6 december 2010













Fan van Madam Nambooze


Office Fred Migadde




16a. Erkenning!

Een verslag van de “big ceremony” is uitgebreid op de Oegandese televisie geweest. En dat is te merken. Direct de volgende dag krijgt onze “counterpart” bezoekers over de vloer.

Inmiddels zijn er al twee seminars en een bruiloft geboekt. Fred Migadde weet niet goed welke prijzen hij daarvoor moet hanteren. Hij vraagt een schijntje. Maar dat stellen we gauw even bij.

Uit de reactie van de bezoekers tijdens de “big ceremony” wordt duidelijk dat men erg onder de indruk is van de vele veranderingen. De keuken met zijn zitjes ervoor baart veel opzien. Het is een “eyeopener” en men verwacht dat in de komende tijd vele scholen in Oeganda dit gaan nadoen. De schilderingen op de gevels worden als ongewoon ervaren. Toch vindt men het prachtig. Het draagt ertoe bij dat de school het predikaat modern krijgt. En dan zijn daar nog de prikborden in de verschillende ruimtes. Een ongekend fenomeen in Oeganda. Dat er zelfs een irrigatiesysteem is, slaat alles.

Een paar dagen later krijgen we vroeg in de ochtend een telefoontje van onze Oegandese partner Fred Migadde. Hij kan een afspraak niet nakomen. Hij is uitgenodigd voor een gesprek met parlementslid madam Teacher. Zij was ook aanwezig op de “big ceremony”. Fred is overdonderd. Hij heeft nooit echt gesproken met een parlementslid.

Een dag later krijgen we verslag van een oor tot oor glunderende Fred Migadde.
De “meeting” met het parlementslid is uiterst succesvol verlopen. Zij ziet de “demonstrationfarm en knowledgecenter” helemaal zitten. Veel mensen verkeren in armoede en lijden honger. Voornaamste reden is dat zij kennis missen op het gebied van de “agriculture”. De “demonstrationfarm and knowledgecenter kan hier in voorzien en dit gat opvullen.

Het parlementslid Betty Bakireke Nambooze heeft toegezegd in het nieuwe schooljaar elke week op de woensdag een specialist op het gebied van “agriculture” naar de “demonstrationfarm and knowledgecenter te sturen. Hij kan dan ter plekke lesgeven aan schoolkinderen. Elke week komt een andere school op bezoek. Alle scholen in de wijde omgeving komen een keer aan de beurt. De kosten van vervoer zijn voor de overheid.

Verder heeft mevrouw Nambooze gevraagd een allesomvattend voorstel te maken over de inrichting van de “demonstrationfarm”. Zij zal daarna instanties en organisaties benaderen om delen van het plan te bekostigen.

En Fred Migadde is nog niet uitverteld. Hij is ook benaderd door een organisatie voor gehandicapte mensen in Mukono. Zij hebben ook het verslag op de televisie gezien en stellen onmiddellijk 1 miljoen shilling beschikbaar voor de plannen van de “demonstrationfarm and knowledgecenter”

Na het verslag van Fred Migadde zitten wij ook te glunderen. We hebben met behulp van het Lejofonds een flinke injectie gegeven om te komen tot een “demonstrationfarm and knowledgecenter” omdat we erin geloven op die manier veel mensen te bereiken en te ondersteunen in hun gevecht tegen de armoede en honger. Dat dit door de eigen omgeving zo snel geadopteerd en opgepakt wordt, is voor ons ook een aangename verrassing.






6 december 2010









Katongole, doof vriendje




James, doof vriendje


16b. Huppelende geiten, knorrende varkens en blèrende bokken

We staan voor een omvangrijke operatie. Er moeten varkens naar verschillende gezinnen met een gehandicapt kind gebracht worden. Bokken in de verschillende sub-counties moeten geruild worden om te voorkomen dat ze straks de eigen kinderen gaan dekken. Een aantal eerstgeboren geiten wordt teruggehaald, deels om door te geven aan nieuwe gezinnen, deels om verkocht te worden ter bestrijding van onkosten.

Er is een pick-up truck gehuurd. In de cabine is behalve voor de chauffeur slechts plaats voor twee personen. Dat betekent dat Fred veroordeeld is tot het zitten in de open laadbak. Het is erg heet. Toch verwacht Fred het koud te krijgen. Hij is gehuld in een dikke jas.

