18 januari 2012

08. Not every day is a sunday!

De evaluatie van het totale project levert heel wat gegevens op: Er zijn geiten uitgegeven aan families die erg ver weg wonen. Dat is lastig.

  • - Wanneer je geiten uitgeeft aan families die een huis huren loop je het risico dat de mensen (moeten) verhuizen.
  • - Doordat het project in drie sub-counties loopt is er veel transport nodig wat kostbaar is.
  • - Er zijn verschillende families die moeite hebben voldoende voedsel voor de geit te organiseren.
  • - Sommige mensen klagen dat met het verkrijgen van 1 geit het lang duurt voor er winst gemaakt wordt.
  • - Wanneer iemand van het project de families bezoekt, zijn er te vaak mensen niet thuis.
  • - De eerste worp van de geit moet terug gegeven worden aan het project. In Seeta Nazio is dat in een aantal gevallen te vroeg gebeurd waardoor de jonge geit dood is gegaan.

  • - Ook is geconstateerd dat er onder de families “lazy people” zijn, wat betekent dat er onvoldoende zorg voor de geiten is.
  • - De situatie bij de school Gods Glory in Seeta Nazigo is drastisch veranderd. Het terrein rond de school is in andere handen overgegaan. Dit land kan niet meer gebruikt worden voor de geiten.
  • - De vorige coördinator, de man die zoals eerder betiteld “de weg kwijt was”, heeft het niet zo nauw genomen met de registratie en communicatie.

“Not every day is a sunday”. Er zijn veranderingen en bijstellingen nodig.

Gelukkig hebben we ook kunnen constateren dat er veel families zijn die erg begaan zijn met hun geit. Zo kennen we zelfs voorbeelden van mensen die hun geit ’s nachts mee in huis nemen en dat is niet alleen omdat men bang is voor dieven. De families in Nkonkonjeru doen het erg goed in het project, zo goed zelfs dat we hebben dat zij zelfstandig verder gaan.

In Mukono heeft de man die “de weg kwijt was” een paar geiten uitgedeeld als presentjes voor families zonder zich aan de voorwaarden te storen. Dat wordt rechtgezet.

In Seeta Nazigo zitten de meeste families, ronde de veertig. Hier starten we met een nieuw project met een aantal geselecteerde families uit het oude project. De voorwaarden om toegelaten te worden tot het project zijn verscherpt en uitgebreid. We noemen o.a:

  • - Alleen mensen die bewezen hebben hardwerkend te zijn worden toegelaten tot het project.

  • - De mensen moeten een eigen huis bezitten. Er moet altijd iemand thuis zijn. Dat kan ook een kind zijn.
  • - De familie moet over een stukje land kunnen beschikken om dieren te alten grazen.
  • - De verschillende families moeten op loopafstand van elkaar wonen. ( Dit begrip wordt in Nederland anders ingevuld dan hier.).

Elke familie krijgt 2 geiten en een bok. De familie bouwt zelf een stal of breidt een bestaande stal uit. Uiteindelijk worden drie dieren aan het project terug gegeven. Er wordt een “member committee’ opgericht. Dit comité schrijft maandelijks een vergadering uit waarbij alle families verplicht aanwezig moeten zijn.

Voor dit project hebben we een nieuwe coördinator aangetrokken, een professional. Hij is al jaren coördinator van een geiten project in de nabije omgeving en heeft daarin zijn sporen verdiend. De rest van de families in Seeta Nazigo en ook in Mukono volgen het oude model. Er worden wel een aantal zaken aangescherpt. En de nieuwe coördinator krijgt ook dit “oude project” onder zijn hoede.

Op papier is het eenvoudig, het opstarten van een nieuw project. De praktijk is weerbarstiger. Het vraagt heel wat organisatie. We hebben dan ook de nodige “meetings” achter de rug.

