16 april 2010
















17. Terugblik Oeganda 2010

Het afscheid is geweest. Nog even terugblikken voor je vertrekt. Hebben we iets kunnen betekenen voor Oeganda dit keer? Hebben we namens het Lejofonds iets kunnen doen voor mensen in Oeganda die aangewezen zijn op hulp van buitenaf?

We zetten het op een rijtje.

– Dit jaar hebben we ervoor gezorgd dat zeven dove kinderen uit hun isolement zijn gehaald en nu onderwijs krijgen op de dovenafdeling van de Bishop Westschool.

– Twee geestelijk gehandicapte kinderen gaan nu naar een school voor speciaal onderwijs waar zij vaardigheden leren om zichzelf zo veel mogelijk te kunnen verzorgen.

– Door het geven van handvaardigheidslessen hebben we verschillende scholen handreikingen gegeven kinderen te leren zich creatief te uiten. En niet alleen de kinderen!

– M.b.v. het Lejofonds hebben we een wiskundeleraar van de Good Samaritan een lening verstrekt waardoor het voor hem mogelijk wordt een wiskundeboek uit te geven.

– Vierendertig kinderen die niet naar school gaan omdat de ouders het schoolgeld niet kunnen betalen gaan nu, dankzij het Lejofonds, naar school. Zij krijgen de kans hun eigen idealen waar te maken.

– We hebben een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht van Anita naar gehandicapte kinderen die in aanmerking komen voor aanpassingen zols bijvoorbeeld een rolstoel, maar ook naar slechthorende kinderen die gebaat zijn bij een gehoorapparaat. Vier kinderen kunnen dankzij deze aanpassingen inmiddels weer horen.
Wellicht zal deze zoektocht er ook toe leiden dat “onze eigen Batu” t.z.t een implantaat kan krijgen waardoor ook hij weer kan horen.

– Het project “Goat to Goat” is geprofessionaliserd. Inmiddels is het project verder uitgebreid en is er een koppeling met een varken- en een kippenproject gemaakt.

– M.b.v. het Lejofonds krijgen 230 mensen die lepra hebben binnenkort directe ondersteuning waardoor zij niet onnodig langer hoeven te lijden aan deze ziekte.

Dit alles overziend zijn wij van mening dat ons verblijf enige betekenis heeft gehad Meer dan een druppel op een gloeiende plaat.
Al is dat misschien wat aanmatigend als je de enorme nood ziet in een land als Oeganda.

Wij willen iedereen die het Lejofonds financieel ondersteund heeft heel hartelijk danken. Zonder die steun was niet mogelijk wat nu mogelijk is gebleken.

Ook de vele reacties die wij tijdens ons verblijf in Oeganda mochten ontvangen vanuit Nederland hebben wij als hartverwarmend ervaren

Namens het Lejofonds,

Leo en Herma Annyas



16 april 2010















Partir, c’est mourir un peu

“Partir, c’est mourir un peu”, zeggen de Fransen. Sterven aan dat waarvan je houdt. Je laat een beetje van jezelf achter.
Na drie maanden Oeganda voelen wij dat ook zo.
Er valt heel wat afscheid te nemen.
Onze counterpart wil dit, evenals vorig jaar, doen met een afscheidsfeest met medewerking van de kinderen van de Good Samaritanschool. Men komt op het idée een videoband samen te stellen. Wij staan in de groententuin die is aangelegd met steun van het Lejofonds. De kinderen zingen ons toe over alle goede dingen die wij in hun ogen gedaan hebben. Het enige probleem zijn de kosten. Maar de oplossing daarvoor heeft men gauw gevonden: het Lejofonds. Helaas voor de enthousiaste muziekleerkracht zien we een dergelijk gebruik van Lejofondsgelden als oneigenlijk.

Fred, directeur van de Good Samaritan heeft een geheel eigen afscheidskado. Hij heeft een week geleden een zoon gekregen.
Als dank voor de dingen wij gedaan hebben en om dit zich blijvend te herinneren heeft hij zijn zoon Leo genoemd.

Mister Moses, directeur van de Bishop Westschool wordt toch nog overvallen door ons vertrek. Hij heeft gerekend op woensdag. Dat klopt, dan vliegen we vroeg in de morgen. Maar dinsdag vertrekken we al richting Kampala. Blijkbaar gaat nu iets niet door wat hij van plan is. Hij vraagt nu naar onze bezigheden de rest van de dag. En als hij een gaatje ziet, nodigt hij ons uit voor een etentje. Een getuigschrift heeft hij wel klaar liggen. Hij is zichtbaar trots als blijkt dat hij de moeilijke achternaam goed gespeld heeft.

Monica, de fantastische leerkracht van de dove kinderen geven we de laatste handvaardigheidsmaterialen. Zij begint spontaan een afscheidslied te zingen.

Justine, het meisje uit weblog 13, die we hebben laten weten dat, door een gift van mensen die onbekend wensen te blijven, zij kan gaan studeren aan de universiteit , komt met een prachtige kaart met mooie wensen voor ons.

Het team van de Mirenbeschool jubelt het uit wanneer zij horen dat zij een deel van de punnikklosjes mogen houden. Klosje breien is nu onderdeel geworden van het lesprogramma. De directrice van de school krijgt de laatste borduurpatronen met bijbehorende materialen en zal dus voorlopig niet meer toekomen aan het leiding geven aan het team. Alleen als het gaat om borduren zal dat nog het geval zijn.

En dan moeten we afscheid nemen van onze dove vriendjes op de Bishop Westschool. Een paar dagen geleden hebben we Monica al gevraagd hen dudelijk te maken dat we weer weg gaan. Ze hebben het begrepen. Wanneer we voor de laatste keer komen, maken verschillende kinderen in gebarentaal het teken dat we gaan vliegen. Een paar kinderen moeten nog even voor de laatste keer onze witte huid voelen, waarvan we zelf vinden dat die al aardig bijgekleurd is. Herma plakt geplastificeerde foto’s bij “onze dove kinderen” in hun metalen kist. In deze kist hebben zij hun enige bezittingen. Wij hebben foto’s gemaakt en nabesteld van hun familie. Die hebben zij nu altijd bij zich. De lach op het gezicht van deze kinderen bij het zien van de foto’s is intens, van binnen uit en zegt alles.

Wijs geworden van de chaos van vorig jaar zetten we de dove kinderen op een rijtje voordat we overgaan tot het uitdelen van stickers en snoep. En dan komt onvermijdelijk het uitzwaaien.

“Partir, c’est mourir un peu”, zeggen de Fransen


16 april 2010


















16. Lejofonds opnieuw op Oegandese televisie

Vierenendertig gezinnen in Seetah Nazigo krijgen een geit van het Lejofonds om daarmee inkomsten te verwerven om zo het schoolgeld van een kind te kunnen betalen. Dat is een niet alledaagse gebeurtenis. Onze counterpart is dan ook van mening dat de uitreiking van de geiten dient plaats te vinden tijdens een “celebration”.

Het geplande aanvangstijdstip van de feestelijke bijeenkomst is gesteld op 10 uur ’s morgens. In de verstuurde uitnodigingen staat 9 uur vermeld. Op die manier acht men de kans redelijk dat men op tijd aanwezig is. Ijdele hoop constateren we als we op tijd aankomen. Er is nog slechts een handjevol mensen. En die wachten geduldig.

Ook de geiten laten op zich wachten. De veearts is ’s morgens in alle vroegte vertrokken om op diverse plaatsen de aangekochte geiten op te halen.

Christine, aangesteld als coördinator van het project zal de feestelijke bijeenkomst leiden. Tegen de middag is het drukker geworden. Christine besluit met de aanwezige families die een geit krijgen het contract alvast door te nemen en dat te laten ondertekenen. De mensen krijgen een dossier uitgereikt. Op de voorkant staat een foto van het kind dat naar school zal gaan. Men is daar zichtbaar mee verguld.

Tijdens dit gebeuren komt er een auto met open laadbak aan met daarin de geiten. De veearts stapt uit en komt strompelend aangelopen. Hij is die ochtend in het donker bij het ophalen van de geiten met zijn motor onderuitgegaan. Hij wil voor onderzoek naar het ziekenhuis. Het oormerken van de geiten, wat ook op het progamma stond, komt daarmee te vervallen.

Met behulp van kinderen worden de geiten uitgeladen en naar een klaslokaal gebracht waar ze met touwen worden vastgezet aan de bankjes.

Niet lang daarna komt een auto met een geluidsinstallatie voorgereden. Het lijkt wat overdreven met geluidsapparatuur te werken, maar kennelijk maakt dat het feest completer.

Wanneer de eregast van de dag arriveert, de county chief van het Buganda Kingdom, zeg maar een soort commissaris van de koningin, kan het feest echt beginnen. Televisie en schrijvende pers zijn inmiddels ook aanwezig.

