30 december 2011
Life of local hardworking Ugandan young man.
Het lijkt ons informatief een willekeurig iemand te vragen aan de hand van een aantal vragen iets op papier te zetten over zijn levenswijze in Oeganda. Het wordt uiteindelijk een ober van een hotel.
We geven eerst weer wat hij voor ons op papier heeft gezet. Daarna hebben we een aantal aanvullende opmerkingen die naar voren zijn gekomen in een gesprek.
Mijn naam is Henri Ssensuwa. Ik ben 28 jaar, geboren in Oeganda. Ik verloor mijn ouders. Ik ben een wees. Sinds 2006 ben ik onderwijzer van beroep.
Ik sta elke morgen om zeven uur op. Ik ben om half acht op school. Tijdens de lunch om 1 uur werk ik voor een bedrijf als accountant.
’s Middags om half drie ben ik terug op school om weer les te geven. Dat betekent dat ik ’s middags geen eten krijg. De lunch krijg ik laat in de avond.
Om vijf uur ben ik klaar met lesgeven. Ik bereid me dan voor op mijn avondbaan als ober in een hotel. Daar eindigt mijn baan om half twaalf of twaalf uur. Daarna ontmoet ik mijn familie weer.
Ik ben een arm iemand die maar weinig verdient met deze drie banen. Voor mijn werk als accountant krijg ik een kleine vergoeding voor vervoer en bellen.
Tijdens mijn vakanties als onderwijzer heb ik twee banen, accountant en ober, om de kost te verdienen.
Ik ben getrouwd en heb een zoontje. Mijn zoontje is 41/2 jaar oud. Volgend jaar kan hij met school beginnen maar ik weet niet of ik het schoolgeld kan betalen. Ik probeer iets opzij te leggen voor zijn studie.
Mijn hobbies zijn: het schrijven en lezen van boeken, naar muziek luisteren, vooral country muziek.
Ik heb de volgende dromen: Ik hoop een stukje land te kunnen kopen voor drie of vier miljoen shilling (924 of 1233 euro) en in de komende vijf jaar een huis voor mijn gezin te bouwen.
Daarna hoop ik te kunnen beginnen met een basisschool voor arme, behoeftige kinderen. Ik probeer harder te werken om tenminste wat geld op mijn rekening te hebben.
Op dit moment heb ik 140.000 shilling (43 euro). Ik hoop dat God het me mogelijk maakt door mijn werk en goede mensen uit verschillende landen mijn dromen ooit te verwezenlijken.
Ik groet alle mensen in Nederland namens mijn familie via de heer Leo Annyas en zijn vrouw.
Bedankt, God zegene u. Ssensuwa Henri en familie. Voor God en mijn land.
Henri woont met zijn vrouw in een huis met drie kamers. Vanwege de kosten woont hun zoontje bij de ouders van zijn vrouw. Voor de huur van zijn huis betaalt Henri 150.000 shilling (46 euro) per maand. Daar gaat zijn salaris als leerkracht aan op.
Met de baan van accountant verdient Henri 100.000 shilling (30 euro) per maand. Dit bedrag is bestemd voor kleding, voeding,verzorging, medicijnen, enz.
Henri probeert geld te sparen, maar er hoeft maar wat onverwachts te gebeuren of zijn spaargeld verdampt.
Zoals gezegd krijgt Henri geen eten tussen de middag. In de ochtendpauze krijgt hij “black tea”. Hij staat dan ook vaak ‘s middags met een hongerig gevoel voor de klas.
Henri heeft HIV. Hij weet niet hoe hij eraan gekomen is. Waarschijnlijk hebben zijn ouders het overgedragen. Henri hoopt nog twintig jaar, misschien dertig jaar te leven om zijn dromen te kunnen verwezenlijken.
Op dit moment is vanwege HIV medicatie al noodzakelijk. Henri slikt twee tabletten per dag. Kosten 1000 shilling. De dokter heeft hem het advies gegeven meer en op tijd te eten. Als hij dat niet doet, wordt zijn leven nog meer bekort.
