.

Tante heeft een oplossing voor het probleem. Of wij even naar haar toe willen komen, vanuit de plaats waar we nu zijn, 50 km rijden, om vervolgens Ramazan bij zijn vader op te halen. En dat is nog eens 3 uur rijden.

Onze boodschap naar tante is helder. Als jullie je verantwoordelijkheid niet nemen dan annuleren we alles.

Uiteindelijk is Ramazan dus opnieuw het slachtoffer. Dat zit ons dwars. In januari gaan we een nieuwe poging doen. Wordt vervolgd.


24 december 2011

Hiep, hiep, help, hoera!

Bijna dagelijks komen mensen op ons af met verzoeken. Het kan zijn dat men ons staande houdt op straat. Maar het gebeurt ook dat men plotseling voor de deur staat. Vaak is dan de vraag of we voor iemand een baan hebben.

Laatst werd Leo in de supermarkt aangesproken door een meisje. Haar zus is afgestudeerd en nu wil ze haar een b.h. geven. Helaas hoeft Leo geen advies te geven. Het gaat alleen maar om zijn portemonnee.

We gaan niet op die verzoeken in. Uitzonderingen bevestigen echter de regel.

Adams, een medewerker van het Lejofonds in Oeganda vraagt om hulp voor een meisje dat een ongeluk heeft gehad.

Wanneer we de familie bezoeken, zien we buiten op een stuk schuimrubber een meisje liggen. Maureen, zo heet het kind, is van een schommel gevallen doordat het touw brak.

Ze kan niet meer lopen, noch zitten. Praten kan ze ook niet meer. Eten gaat niet. Alleen wat drinken is mogelijk.

We vrezen voor verlammingsverschijnselen.

Moeder is met behulp van buren met Maureen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis geweest. Daar kan men geen diagnose stellen doordat een röntgenapparaat ontbreekt.

Geld om naar een verder weg gelegen ziekenhuis te gaan is er niet. Moeder heeft zes kinderen, waaronder een zwakbegaafd kind. Ze staat alleen voor de opvoeding. Vader is overleden. Ze probeert wat geld te verdienen door voor anderen te wassen of het land te bewerken.

Hulp is noodzakelijk, dat is duidelijk. We zeggen toe dat het Lejofonds transport en onderzoek mogelijk gaat maken.

De volgende dag gaan we met Maureen naar het ziekenhuis.

Adams is onze tolk en gids. Moeder kan niet mee. Ze moet in een afgelegen plaats voor iemand het land bewerken om wat centen bij elkaar te sprokkelen. Het is druk in het ziekenhuis.In de wachtkamer blijken voornamelijk HIV/Aids patiënten te zitten. Maureen wordt per brancard vervoerd.

We moeten wachten in een smalle gang. Tegenover ons aan de muur hangen aanplakbiljetten met foto’s van afgrijselijke zweren. Mocht je dergelijke verschijnselen bij jezelf herkennen, zo geeft de tekst aan dan is het aan te raden contact op te nemen met het ziekenhuis. En, alsof er sprake is van een buitenkansje, als je dat doet, krijg je gratis medicijnen omdat er een proefprogramma loopt.

We mogen er bij zijn wanneer er röntgenfoto’s worden gemaakt.

Het gebeurt in een kleine ruimte waar geen enkele bescherming is tegen de stralen. Na het nemen van de foto’s is het meteen afrekenen. Over de hoogte van de prijs moet even nagedacht worden. Het zal wel een muzungu-prijs zijn.

De foto’s moeten drogen. Maureen wordt terug gebracht naar de wachtkamer. Kennelijk zijn de foto’s moeilijk te drogen, want het wachten duurt lang.

Leo maakt een geintje door te zeggen als het nog veel langer duurt, dat Maureen genezen naar huis gaat.

Een wonderlijke uitspraak? Niet helemaal. Maureen begint tekenen van leven te vertonen. Uiteindelijk vraagt ze zelfs om te kunnen zitten.

