18 januari 2012
08. Not every day is a sunday!
De evaluatie van het totale project levert heel wat gegevens op:
Er zijn geiten uitgegeven aan families die erg ver weg wonen. Dat is lastig.
- - Wanneer je geiten uitgeeft aan families die een huis huren loop je het risico dat de mensen (moeten) verhuizen.
- - Doordat het project in drie sub-counties loopt is er veel transport nodig wat kostbaar is.
- - Er zijn verschillende families die moeite hebben voldoende voedsel voor de geit te organiseren.
- - Sommige mensen klagen dat met het verkrijgen van 1 geit het lang duurt voor er winst gemaakt wordt.
- - Wanneer iemand van het project de families bezoekt, zijn er te vaak mensen niet thuis.
- - De eerste worp van de geit moet terug gegeven worden aan het project. In Seeta Nazio is dat in een aantal gevallen te vroeg gebeurd waardoor de jonge geit dood is gegaan.
- - Ook is geconstateerd dat er onder de families “lazy people” zijn, wat betekent dat er onvoldoende zorg voor de geiten is.
- - De situatie bij de school Gods Glory in Seeta Nazigo is drastisch veranderd. Het terrein rond de school is in andere handen overgegaan. Dit land kan niet meer gebruikt worden voor de geiten.
- - De vorige coördinator, de man die zoals eerder betiteld “de weg kwijt was”, heeft het niet zo nauw genomen met de registratie en communicatie.
“Not every day is a sunday”. Er zijn veranderingen en bijstellingen nodig.
Gelukkig hebben we ook kunnen constateren dat er veel families zijn die erg begaan zijn met hun geit. Zo kennen we zelfs voorbeelden van mensen die hun geit ’s nachts mee in huis nemen en dat is niet alleen omdat men bang is voor dieven.
De families in Nkonkonjeru doen het erg goed in het project, zo goed zelfs dat we hebben dat zij zelfstandig verder gaan.
In Mukono heeft de man die “de weg kwijt was” een paar geiten uitgedeeld als presentjes voor families zonder zich aan de voorwaarden te storen. Dat wordt rechtgezet.
In Seeta Nazigo zitten de meeste families, ronde de veertig. Hier starten we met een nieuw project met een aantal geselecteerde families uit het oude project. De voorwaarden om toegelaten te worden tot het project zijn verscherpt en uitgebreid. We noemen o.a:
- - Alleen mensen die bewezen hebben hardwerkend te zijn worden toegelaten tot het project.
- - De mensen moeten een eigen huis bezitten. Er moet altijd iemand thuis zijn. Dat kan ook een kind zijn.
- - De familie moet over een stukje land kunnen beschikken om dieren te alten grazen.
- - De verschillende families moeten op loopafstand van elkaar wonen. ( Dit begrip wordt in Nederland anders ingevuld dan hier.).
Elke familie krijgt 2 geiten en een bok. De familie bouwt zelf een stal of breidt een bestaande stal uit. Uiteindelijk worden drie dieren aan het project terug gegeven.
Er wordt een “member committee’ opgericht. Dit comité schrijft maandelijks een vergadering uit waarbij alle families verplicht aanwezig moeten zijn.
Voor dit project hebben we een nieuwe coördinator aangetrokken, een professional. Hij is al jaren coördinator van een geiten project in de nabije omgeving en heeft daarin zijn sporen verdiend.
De rest van de families in Seeta Nazigo en ook in Mukono volgen het oude model. Er worden wel een aantal zaken aangescherpt. En de nieuwe coördinator krijgt ook dit “oude project” onder zijn hoede.
Op papier is het eenvoudig, het opstarten van een nieuw project. De praktijk is weerbarstiger. Het vraagt heel wat organisatie. We hebben dan ook de nodige “meetings” achter de rug.
We hebben meetings gehad met de “executor” van Nkonkonjeru, mister Spencer, headmaster van de Kizimbizi school. Het valt ons op hoe slecht mister Spencer ter been is.
Desgevraagd geeft mister Spencer aan veel last te hebben van een oude beenbreuk. En veel last betekent veel pijn. Maar geld om naar het ziekehuis te gaan is er niet. Er is wel een Lejofonds. Dus gaat mr. Spencer naar het ziekenhuis.
Uiteraard hebben we ook vele vergaderingen gehad met mr. Stephen, headmaster van Gods Glory. Samen met hem hebben we vele families bezocht.
Op een gegeven moment blijkt mr.Stephen een brandende vraag te hebben voor Herma: “Heb je in het leger gezeten?” Een wat wonderlijke vraag die toelichting behoeft. Mr. Stephen geeft aan dat Herma wel een sterke vrouw moet zijn omdat ze altijd zo snel loopt.
Mr. Stephen vraagt ons mee te gaan naar familie, aangesloten bij het project, waarvan de vader ernstige problemen met zijn voet heeft. Wanneer we vader zien, is het meteen duidelijk dat ziekenhuisbezoek nodig is. Maar ook hier zijn transportkosten en behandelingskosten onoverkomelijke problemen. En dat betekent lijden en steeds grotere gezondheidsproblemen krijgen.
En ook voor deze mensen betekent het Lejofonds veel. We organiseren het zo dat vader samen met mr. Spencer naar het ziekenhuis gaat.