We hebben meetings gehad met de “executor” van Nkonkonjeru, mister Spencer, headmaster van de Kizimbizi school. Het valt ons op hoe slecht mister Spencer ter been is. Desgevraagd geeft mister Spencer aan veel last te hebben van een oude beenbreuk. En veel last betekent veel pijn. Maar geld om naar het ziekehuis te gaan is er niet. Er is wel een Lejofonds. Dus gaat mr. Spencer naar het ziekenhuis.

Uiteraard hebben we ook vele vergaderingen gehad met mr. Stephen, headmaster van Gods Glory. Samen met hem hebben we vele families bezocht. Op een gegeven moment blijkt mr.Stephen een brandende vraag te hebben voor Herma: “Heb je in het leger gezeten?” Een wat wonderlijke vraag die toelichting behoeft. Mr. Stephen geeft aan dat Herma wel een sterke vrouw moet zijn omdat ze altijd zo snel loopt.

Mr. Stephen vraagt ons mee te gaan naar familie, aangesloten bij het project, waarvan de vader ernstige problemen met zijn voet heeft. Wanneer we vader zien, is het meteen duidelijk dat ziekenhuisbezoek nodig is. Maar ook hier zijn transportkosten en behandelingskosten onoverkomelijke problemen. En dat betekent lijden en steeds grotere gezondheidsproblemen krijgen. En ook voor deze mensen betekent het Lejofonds veel. We organiseren het zo dat vader samen met mr. Spencer naar het ziekenhuis gaat.

Binnenkort hebben we een bijeenkomst met de kandidaat-leden voor het nieuwe project. We zijn benieuwd naar de reacties.


18 januari 2012

Ineenstorten en verdampen

We hebben veel respect voor Henri, de hardwerkende man met drie banen uit verslag 6. Ondanks een haperende gezondheid blijft hij keihard werken – of moeten we zeggen keihard vechten? – om zijn vrouw, die in verwachting is en zijn kind die vanwege de kosten niet bij hem thuis woont, een betere toekomst te geven.

Henri is voor ons ook een voortreffelijke coördinator betreffende de organisatie om een operatie voor Ramazan mogelijk te maken.

We besluiten Henri een mikro-krediet te geven waardoor het voor hem mogelijk wordt een timmerbedrijfje met zijn broer te beginnen of het winkeltje van zijn vrouw wat uit te breiden. De keus is aan Henri. Om zijn idealen te verwezenlijken probeert Henri geld te sparen. Hij heeft nu 43 euro bij elkaar. Henri beseft echter dat er maar iets onverwachts hoeft te gebeuren of het spaargeld verdampt. Misschien kan hij nu via het mikro-krediet een buffer vormen.

Henri neigt ernaar zijn vrouw te ondersteunen en het mikro-krediet te gebruiken om het winkeltje wat uit te breiden. Het moment lijkt ons daarvoor niet geschikt. Zijn vrouw is bijna uitgeteld. Gelijktijdig gezins- en winkeluitbreiding is geen gelukkige combinatie. Henri is zichtbaar blij en ook opgewonden over de mogelijkheid die wij hem bieden. Hij zal goed nadenken over de te maken keuze en dit overleggen met zijn vrouw.

De volgende ochtend worden we tegen de middag uit een vergadering gebeld. Henri is aan de lijn. Er is paniek. Hij heeft zojuist zijn vrouw naar het ziekenhuis gebracht. Ze heeft vreselijke krampen. Er moet een scan gemaakt worden. Dat betekent verhuizen naar een ander ziekenhuis, dat betekent ook hoge kosten maken om de vereiste hulp te krijgen. “I need your help!” Het is voldoende om ons naar het ziekenhuis te spoeden.

Daar horen we dat de dokter geen harttonen hoort. De radioloog is opgeroepen voor een scan.

We zitten met Henri op de gang te wachten als de radioloog naar buiten komt en plompverloren tegen Henri zegt dat de baby dood is om eraan toe te voegen dat hij zich sterk moet houden.

Er stort een wereld in.