Als Herma haar dan papier en een pen geeft, leren we ook een creatieve Maureen kennen.

De radioloog komt met de verheugende mededeling dat er niets stuk of gebroken is. Daar hebben we ook niet meer op gerekend.

Blijft het raadsel van het niet praten. Als Maureen haar tong uitsteekt, is ook dat raadsel opgelost. Er zitten twee flinke scheuren in haar tong.

Maureen moet nog wel even langs de dokter. Daar staat echter een geweldige rij, wat nog enkele uren wachten betekent. Dat trekken we niet. We besluiten de volgende dag terug te komen.

Opgelucht verlaten we het ziekenhuis. ’s Avonds horen we dat niet alleen wij opgelucht zijn. De moeder ook, vooral de moeder, blij, gelukkig en daar opgewonden van.

De volgende dag blijkt de dokter toch hard nodig. In de boven- en onderrug zijn een paar botten van hun plaats verschoven. Doktershanden zijn nodig en daarna een week fysiotherapie. Medicijnen worden verstrekt tegen de pijn en om de tong te genezen.


15 december 2011

04. De derde ronde

Het kost ons drie dagen om alle families in sub-county Seeta Nazigo te bezoeken. Dat betekent ‘s morgens op tijd op pad. Dat is geen straf. Het is genieten van een wat mistig landschap. Onze uitvalsbasis is de basisschool Gods Glory. Het is ‘grote vakantie’. De school ligt er verlaten bij. De deur van een klaslokaal – misschien is hok een beter woord – staat open. Als je dan een onderwijsachtergrond hebt, kun je de verleiding niet weerstaan. Even binnen kijken. Het doet ons deugd het onderwijsmateriaal te zien hangen wat Herma voor deze school gemaakt heeft. We doen de ronde samen met de veearts, die de geiten zonodig vaccineert, vitaminespuiten geeft en geiten die nog geen oormerk hebben van een oormerk voorziet. Herma noteert alles nauwgezet. Niet voor niks, want we ontdekken onregelmatigheden. Een discussie voor later. De veearts wijst de weg. Hij weet precies waar alle families wonen. We hebben een lijst met daarop de namen van de te bezoeken families. Gek genoeg kan de veearts daarmee niet uit de voeten. Namen kent hij niet. Ter plekke moet hij vragen naar de familienaam. Wat namen betreft komen we vaak voor verrassingen te staan. Vader, moeder en kinderen, zelfs kinderen binnen hetzelfde gezin hebben verschillende achternamen. Dat heeft te maken met de indeling van verschillende families in clans.

Het landschap is heuvelachtig. We lopen vaak op smalle paadjes, soms over akkers omdat de weg ondergelopen is. We komen veel mensen tegen. We trekken veel bekijks. Men komt hier niet elke dag twee muzungu’s tegen. Omgekeerd trekken veel mensen onze aandacht. Daarbij behoren zeker de waterdragers. Jong en oud sjouwen met jerrycans water. Het behoeft geen uitleg dat het zwaar werk is. Dat zie je. Waar we ook komen, overal vindt men het reuze interessant ons te zien. Families lopen uit.. Maar vaak komen ook de buurkinderen aangesneld. De families zijn erg kinderrijk. Geboortebeperking staat hier nog in de kinderschoenen. Oudere kinderen nemen de zorg op zich van jonge kinderen. Je ziet dan ook veel dat jonge kinderen door een broertje of zusje gedragen worden. Water dragen is zwaar, maar dit kan ook zwaar zijn. Bij veel families is het een feest van herkenning. We hebben hen vaker bezocht en sommigen ontmoet bij schoolfeesten. Leo krijgt onverwacht een foto toegestopt waar hij staat afgebeeld met een kind dat vorig jaar op Gods Glory is ‘gepromoveerd’ naar groep 3. Op de foto is meer een roodhuid te herkennen dan een muzungu.