Binnenkort hebben we een bijeenkomst met de kandidaat-leden voor het nieuwe project. We zijn benieuwd naar de reacties.













Om zijn idealen te verwezenlijken probeert Henri geld te sparen. Hij heeft nu 43 euro bij elkaar. Henri beseft echter dat er maar iets onverwachts hoeft te gebeuren of het spaargeld verdampt. Misschien kan hij nu via het mikro-krediet een buffer vormen.
Henri is zichtbaar blij en ook opgewonden over de mogelijkheid die wij hem bieden. Hij zal goed nadenken over de te maken keuze en dit overleggen met zijn vrouw.
Er moet een scan gemaakt worden. Dat betekent verhuizen naar een ander ziekenhuis, dat betekent ook hoge kosten maken om de vereiste hulp te krijgen. “I need your help!” Het is voldoende om ons naar het ziekenhuis te spoeden.
Wanneer we ‘s avonds het ziekenhuis verlaten, lijkt een bevalling aanstaande.
Dat betekent voor de vrouw van Henri nog een uur zitten in een hobbelend busje daar waar in Nederland een ambulance vereist zou zijn.
Kleding is ook geliefd. Je ziet onmiddellijk waar koopjes te halen zijn. Vrouwen verdringen zich en graaien in de spullen.
Het is heet. Toch wordt in de openlucht vlees aangeboden, vooral veel hersenen. De vliegen moeten zich in het pardadijs wanen. Het krioelt ervan.
Er is een kleine visafdeling. De groentenafdeling is aanmerkelijk groter. Mannen en vrouwen verkopen de groenten. Bij gebrek aan oppas worden de kinderen meegenomen naar de markt.
Aan de rand van de markt staan de mariboes geduldig te wachten. Ze wachten waarschijnlijk op de restjes die overblijven aan het einde van de markt.
We wachten het einde niet af. We raken verstrikt in de mensenmassa. En dat benauwt. Tijd om luchtiger oorden op te zoeken
Mister Spencer zit in dezelfde problemen als mr.Stephen van Gods Glory vorig jaar. Er moeten nieuwe w.c.’s komen anders dreigt sluiting van zijn school.
Voor het bouwen van nieuwe w.c.’s is zomaar duizend euro nodig is onze inschatting.
En we hebben nog een passagier, Sylvia een meisje van acht jaar.
Tussen Kerst en Nieuwjaar worden we door vader gebeld. Het is een schreeuw om hulp.
Zijn dochter heeft een verlamde voet. Het lopen gaat steeds slechter. Hij heeft allerlei ziekenhuizen bezocht, zonder resultaat. Hij is nu getipt om ons in te schakelen.
Dus zijn we met twee gehandicapte kinderen en een tante op weg naar het ziekenhuis.
Het is benauwd in de auto. De scherpe geur van transpirerende Oegandezen zonder deodorant is steeds nadrukkelijker aanwezig.
In het ziekenhuis is het een drukte van belang. Het lijkt of alle lammen en kreupelen zich hier verzameld hebben. Het is een bonte stoet van mensen met krukken en andere hulpstukken. Daarbij zien we halve en hele ledematen en zelfs een kind waarvan een voet achterste voren staat.
Maar als er wat ruimte komt nemen we plaats in de wachtruimte. Een verpleegster roept namen op. Slievia horen we. Herma staat op en vraagt of ze misschien Sylvia bedoelt. Helaas, het is en blijft Slievia.
Of we meteen maar een afspraak willen maken. Begin volgende week is het voorstel van de arts. Ach, waarom niet.
Voor Ramazan ligt de zaak moeilijker. De dokter wil eerst een kleine operatie doen, wat spierweefsel afnemen om te zien of de spieren de oorzaak zijn dat Ramazan niet rechtop kan lopen. Hopelijk niet, want dan is een behandeling niet mogelijk.
Wij hebben A gezegd. Het Lejofonds maakt de operatie mogelijk. Zij moeten B zeggen en ervoor zorgen dat de kinderen zondag op tijd terug zijn in het ziekenhuis.
Als moeder de lap eraf haalt, zien we inderdaad een diepe wond. Het bot is te zien. Geen vrolijk gezicht. Ziekenhuiswerk, dat is duidelijk. Het Lejofonds biedt opnieuw een helpende hand.
De volgende dag hebben wij geen tijd. Adams begeleidt moeder en Kato bij het bezoek aan het ziekenhuis. Achteraf horen we dat met een wattenstaafje heerlijk in de wond is rondgepeuterd met een krijsende Kato als gevolg. Dat hebben we gelukkig gemist.
Ik heb geen baan en verdien wat geld door voor anderen water te halen, kleren te wassen of het land te bewerken.
Mijn man heeft toendertijd een huisje gebouwd, maar het is niet af. Op een klein gedeelte zitten dakplaten. De kinderen slapen op de grond zonder lakens of dekens. Kleding voor de kinderen krijgen we van de buren.
Met Stephen, directeur van basisschool “Gods Glory” in Seetah Nazigo hebben we onlangs een paar gesprekken gehad over het project in zijn gebied.
Hertrouwt de vrouw met een man die al kinderen heeft dan moet de stiefmoeder vaak niets van deze kinderen hebben.