We gaan weer de binnenlanden in. De wegen zijn er verschrikkelijk slecht., kuilen, gaten, hobbels. Af en toe klapt de bodemplaat van de auto flink tegen de grond. We kunnen het niet zien, maar Fred moet wel door de laadbak stuiteren.
Bij elke stop vragen we ietwat bezorgd hoe het gaat. We kennen Freds stopwoorden. Die gebruikt hij nu ook: “No problem”.

De varkens wegbrengen betekent voor ons ook een weerzien met onze dove vriendjes die nu met zomervakantie thuis zijn. Ze vliegen op ons af voor een omhelzing.

Sub-county Knonkonjeru ligt het verste weg. De school van mister Spencer fungeert voor dit gebied als centrum van het project. We halen er bokken en geiten op. Terug naar Seetah Nasigo is de chauffeur gedwongen langzaam te rijden over de slechte wegen met alle beesten aan boord.

Het is erg warm. Alle ramen staan open. In dit gebied baart de pick-up-truck opzien. Het is verbazend hoe snel, vooral de kinderen, in de gaten hebben dat er blanken in de auto zitten. Het “Bye muzungu” is dan ook niet van de lucht. Er wordt ook weer veel gezwaaid. Het roept bij Herma weer het koninginnegevoel op.

In Seetah Nasigo komen er weer een aantal geiten bij. De weg van hok naar auto wordt door de beesten huppelend afgelegd. De Oegandezen zijn gewend geiten met een touw aan de poot vast te zetten. Moet een geit verplaatst worden dan pakt men het touw, trekt eraan en het beest is gedwongen op drie poten verder te gaan.

Het is al donker wanneer we terug zijn in Mukono waar we uitstappen. De auto rijdt verder naar Nasuuti waar de geiten ondergebracht worden in de stal op het terrein van de Good Samaritanschool.

De volgende dag komt de vader van Batu op de fiets aanzetten. Hij woont uit de route. Het varken is daarom niet met de auto gebracht, Hij komt het beest nu zelf ophalen. Met de fiets. De poten van het varken worden vastgebonden, het varken wordt in een jute zak gestopt. Deze zak komt aan de zijkant van de fiets te hangen. Fietser en varken zijn nu klaar voor een fietstochtje van dik een uur. Inmiddels hebben we gehoord dat ze goed zijn aangekomen


6 december 2010





Plaats w.c.’s














Sinterklaas in Oeganda

Misschien wordt er wel geschiedenis geschreven in Oeganda. Sinterklaas is er gesignaleerd.
N.a.v. het verhaal “In God everything is possible” in weblogaflevering 15 heeft Sinterklaas blijkbaar besloten enige hulpsinterklazen in actie te laten komen.
Dit heeft geleid tot enkele prachtige giften; sommige voorzien van originele teksten, zoals “Sinterklaas in Oeganda” en “Uit mijn potje, in jullie potje voor een pispotje”.

In totaal is 1 miljoen shilling binnengekomen. Deze zijn inmiddels overhandigd aan een zeer opgeluchte mister Sephen, headmaster van Gods Glory.

Er kan nu een begin gemaakt worden met de bouw van een achttal toiletten. En dit betekent naar zeggen van mister Stephen dat de dreiging dat de school gesloten wordt van de baan is. Er kan nu daadwerkelijk aangetoond worden dat de verplichting tot de bouw van een achttal toiletten serieus genomen wordt.

Het begin is er, dankzij steun vanuit Nederland. Dat is meer dan mister Stephen in de afgelopen drie jaar heeft bereikt. Ondanks klachten moeten tot nu toe nog steeds meer dan vierhonderd (!) personen hun behoeften doen op twee toiletten die de naam toilet niet waardig zijn.

De eerste klap is een daalder waard. De eerste materialen zijn besteld. Het begin is er.

Het is nu zomervakantie in Oeganda. Nog een paar wonderen of een paar bezoekjes van de Kerstman en na de zomervakantie staan een achttal toiletten te wachten op bezoekers. We “hopen” het, want we kunnen ons voorstellen dat mister Stephen “schijtziek” is van deze zaak.

Dit verhaal behoeft vervolg.

Op 5 december, niet toevallig op deze dag, is het geld overhandigd. Op 6 december zijn de materialen gekocht in de hoofdstad Kampala en overgebracht naar Seetah Nasigo. Men heeft daarmee haast gemaakt zodat wij nog foto’s kunnen maken van het aangekochte materiaal. Wij stappen in Mukono in en gaan mee naar Seetah Nasigo.