Aan het eind van de dag is Henri meestal erg moe. Maar hij heeft voor zichzelf geen andere keus. Hij wil dat zijn vrouw en kinderen (zijn vrouw is in verwachting) het beter krijgen.
We zijn op bezoek geweest bij Henri thuis. Henri en zijn vrouw in trouwkleren. Het blijkt dat de derde kamer in het huis gebruikt wordt voor een winkeltje waar wat tweedehands kleding wordt verkocht en wat frisdrank. De vrouw van Henri zwaait hier de scepter.
Achter het huis is nog wat ruimte. Henri heeft hiervoor plannen . Wat kippen houden of een timmerbedrijfje beginnen, samen met zijn broer. Plannen genoeg, maar het startkapitaal van rond de 500.000 shilling (€150) ontbreekt.
De buren van Henri, zo krijgen we te horen, hebben een gehandicapt kind. Het kind komt nooit buiten en zit vaak opgesloten in een kamer.
Op ons verzoek brengt moeder het kind naar buiten. Een operatie om te kunnen lopen, is volgens moeder niet mogelijk. Een rolstoel zou wel uitkomst bieden. Dat is een brug te ver.
Misschien kunnen wij die brug slaan. Wij kennen een Nederlandse organisatie die rolstoelen verstrekt. Vertegenwoordigers komen in februari naar Oeganda.













Sporters in opvallende gele trainingspakken met opdruk UGANDA stappen uit. Een enorme beker wordt de bus uitgedragen. Een wat groot uitgevallen wereldbeker zou je zeggen. Dat is niet mis! Hier moeten we te maken hebben met grote kampioenen.
We zien blije en lachende gezichten. Maar we missen iets. Het duurt even voordat we beseffen wat. We missen lawaai! We horen geen vreugdekreten, geen gezang, niets van dat alles. De sporters laten niets van zich horen. We zien ze wel druk gebaren. Het kwartje valt.
En niet alleen dat. We voelen ons als kleine kinderen die plotseling oog in oog staan met hun idolen. De handtekeningen ontbreken nog. Ineens krijgen we een poster in handen gedrukt met foto’s van alle spelers. Die mogen we houden. Een relikwie.


We wisselen emailadressen uit met de captain. Zo kunnen we foto’s opsturen. Dat doen we en al snel komt er bericht terug van de captain. De strijd om het kampioenschap van Oost-Afrika is georganiseerd door Kenya. Kenya verstuurde de uitnodigingen aan verschillende landen. Alleen Oeganda is komen opdagen. Daardoor zaten zij direct in de finale. De strijd tegen Kenya werd met 1-0 gewonnen. 
Wij willen er naar toe dat het project uiteindelijk “self-supporting” wordt.



Tante gaat akkoord met een hernieuwd bezoek aan het ziekenhuis een paar dagen later. Zij zorgt ervoor dat Ramazan dan weer bij haar terug is. Wij zorgen voor transport naar het ziekenhuis.
Ze kan niet meer lopen, noch zitten. Praten kan ze ook niet meer. Eten gaat niet. Alleen wat drinken is mogelijk.
Moeder is met behulp van buren met Maureen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis geweest. Daar kan men geen diagnose stellen doordat een röntgenapparaat ontbreekt.
Hulp is noodzakelijk, dat is duidelijk. We zeggen toe dat het Lejofonds transport en onderzoek mogelijk gaat maken.
De volgende dag gaan we met Maureen naar het ziekenhuis.
Adams is onze tolk en gids. Moeder kan niet mee. Ze moet in een afgelegen plaats voor iemand het land bewerken om wat centen bij elkaar te sprokkelen.
Het is druk in het ziekenhuis.In de wachtkamer blijken voornamelijk HIV/Aids patiënten te zitten. Maureen wordt per brancard vervoerd.
We moeten wachten in een smalle gang.