In Oeganda lijkt het soms of de grootte van het feest wordt afgemeten aan het aantal speeches en de omvang ervan. Er wordt volop gespeecht. En Leo mag namens het Lejofonds een toespraak houden. Aan het eind van zijn speech geeft hij het project Goat to Goat een digitale camera cadeau. Dit maakt veel indruk. De county chief komt er voor uit zijn stoel om hem te bedanken.

Na de speeches is het tijd voor muziek en dans verzorgd door leerlingen van de school Gods Glory. Alle kinderen van de school zijn ’s middags aanwezig en dat zijn er een paar honderd. Onder de gasten ontdekken we nu ook andere families die een geit gekregen hebben vanuit het project “Goat to Goat”.

Hoogtepunt van de bijeenkomst is uiteindelijk de uitreiking van de geiten aan de betreffende families. Er is geloot welke familie welke geit krijgt. Het protocol wil dat elke geit naar Leo wordt gebracht. Hij geeft het beest door aan de county chief die vervolgens de geit uitreikt aan de familie.

Nadat de uitreiking heeft plaatsgevonden, wordt Leo nog geinterviewd door een verslaggever van de televisiezender WBS.

De gasten worden nu uitgenodigd een hapje te eten in een besloten ruimte. Dit is ter afsluiting van het feestelijke programma. Denken we.

Opeens worden we verzocht naar het terrein achter de school te gaan. Daar worden drie nieuwe klaslokalen gebouwd. Een paar weken geleden waren alleen de fundamenten zichtbaar. Nu zijn de muren al een meter opgetrokken. Nu de county chief aanwezig is, heeft men bedacht dat hij de nieuwe school, zoals wordt gezegd, alvast maar moet openen. Er is een touwtje gespannen. Met een botte schaar wordt deze door de county chief met enige moeite doorgeknipt.

Het feest is daarmee voor deze dag compleet.


16 april 2010











Lejofonds helpt 320 leprapatiënten

Aan het eind van het verhaal “Geef me de vijf telt hier niet” (zie weblog 14) schrijven we: “De dokter geeft er de voorkeur aan alles in een rapport te zetten en dit ons te overhandigen”.

Een paar dagen later is het zover. Dokter Peter Bukenya, districtsarts voor lepra, komt op bezoek en geeft ons een schrijven. Daarin lezen we in welk gebied hij als districtsarts voor de leprapatiënten verantwoordelijk is.

Lepra is daar nog steeds een groot probleem. Lepra beschadigt zenuwen zodat de patiënt geen gevoel heeft in beide handen en voeten, waardoor wonden kunnen ontstaan en een patiënt zijn vingers en tenen kan verliezen. Door vergroeiingen en handicaps is het merendeel van de mensen met lepra niet in staat te werken en op die manier een inkomen te verkrijgen. Mensen die getroffen zijn door lepra hebben hulp nodig, zowel fysiek als sociaal-economisch. Daarmee wordt voorkomen dat ze ten laste komen van de gemeenschap.

De dokter geeft een overzicht welke lichamelijke hulp de mensen in zijn gebied nodig hebben. Het gaat dan om beschermende schoenen en handschoenen, krukken, huidzalf- en olie, verbandmiddelen en oogzorg.

In totaal zijn er 320 leprapatienten die directe hulp nodig hebben. In het overzicht maakt de dokter een uitsplitsing om hoeveel mannen en vrouwen het gaat en welke hulp zij nodig hebben. Voor directe hulp aan de 320 personen is ruim 1450 euro nodig.

Voor de langere termijn denkt de dokter aan het opzetten van projecten met varkens, kippen en geiten en het planten van bomen.

We vertellen dokter Peter dat hij inzage kan krijgen in de projectplannen die wij hebben opgezet voor het houden van geiten, varkens en kippen. Misschien kan hij er zijn voordeel mee doen hoe wij zaken georganiseersd.hebben. Voor hulp bij het opzetten van een project is geen tijd meer. Wij komen binnen een jaar terug. Mocht onze hulp dan nog op prijs gesteld worden, zo geven we aan, dan zijn we bereid die te geven.

We hebben met eigen ogen gezien hoe leprapatiënten zonder de benodigde hulp lijden. Hier moet een oplossing voor komen. We zullen ons best doen vertellen we de dokter zonder iets verder toe te zeggen.

We nemen contact op met de Groene School in Winsum en stellen voor een deel van de opbrengst van de aktie “Vooruit met de geit” te bestemmen voor directe hulp aan de leprapatiënten. Een akkoord volgt snel. En dus zitten we ook weer snel tegenover dr. Peter Bukenya met goed nieuws. De dokter is er door getroffen.

Vervolgens overleggen we hoe de hulp aan de 320 mensen die aan lepra lijden het beste georganiseerd kan worden. En natuurlijk willen wij de zekerheid dat het geld op de juiste manier besteed wordt. Tegen die tijd zijn wij zelf terug in Nederland.

Dochter Stephanie , die langer verblijft in Oeganda, zal het Lejofonds verder vertegenwoordigen.
Dokter Peter Bukenya stelt zich verantwoordelijk voor de aanschaf van de benodigde middelen. Samen met Stephanie zal hij de middelen distribueren. Stephanie draagt zorg voor de controle en zal de nodige foto’s maken voor het Lejofonds.

Wordt vervolgd.


16 april 2010












15.Vooruit met de geit, op naar de varkens en kippen!

Veel tijd hebben we besteed aan het professionaliseren van het project “Goat to Goat”. Dit betekent onder meer het evalueren, bijstellen en vertalen van het projectplan, het aanstellen van personeel, het maken van contracten en taakomschrijvingen. Daarnaast is veel tijd gaan zitten in het opstarten van een project met varkens en een project met kippen. We geven hier verdere informatie.

Het project “Goat to Goat speelt zich af in drie sub-counties.
In elke sub-county is een centrum van het project gevestigd bij een plaatselijke basisschool. Bij twee van de drie centra staat een stal met geiten en een bok van het project. In het gebied rond de centra bevinden zich een zeventigtal families die inmiddels via het project een geit hebben gekregen. Voor elk centrum is een uitvoerder aangesteld die verantwoordelijk is voor de zorg van de aanwezige dieren en die de families controleert of de geiten de juiste zorg krijgen.

Het project heeft ook een veearts aangesteld. De veearts bezoekt eens per maand de families die een geit gekregen hebben, geeft advies over het houden van geiten en behandelt de geiten indien nodig. Ook geeft de veearts adviezen over het opzetten en onderhouden van een “kitchen-garden”, een moestuin. Families die een geit ontvangen, zijn ook verplicht een moestuin aan te leggen.

Christine is aangesteld als coördinator van het project. Zij bezoekt maandelijks de gezinnen die een geit gekregen hebben.
De uitvoerder bezoekt de gezinnen aan het begin van de maand. De veearts doet dat in het midden van de maand en de coördinator aan het eind. Elk gezin heeft een logboek. Daarin maken uitvoerder en veearts aantekeningen van hun bevindingen tijdens hun bezoek. De coördinator kan direct nagaan of adviezen, gegeven door uitvoerder en/of veearts worden opgevolgd en uitgevoerd.

In het projectplan zijn taakomschrijvingen opgenomen voor de uitvoerders, de veearts en de coördinator.
De uitvoerders en veearts maken maandelijks een rapport op over gedane activiteiten en bespreken dit met de coördinator.
De coördinator maakt maandelijks een rapport op over de stand van zaken binnen het gehele project en stuurt dit naar de stichtingen FDEDEPO en het Lejofonds.

Een gezin dat een geit krijgt vanuit het project is bekend met de voorwaarden die daaraan verbonden zijn. Voordat een gezin een geit krijgt moet een stal gebouwd worden via de richtlijnen vanuit het project. De veearts verzorgt een training over het houden en verzorgen van geiten. Elk gezin krijgt een overzicht van de basispunten wat betreft de zorg voor een geit. Zoals gemeld is elk gezin ook verplicht een moestuin aan te leggen. Een gezin dat een geit krijgt, ondertekent een contract. Wanneer een familie nalatig is in de te geven zorg voor de geit kan de projectleiding na twee waarschuwingen de geit weghalen bij de familie.

Het project kent een zogenaamde denktank. Hierin zijn de uitvoerders, coördinator en een bestuurslid van de FDEDEPO vertegenwoordigd. Zij komen tenminste eens in de drie maanden bijeen en geven adviezen aan FDEDEPO en Lejofonds over de gewenste ontwikkeling van het project Goat to Goat.