Het is nu wachten op de bevalling. Er zal een dood kind gebaard worden. De cultuur wil dat het kind direct na de geboorte begraven wordt op het land van de familie. Dat betekent in dit geval drie tot vier uur reizen.

Naast het verdriet maakt Henri zich grote zorgen hoe hij de kosten van het ziekenhuis moet betalen. Die zorgen nemen we weg. Het Lejofonds is er.

We vragen Henri of we verder iets voor zijn vrouw kunnen doen, een bloemetje kopen misschien? Henri geeft aan dat hij dan liever heeft dat we een paar onderbroeken kopen. Daar heeft ze meer aan. Gezamenlijk gaan we naar de markt om daar zes onderbroeken voor drie euro te kopen. Op de markt is de gulden tenslotte een daalder waard.

De bevalling laat op zich wachten. Er wordteen infuus aangelegd. Langzamerhand ontstaat het besef dat er een gevecht begint om moeder in leven te houden. Wanneer we ‘s avonds het ziekenhuis verlaten, lijkt een bevalling aanstaande.

‘s Morgens worden we uit bed gebeld. Er is geen verandering in de situatie. Het ziekenhuis kan niets meer doen. Een ziekenhuis in Kampala moet uitkomst bieden.

Henri heeft vervoer aangeboden gekregen,maar geld voor benzine is er niet. Niet om naar het ziekenhuis te gaan, niet om de baby te begraven op de vereiste plaats.

En dus spoeden we ons weer naar het ziekenhuis. Inmiddels hebben zich een paar familieleden gemeld en ook de pastor van de kerk is aanwezig.

We regelen de kosten van het vervoer en het hele gezelschap kan op weg naar Kampala. Dat betekent voor de vrouw van Henri nog een uur zitten in een hobbelend busje daar waar in Nederland een ambulance vereist zou zijn.

Aan het eind van de middag meldt Henri zich weer. Het is de doktoren nog steeds niet gelukt het kind te halen. Henri maakt zich grote zorgen. Een operatie is de laatste optie. Daar wil men nog niet aan. Men is bang voor infectie.

Op straat komen we de radioloog tegen . We geven hem de laatste informatie. De situatie is duidelijk kritiek. Het zal toch niet………….

Om acht uur komt het verlossende telefoontje. “The dead body is out!”.

Het gezelschap maakt zich direct daarna op voor een lange reis naar het familieland. Daar zal bij zonsopgang de begrafenis plaatsvinden. Moeder zal dat niet meemaken. Zij blijft achter in het ziekenhuis.

Een paar dagen later zien we Henri weer bij Hotel Deira. Het hotel heeft hem gesommeerd weer aan het werk te gaan anders verliest hij zijn baan. Henri noemt ons helden. Zonder onze hulp was zijn vrouw niet meer in leven.


18 januari 2012

Markt in Mukono

Mukono, het stadje waar we tijdelijk wonen, heeft een markt. Daar zijn koopjes te halen. Dat vermoeden we al. Maar na de koop van zes onderbroeken voor drie euro voor de vrouw van Henri, zijn we helemaal overtuigd.

Elke dinsdag is er weekmarkt. Dat kan ons niet ontgaan. Plotseling staan er aan het begin van de “Muzungu-road” allerlei kraampjes. Het aanbod is zeer gevarieerd.

Het is duidelijk dat we richting nieuw schooljaar gaan. Er worden veel schriften en andere schoolspulletjes aangeboden. Kleding is ook geliefd. Je ziet onmiddellijk waar koopjes te halen zijn. Vrouwen verdringen zich en graaien in de spullen. Het is heet. Toch wordt in de openlucht vlees aangeboden, vooral veel hersenen. De vliegen moeten zich in het pardadijs wanen. Het krioelt ervan. Er is een kleine visafdeling. De groentenafdeling is aanmerkelijk groter. Mannen en vrouwen verkopen de groenten. Bij gebrek aan oppas worden de kinderen meegenomen naar de markt. Aan de rand van de markt staan de mariboes geduldig te wachten. Ze wachten waarschijnlijk op de restjes die overblijven aan het einde van de markt. We wachten het einde niet af. We raken verstrikt in de mensenmassa. En dat benauwt. Tijd om luchtiger oorden op te zoeken


18 januari 2012

De Kaaswinkel Boxmeer

We krijgen in Oeganda berichten vanuit Nederland. Vaak zijn dat reacties op onze verslagen. Maar soms ook andere berichten, zoals het volgende heel bijzonder bericht.