Tegenover ons aan de muur hangen aanplakbiljetten met foto’s van afgrijselijke zweren. Mocht je dergelijke verschijnselen bij jezelf herkennen, zo geeft de tekst aan dan is het aan te raden contact op te nemen met het ziekenhuis. En, alsof er sprake is van een buitenkansje, als je dat doet, krijg je gratis medicijnen omdat er een proefprogramma loopt.
Het gebeurt in een kleine ruimte waar geen enkele bescherming is tegen de stralen. Na het nemen van de foto’s is het meteen afrekenen. Over de hoogte van de prijs moet even nagedacht worden. Het zal wel een muzungu-prijs zijn.
Leo maakt een geintje door te zeggen als het nog veel langer duurt, dat Maureen genezen naar huis gaat.
Als Herma haar dan papier en een pen geeft, leren we ook een creatieve Maureen kennen.
De radioloog komt met de verheugende mededeling dat er niets stuk of gebroken is. Daar hebben we ook niet meer op gerekend.
Opgelucht verlaten we het ziekenhuis. ’s Avonds horen we dat niet alleen wij opgelucht zijn. De moeder ook, vooral de moeder, blij, gelukkig en daar opgewonden van.
Onze uitvalsbasis is de basisschool Gods Glory. Het is ‘grote vakantie’. De school ligt er verlaten bij. De deur van een klaslokaal – misschien is hok een beter woord – staat open. Als je dan een onderwijsachtergrond hebt, kun je de verleiding niet weerstaan. Even binnen kijken. Het doet ons deugd het onderwijsmateriaal te zien hangen wat Herma voor deze school gemaakt heeft.
We doen de ronde samen met de veearts, die de geiten zonodig vaccineert, vitaminespuiten geeft en geiten die nog geen oormerk hebben van een oormerk voorziet. Herma noteert alles nauwgezet. Niet voor niks, want we ontdekken onregelmatigheden. Een discussie voor later.
De veearts wijst de weg. Hij weet precies waar alle families wonen. We hebben een lijst met daarop de namen van de te bezoeken families. Gek genoeg kan de veearts daarmee niet uit de voeten. Namen kent hij niet. Ter plekke moet hij vragen naar de familienaam. Wat namen betreft komen we vaak voor verrassingen te staan. Vader, moeder en kinderen, zelfs kinderen binnen hetzelfde gezin hebben verschillende achternamen. Dat heeft te maken met de indeling van verschillende families in clans.
Waar we ook komen, overal vindt men het reuze interessant ons te zien. Families lopen uit.. Maar vaak komen ook de buurkinderen aangesneld. De families zijn erg kinderrijk. Geboortebeperking staat hier nog in de kinderschoenen. Oudere kinderen nemen de zorg op zich van jonge kinderen. Je ziet dan ook veel dat jonge kinderen door een broertje of zusje gedragen worden. Water dragen is zwaar, maar dit kan ook zwaar zijn.
Bij veel families is het een feest van herkenning. We hebben hen vaker bezocht en sommigen ontmoet bij schoolfeesten. Leo krijgt onverwacht een foto toegestopt waar hij staat afgebeeld met een kind dat vorig jaar op Gods Glory is ‘gepromoveerd’ naar groep 3. Op de foto is meer een roodhuid te herkennen dan een muzungu.




Zoals eerder vermeld: rokende mensen zie je haast niet in Oeganda. Nou is dat in de stad ook niet nodig want je krijgt genoeg andere stinkende gassen binnen. Het is dan ook een verrassing voor ons dat we in de binnenlanden een vrouw tegenkomen die rookt. Geen sigaret of een shaggie, maar pijp!
Drie dagen sjouwen door de binnenlanden levert behalve mooie plaatjes Leo ook een gewrichtsontsteking in zijn voet op. Gedwongen rust. Tijd om een verslag te schrijven. Bij kaarslicht. De stroom is weer eens uitgevallen. Romantisch? Wij weten beter!