Het projectplan omvat nu de volgende onderdelen:


  • 1. Introductie
  • 2. Doel
  • 3. Het waarom van een geitenproject
  • 4. Het gebied
  • 5. Welke families komen in aanmerking voor een geit? Hoe vindt de selectie van families plaats? Verplichtingen voor de families
  • 6. Training
  • 7. Zelfvoorzienend
  • 8. Personeel
  • 9. Registratie
  • 10. Rapportage
  • 11. Duur van het project
  • 12. Denktank
  • 13. FDEDEPO/Lejofonds
  • 14. Ledenraad
  • 15. Bijlages
    In de bijlagen zijn de taakomschrijvingen opgenomen van de uitvoerders, de veearts en de coördinator. Verder staan er de basispunten betreffende de zorg voor geiten vermeld. Er staan voorbeelden van gehanteerde registratieformulier. Tenslotte is een tekening van een stal opgenomen.

Het totale projectplan is hier (PDF, in het Engels) te lezen.

De ervaring heeft geleerd dat families met een kind op het internaat, niet voldoende hebben aan een geit om de benodigde inkomsten te verkrijgen voor het te betalen schoolgeld. Inmiddels zijn we dan ook gestart met, naar keuze, de uitgifte van kippen of een varken aan de families binnen het project “Goat to Goat”


8 april 2010


















14. Dat is prettig schrikken!

De St. Ludgerusschool in Workum is de enige katholieke basisschool van de gemeente Nijefurd in Friesland. De school telt ongeveer 175 leerlingen.

In het begin van het schooljaar heeft het team besloten als vastenproject het project “From goat to goat” van het Lejofonds te kiezen. Het project staat dichtbij het kind zo geeft het team aan. Ook is een belangrijk gegeven dat vertegenwoordigers van het Lejofonds de school willen bezoeken om over het project te vertellen en daarbij foto’s en video laten zien.

Vlak voor de Pasen staat een activiteitendag gepland. De jongste kinderen kunnen skeeleren en fietsen, de oudste kinderen lopen en zwemmen.
Alle kinderen mogen familie, vrienden en kennissen laten inschrijven als sponsor. De kinderen krijgen een intekenlijst mee waarop ze familie, vrienden en kennissen een bedrag per rondje of een maximum bedrag kunnen laten zetten.

We komen op de website van de St. Ludgerusschool terecht als de activiteitendag al achter de rug is en zien daar een uitslag staan. We mailen de directeur daarover het volgende:

“We zijn op jullie website terechtgekomen. Daarbij ontdekten we dat jullie de vastenactie al achter de rug hebben. We hadden jullie zo graag succes willen wensen. Maar we zagen nu een einduitslag. En eerlijk gezegd: We zijn verbijsterd! We hebben even in onze ogen moeten wrijven en in onze arm moeten knijpen om te zien of we niet droomden. Wat een ongelooflijk resultaat! Jullie moeten met zijn allen wel jullie hele ziel en zaligheid in deze actie gelegd hebben, hoe kan anders zo’n schitterend resultaat bereikt worden? Daar mogen jullie gerust heel erg trots op zijn.

Wanneer wij terug zijn in Nederland komen wij met alle plezier naar jullie toe om over Oeganda te vertellen, foto’s en video’s te laten zien. Dan zal jullie nog eens duidelijk worden hoe ongelooflijk veel goeds jullie gedaan hebben met deze actie. Wij zijn jullie heel erg dankbaar……….
We willen je vragen wanneer de school weer begint alle betrokkenen bij de actie een geweldige pluim van ons te geven en te zeggen dat wij diep onder de indruk zijn van wat gepresteerd is. En natuurlijk onze hartelijke groeten. We kijken er naar uit zulke kanjers te bezoeken!”

Directeur Wiebo Buikstra reageert daarop als volgt: ……Wij hebben van de actie voor het Lejofonds enorm genoten. De kinderen, ouders en leerkrachten waren zeer enthousiast.. Bijkomend geluk was dat er niet alleen veel geld is opgehaald, maar ook dat er in de afgelopen week een heel erg leuke sfeer op school hing. Dat is niet in geld is uit te drukken maar ook zo belangrijk.

Wij schrokken zelf ook behoorlijk van dit hoge bedrag, het geeft ook aan dat een rechtstreekse en kleinschalige benadering van ontwikkelingshulp echt WERKT ! ….”
Op de website van de St. Ludgerusschool staat het eindbedrag vermeld. Dit bedrag is inmiddels opgelopen tot 3126,79 euro!!

Direct na Pasen krijgen we bericht van de Jozefschool te Texel. Ook zij hebben de opbrengst van de vastenactie bestemd voor het Lejofonds. De vastenactie is verkort i.v.m. met een op handen zijnd jubileum van de school. Het eindresultaat is vierhonderd euro.

Vervolgens een verrassend bericht van de St. Bonifatiusparochie uit Wehe den Hoorn (Gr.): De 1e Communicantjes hebben gespaard voor het Lejofonds . Ook de collecte van de 1e Communieviering was bestemd voor het Lejofonds. Opbrengst bijna driehonderd euro.

Het is warm in Oeganda maar van dit soort berichten krijg je het helemaal warm, warm van binnen!


8 april 2010

















Geef me de vijf telt hier niet

Dokter Peter Bukenya, de behandelende arts voor Alex is niet alleen dermatoloog, maar ook districtsarts voor leprapatiënten. Wanneer hij hoort over het project “From goat to goat” nodigt hij ons uit een bezoek te brengen aan een aantal mensen die aan lepra lijden. Volgens de dokter zijn zij gestart met een klein geitenproject en kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken.

De dokter vertelt over de ziekte en de mogelijkheden tot behandelen. Genezen is mogelijk als men in een vroeg stadium de ziekte ontdekt en behandelt. Wanneer dat niet het geval is, dan is het zaak de ziekte proberen een halt toe te roepen. Iemand die aan lepra lijdt, kan een ander besmetten. Dit kan bijvoorbeeld door lichamelijk contact of door hoesten. Lepralijders zijn vaak nog gestigmatiseerd. Daarbij verhaalt de dokter over verhalen in de Bijbel waar melaatsen met een bel moeten rinkelen om hun komst te melden..

Daarna gaan we op weg naar Lugazi waar een groep mensen woont die aan lepra lijden. Het is een kleine 60 km rijden. De dokter heeft een goede auto. De slechte wegen vormen dan ook geen probleem. We komen uiteindelijk bij een ziekenhuis uit. Vroeger was het ziekenhuis alleen bestemd voor leprapatiënten. Die tijden zijn voorbij. De lepralijders blijken nu te huizen in gebouwtjes aan het eind van het terrein, achter het ziekenhuis.

Een paar mensen zitten voor hun huisje. Onmiddellijk zien we bij een paar mensen dat de handen aangetast zijn. Vingers ontbreken. We worden voorgesteld aan een wat oudere man. De dokter schudt handen of wat daar van over is. Wij krijgen ook een hand toegestoken. We merken de aarzeling bij elkaar. Maar als de dokter handen schudt, kunnen we niet achter blijven.

De man is kleermaker. In zijn kamertje staat een naaimachine. Ondanks dat zijn handen zijn aangetast door de ziekte schijnt hij nog op de naaimachine te kunnen werken. Als die werkt. En dat is niet het geval. De man heeft geen geld voor een reparatie. Hij is nu gedwongen zijn dagen in ledigheid door te brengen.

De dokter brengt ons naar een varkensstal. De varkensstal is letterlijk en figuurlijk een varkensstal. Een aantal beesten zien er dan ook niet goed uit. Hier is werk aan de winkel. Een van de mensen die lijdt aan lepra is verantwoordelijk voor de verzorging. Helaas is hij niet aanwezig. Informatie is verder niet te krijgen. Buiten de stal zien we een paar geiten. Die zien er gelukkig wel goed uit.

Wanneer we terug komen bij de leprapatiënten breekt er een klaagzang uit. Er is niemand die zich meer om hen bekommert. Vroeger was er nog iemand van het ziekenhuis die regelmatig een kijkje kwam nemen, maar die is wegbezuinigd. De mensen geven aan dat hun huid rond handen en voeten strak staat en erg droog is. Ze hebben olie nodig om de huid in te smeren. De laatste keer dat ze olie hebben gehad was vorig jaar.

Er is ook dringend behoefte aan beschermend schoeisel. Men heeft geen gevoel in de voeten. Die moeten dan ook beschermd worden, anders kan men letsel oplopen, in een spijker trappen bijvoorbeeld zonder dat men er erg in heeft. Een vrouw heeft geen schoenen. Zij durft niet meer buiten te lopen en zit de hele dag voor haar huisje op de grond.

De benodigde olie schijnt niet erg duur te zijn. Een paar schoenen kost zes euro. De reparatie van de naaimachine wordt geschat op vijftien euro. Met weinig geld is hier veel goeds te doen. En misschien kunnen we een goed geiten- of varkensproject op poten zetten. De dokter geeft er de voorkeur aan alles in een rapport te zetten en dit vervolgens ons te overhandigen. Snel handelen is dan geboden. Onze laatste week in Oeganda is aangebroken.