Opbrengst actie “GOEIE GEIT”

In de maanden november en december, 2011, hielden wij een actie voor het LEJOFONDS met de geitenkaas de “GOEIE GEIT”

De belofte was dat we voor iedere kilo verkochte “GOEIE GEIT” ( de lekkerste geitenkaas) € 2.50 aan het “Lejofonds” zouden doneren.

Wij kunnen u berichten dat we in deze periode 140 kilo “GOEIE GEIT” hebben verkocht.

Wij doneren dus 140 x €2.50 = € 350,00 aan het Lejofonds en zullen dit bedrag overmaken op bankrekeningnr. 12.01.85.709 tnv. LEJOFONDS te Maria Hoop.

Wij danken al onze klanten voor de spontane reacties en het kopen van deze overheerlijke geitenkaas de “GOEIE GEIT”.

En wensen het LEJOFONDS veel succes met de actie “GOAT TO GOAT”.

Inmiddels hebben we Hein en Twan Soetekouw van De Kaaswinkel in Boxmeer onze waardering en dank overgebracht voor deze bijzondere actie met daarbij de prachtige opbrengst.. Wanneer we terug zijn in Nederland zullen we een bezoek brengen aan De Kaaswinkel om deze bijzondere mensen te ontmoeten.


11 januari 2012

07. Je kunt de pot op!

Het project “Goat to Goat” speelt zich af in drie sub-counties, Mukono Town Council, Seeta Nazigo and Knonkonjeru. In het laatste gebied zijn maar zeven families aangesloten bij het project. En deze families doen het voortreffelijk. Alle families hebben inmiddels de eerstgeboren geiten terug gegeven aan het project.

We zijn van mening dat de betreffende families zelfstandig verder kunnen. Ze zijn self-supporting. Mr. Spencer, headmaster van de Kizimbizi primary school en “executor” voor het project in dit gebied is het met ons eens.

Maar duidelijk is dat mr. Spencer graag contact met ons houdt. Hij houdt de hoop dat het Lejofonds hem kan helpen bij enkele grote problemen. Allereerst betreft dit het schoolgebouw dat zich in deplorable toestand bevindt.

We schreven hier eerder over in het verslag van 10 november 2010 “Through patience you win” en op 8 december 2011 “Geduld is een schone zaak, maar de tijd gaat verder”.

Nu blijkt dat mr. Spencer nog een ander probleem heeft. De 174 leerlingen en 7 leerkrachten hebben flink hun best gedaan en nu zijn de w.c.’s vol. Er zijn nood-w.c’s aangelegd, maar daar lusten de honden geen brood van en ook de inspecteur van onderwijs is er vies van. Mister Spencer zit in dezelfde problemen als mr.Stephen van Gods Glory vorig jaar. Er moeten nieuwe w.c.’s komen anders dreigt sluiting van zijn school. Voor het bouwen van nieuwe w.c.’s is zomaar duizend euro nodig is onze inschatting.

We zullen contact opnemen met de organisatie Freda-Africa. Zij bouwen latrines in dorpen. Misschien kunnen zij adviseren. We staan er niet vaak bij stil, maar 2,6 miljard mensen in de wereld beschikken niet over fatsoenlijke sanitaire voorzieningen.

Leo Annyas hierover al eerder onderstaande verhaal bij een foto over toiletvoorzieningen in ontwikkelingslanden.

“Het ontlasten speelt een grote rol in het leven van de mens. Ieder van ons heeft er dagelijks mee van doen. Toch is het niet direct een toegankelijk onderwerp. Praten over dit onderwerp kan al gauw leiden tot een zekere mate van gêne. En niemand wil graag te kakken worden gezet.