Voor een meisje hebben we een foto bij ons die we vorig jaar gemaakt hebben. Ze is er zichtbaar blij mee.Opvallend is dat ze hetzelfde rokje aan heeft als november vorig jaar.
Maar het kan sterker. We ontmoeten Katongole, een dove jongen. Hij heeft dezelfde kleding aan als toen we hem voor het eerst ontmoeten in begin 2010. Veel kinderen lopen in versleten kleren met gaten erin. Soms loop je bijna letterljk in je blote kont.
Bij sommige families zien we dat ze hard hun best doen met het verbouwen van diverse gewassen wat te verdienen. Zo zien we voor een huis de koffie-oogst op de grond liggen. Kippen voelen zich daarin kiplekker.
Bij een andere familie liggen de aardnoten oftewel de pinda’s op de grond te drogen.
Een familie heeft zich gestort op het kweken van tomatenplantjes. Bij deze familie is een jongen zo gek op de gekregen geit dat de geit ‘s nachts bij hem binnen slaapt, terwijl hij overdag in de stal staat. Ach, zoveel verschil is dat ook niet.
In onze onnozelheid hebben wij atijd gedacht dat ananassen aan bomen groeien. Van dat idée heeft men ons al eerder afgebracht. We begrijpen dat ananassen in de grond groeien. Toch blijf het ons verbazen dat we de ananassen altijd zo schoon in de stalletjes zien liggen. Bij het passeren van een ananasplantage hebben we dan ook even over het hek gekeken. Het is nu duidelijk, de ananasplant zit in de grond, de vrucht erboven. Zoals eerder vermeld: rokende mensen zie je haast niet in Oeganda. Nou is dat in de stad ook niet nodig want je krijgt genoeg andere stinkende gassen binnen. Het is dan ook een verrassing voor ons dat we in de binnenlanden een vrouw tegenkomen die rookt. Geen sigaret of een shaggie, maar pijp! Drie dagen sjouwen door de binnenlanden levert behalve mooie plaatjes Leo ook een gewrichtsontsteking in zijn voet op. Gedwongen rust. Tijd om een verslag te schrijven. Bij kaarslicht. De stroom is weer eens uitgevallen. Romantisch? Wij weten beter!




15 december 2011

Het loopt gauw in de papieren!

Het Lejofonds is actief in Oeganda.Toch is de overheid officieel niet op de hoogte van de activiteiten. Daarvoor is het nodig dat het Lejofonds een ngo-certificaat aanvraagt. Waar staat ngo voor? Wikipedia, de vrije encyclopedie zegt daarover het volgende:

Een niet-gouvernementele organisatie (of ngo, ook wel non-gouvernementele organisatie) is een organisatie die onafhankelijk is van de overheid en zich op een of andere manier richt op een verondersteld maatschappelijk belang. Over het algemeen gaat het om organisaties die werken aan het bevorderen van milieubescherming, gezondheid, ontwikkelingswerk of het bevorderen van de mensenrechten. De term wordt veel gebruikt voor organisaties die zich met ontwikkelingssamenwerking bezighouden.

Heeft het Lejofonds een ngo-certificaat dan zijn alle activiteiten legaal, kan er bij problemen een beroep gedaan worden op hulp van de overheid en zijn er een aantal belastingvoordelen.

Op dus naar het ngo-certificaat. Gemakkelijk gezegd, moeilijk gedaan. Nederland wordt als een bureaucratisch land gezien.Nou, Oeganda blaast ook een partijtje mee.

We moeten formulieren invullen waarin we aangeven wat het Lejofonds allemaal doet in Oeganda. Geen probleem. We moeten een onderzoek in laten stellen of de naam Lejofonds al voorkomt in Oeganda, Wij weten de uitkomst al, maar dat telt niet. De Nederlandse ambassade moet een aanbevelingsbrief schrijven. Zo komen we weer eens in Kampala.