8 april 2010



















Horen is zichtbaar schrikken!

Anita belt. Ze heeft verrassend nieuws. De dove kinderen worden morgen weer in het Mulagoziekenhuis in Kampala verwacht. De gehoorapparaatjes zijn klaar, veel eerder dan verwacht. Ook Batu moet meekomen. De oorarts wil Batu opnieuw zien. Hij gaat verder onderzoek doen om na te gaan of het inbrengen van een implantaat bij Batu mogelijk is. Schitterend!

Om half 8 is iedereen present op de Bishop Westschool. Opnieuw kijken veel kinderen nieuwsgierig toe. Onderweg is er weer veel te zien voor onze dove kinderen. Het is duidelijk genieten, Maar de opwinding zoals tijdens de eerste reis is er een beetje vanaf.

Keurig op tijd komen we bij de oorarts. Die ziet er op zijn paasbest uit. Hij weet sinds de vorige keer dat hij veelvuldig gefotografeerd wordt.

De oorstukjes worden gepast. Daarna moet het geluidsniveau nog worden afgesteld. Dat blijkt nog een heel karwei te zijn.

Het hoofd van de afdeling komt binnen. Hij blijkt voor Batu te komen. Hij wil een scan van Batu’s gehoor laten maken. De resultaten zullen besproken worden met een arts in Amerika. Mocht het inbrengen van een implantaat zinvol zijn dan zal de Amerikaanse arts de operatie uitvoeren als hij in juni naar Oeganda komt. Emailadressen en telefoonnummers worden genoteerd om met elkaar in contact te blijven en gegevens uit te wisselen.

De scan kan dezelfde dag gemaakt worden maar daarvoor moeten we naar een ander gebouw. Volgens de oorarts is het een halve kilometer. Dat zou beloopbaar zijn.
Wij weten inmiddels dat de Oegandezen afstanden niet kunnen inschatten. Dus we gaan met de auto. Een verstandig besluit. De kliniek waar we moeten zijn ligt aan de andere kant van de stad.

In de kliniek wordt gevraagd wanneer Batu voor het laatst gegeten of gedronken heeft. En dat blijkt in het ziekenhuis te zijn geweest. Anita heeft de kinderen op een flesje limonade getrakteerd. Daardoor kan Batu pas om 1 uur geholpen worden. Hij moet een aantal uren nuchter zijn.

Terug naar het Mulagohospitaal. Daar zijn we net op tijd terug om te zien hoe Sharon goed afgestelde hoorapparaatjes krijgt. De oorarts praat tegen haar en ze verstaat het!!
Ze heeft oogcontact met de oorarts. Glimmende ogen. Het geluk spat er vanaf. Het lijkt of het eerst niet tot haar wil doordringen dat ze kan horen. Dan slaan de emoties toe.
De handen gaan voor het gezicht. Het is net of ze even tijd voor zichzelf wil om te beseffen dat ze niet droomt. Even door gespreide vingers kijken of de oorarts er echt wel staat of het echt is wat ze nu beleeft. Een moment dit wonder voor jezelf beleven. Wij kijken toe. Wij kijken naar een intens gelukkig meisje en worden er door geraakt.

Wanneer we klaar zijn in het Mulagohospitaal en de oorarts bedankt hebben, nog net niet omhelsd, gaan we met zijn allen naar de kliniek waar Batu een scan moet ondergaan.
Leo en Herma mogen met Batu mee de “scankamer” in. Batu moet gaan liggen, krijgt riemen om hoofd en middel. Zijn schoenen zijn uit. Twee grote tenen steken door twee grote gaten in zijn sokken. Na wat persoonlijke gegevens verteld te hebben, moeten Leo en Herma de kamer uit. Als Batu wat angstig zou worden dan is ze heel goed in staat hem zelf te kalmeren zo geeft de zuster aan.

Wanneer Batu terug is in de wachtkamer blijkt dat we twee uur moeten wachten op de uitslag. Dat is wat al te gortig. We besluiten met zijn ergens een hapje te gaan eten. Buiten plenst het inmiddels en met een knetterende donderslag meldt het onweer zich.
Voor de drie dove meisjes is het een donderslag bij heldere hemel. Ze schrikken zich wezenloos.

In een overdekt winkelcentrum eten we een hapje in een klein restaurant . We hebben uitzicht op de roltrappen. Roltrappen?? Die moeten natuurlijk geprobeerd worden. Eerst onder begeleiding, later zonder. Een waar feest! In het ziekenhuis voelen wat een lift met je maag doet en nu ervaren wat een roltrap is. Wat een wonderlijke wereld.

Na het eten bezoeken we nog een winkeltje met een houten vloer. De vloer kraakt. Met uitzondering van Batu is dat nu hoorbaar voor de kinderen. Alle reden om even een dansje te doen om de vloer lekker te laten kraken.

Tegen drie uur zijn we terug in de kliniek. De uitslag van de scan laat op zich wachten. Het is een vermoeiende dag geweest voor de kinderen. We besluiten dat Leo en Herma op de uitslag blijven wachten en dat de rest met de auto terug gaat naar Mukono.

De auto is nauwelijks weg of Leo wordt bij de dokter binnengeroepen. Hij krijgt te horen dat de dokter de uitslag eerst wil bespreken met collega’s. Het rapport komt daarom die dag niet meer beschikbaar. Herma belt onmiddellijk Anita. Gelukkig is de chauffeur bereid te keren. Een compleet gezelschap komt terug op de Bishop Westschool.


30 maart 2010

Theeplantage















13 Dat varkentje zullen we wel even wassen!

Het project “Goat to Goat” speelt zich af in drie sub-counties. Op het terrein van de Good Samaritanschool in Nasuuti staat een grote geitenstal met geiten en bokken.
In de omgeving hebben acht families een geit gekregen vanuit het project.

In Seetah Nasigo staat op het terrein van de school Gods Glory ook een grote stal met geiten en een bok. In de omgeving van Seetah Nasigo hebben acht families een geit gekregen. Binnenkort komen daar vier en dertig families bij. In de geitenstallen van Nasuuti en Seetah Nasigo staan de eerstgeboren geitjes die teruggekomen zijn van de families. Zij worden straks aan nieuwe families gegeven.

In Nkonkonjero hebben zeven families een geit gekregen. Zij wonen in de omgeving van de plaatselijke school. Inmiddels hebben we met onze counterpart een aantal evaluatieve gesprekken gevoerd. Vanuit deze gesprekken hebben we het projectplan bijgesteld. Daarover later meer.

Dit jaar hebben we zeven dove kinderen naar school gestuurd en een twee kinderen naar een school voor speciaal onderwijs. De families hebben een geit gekregen. De internaatskosten voor deze kinderen zijn aanzienlijk. Een geit is niet genoeg om de benodigde inkomsten te verwerven. Onze counterpart beschikt over een broedmachine. Vandaar dat we uitvoerig met elkaar van gedachten hebben gewisseld een kippenproject te starten en de families naast een geit een aantal kippen te geven.

De veearts heeft nog andere suggesties. Met een varken zijn sneller en gemakkelijker inkomsten te verwerven. Waarom geen project met varkens? Verder brengt hij de zogenaamde “kitchen garden”, de moestuin ter sprake. De veearts werkt o.a. voor Heifer. Gezinnen kunnen onder bepaalde voorwaarden een koe krijgen. Een van de voorwaarden is dat de families een moestuin aanleggen. Hij nodigt ons uit een dagje met hem op stap te gaan.

De veearts heeft zijn werkterrein ook in de binnenlanden., in een gebied waar we niet eerder geweest zijn. We komen langs een grote, schitterend gelegen theeplantage. De wegen worden smaller. Diepe sporen in de weg. Soms staat daar nog water in. En waar we niet meer van opkijken: we komen vast te zitten. We rijden in een personenwagen. Met wat hulp van buitenaf kunnen we al snel weer verder.

We bezoeken verschillende families uit het Heiferproject. De gebouwde stallen zien er prima uit, Geweldig te zien hoe men een moestuin heeft gerealiseerd dichtbij huis. Een familie hoeft de bedden met stokjes omheind om de kippen te weren. De moestuin gaan we zeker introduceren in ons project.

Als we langs een piepklein schooltje komen, kunnen we het niet laten even een kijkje te nemen tot enthousiasme van de kinderen.

Onderweg doen we ook nog zaken. De veearts brengt ons in contact met een veehandelaar waar hij wel vaker zaken mee doet. Hij zal ons de benodigde 34 geiten leveren die naar de families in Seetah Nasigo gaan. We doen alvast een aanbetaling voor 16 geiten.