Je kunt de pot op, in letterlijke zin, is lang niet voor iedereen weg gelegd. Een “grote boodschap” uit Millenniumdoel 7 is dat de 2,6 miljard mensen dat niet beschikt over fatsoenlijke sanitaire voorzieningen in 2015 gehalveerd moet zijn. Dus is er stront aan de knikker.

Dit doel lijkt onhaalbaar mede omdat het een lage prioriteit kent bij beleidsmakers die zelf nooit de bosjes in hoeven omdat er voor hen altijd wel een toilet in de buurt is. Er zijn mensen die daar schijtziek van worden. Hopelijk moeten de hoge heren in 2015 met de billen bloot, maar liefst eerder.

Wij kennen de voordelen van een w.c.-ruimte. We hebben privacy hoog in het vaandel. Onze stoelgang en onze behoefte doen we dan ook achter een gesloten deur.

Op het platteland van Oeganda is dat ietwat anders. Het ontlasten in de bush is veel aangenamer. Je verblijft heerlijk in de frisse lucht. Dat is toch heel wat anders dan in een benauwde ruimte. En je houdt de nare luchtjes weg van je huis.

Maar hoe ervaar je het zelf? Bij het kijken van een gat in de grond besef je dat het woord stoelgang wat misplaatst is. Te kakken worden gezet klopt ook niet, want je doet het zelf. De open lucht wordt niet als verfrissend ervaren. Het leger vliegen draait verwachtingsvol op de hete brij rondjes. Je kijkt schichtig om je heen. Er kunnen tenslotte meer mensen tegelijkertijd aandrang hebben. Dit is de enige latrine.

En een latrine, zo weet je van Wikipedia, is een openbare plek waar men zijn behoeften kan doen. Ach, alles went. Voor ons is het tijdelijk. Wij kunnen straks de pot weer op.”


11 januari 2012

Een hele operatie!

Er is heel wat geregel en gedoen aan vooraf gegaan, maar we zitten ‘s morgens rond zeven uur met Ramazan en zijn tante in de auto op weg naar het ziekenhuis aan de andere kant van Kampala. En we hebben nog een passagier, Sylvia een meisje van acht jaar. Tussen Kerst en Nieuwjaar worden we door vader gebeld. Het is een schreeuw om hulp. Zijn dochter heeft een verlamde voet. Het lopen gaat steeds slechter. Hij heeft allerlei ziekenhuizen bezocht, zonder resultaat. Hij is nu getipt om ons in te schakelen. Dus zijn we met twee gehandicapte kinderen en een tante op weg naar het ziekenhuis. Het is benauwd in de auto. De scherpe geur van transpirerende Oegandezen zonder deodorant is steeds nadrukkelijker aanwezig.

Het ritje naar het ziekenhuis, een afstand van zo’n dertig kilometer neemt bijna twee uur in beslag. Zoals gebruikelijk is het filerijden in en rond Kampala.
Het is niet duidelijk of het de geur is of het filerijden, maar het wordt Sylvia allemaal wat teveel. Gelukkig geeft ze dat op tijd aan. En dat betekent dat Leo, die naast haar zit, op tijd de auto uit is, voordat ze alles onder spuugt. In het ziekenhuis is het een drukte van belang. Het lijkt of alle lammen en kreupelen zich hier verzameld hebben. Het is een bonte stoet van mensen met krukken en andere hulpstukken. Daarbij zien we halve en hele ledematen en zelfs een kind waarvan een voet achterste voren staat.

We hebben vooraf diverse keren emailcontact gehad met de financieel directeur van het ziekenhuis. En hij maakt ons wegwijs. Duidelijk is dat de wachttijd lang zal zijn. We wachten eerst buiten. Maar als er wat ruimte komt nemen we plaats in de wachtruimte. Een verpleegster roept namen op. Slievia horen we. Herma staat op en vraagt of ze misschien Sylvia bedoelt. Helaas, het is en blijft Slievia.