Daar staat ons een waar ontvangstcomité te wachten. De burgemeester en het voltallige schoolbestuur zijn uitgerukt om ons te verwelkomen en om ons te bedanken.

Tot onze grote verrassing is men al begonnen met het graven van een groot gat op de plaats waar de toiletten komen. We vragen hoe diep het gat moet worden.
Men is gewend te rekenen met inches en dus is het even rekenen om de diepte in meters te berekenen. 25 meter is het uiteindelijke antwoord. Dat geloven we niet. Dat moet een rekenfout zijn. Dat zijn we hier wel gewend. Dus vertellen we dat men 2,5 meter bedoelt. Men blijft volhouden dat het 25 meter is. Anders is het geld verknoeien horen we. Dan is de kuil zo vol gepoept. We vragen hoe men denkt van een dergelijke diepte de grond naar boven te halen. We krijgen verhalen over jerrycans, touwen en katrollen. Ons ongeloof maakt plaats voor verbazing. 25 meter diep!! Een kuil graven van 25 meter diep bij een dergelijk hitte. Volgens ons staat men straks in zijn eigen transpiratievocht.

We kijken nog even naar het uitladen van de materialen. Dan moeten we terug. Er wacht ons nog een vol programma.

Headmaster Stephen put zich uit in dankbetuigingen. Het lijken wel verontschuldigingen. “Ik heb niets anders dan “God bless you” te vragen voor jullie en de mensen in Nederland”, is zijn reactie. Dat geven we bij deze door.




1 december 2010



















15. In God everything is possible

Het project “Goat to Goat” speelt zich af, zoals vaker gemeld, in drie sub-counties. Een school is in elke sub-county het centrum van het project. In Seetah Nasigo is dat de school Gods Glory. We hebben vaker over deze school geschreven. Onlangs nog over de promotie bij de kleuters.

Het is ongelooflijk hoe deze school gehuisvest is. Houten barakken, lek als een mandje. En een stenen gebouw, zonder deuren en ramen. Door gaten in de muur valt het licht. Meerdere klassen zijn in deze ruimte gehuisvest. Volle ruimtes, gemiddeld (!) vijftig leerlingen per leerkracht.

Er is een start gemaakt met de bouw van drie nieuwe lokalen. De muren zijn deels opgetrokken. Deels, want geld om het gebouw af te bouwen is er niet. Er is geen uitzicht wanneer dit wel het geval is. De hoop daarop vermindert langzamerhand.

Ruim vierhonderd leerlingen bezoeken de school. Acht leerkrachten zijn aan de school verbonden.

Voor al deze leerkrachten en leerlingen zijn slechts twee (!!) toiletten beschikbaar, eentje voor de jongens en mannen, eentje voor meisjes en vrouwen.

Toiletten is een te deftig woord. Achter een gammele deur bevindt zich een kleine ruimte, waar je nauwelijks je kont kunt keren. Er is een gat in de grond.

Je wordt geacht daarin je behoefte te mikken. Niet iedereen is zo’n kunstenaar. Er wordt dus veelal naast de pot gepiest en anderszins. De stank is niet te harden.

En jawel de twee w.c.’s staan vlakbij de ruimtes waar lesgegeven wordt. In een misselijkmakende geur worden kinderen geacht oplettend te zijn en te leren.

Vandaag ontmoeten we Stephen, de headmaster. Hij is ten einde raad.
Via de inspectie van onderwijs heeft hij te horen gekregen dat op korte termijn een achttal nieuwe toiletten gebouwd moeten worden, verder weg van het schoolgebouw. De bestaande situatie levert gevaar op voor de gezondheid van de kinderen. Mocht hij in gebreke blijven dat wordt de school gesloten. Stephen weet dat men in Oeganda daarin onverbiddelijk is.

De slogan van de school is “In God everything is possible” . Daarop vertrouwt hij. Of toch niet helemaal? Hij ziet in ons, als vertegenwoordigers van het Lejofonds, God. Dat doen wel meer mensen hebben we in de afgelopen tijd gemerkt.

De vraag is dan ook of wij kunnen helpen. Dat kunnen we niet.
Het enige wat we kunnen doen is deze schrijnende situatie melden op onze website.