Er moet een P.O.Box gehuurd worden. De overheid moet het Lejofonds toch berichten kunnen toesturen.Kopieen van de paspoorten zijn nodig. Die zijn net nieuw, dus met frisse koppies. Ook zijn C.V’s van ons nodig. Die knutselen we op een avond in elkaar. Een werkplan van het Lejofonds voor 2012? We lepelen het op. Uittreksel van de Kamer van Koophandel? Die hebben we zowaar bij ons. Vertalen in het Engels? No problem! Statuten van het Lejfonds? Hebben we ook.

Bewijs van goed gedrag? Tsja, nu gaan we de mist in. We hebben ze wel, maar thuis en verlopen. Kopieen van onze diploma’s Ai, die liggen ook thuis (Maar waar?). En dat betekent dat we dag met het handje kunnen zeggen tegen het gewenste certificaat. Een voorlopig certificaat is nu het hoogst haalbare. We gaan er voor. Maar daar moeten we nog wel wat meer voor doen.

De lokale overheid doet ook een behoorlijke duit in het zakje. Verderop zal blijken dat in de praktijk onze duiten in hun zakjes verdwijnen. De kleinste bestuurlijke eenheid in Oeganda is een dorp.

Een dorp wordt bestuurd door een lokale raad, de LCO1. Daarna volgt de parish, een bundeling van dorpen, bestuurd door LCO2. Vervolgens krijgen we de sub-counties, bestuurd door, jawel, LCO3. Dan komen de counties of de provincies. Bestuurd door? Drie keer raden: LCO 4. Tenslotte hebben we de districten die uit meerdere provincies bestaan.Zelf in te vullen wie een distrcit bestuurt.

Wil je een ngo-certificaat verkrijgen dan zul je tenminste langs de voorzitters van LCO 1, 2 en 3 moeten om van ieder een gestempelde verklaring te verkrijgen. En elke LCO vraagt daar een eigen bedrag voor.

Voor Oegandese begrippen worden daar fikse bedragen voor gevraagd want men gaat ervan uit dat een aanvrager van een ngo certificaat de nodige centen heeft. Een kwitantie? Nee, dat is niet mogelijk. Het geld wordt niet afgedragen aan de overheid. Corruptie? Wie zegt dat?

We hebben inmiddels bijna alles bijelkaar. Nu wacht ons nog een ontmoeting met de NGO-board in Kampala. Zij zullen ons een interview afnemen. We voelen ons weer schoolkinderen die examen moeten doen.


8 december 2011

03. Geduld is een schone zaak, maar de tijd gaat verder.

Dit keer bezoeken we de families in sub-county Knonkonjeru op een afstand van ongeveer 25 kilometer van Mukono.Het is een uurtje rijden met de auto. Dat ligt niet helemaal aan de afstand, maar ook aan de toestand van de weg. Geen glibberige wegen door de regen dit keer. Het zijn vooral de vele gaten in het wegdek die ons slalommend de weg over doen gaan.

Wanneer we een zijweg inslaan worden de kuilen steeds groter en sommige gedeelten van de weg erg drassig. Op een gegeven moment kunnen we niet verder. We zijn genoodzaakt het laatste stuk te lopen.



Onze bestemmimg is de Kisimbizi primary school. Deze school heeft als motto “Through patience you win”. Een toepasselijk motto. De school is erbarmelijk gehuisvest. Fundamenten voor drie nieuwe klaslokalen ligger er al meer dan een jaar. Er is geen geld om de lokalen af te bouwen. We hebben hier eerder over bericht.

Zie: Through patience you win

De school ligt aan het eind van een groot veld. Vanuit de verte zien een aantal kinderen ons aankomen.

Ze komen hollend aangerend. Ze vliegen Herma om de hals en roepen Herma Annyas . En dat met de juiste uitspraak. We staan perplex.

Onder hun begeleiding gaan we naar mister Spencer, de ‘ecxecutor” van het project in dit gebied en headmaster van de school.

Onze komst is voor hem onverwachts en zijn mond valt dan ook open van verbazing. Het is een hartelijk weerzien.