De financieel directeur nodigt ons uit voor een korte bezichtiging van het ziekenhuis. Dat buitenkansje laten we ons niet ontgaan.

Het ziekenhuis blijkt een prachtig modern ziekenhuis te zijn. Patiënten komen uit heel Oeganda hier naar toe. En zelfs vanuit de omringende landen.

Er is een apart gebouw met een zestal operatiekamers. Bij een van de operatiekamers staat een opstapje voor het raam. We kijken zo naar binnen. Een operatieteam is druk bezig. Zij kijken ons aan. Toch blijven we het vreemd vinden dat men hier de operatiekamer het theater noemt.

Aan het ziekenhuis is ook een revalidatiecentrum verbonden. Er wordt een nieuwe vleugel gebouwd, een soort privé kliniek. Het ziekenhuis krijgt daardoor extra inkomsten. Daarmee kunnen weer meer kinderen tegen gereduceerd tarief geholpen worden.

Terug in de wachtkamer doen we deze kamer weer eer aan, namelijk wachten. Uiteindelijk wordt ons dat te gortig en vragen we of men ons vergeten is.

En dan blijkt Slievia Sylvia te zijn. Sylvia wordt hier uitgesproken als Slyvia. Binnen de kortste keren staan we nu bij de dokter. Na een kort onderzoek geeft de dokter aan dat Slyvia geopereerd kan worden. Of we meteen maar een afspraak willen maken. Begin volgende week is het voorstel van de arts. Ach, waarom niet. Voor Ramazan ligt de zaak moeilijker. De dokter wil eerst een kleine operatie doen, wat spierweefsel afnemen om te zien of de spieren de oorzaak zijn dat Ramazan niet rechtop kan lopen. Hopelijk niet, want dan is een behandeling niet mogelijk.

Begin volgende week de operatie is ook hier het voorstel. Zondagmiddag terug naar het ziekenhuis, maandag voor beide kinderen de operatie. Dinsdagmiddag weer naar huis. Leo moet als plaatsvervangende vader voor de operatie tekenen.

Tante heeft van dit alles niks meegekregen. Zij ligt te slapen in de tuin van het ziekenhuis. Ze is precies op tijd wakker om samen met ons terug te gaan naar de auto. We doen tante en later Sylvia’s vader verslag. Wij hebben A gezegd. Het Lejofonds maakt de operatie mogelijk. Zij moeten B zeggen en ervoor zorgen dat de kinderen zondag op tijd terug zijn in het ziekenhuis.

Uiteraard wensen we geïnformeerd te blijven over het verdere verloop.

Ramazan

Om een bezoek aan het ziekenhuis in Kampala mogelijk te maken, woont Ramazan tijdelijk bij zijn tante in Seeta die geen Engels spreekt. Wij communiceren met tante via Henri, de man uit reisverslag 7. Henri heeft via Ramazan de volgende informatie verzameld:

Ramazan is de oudste jongen uit een gezin met vijf kinderen. Hij heeft twee zusjes en twee broertjes. Ramazan zit in P3. Hij heeft geen overgangsexamens gedaan omdat het schoolgeld niet betaald is. Desondanks kan hij overgaan naar P4 omdat hij tot de besten van de klas behoort.

Problemen die Ramazan ondervindt bij het school gaan.

  • 1. Hij woont ver van school.
  • 2. Het schoolgeld betalen is een probleem. Moeder is overleden en vader is ernstig ziek.
  • 3. Hij krijgt ’s morgens wat pap en verder de hele dag niets.
  • 4. Hij heeft geen schooluniform en voelt zich daardoor niet gelijkwaardig aan de klasgenootjes.
  • 5. Vanwege zijn handicap wordt Ramazan veel geplaagd op school. Hij kan zich daar niet tegen verweren.