Sinterklaas is in het land. Misschien dat die dit verhaal leest en er iets aan kan doen. En anders zijn er misschien mensen die Sinterklaas weten te vinden en deze kwestie aan hem kunnen voorleggen. Een vroege Kerstman is ook goed. Ze zullen zich onsterfelijk maken in Oeganda!

Naast deze weblogaflevering staat een specificatie van de kosten. Het gaat om een bedrag van liefst 5.369.500 Oegandese shilling. Omgerekend in euro’s klinkt het een stuk vriendelijker en lijkt het eerder haalbaar; het totaal is 1750 euro.





29 november 2010











14a. Wonderbaarlijk

Morgen is de “big ceremony”. We verven de hele dag allerlei beesten op de muren van de Good Samaritanschool. Bouwvakkers zijn druk in de weer om allerlei klussen af te maken. Verder doet niemand iets. Fred Migadde, de directeur is er niet. Om twaalf uur heeft hij keurig gemeld dat hij voor twee uurtjes weg is.

Wij verven vrolijk verder. Toch stijgt onze verbazing met het uur. Er moet nog heel veel schoongemaakt en opgeruimd worden. Dat moet voor donker gebeuren. En om zeven uur is het echt donker. Verlichting op het terrein is niet aanwezig. Slechts in een enkel lokaal is een klein peerlampje te vinden.

Zo tegen vijf uur kunnen we ons niet meer inhouden en vragen de leerkrachten hoe ze denken dat het verder moet. Die doen daar heel luchtigjes over. Morgen is het vroeg opstaan en dan is alles om 10 uur klaar, opgeruimd en schoongemaakt. We hoeven ons geen zorgen te maken. Leo geeft nadrukkelijk aan dat hij er niets van gelooft. Hij gelooft niet in wonderen. Maar daarmee verandert de houding van de leerkrachten niet.

Fred Migadde is op zes uur terug van zijn “twee-uur-durend-uitstapje”. Leo nodigt hem onmiddellijk dwingend uit een rondje te maken langs het terrein en de gebouwen om hem duidelijk te maken wat er nog moet gebeuren. En om druk te zetten geven we aan dat we de volgende morgen rechtsomkeer maken als het niet gebeurd is.

En dan is plotseling iedereen in rep en roer. Voor ons een teken dat we kunnen vertrekken. We willen voordat het donker is terug zijn in Mukono. Met een boda boda overdag reizen vinden we al een noodzakelijk kwaad. In het donker wagen we ons er niet aan.

We wensen Fred veel succes. Die beseft dat het een korte nacht zal worden.

‘s Nachts om half twee worden we wakker van een sms-je van de aannemer: “Great thanks goes to mr. Leo and Herma for the wonderful and beautiful work you have done at Good Samaritan Primary School. Please keep that good heart and spirit you have shown for helping the needed people and poor. May God bless you and make you to stay for another 100 years.”

Het is duidelijk: De dag van de “big ceremony” is begonnen.


29 november 2010



























14b. The big ceremony

De leerkrachten hebben ons wonderen beloofd. Heel nieuwsgierig komen we op de dag van de “big ceremony” om kwart over tien aan bij de Good Samaritanschool. Het officiële programma start om half 11.

Het is een drukte van belang, maar wel een drukte die we gisteren al verwacht hadden. Er wordt geboend, gesopt en geveegd. Het gras wordt gemaaid. Verder staat er niets klaar.

We doen een rondje en ontdekken dat vele dingen van ons lijstje niet in orde zijn. Het wonder is niet geschied.

Rond half twaalf komt er een vrachtwagen die een lading stoelen aflevert. Een half uurtje later worden een paar grote tenten gebracht.

Het is half 1 als de veearts bij ons komt om aan te geven dat hij wil beginnen met de seminar die voor half 11 op het programma staat. Van ons mag ie. Dan gebeurt er tenminste iets.

De seminar wordt binnen gehouden. De stoelen zijn daarheen gebracht.

Halverwege de seminar komt een auto aan met geluidsapparatuur. Ongeveer tegelijkertijd worden de niet bezette stoelen bij de seminar weer naar buiten gebracht en opgesteld.

Rond half twee komt een parlementslid, mevrouw Sofia Nalule binnen . We worden voorgesteld aan deze “guest of honour”.