De veearts wil ons nu nog een demonstratieboerderij laten zien waar o.a. veel varkens worden gehouden. Het duurt wat langer dan verwacht om er te komen. Midden op de weg staat een te zwaar beladen vrachtwagen met pech. Er langs rijden is niet mogelijk want de sporen in de weg zijn te diep. Onze chauffeur krijgt nu desgevraagd van een brommer een lift en verdwijnt uit het zicht. Een tijd later komt hij terug met een persoon die een “hoe” bij zich heeft, een schep waarvan het blad in een hoek van negentig graden staat. Hiermee worden de sporen met zand gevuld en dan is het leed gauw geleden.
Bij de demonstratieboerderij zien we varkens in allerlei soorten en maten. Het blijken inderdaad erg productieve beesten te zijn. Bovendien groeien ze snel in gewicht. Ze zijn makkelijk te voeden, niet erg bevattelijk voor ziekten en ze vragen weinig stalruimte.
We zijn overtuigd. Nu onze counterpart nog. Maar dat varkentje zullen we wel even wassen.


30 maart 2010

Batu


Mercy


Sharon




Cathy













Geweldig om te horen!

Om half acht staat er een busje bij de dovenafdeling van de Bischop Westschool. Belangstellend kijken vele dove en niet-dove kinderen toe. Vandaag gaan vier dove kinderen naar het Mulagohospitaal in Kampala voor een gehoortest.

Er bestaat het vermoeden dat deze kinderen nog een restgehoor hebben en geholpen kunnen worden met een gehoorapparaat. Het hoofd van de dovenafdeling heeft de kinderen geselecteerd. Tot onze grote vreugde staat onze vriend Batu, de jongen op de voorpagina van onze website, ook op de lijst.

Anita heeft gehoorapparaten uit Nederland meegenomen en de trip naar het Mulagohospitaal georganiseerd. Om negen uur is een afspraak gemaakt met een gehoorspecialist. We dienen stipt op tijd aanwezig te zijn.

Wanneer het tijd is voor vertrek ontbreekt een van de dove kinderen. Die heeft pech. Er wordt een ander kind opgetrommeld en na een korte uitleg het busje ingezet.

Onderweg kijken de kinderen hun ogen uit. Opgewonden wijzen ze elkaar van alles aan. Het zou ons niet verbazen dat dit voor Batu de eerste reis in een auto is.

Hand in hand lopen we met de kinderen door de lange gangen van het hospitaal. Het is er druk. De kinderen komen ogen tekort. Precies om negen uur staan we voor de deur van de specialist. Het blijkt een erg aardige man te zijn.
Hij neemt alle tijd voor de kinderen. Die mogen eerst hun naam en leeftijd op papier zetten. Daarna neemt de specialist een kijkje in hun oren.

En dan komt het grote moment. Mercy een doof meisje van 14 jaar wordt in een geluiddichte cel gezet en krijgt een koptelefoon op. Buiten de cel gaat de specialist achter een apparaat zitten waarmee hij geluidtonen kan afgeven en kan aflezen hoe sterk die zijn. Door een raam kan hij Mercy zien zitten. Zij moet met handopsteken aangeven of zij een bepaalde toon hoort. De dokter noteert alles. We kijken gespannen van een afstandje toe. We durven niet naar het raam te gaan, bang om Mercy te storen.

Na de test geeft de dokter tekst en uitleg. Bij een bepaalde geluidssterkte kan Mercy nog wat horen. Zij is gebaat bij een gehoorapparaat. De spanning is gebroken. Een bevrijdende lach komt op ieders gezicht. De dag kan niet meer stuk.

Nu is het de beurt aan Sharon. We zijn met zijn allen wat vrijer. We komen wat dichterbij om door het raam te kunnen kijken. Wat we dan zien, blijft op ons netvlies gebrand staan.

Een klein, breekbaar meisje kijkt ons met grote ogen aan. Als er een pieptoon gehoord wordt, beginnen haar ogen te glanzen en te schitteren, er verschijnt een gelukzalige glimlach om haar mond. Enthousiast en fanatiek wordt een arm opgestoken. Dit beeld herhaalt zich een paar keer achter elkaar. Wat een emotioneel gezicht. De tranen schieten bij iedereen in de ogen. Die kleine Sharon! De test wijst uit dat ze met een gehoorapparaat weer zal kunnen horen. Ook zal ze weer leren praten. Wat een ander leven!

Cathy komt als derde meisje aan de beurt. En ook zij komt in aanmerking voor een gehoorapparaat.

Dan is het de beurt aan Batu. Batu is op driejarige leeftijd doof geworden door de malaria. Hij is nu nog steeds in staat te praten. Door Henriette is hij bovenaan de lijst geplaatst.
Onze verwachtingen zijn daarom hooggespannen. Als onze Batu weer kan horen met behulp van een gehoorapparaat, is dat het hoogtepunt van ons verblijf in Oeganda.

Gespannen wachten we op de eerste armbeweging van Batu.
Die blijft uit. Vreemd. Zou hij de opdracht niet begrepen hebben? De specialist onderbreekt de test. Mercy wordt gevraagd Batu in gebarentaal uit te leggen wat de bedoeling is. De arts begint opnieuw met de test. En weer blijft een armbeweging uit. We zien het gezicht van Batu betrekken.
Hij heeft in de gaten dat het foute boel voor hem is.

Batu is doof, Batu is stokdoof. Er is geen restgehoor.
Herma vraagt of een operatie nog een mogelijkheid geeft.
Daarop wordt bevestigend beantwoord. Maar een implantaat blijkt erg kostbaar te zijn. Volgens de dokter wil een Amerikaanse arts de operatie gratis doen als een geschikt implantaat voorhanden is. Daar zullen we ons best voor gaan doen.

Nu de tests voorbij zijn, gaan we naar een andere ruimte waar de oorarts afdrukken van de gehoorgang maakt bij de eerste drie kinderen. Alle behandelingen van de oorarts blijken uiteindelijk gratis te zijn.

Op de terug zien we een bedrukte Batu. Een gezamenlijk etentje op de terugweg, waar iedereen erg van geniet, helpt hem er weer wat bovenop.


30 maart 2010

Josephine




Justine




Willen maar niet kunnen.

Veel kinderen gaan niet naar de basisschool omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. Met het project “Goat to Goat” willen wij zoveel mogelijk kinderen naar de basisschool sturen.
Maar er zijn ook vele talentvolle jongeren die het voortgezet onderwijs gehaald hebben en graag verder willen studeren aan de universiteit.

Josephine, 23 jaar en Justine 18 jaar hebben beiden gemeen dat ze dromen hebben. Hun grootste droom is te studeren aan de universiteit. Maar het lijkt er erg veel op dat deze droom een droom zal blijven.

Josephine hebben we vorig jaar ontmoet in een klein restaurant.
Zij blijkt voortreffelijk te kunnen koken . Wij mogen onze wensen indienen en hoeven ons niet te storen aan de menukaart.
Josephine is vriendelijk, ietwat verlegen, maar kan soms ook onverbiddellijk zijn. Als Leo een pilsje meeneemt dan dient hij de volgende ochtend het lege flesje weer in te leveren. Uitstel is nauwelijks mogelijk.

Wanneer we dit jaar terugkomen, zoeken we Josephine op in het restaurant. Daar blijkt ze niet meer te werken. Gelukkig hebben we haar telefoonnummer. We nodigen haar uit voor een etentje. En dan blijkt dat Josephine vertrokken is uit het restaurant omdat het te weinig betaalde. 30.000 shilling per maand, iets meer dan 10 euro. Nu werkt ze in een fabriek aan de lopende band in vierploegendienst. Dat betekent soms ook ‘s nachts werken. De baan ligt haar totaal niet, maar het levert haar 90.000 shilling per maand op, ruim dertig euro.

Josephine heeft 1 jaar universiteit achter de rug, maar is gestopt vanwege geldgebrek. Op jaarbasis is het collegegeld 1,4 miljoen shilling, ongeveer vijfhonderd euro. Daarvoor moet ze wel naar Kampala reizen omdat de universiteit daar goedkoper is dan in Mukono. Een rekensommetje maakt al snel duidelijk dat ook met haar nieuwe salaris de universiteit onbereikbaar blijft.

Justine is 18 jaar en werkt in een plaatselijke supermarkt.
Haar verdiensten zijn 100.000 shilling per maand, ongeveer 35 euro.
Daarvoor moet ze wel zeven dagen per week werken van acht uur ‘s morgens tot ‘ s avonds tien uur. Zonder ontbijt gaat ze naar haar werk. ‘s Middags om twee uur is de enige pauze van dertig minuten. Het is ook de enige keer dat ze te eten krijgt. ‘s Avonds na tien uur gaat ze naar huis. Om half 11 ligt ze in bed. Ze moet de volgende dag weer fit zijn. Tijd voor een privéleven is er niet. Als je een dagje op adem wil komen, is het enige middel daartoe je ziek te melden.
Justine wil economie gaan studeren.