Dear Herma and Leo Annyas,

We as the family members of Tenyawa Ramazan would like to extend our humble appreciations to you for the love and care you have towards Ramazan’s well being.
We really appreciate you so much for having that kind heart towards the African child and in this we know that the almaight God will bless the works of your hands.
It’s our prayer that this operation may be succesful, because we believe with God every thing is possible.
As you set back to your homeland in the coming months please take our appreciations to all your friends and always encourage them to visit Uganda

On behalf of the family,

Philip Mbazira





11 januari 2012

Rare bokkesprongen

Met Maureen gaat het goed. We krijgen bericht dat ze al weer vrolijk rond huppelt. Zo gauw we tijd hebben gaan we op bezoek om dat met eigen ogen te zien.

Dan gaat de telefoon. Adams, de medewerker van het Lejofonds in Oeganda. Is aan de lijn. Dan zal er nieuws zijn over het project. Misschien de geboorte van een paar geitjes of een bok? Het ligt anders. Het bericht gaat wel over bokkesprongen maar een geit of bok heeft er niets mee te maken.

Kato, het broertje van Maureen is wat raar van een muurtje gesprongen en ligt nu met een gapende wond in zijn been thuis. Doktersbehandeling is nodig. Maar net als bij Maureen is daar geen geld voor.

Zo broer, zo zus. Misschien is Kato in zijn onderbewuste jaloers geweest op de aandacht die zijn zus heeft gekregen. Wie weet?
Het bericht van Adams klinkt echter ernstig genoeg om direct op weg te gaan.
Zo zien we Maureen eerder dan we gedacht hadden. Een heel ander meisje dan in het ziekenhuis. Een vrolijk, gezond kind. Heerlijk!
Dat geldt niet voor Kato. Hij ligt bij moeder op schoot. De veiligste plek. Er is een lap stof om zijn been gewikkeld. Dat moet kennelijk dienst doen als verband. Als moeder de lap eraf haalt, zien we inderdaad een diepe wond. Het bot is te zien. Geen vrolijk gezicht. Ziekenhuiswerk, dat is duidelijk. Het Lejofonds biedt opnieuw een helpende hand. De volgende dag hebben wij geen tijd. Adams begeleidt moeder en Kato bij het bezoek aan het ziekenhuis. Achteraf horen we dat met een wattenstaafje heerlijk in de wond is rondgepeuterd met een krijsende Kato als gevolg. Dat hebben we gelukkig gemist.

De rekening van het ziekenhuisbezoek die dag en de vier opeenvolgende dagen met bijbehorend medicijngebruik missen we niet.

Inmiddels hebben we achtergrondinformatie over dit gezin gekregen. Duidelijk is dat met behulp van het Lejofonds enkele problemen zijn opgelost maar dat de zorgen van moeder daarmee niet voorbij zijn.

Met grote zorgen moeten zorgen

Om wat meer van het gezin te weten te komen waarin Maureen en Kato opgroeien, hebben we moeder gevraagd wat achtergronden te vertellen.

Mijn naam is Sylvia Nanzili Natongo. Ik heb zes kinderen, waaronder een tweeling. Toen ik daarvan twee maanden in verwachting was, verdween de vader.
Ik heb geen baan en verdien wat geld door voor anderen water te halen, kleren te wassen of het land te bewerken.

In 2011 ging ik naar de bank voor een lening van honderd euro om het schoolgeld van mijn kinderen te kunnen betalen. Ik kocht ook nog 50 kg posho en daarmee was het geld op. Elke week betaal ik ongeveer 6 euro terug.

Toen viel Maureen van de schommel. Ze brak haar rug. Het Lejofonds betaalde haar behandeling. Nu kan ze weer lopen en spelen. Daarna brak Kato zijn been en dezelfde organisatie hielp hem.

Door de ongelukken van de kinderen ben ik altijd thuis. Daardoor kan ik geen geld verdienen.

Toen Maureen van de schommel viel en ziek thuis lag, kwamen twee mannen van de bank om geld van de lening te halen. Ze vonden een ernstig ziek kind dat veel pijn had, verontschuldigden zich en gingen weg.