De veearts staat ons al op te wachten, We kunnen onze bezoeken beginnen aan de families in het project. De situatie van de eerste familie is duidelijk verbeterd. De oogst van pinda’s ligt voor het huis op de grond. Er is een overdekte kookplaats aangebracht. De geiten zien er goed uit. Eén geit ontsnapt. Maar dat is van korte duur. De kinderen weten het beest te vangen en dragen hem terug.



Moeder is blij ons weer te zien. Aan het eind van het bezoek krijgen we een aantal maïskolven mee.

Een oma maakt ook deel uit van het project. Zij voedt vier kleinkinderen op waarvan de ouders zijn overleden aan aids. Wanneer we haar huisje naderen zien we wasgoed wapperen aan de waslijn.

Herma herkent onmiddellijk een zijden blouse van haar moeder. Het merkje van het verzorgingstehuis is nog zichtbaar. Vorig jaar zijn we hier geweest en hebben voor oma en de kinderen kleding achtergelaten. Oma zelf is helaas niet thuis. Zij is aan het werk op het land.

De deur van het huisje staat open en het geeft ons de gelegenheid binnen een kijkje te nemen. We zien een klein slaapvertrek met een houten bed, klaarblijkelijk het bed van oma. Daarnaast ligt een stuk schuimrubber op de grond. Kennelijk de slaapplaats van enkele kinderen. We zien een keukentje en een kleine ruimte wat dienst doet als een soort “voorraadkast.

Vlakbij oma woont een zus van de veearts. We maken kennis met haar. De veearts vertelt dat hij destijds uitgenodigd was voor haar bruiloft. Vanwege studie was hij verhinderd. Na de bruiloft is zuslief verhuisd en is de veearts haar uit het oog verloren.

Voor het project “Goat to Goat” moet hij op bezoek bij oma en zo vond hij zijn zus weer terug. Waar het project al niet goed voor is.

Knonkonjeru staat er goed voor. Op een na alle families hebben de eerste geboorte van hun geit terug gegeven aan het project en voldoen daar mee aan de voorwaarde van het project.



De geiten en/of de bokken die daarna geboren zijn, behoren nu de families toe. Knonkonjeru is hard op weg naar self-supporting. En dat is wat we graag willen.
We complimenteren mister Spencer met zijn goede werk als “executor”. Hij straalt zichtbaar. Op zijn beurt vraagt mister Spencer onze aandacht voor zijn school en de drie af te bouwen klaslokalen. Hij is 66 jaar. Zijn gezondheid gaat achteruit. Het is zijn droom de nieuwbouw te realiseren. Daarna kan hij de school in handen geven van een opvolger en kan hij rustig met pensioen. Nu nog niet.
Tenslotte pakt mister Spencer onze handen vast en spreekt een gebed uit waarin hij God dankt voor onze komst.




8 december 2011

Moe-zoen-goe-road

We wonen in Nabuuti, even buiten het centrum van Mukono. Als we de hoofdweg verlaten, komen we al snel op een onverharde weg die naar ons huis leidt. Aan weerszijden van de weg tref je kraampjes aan waar mensen met de verkoop van vaak wat groenten en fruit iets proberen te verdienen.

Deze weg zonder naam hebben we nu verheven tot Muzungu Road ( Moe-zoen-koe-rood). Elke keer als we deze weg bewandelen, naar het centrum of omgekeerd, horen we van alle kanten : Moe –zoen-koe! In Oeganda staat muzungu voor blanke. En als je dan opkijkt waar het geluid vandaan komt zie je vrolijke kinderen die je enthousiast toezwaaien.

Zoveel enthousiasme vraagt om een reactie. Die komt in een zwaai waar de koningin zich bepaald niet voor hoeft te schamen. Maar daar nemen een aantal kinderen geen genoegen mee. Ze blijven roepen en zwaaien totdat je voor een tweede keer reageert.

Het lijkt wel of elke keer een soort tam- tam de boodschap verspreidt. Zijn we nog maar bij de plaats waar men bananen verkoopt dan zien we verderop al kinderen beginnen te zwaaien.