We zitten wat achteraf op de veranda en kunnen alles goed overzien. Leo wordt benaderd door een journalist, die tegelijkertijd blijkt te werken voor een krant, een radiostation en een televisiezender. Hij heeft daarvoor een notitieblok , een cassetterecorder en een videorecorder bij zich. Leo wordt een paar keer door hem geïnterviewd waarbij al het materiaal wordt ingezet.

Rond twee uur worden we verzocht onze plaatsen te verlaten en vooraan te gaan zitten. We zijn belangrijke gasten zo wordt ons gemeld. We krijgen een plaats naast het parlementslid en de burgemeester. Achter ons zitten vertegenwoordigers van verschillende organisaties.

De “guests of honour” worden verwelkomd waarbij er extra aandacht is voor de vertegenwoordigers van het Lejofonds.

Na een welkomstlied door de kinderen beginnen de speeches. Bij de derde spreker krijgen we een programma waarin we zien dat de lunch om 1 uur gepland staat en dus al achter de rug had moeten zijn. We zien ook dat de lijst met sprekers aanzienlijk is. Ook het Lejofonds wordt geacht een speech te verzorgen.

Na een paar sprekers komt er en vrachtwagen aangereden met meubilair dat door ons besteld is voor de “office” en de “meetingroom”. Alles wordt uitgeladen. Het geeft wat afleiding.

Van onze plaats hebben we een goed uitzicht op de nieuwe keuken. We zien dat kinderen in de rij staan om eten te halen. En wij zijn niet de enigen. Kennelijk maakt dit schouwspel hongerig want het programma wodt onderbroken om iedereen de gelegenheid te geven te gaan eten.

Het moet gezegd, de keuken werkt fantastisch, de zitplaatsen ervoor zijn goed bezet. We horen enthousiaste verhalen. Een dergelijke opzet kent men niet. Het baart opzien. De tam-tam gaat werken. Dat is zeker.

Er is veel publiek. De lunch neemt dan ook de nodige tijd in beslag. Na de lunch blijkt dat het parlementslid enige officiële daden gaat verrichten. Lintjes doorknippen. Allereerst bij het nieuw kantoor van het project “Goat to Goat”.

Herma heeft deze dag, zonder medeweten van onze counterpart hier alle foto’s van kinderen opgehangen die met behulp van het Lejofonds naar school gaan. Een kleurrijk geheel.

Heeft men dit opgemerkt en het een officiële opening waard gevonden? We weten het niet.

Daarna gaan we naar de tuin om het door het Lejofonds bekostigde irrigatiesysteem officeel te openen. Het parlementslid vertelt ons dit een opzienbarend initiatief te vinden.

Terug op onze plaatsen is het weer tijd voor speeches. Nadat de burgemeester zijn zegje heeft gedaan is er er plaats voor het kinderkoor voor de school. Zij zingen een speciaal samengesteld lied voor Leo en Herma. Ontroerend.

En dan mag Leo een woordje doen.

De afsluitende speech wordt gehouden door een parlementslid afkomstig uit de regio. Aan het eind daarvan worden we uitgenodigd met haar mee te gaan naar het “officeblok om gezamenlijk een herdenkingsplaquette te plaatsen waarop vermeld staat dat het gebouw tot stand is gekomen door het Lejofonds.

Dat het Lejofonds staat geschreven als Rejofonds mag op dat moment niet hinderen.

De slotspeech is voor Fred Migadde. De meest voorkomende woorden daarin zijn Lejofonds, dank, Leo en Herma.

Heel veel sprekers vandaag, heel veel lof- en dankbetuigingen voor het Lejofonds en de vertegenwoordigers daarvan. Met daarbij het uitdrukkelijk verzoek dit ook over te brengen aan alle mensen in Nederland die het Lejofonds steunen.

Bij deze!


29 november 2010














Gepromoveerd!

Stephen is de uitvoerder van het project “Goat to Goat” in de sub-county Seetah Nasigo. Ook is hij directeur van de “ primary school” Gods Glory. De school is gehuisvest in houten barakken vol kieren en gaten. Daarnaast is er een stenen ruimte waar meerdere groepen gehuisvest zijn. Gaten in de wanden moeten ramen en deuren voorstellen. De vloer bestaat uit een kleilaag met steenslag. Het is alsof er een orkaan gewoed heeft die alleen muren overeind heeft laten staan.