Josephine en Justine, hun droom is te gaan studeren. Misschien dromen ze daarbij wel van een muzungu, een blanke.
In de ogen van de Oegandezen zijn alle muzungu’s rijk. Dat beeld staat als een huis.


24 maart 2010

Flessenaktie


Dansmarathon


Sieraden maken


Starschot Burgemeester


Hardlopers Bedum Winsum


70 km gefietst


Sponsorloop Groningen Winsum


Einduitslag

12. Ruim 18.000 euro!!!

We hebben de data 17 t/m 19 maart dik onderstreept in onze agenda staan: De Groene School te Winsum houdt een driedaagse actie voor het project “Goat to Goat” van het Lejofonds. Het programma ziet er veelbelovend uit. Vooraf hebben we nog even email contact met Henk Klein, adjunct-directeur. Hij vraagt ons te zorgen voor mooi weer. En dat doen we.

Op de eerste actiedag rijden bussen van de Groene School de provincie Groningen door om in alle plaatsen waar leerlingen wonen lege flessen op te halen.

De tweede dag is de dag van klussen, workshops en sponsoractiviteiten. Liefst 46 groepen zijn actief. Ineke Wosten, oud-collega van Leo en nu lerares op de Groene School vertelt:

“Een van mijn mentorklassen vindt de georganiseerde activiteiten allemaal niets en heeft besloten een gesponsorde wandeling te maken van het Noorderstation in Groningen naar Winsum. Ik heb de eer dat ik mee mag als mentor. Kan me niet herinneren dat ik ooit 16 km heb gelopen Maar ik zal met niet laten kennen. Ik zal jullie laten weten of ik het overleefd heb”.

En dat heeft ze gezien het volgende bericht:

“In opperbeste stemming en met prachtig weer hebben we vandaag van het Noorderstation naar onze school in Winsum gelopen. Ik verwachtte eigenlijk na een kilometer al het eerste gepiep, maar dat bleef uit. Mijn benen doen nu ik zit een beetje pijn, maar verder ben ik er eerder fit dan moe van geworden. Samen werden we (12 leerlingen en ik) voor ongeveer 350 euro gesponsord.

Ondertussen werd er door andere groepen gefietst, gerend, werden er taarten gebakken en allerlei andere dingen gemaakt die morgen verkocht worden op de braderie. Ik hoop dat het morgen net zo’n gezellige dag wordt als vandaag.”

Vrijdag wordt in een ontspannen sfeer een braderie en rommelmarkt gehouden. Hoogtepunt is de verkoop bij opbod van door spelers gesigneerde kledingstukken van FC Groningen. Zo bericht ook het Dagblad van het Noorden.

Als afsluiting van de actiedagen is er een feestavond voor alle leerlingen. Aan het eind daarvan wordt de opbrengst van de actie bekendgemaakt en overhandigd aan een vertegenwoordiger van het Lejofonds. Het is Arend Jager, vriend van Leo en Herma.
Zijn bevindingen verwoordt hij als volgt in een email:

“Hallo Oeganda! Zojuist teruggekeerd uit Winsum. Het was een erg leuke ervaring! Binnen was het opvallend gezellig. Leuke leerlingen, die zich voor mij verrassend goed gedroegen! Om 22.00 uur: de uitslag van de opbrengst voor het Lejofonds (zie foto)! We baanden ons een weg door de Ripperdahal, alwaar de muziek zo heerlijk hard galmde, zoals ik het vroeger ook graag gehad had willen hebben… Twee leerkrachten spraken de dansers toe en openbaarden het opgebrachte bedrag. Ik nam het in ontvangst en mocht ook even wat zeggen tot de meute. Ik hield het wijselijk kort, want de dansers waren nog lang niet uitgedanst.

Toen ik de microfoon kreeg werd er al “muziek-muziek” geroepen (gelukkig niet massaal, ha-ha)  Na vijf zinnen bedankte ik iedereen voor hun inzet namens mijn goede vriend Leo, die nu in Oeganda vertoeft. Applaus was mijn deel en de muziek ging als een soort verlossing verder. Wij galmden naar de lerarenkamer voor de evaluatie. Leuke lui daar in Winsum.
Op de terugweg hadden wij een zeer voldaan gevoel”.

Het eindbedrag is een fantastisch bedrag!
Vanuit Oeganda hebben we Henk Klein laten weten enorme bewondering en respect te hebben voor de geweldige inzet van iedereen. We hebben hem gevraagd de hulde en enorme dank over te brengen aan iedereen die deze actie op zo’n geweldige manier heeft doen slagen.

De reactie van Henk Klein:

“Inderdaad klasse om in tijden van recessie zoveel geld bij elkaar te verzamelen. Een groot compliment voor onze leerlingen en collega’s, die actief en creatief bezig gaan met heel veel afwisselende activiteiten, klussen en een geweldige braderie. Gezellig, druk bezocht, afwisselend!

Het was inderdaad fantastisch om te zien hoe leerlingen aan de ene kant de inhoud van de actie bijna uit het oog waren verloren, maar aan de andere kant er wel volledig voor gingen. Een actie die weer in het rijtje “hoogtepunten van de Groene School” kan worden bijgeschreven.

Mede ook dankzij jullie enthousiasme, want je weet het: “Positief gedrag wordt positief beloond.”

Onze complimenten voor jullie enthousiasme en inzet. Je straalt het uit en brengt het over.
EN HET RESULTAAT IS ER DAN OOK NAAR.
Heel veel succes met de besteding van dit geld”.

24 maart 2010



Sherrie

My heart tells me…

Verschillende scholen volgen ons via de website.. Het lijkt ons aardig hen te berichten hoe een doorsnee dag eruit ziet van een Oegandees kind. Allereerst hebben we de Good Samaritan Integrated Primary School gevraagd om medewerking. Die krijgen we, niet alleen van de leerlingen maar ook van de leerkracht. De verschillende briefjes hebben namelijk dezelfde strekking en inhoud. We geven een voorbeeld:

‘I am Kamuli Halima with twelve years. I am in primary seven and I go to Good Samaritan Primary School. We are six people in the family with three who are still going to school. I live with my mother, sister, brother, grandmother and my uncle. The father died.
I thank Leo and Herma representatives Lejofonds in Netherlands for what they did at our school. They established a goat to goat project and also began an agricultural demonstration farm.
We have big hopes to benefit from both goats and the garden and also be equipped with agricultural skills. Please thank you so much.
Yours faithfully, Kamuli Halima.

Maar we zijn op zoek naar verhalen over het dagelijkse leven. We vragen nu headmaster Moses van de Bishop Westschool om medewerking. Mister Moses is meteen enthousiast. Hij geeft de opdracht aan de leerkracht van P6 de kinderen brieven te laten schrijven en hij legt uit wat de bedoeling is.

Als wij enige tijd later mr. Moses naar de briefjes vragen is hij heel verbaasd dat wij die nog niet ontvangen hebben. Hij grijpt naar zijn mobieltje en belt de leerkracht die lesgeeft en sommeert hem onmiddellijk naar zijn kantoor te komen.

Daar laat hij de leerkracht tekst en uitleg geven aan ons waarom de brieven niet geschreven zijn. Een bedremmelde leerkracht stamelt hopeloos wat smoesjes. Mr. Moses stelt een deadline, met succes. Als we de verschillende brieven lezen is ook hier in de opzet de hand van de leerkracht duidelijk zichtbaar. Toch hebben de briefjes wel informatieve waarde. We geven weer een voorbeeld:

How I spend my day
My name is Nalwadda Miriam. I am thirteen years old. I live at Kikooza Village found in Mukono District in Uganda. I am in P6 at Bishop’s West Primary School.

I wake up in 5.30 a.m. I say my prayers. I greet my parents. I wash the utensils. I go to school at 6.30 a.m. That is when our extra lessons starts. At 7.00 a.m. we move out to fetch water for cooking.

When the bell rings at 8.00 a.m. we got to the assembly. After assembly we move to the class. At. 8.30 the lesson starts. At 10.30 a.m. we go to get breakfast. After the break at eleven we go back to the class. At 1.00 p.m. we go to get lunch. Our lunchtime ends at 2.00 p.m. and we go back to class.

At 3.30 p.m. the time keeper is rung for games and sports. My best game is running. After games and sports the time keeper rung the bell and we go to assembly for extra lessons. After the extra lessons the time keeper rung the bell and we go back home at six.

When I am back home I put my uniform in the basin and wash it. After wash my uniform we go to bath. After bath I go to read my books and do the homework the teacher gave me. At 9.00 p.m. I get for supper After supper we go to sleep, That is the way I spend my day.

Zelf wonen we achter de Triple P primary school. Elke dag komen we langs deze school en worden enthousiast begroet door vele leerlingen. Vanachter het hek vragen we aan kinderen wie een briefje wil schrijven aan Nederlandse kinderen en daarin vertellen hoe hun dag eruit ziet.