Meestal hebben kinderen ons het eerst in de gaten. Soms, wanneer ze wat verder van de weg spelen, zien ze ons, wanneer we al bijna gepasseerd zijn. Dan moet even een sprintje getrokken worden om onze aandacht te vangen. Sommige ‘ve rkoop-huis-stalletjes’ hebben een deur, waar een doek voor hangt of wat daar voor door gaat. Kinderen die daar achter zitten, hebben ons meestal niet in de gaten waardoor we ongestoord door kunnen lopen. Meestal …….. sommige doeken vertonen enorme, laten we maar zeggen ‘kijkgaten’.

Bij de ‘banananenverkoop’ staan we meestal even stil om een paar bananen te kopen voor tussendoor. Tomaten voor het ontbijt kopen verderop bij ons favoriete stalletje.

Moeder staat achter het kraampje en soms zit ze eronder. Haar kinderen zitten naast de kraam als ze uitgespeeld zijn.

Af en toe blijft het muzungu-geluid weg. Het regent!




8 december 2011

Sinterklaas bericht het Lejofonds in Oeganda

Beste mensen van het Lejofonds,

Na uw site bekeken te hebben ben ik onder de indruk van al uw activiteiten. Graag wil ik, als Sinterklaas ook mijn bijdrage aan leveren.

Hoe? Al 16 jaar speel ik op de PC school de Enk in Eerbeek Sinterklaas. Na schooltijd worden gezinnen bezocht en deze betalen voor het bezoek van Sint en de Pieten. Het geld gaat altijd naar een goed doel waar kinderen een prominente plaats in moeten hebben.

Zo hebben wij reeds een bijdrage kunnen geven aan o.a. Ronald Mac Donald, Kika, Clinic Clowns en Compassion. Dit jaar werd ik geattendeerd op het Lejofonds.

Mijn SINTERKLAASbijdrage wil ik graag doneren aan jullie prachtige goede doelen. Uiteraard moet ik nog even ruggespraak houden met de Pieten, en ik hoop ook hun te kunnen overtuigen van jullie fantastische fonds. Zo snel mogelijk laat ik van me horen.

Vr gr. De Sint.


Beste Sinterklaas,

U begrijpt, nu wij in Oeganda zitten, dat we in het geheel niet verwachten dat u bij ons op bezoek komt. Het is verbazingwekkend dat u daarvoor de tijd gevonden heeft. Tegelijkertijd moeten wij zeggen dat uw boodschap meer dan indrukwekkend is. U bent met recht een Goedheilig man!

Wij weten dat u een groot hart heeft, speciaal voor kinderen. U maakt nu ook duidelijk dat dit grenzenloos is. Daar hebben wij een grenzenloze bewondering voor.

Wij begrijpen dat u tot dit alles niet in staat bent zonder de hulp van u trouwe Pieten. Uit de liedjes die over u gezongen worden weten we dat de Pieten soms knechten worden genoemd. Dit is uiteraard niet denigrerend bedoeld. Maar er spreekt wel een dienende rol uit.

Hieruit trekken wij de conclusie dat de Pieten mee gaan in uw besluit. U spreekt de hoop uit de Pieten te kunnen overtuigen. Wij zijn daar zeker van. Wie anders dan Sinterklaas heeft overtuigingskracht? Uiteraard is het goed dat ook de Pieten op de hoogte zijn van de activiteiten van het Lejofonds in Oeganda.

Sinterklaas, nu wij ons toch tot u richten, willen we graag ook een verzoek doen. Wij zijn ervan overtuigd dat u een dezer dagen contact heeft met de heer Geert Wentink. De heer Wentink is een grote fan van u, zoals u ongetwijfeld weet. Zou u de heer Wentink de welgemeende groeten van ons willen doen en hem veel success wensen met zijn activiteiten voor de ouders van de PC basisschool De Enk in Eerbeek? Alvast hartelijk dank daarvoor.

Ach, Sinterklaas, op de valreep nog een tweede vraag: Mocht u de Pieten niet weten te overtuigen, we kunnen ons dat niet voorstellen, maar je weet maar nooit, zou u dat ons willen berichten? U begrijpt dan willen we u een handje helpen.