Stephen ontmoeten we een paar keer op de Good Samaritanschool als wij aan het verven zijn. Wanneer we de laatste keer vertrekken, komt hij ons achterna. Hij nodigt ons uit voor een speciale “ceremonie” bij hem op school. Er wordt een feest gebouwd rondom een diploma-uitreiking van , laten we zeggen, kleuters die naar groep 3 gaan. Wij zullen “special guests of honour” zijn.

Het feest begint ’s middags om twee uur. Dat nemen we met een korreltje Oegandees zout. We zijn ’s morgens aan het verven op de Good Samaritanschool En dat loopt wat uit.

We komen ruim een half uur te laat aan in Seetha Nasigo in de veronderstelling dat we ruim op tijd zijn. Maar Stephen blijkt de tijd van de “muzungu’s te hanteren. Een bomvolle “zaal” met ouders en kinderen wacht al een half uur op onze komst. We krijgen een ereplaats toegewezen, naast de burgmeester.

Nadat we speciaal verwelkomd zijn, kan het feest beginnen. Voor in de “zaal” staan een drietal schrijfborden. Een paar kleuters nemen voor het bord plaats en schrijven woorden op die juf hen dicteert. Het is een aandoenlijk tafereel.

Daarna zingen de kleuters gezamenlijk een lied waarin de verschillende lichaamsdelen voorkomen die aangetikt worden.

De oudere kinderen zijn ook betrokken bij de “ceremonie”. Zij dansen traditonele Oegandese dansen.

Stephen doet verslag van gebeurtenissen in het afgelopen schooljaar. Daarbij memoreert hij dat met behulp van het Lejofonds 34 kinderen naar zijn school zijn gegaan en de families daarvan een geit hebben gekregen.

Dan is het tijd voor de “diploma”-uitreiking. Leo wordt gevraagd de certificaten uit te reiken. De kinderen worden als gepromoveerde studenten gekleed met toga en al. Alleen daarvan zijn ze al erg onder de indruk. Daarnaast worden ze ook nog op de foto gezet door een heuse fotograaf. Soms is het even wachten als de fotograaf zijn rolletje vol is.

Het is een prachtig gezicht waar iedereen van geniet. Het is voor de tweede keer dat de school een dergelijk evenement organiseert. We geven Stephen het advies hier de eerstkomende honderd jaar mee door te gaan.


25 november 2010



































13. “Not common!”

Onze counterpart wil, zoals gemeld, uitgroeien tot een “demonstrationfarm and knowledgecenter”. Op die manier krijgen vele arme mensen de middelen aangereikt om hun levensomstandigheden te verbeteren. Vele bezoekers zijn te verwachten.

Wij omarmen het idee, maar zien ook dat daardoor het terrein en de gebouwen van de Good Samaritanschool aangepast moeten worden.

We besluiten de school een facelift te geven en een klaslokaal geschikt te maken voor het houden van vergaderingen en workshops.

De hele “compound” wordt gerenoveerd. Men kan nu de verschillende lokaliteiten bereiken zonder na een regenbui door de modder te hoeven banjeren.

Het “officeblok” wordt uitgebreid en verdubbeld. Er wordt nu o.a. een kantoor voor het project “Goat to Goat” gerealiseerd en een magazijn voor het tuinproject.

Er komt een nieuwe keuken dichterbij de andere gebouwen met daarvoor een ruimte met vaste tafels en “zitmuurtjes” om te kunnen eten. Dezelfde ruimte is geschikt voor “lesgeven in de openlucht” of het houden van “meetings”

Voor het tuinproject wordt een irrigatiesysteem aangelegd.

In de afgelopen tijd hebben we de “opzichtersfunctie” op ons genomen om er zeker van te zijn dat alles gerealiseerd zou worden naar ons idee.

De bouwvakkers werken hard. Arbowetgeving is onbekend. Men werkt blootsvoets op gammele steigers, gemaakt van resthout, waar de spijkers nog uitsteken.

Er wordt een nieuw gebouw tegen een bestaand gedeelte aangebouwd. Het dak van het nieuwe gebouw is wat lager. Als Herma vraagt of de aanhechting tegen het bestaande gebouw waterdicht is, is het antwoord van de aannemer: “Nee!”.