Vaak gaan de kinderen zonder eten naar school en er zijn dagen dat ze helemaal geen eten krijgen. De prestaties op school lijden daaronder.

Mijn man heeft toendertijd een huisje gebouwd, maar het is niet af. Op een klein gedeelte zitten dakplaten. De kinderen slapen op de grond zonder lakens of dekens. Kleding voor de kinderen krijgen we van de buren.

Met Gods hulp vind ik misschien iemand die me kan helpen, bijvoorbeeld door het geven van een startkapitaal waardoor ik een winkeltje kan beginnen. In mijn omgeving wonen rijke mensen en er zijn geen winkeltjes. Ik kan tomaten en uien verkopen, en ik kan pannenkoeken maken. Zo kan ik dan voor mijn gezin zorgen.

Ik wil het Lejofonds bedanken voor de hulp die zij me gaven.




30 december 2011

06. Het eindigt met vuurwerk!

2012 is in zicht. Voor velen tijd voor een terugblik op 2011. Wij zijn nog niet zover. We zijn druk bezig met een evaluatie van het project “Goat to Goat”.

De selectie van families die in aanmerking komen voor een geit gebeurt door de directeuren van de drie basisscholen waar we mee samenwerken in het project. Zij kennen de gemeenschap goed en weten waar steun vanuit het project het meest gewenst is.
Met Stephen, directeur van basisschool “Gods Glory” in Seetah Nazigo hebben we onlangs een paar gesprekken gehad over het project in zijn gebied.

Daarbij kwamen achtergronden van verschillende kinderen uit families die een geit gekregen hebben ter sprake.

Zo kennen we het verhaal van een jongen wiens moeder is overleden. Vader is uit beeld verdwenen. De jongen wordt opgevangen door oma. Opa is ook overleden.

Een andere jongen wordt opgevangen door een grootmoeder. Moeder leeft nog, maar bekommert zich niet om haar zoon omdat hij geestelijk niet helemaal volwaardig is.

Van een ander kind is de vader overleden. Moeder is een HIV/Aids slachtoffer.

Opvallend hoe vaak mensen zijn overleden aan Aids. Ook scheidingen komen erg vaak voor. Daarbij is het de vrouw die vertrekt. De vader blijft met de kinderen in het huis achter als hij de eigenaar van het huis is.
Hertrouwt de vrouw met een man die al kinderen heeft dan moet de stiefmoeder vaak niets van deze kinderen hebben.

Met Stephen constateren we dat een aantal families in zijn gebied uit het project verdwenen zijn. Scheiding is een oorzaak. Maar in een aantal andere gevallen is de huurbaas de reden.

Wanneer een familie een huis huurt en er komt iemand anders die bereid is meer te betalen dan kunnen ze zonder meer ophoepelen.

In zijn selectiebeleid heeft Stephen daar geen rekening mee gehouden. Dat zal voortaan anders zijn.


We gaan richting 2012. We vieren Oud en Nieuw in Oeganda. We zijn benieuwd hoe dat zal zijn. Mocht het vuurwerk ontbreken dan kunnen we daarmee leven. We hebben al vuurwerk meegemaakt.

Mevrouw Nan van der Storm, die we vorig jaar ontmoet hebben in Oeganda leidde het vuurwerk in met een prachtige donatie. De Protestantse gemeente Maas en Waal uit Boven-Leeuwen, geen onbekende in de rubriek “Dank”, knalde er daarna flink op los en maakte er met een spetterende donatie een geweldig vuurwerk van.

Fantastisch om zo het jaar af te sluiten.

Wij willen iedereen, die zich het afgelopen jaar betrokken heeft gevoeld en getoond bij het Lejofonds en de activiteiten in Oeganda van harte bedanken. Het heeft ons zeer bemoedigd.

Tenslotte wensen we iedereen alle goeds voor 2012, dat vele wensen en dromen uit mogen komen!