Tot onze verbazing komen de volgende dag kinderen al zwaaiend aangezet met brieven. Als wij als beloning een pen en wat kleurpotloden uitdelen komen de volgende dagen ons vele briefschrijvers tegemoet. Als we kijken naar de inhoud is het oorspronkelijke onderwerp verdwenen. De kinderen hebben een eigen onderwerpkeus. We geven weer een voorbeeld:

Hello, How are you? I hope you are fine. Back to me: I am fine and okay. I am Sherrie Tasha by names. I would request you if you can sponsor me. It’s your choice I can not decide for you. But if you can allow to sponsor me. I will be very happy even if for only one term, I will appreciate. Because I never got a sponsor and I feel like getting one. I will appreciate when you allow to sponsor me. Because since I was young my heart tells me to go to Canada or New York.

One day I was with my mum. I told her I want a sponsor to take me to Canada and I study from there or New York. My mum laughed and said: “Hey, it is not easy to get a sponsor. It’s just a chance”. I told her: “Why is it that people get them?” She told me that they look for them. I told her to look for me but she said that is a chance to get one. But I wanted you to be my sponsors because you are so loving, friendly and good behaved. You are not like others I see. You are good and caring. I will appreciate or I will be very glad when you sponsor me. God bless you … I love you. From your friend Sherrie Tasha, P7

Wij zullen een aantal brieven doorsturen naar verschillende scholen in Nederland.

 


24 maart 2010
















Team op tilt

Kinderen in Oeganda hunkeren en hongeren naar handvaardigheid is onze ervaring van vorig jaar. Wij hebben scholen toegezegd ook dit jaar handvaardigheidslessen te geven.

Jeugdsentiment van Leo is het klosje breien en hij is ervan overtuigd dat het ook in Oeganda een voltreffer zal zijn. Hij weet bij Heutink, leverancier voor onderwijsleermiddelen, dertig punnikklosjes los te peuteren. Herma heeft haar connecties bij Opitec en dat betekent dat we ook verf en andere materialen kunnen meenemen.

Het klosje breien proberen we na schooltijd uit bij een paar van onze dove vriendjes op het internaat van de Bishop West. Ze zijn meteen verslaafd. Vlak voor het weekend worden we staande gehouden door de administratrice van de school, een gezellige tante Pollewop van midden vijftig. Ze heeft gezien hoe de dove kinderen tijd vergeten bezig zijn met het punniken en ze wil nu zelf ook aan de slag. Waarom niet? Direct na het weekend komt ze glunderend op ons af en laat het resultaat van een weekendje punniken zien: een gebreide streng die meermalen om haar omvangrijke middel past. En ze is niet te stoppen.

Niet te stoppen zijn ook de dove kinderen van Primary 4. Herma heeft hier het klosje breien geïntroduceerd. En ook hier zijn zowel leerkracht als leerlingen verwoede punnikers geworden. Wanneer Herma op een dag aangeeft dat ze de klosjes aan het eind van de dag komt innemen omdat ze de volgende middag op een andere school gebruikt worden, weten de dove kinderen en de leerkracht Herma te overreden dat pas de volgende ochtend aan het eind te doen. Men is nog lang niet uitgepunnikt.

De volgende middag gaan we naar de Mirendeschool, een primaryschool met ongeveer 350 kinderen. Vorig jaar zijn we daar aan het eind van ons verblijf in Oeganda op bezoek geweest en hebben toen beloofd dit jaar terug te komen voor handvaardigheidslessen. In de loop van de tijd heeft men ons verschillende keren gemaild zodat we onze belofte niet zouden kunnen vergeten.

Ter voorbereiding van deze lesmiddag hebben we een bezoekje aan de school gebracht om te zien welke materialen op school aanwezig zijn. Vol trots meldt men ons dat ze op ons verzoek kranten gespaard hebben. Er blijkt geen schaar aanwezig te zijn op de hele school en ook geen kwast. Maar dankzij Opitec kan Herma vanmiddag met het grootste deel van de klas van 45 leerlingen gaan verven. Leo zal met een aantal leerlingen gaan punniken. Als reserve hebben we nog een knipselwerkje.

Vellen papier zijn tegen de wand geplakt. De leerlingen krijgen de opdracht hun dromen te schilderen. Daar is blijkbaar durf voor nodig, want er wordt schuchter met de kwast iets op papier gezet. Maar als de eerste angst voorbij is, wordt er driftig geschilderd en ontstaan er ware kunstwerken.

Ondertussen is Leo met een tiental kinderen aan het punniken. De leerkracht blijkt ook mee te willen doen. Ze dringt haast voor zo graag wil ze weten hoe te starten. Niet dat ze dan kinderen kan helpen, nee ze wil een eigen werkstuk.

Het team heeft grote belangstelling voor deze handvaardigheidsles. Er druppelen steeds meer leerkrachten binnen om een kijkje te nemen. Ze worden kennelijk gefascineerd door het klosje breien. Onder het mom kinderen te helpen nemen ze zelf het punnikklosje ter hand om het niet meer af te staan. Uiteindelijk zijn er zes leerkrachten aan het punniken. En dat betekent dat zes kinderen niets meer te doen hebben en bij Herma aankloppen voor ander werk.

Herma vraagt daarop aan de leerkrachten of zij geen eigen klas hebben. Zij krijgt als antwoord dat de kinderen moeten nadenken, dat kunnen ze zelf wel. Daar is de leerkracht niet bij nodig. Kennelijk moeten Oegandese kinderen heel veel nadenken, want de leerkrachten blijven bijna een uur en dat betekent dat zes klassen in die tijd geen leerkracht hebben.

Aan het eind van de middag komt een andere leerkracht naar Leo toe met het verzoek met haar mee te komen. Ze gaan naar het kantoor van de headmaster. Die blijkt te borduren met de door Herma meegebrachte materialen. Daar blijkt ze de hele middag al intensief mee bezig te zijn en de leerkracht vindt dat dit als beloning vastgelegd moet worden.

Wanneer we terug gaan kunnen we niet nalaten een kijkje in de verschillende klassen te nemen. Geen leerkracht te bekennen. Ook niet in de kleuterklas. Kennelijk valt het hier een aantal kinderen zwaar te blijven nadenken. Ze zijn in slaap gevallen.


19 maart 2010

11. Regeren is vooruitzien

Deze week voeren drie scholen actie voor het Lejofonds. En dus zullen op termijn weer een aantal kinderen naar school kunnen gaan. In weblog “Gods Gloria” verhalen wij hoe vier kinderen, in moeilijke leefomstandigheden, met behulp van het Lejofonds naar de school Gods Glory gaan. Wij weten dat er in de omgeving van Gods Glory, in de binnenlanden van Oeganda, nog veel meer kinderen zijn die niet naar school gaan omdat ouders of familie het schoolgeld niet kunnen betalen.

Wij vragen aan Steven, de headmaster, of hij voor ons een lijst met dertig namen kan opstellen. Het vraagt het nodige speurwerk, maar het lukt uiteindelijk.

We willen de kinderen graag ontmoeten en hen op de foto zetten. Steven regelt weer alles. Zo gaan we met Christien, een Oegandese vriendin, die voor ons gaat tolken de binnenlanden in, op weg naar Gods Glory. Wat we niet echt verwachten, blijkt toch zo te zijn: alle dertig kinderen staan ons op te wachten. We fotograferen er lustig op los wat de kinderen prachtig vinden.

Christien stelt ieder kind een paar vragen. De antwoorden zet ze keurig voor ons in het Engels op papier. Daaruit blijkt dat vele kinderen al vroeg een of beide ouders verloren hebben. Aids is de grote boosdoener. In hun beroepskeuze voor later lijken de Oegandese kinderen niet veel te verschillen van de Nederlandse kinderen. Straks zullen de meeste kinderen een half uur tot een uur moeten lopen om op school te komen. Dat blijken ze er graag voor over te hebben.

  • 1. Susan, 12 jaar, woont samen met haar oudere zus. Moeder is overleden. Haar vader repareert kookpannen. en fornuizen. Later wil ze een advocaat worden.
  •  
  • 2. Sarah, 10 jaar, woont bij haar oma. Beide ouders zijn overleden. Ze is eerder op school geweest. Maar ze heeft de school verlaten omdat het schoolgeld niet langer betaald kon worden. Ze wil later onderwijzeres worden.
  •  
  • 3. Teddy, 11 jaar, woont bij haar oma en haar vader. Haar vader is bouwvakker. In primary 3 is ze van school gegaan  omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Ze wil later dokter worden.
  • 4. Peter, 7 jaar, woont bij zijn oma. Ouders zijn overleden aan aids. In primary 2 is hij van school gegaan omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Hij zong een liedje voor ons met het volgende refrein: Als je aids krijgt is er niemand die je kan helpen, je huilt, maar niemand helpt. Mijn vader hield heel veel van mij. Maar toen hij aids kreeg, kon ik hem niet helpen……. Dit is een zeer intelligente jongen. Hij wil later zakenman worden.
  •  
  • 5. Solomon, 9 jaar, woont samen met zijn moeder. Vader is overleden. Hij wil later onderwijzer worden.
  •  
  • 6. Godfrey, 14 jaar, woont samen met zijn moeder en 6 zusjes. Vader is overleden Moeder probeert met koken wat geld te verdienen. Hij wil later musicus worden.