Dit heeft tot gevolg dat de aannemer zijn plannen wijzigt en ervoor kiest een gezamenlijk dak over het oude en nieuwe gedeelte te plaatsen. Als het dak erop zit, blijken de binnenmuren niet tot dakhoogte te reiken. In elke ruimte hoeft men maar even over de muur te klimmen om in de andere ruimte te komen. Je kunt letterlijk verstaan wat in de andere ruimte gezegd wordt.

De aannemer heeft niet stil gestaan bij dit probleem. In Oeganda is men niet gewend een gebouw ineens af te bouwen, zo geeft hij aan. Dat gaat stapsgewijs. Elke keer een stukje verder zo gauw er weer geld is.

Wanneer het lokaal waar de vergaderingen en workshops gehouden zullen worden, is geverfd, blijkt na 1 dag de muren al zijn bevuild door kinderhanden. De aannemer komt daarover klagen bij Leo. Die wil verhaal halen bij de leerkracht. In het lokaal zijn veel kinderen, maar geen leerkracht.

Leo gaat poolshoogte nemen. Er blijkt die dag maar 1 leerkracht aanwezig te zijn. De anderen zijn afwezig vanwege bijscholing. De ene leerkracht is verantwoordelijk voor het toezicht op alle leerlingen, samen met een administratrice. Maar die ligt te pitten onder een boom.

Dat is gauw voorbij. Zij wordt ruw gewekt in haar slaap door Leo. Daar heeft ze waarschijnlijk nog nachtmerries van. Toezicht houden is het bevel. De rest van de dag zien we haar met een stok in de hand achter de kinderen aanlopen.

Leo speelt die dag voor “headmaster”, misschien is politieagent een beter woord. Sommige kinderen denken nog even niet te hoeven luisteren. Maar dat wordt onmiddellijk gesignaleerd en gecorrigeerd. Tot groot genoegen van de aanwezige bouwvakkers die hiervan zichtbaar genieten.

De volgende dag is er op verzoek van Leo een “teamvergadering”, een onbekend fenomeen voor het team.
Het onderwerp: Toezicht houden en gewenst kindergedrag.

Buiten moeten een aantal struiken verplaatst worden. Wanneer we ’s morgens tegen tien uur komen, zien we dat Fred Migadde, samen met een aantal leerlingen prachtige struiken heeft uitgegraven. Ze liggen in de brandende zon.

We proberen tevergeefs duidelijk te maken dat dit het einde van de struiken betekent. Een paar uurtjes in de zon moet kunnen. Straks krijgen ze wat water en binnen veertien dagen staan ze er fris en fruitig bij.

Na een paar dagen zijn de struiken bruin, dor en droog. Het stadium van fris en fruitig zullen ze nooit meer bereiken. Ze zijn overleden.

In de verschillende nieuwe ruimtes zijn metalen buitendeuren aangebracht die niet naar binnen kunnen open draaien omdat de vloer te hoog is. De oplossing is eenvoudig. Men hakt een stuk uit de vloer, zodanig groot dat de deur open kan. Daar nemen we geen genoegen mee. En dus wordt de vloer weer opgehoogd en de deur ingekort.

Er zijn grote plantenbakken aangelegd. De muren daarvan worden geverfd. Een meter verderop staat Fred Migadde de droge grond aan te harken in de plantenbak, wat aardig stuift. Ook hier grijpen we in en leggen geduldig uit waarom.

De buitengevels worden met waterverf geverfd en vervolgens met olieverf. De schilders, oliedom, keren echter de volgorde om en begrijpen niet dat wij ons daar druk om maken.

Ze zullen ons wel kunnen schieten. Denken we. Het tegendeel is waar. We krijgen complimenten dat we alles zien en in de gaten houden.

Inmiddels zijn we al enige dagen aan het verven. We verven dieren op de buitengevels. Fred Migadde wil graag delen van het menselijk lichaam op de gevel. Wat wij doen “is not common”. En dat willen we graag: “Not common”.

De stenen tafels en “zitmuurtjes” bij de keuken zijn ook “not common”.

Vandaag krijgen we een bijna juichende Fred Migadde te spreken, ongebruikelijk voor zijn doen. Er blijkt inmiddels veel interesse te zijn voor de veranderingen. Er is al iemand die de ruimte bij de keuken wil huren voor een bruiloft. De buurman wil er met Kerstmis een familiefeestje vieren.

En de beesten op de buitengevel oogsten veel waardering. “Not common”, maar wel prachtig.