Beste Sinterklaas, het is warm in Oeganda. We kunnen het ons dan ook moeilijk voorstellen dat het guur weer is in Nederland rond uw verjaardag.

We wensen u heel veel sterkte met het voor u onaangename weer, laat u verwarmen door de harten van de kinderen. Weest u astublieft voorzichtig.

Voor straks wensen we u een veilige terugreis naar Spanje. Heel hartelijk dank dat u de tijd gevonden heeft en de moeite heeft willen nemen een uitstapje te maken naar Oeganda.

Vanuit Oeganda wensen we u het allerbeste.

Namens het Lejofonds,

Leo en Herma Annyas


Het is vijf December geweest. Sinterklaas is niet langer incognito. We willen dan ook de heer Geert Wentink uit Eerbeek geweldig bedanken voor zijn Sinterklaasactiviteiten. De Pieten zijn nog incognito. Maar daarom niet minder dank!

Inmiddels kennen wij de opbrengst van dit geweldig initiatief. Vorstelijk!




4 december 2011

02. De weg kwijt

Vanaf nieuwsbrief 13 maken we al melding van de explosief gestegen kosten van levensonderhoud in Oeganda. In nieuwsbrief 15 berichten we over de noodoproepen om hulp op internet.

Ook de projectschool Good Samaritan raakt in de problemen. Voor “director” van de school, die ook de coordinator van het project “Goat to Goat” is, gaat de meeste aandacht uit naar de problemen van de school en het vinden van oplossingen daarvoor.

Uit nieuwsbrief 17 wordt duidelijk dat hij niet de juiste oplossingen heeft gevonden. Integendeel. Hij heeft gelden, beschikbaar gesteld voor het project, aangewend om problemen van de school en zichzelf op te lossen. Hij is duidelijk de weg kwijt.

Reden voor het bestuur van FDEDEPO, de stichting waarmee het Lejofonds samenwerkt, hem het coordinatorschap te ontnemen en hem uit de functie van “director” van de school te zetten.

Het bestuurslid wordt gehouden geleden schade te vergoeden. Hij heeft daar inmiddels mee ingestemd.

Dit alles heeft in de afgelopen tijd tot intensieve email-en Skype contacten geleid met Oeganda.

Nu Leo en Herma Annyas voor het Lejofonds in Oeganda zijn, kunnen zij zich een goed beeld vormen van de actuele situatie. Dit betreft dan zowel het project “Goat to Goat” als de malversaties van de coordinator/director.

Dat betekent vele gesprekken voeren met mensen uit de verschillende sub-counties. De agenda loopt dan ook snel vol.

Het is regenseizoen. De meeste dagen is het bewolkt, maar wel met een aangename temperatuur. Dagelijks kun je regenbuien verwachten, soms kort en hevig, maar ook wel langdurig.

Bijna alle wegen zijn onverhard. Na flinke regenbuien worden de onverharde wegen gevaarlijk glad. We laten het dan uit ons hoofd om een boda boda, een motortaxi te nemen als we ergens naar toe gaan.

Wanneer we na forse regen naar Seetah Nazigo moeten, 20 km verderop, voor een gesprek met een “executor” van het project, huren we een auto met chauffeur. Buiten een boda boda is dit de enige mogelijkheid om in Seetah Nazigo te komen.

Het vereist heel wat stuurmanskunst om kuilen en gaten te ontwijken en toch op de gladde weg te blijven. Het lukt de chauffeur wonderwel. Maar als hij een gestrande vrachtwagen moet ontwijken, raakt hij in de berm en rijdt zichzelf vast.

Niemand kijkt daar van op. Men komt al met een schep aanlopen om de auto uit te graven, wat uiteindelijk lukt.

We komen later in Seetah Nazigo aan. Geen enkel probleem. Niemand verwacht hier dat je op tijd komt. Europa heeft de klok, Afrika heeft de tijd.