  • 7. Sebastian, 14 jaar, heeft eerder op school gezeten, maar is eraf gegaan omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Vader is in 2006 overleden. Moeder is boerin. Hij wil later onderwijzer worden.
  •  
  • 8. Andrew, 12 jaar, woont bij zijn oma. Vader is overleden en moeder is verdwenen. Hij gaat naar primary 5. Hij wil later piloot worden.
  •  
  • 9. Regina, 10 jaar, woont bij moeder. Vader is overleden. Ze gaat naar P4. Ze wil later zuster worden.
 
  • 10. Gertrude, 6 jaar, woont bij haar vader. Hij is een timmerman. Moeder is overleden. Ze wil later dokter worden.
  •  
  • 11. Ruth, 10 jaar, woont bij haar oma die al oud is. Haar ouders zijn overleden. In primary 4 is ze van school gegaan omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Ze wil later onderwijzeres worden.
  •  
  • 12. Sandra, 6 jaar, wil later onderwijzeres worden. Vader is overleden aan aids. Moeder is ook geïnfecteerd en is permanent ziek.


 
  • 13. Gift, 5 jaar, heeft zijn ouders niet gekend. Zijn ouders zijn overleden. Hij woont bij een voogdes die hij als zijn eigen moeder beschouwt. Hij wil later een eigen auto hebben.

  • 14. Resty. Moeder is overleden. Resty woont bij haar vader en stiefmoeder. Ze gaat naar P5. Ze wil later verpleegster worden.

  • 15. Meddy, 7 jaar, woont bij zijn oma. Zijn moeder is overleden. Zijn vader trouwde met een andere vrouw die hem mishandelde. Hij is toe gevlucht naar zijn oma.
  • 16. Robert, 11 jaar, woont bij zijn moeder. Vader is overleden in 2005. Hij gaat naar P3. Moeder verbouwt wat voedsel. Hij wil later chauffeur worden.

  • 17. Rogers, 8 jaar, woont bij zijn vader. Moeder overleed in 2009. Hij wil later soldaat worden om mensen te beschermen, vooral kinderen.

  • 18. Jonathan, 9 jaar, woont bij zijn vader. Moeder overleed in 2010. Hij gaat naar P3 en wil later chauffeur worden.


  • 19. De ouders van Andrew, 9 jaar, zijn gescheiden. Hij woont bij zijn vader. Deze jongen heeft moeite met praten. Hij begrijpt alles, maar het spreken gaat moeizaam.

  • 20. De vader van Allan, 8 jaar, is vroeg overleden. Hij heeft hem nooit gekend. Hij woont bij zijn moeder. Hij wil later onderwijzer worden.

  • 21. Moses, 7 jaar, woont bij zijn oma. Hij wil later chauffeur worden.
  • 22. De ouders van Fatuma, 7 jaar, hebben geen werk. Later wil ze tante worden en voor jonge kinderen zorgen.

  • 23. Sandra, 8 jaar, woont bij haar moeder. Vader is er met een andere vrouw vandoor gegaan. Ze wil later onderwijzeres worden.

  • 24. De ouders van Emmanuel, 6 jaar, zijn overleden. Hij woont nu bij zijn oma. Hij gaat naar P3.


  • 25. Yusufu, 10 jaar, woont bij zijn ouders die beiden werkloos zijn.

  • 26. Ponsiano, 9 jaar, woont bij beide ouders. Hij ging in P3 van school omdat het schoolgeld niet betaald kon worden.

  • 27. Moeder lijdt aan aids. Flavia, 8 jaar, wordt altijd op pad gestuurd om geld te vragen.
  • 28. Fred, 8 jaar, woont bij zijn moeder. Hij kan zich niet herinneren wanneer hij zijn vader voor het laatst zag. Hij wil onderwijzer worden.

  • 29, De moeder van Jane, 10 jaar, is overleden. De vader is pas geopereeerd en kan niet werken. Ze is gestopt in P3 omdat het schoolgeld niet betaald kon worden. Ze wil onderwijzeres worden.

  • 30. De moeder van Amina, 9 jaar, moeder is boerin. Haar vader heeft ze nooit gekend. Ze is gestopt in P2. Ze wil onderwijzeres worden.

19 maart 2010

Contract tuin
















Kijken naar gevangenen, niet kieken!

Zoals gemeld zijn we gestart met de voorbereidingen van een kippenproject en het inrichten van een grote productietuin. Het Lejofonds verschaft een lening voor o.a de aanschaf van het tuingereedschap. Deze tuin zal o.a. voer voor de kippen en geiten opleveren. Dit alles past in het plaatje van onze counterpart die wil uitgroeien tot een Demonstration Farm, een kenniscentrum voor de regio.

Een tractor heeft het land inmiddels geploegd. Meer machines komen er niet aan te pas.
Voor het verder egaliseren van het terrein worden gevangenen ingezet. Daar zijn we ’s morgens als de kippen bij. Dat willen we vastleggen . Maar bij de eerste foto wordt ons duidelijk te verstaan gegeven dat fotograferen verboden is.

We tellen 23 gevangenen in gele pakken.. Ze hebben allemaal een “hoe”, een schep waarvan het blad in een stand van 90 graden staat. Daarmee hakken ze op de “onkruidachtige” grond in. Het is zwaar werk, mede omdat het werk in de brandende zon gedaan wordt. Twee gevangenen hebben een aparte rol. Ze hebben beiden een tak in de handen. Als een gevangene iets niet doet wat naar hun zin is, slaan ze er op los. Twee vrouwen in uniform kijken toe. Tenslotte is er nog een bewaker met vervaarlijk uitziende mitrailleur. Vluchten betekent doodgeschoten worden.

De lessen van de Good Samaritanschool zijn opgeschort. Kinderen en team kijken nieuwsgierig toe. Voor de kinderen is het duidelijk: Prisoner? Nooit niet! Er wordt in straf tempo gewerkt. Onze aanwezigheid heeft toch zin. De mannen met stokken houden zich in nu ze in de gaten hebben dat wij toekijken.. Er wordt niet echt meer geslagen. Wat toe doen als je een plasje moet plegen? Het is heel simpel even op de knieën gaan zitten , broek opzij en laat maar lopen.

We krijgen te horen dat, als we foto’s willen maken, we naar de gevangenis zullen moeten gaan om een toestemmingsbrief op te halen. Daar komen we ’s middags in de buurt als we in Kampala een bedrijf bezoeken dat broedmachines maakt. Dus gaan we even aan. Nou even. Men geeft eerst niet thuis. Maar uiteindelijk gaat de poort open.
We worden naar de “chef” gebracht, een vervaarlijk uitziende vrouw met bloeddoorlopen ogen. We krijgen geen schijn van kans. Fred, onze counterpart krijgt nog even de wind van voren dat hij dit niet vooraf gevraagd had. Het resultaat zou hetzelfde geweest zijn: Nee.

Op de terugweg kopen we een paar pakjes sigaretten voor de gevangenen. Als we ’s middags terug komen zijn de gevangenen nog steeds aan het werk. Het tempo is duidelijk gezakt. De sfeer is wat losser. We krijgen zelfs toestemming de gevangenen onder het werk te trakteren op een sigaret.

Een van de gevangenen speelt voor kok. Hij is bezig met de bereiding van een maïsbrouwsel met bruine bonen voor de lunch. Het loopt tegen drie uur!. Om half vier wordt al het eten in open jerrycans gedaan. De gevangenen krijgen het sein van vertrek. Het eten krijgen ze in de gevangenis.

En morgen komen ze weer. Niet omdat ze de smaak te pakken hebben, ze zijn ingehuurd voor anderhalve euro per dag.

De foto’s bij dit verhaal? Welke foto’s?



19 maart 2010













Kapper

Als het haar in de nek gaat krullen is dat meestal het sein om een afspraak bij de kapper te maken. Nu is het haar de nek allang gepasseerd. Op naar de kapper dus. Maar die blijken hier alleen met de tondeuse te werken. Wij geven de voorkeur aan een schaar. Christien duikelt een kapper voor ons op die die vaardigheid nog beheerst.

Zondags staat Christien voor onze neus om ons naar de kapper te brengen. Deze is gehuisvest in een achterafstraatje. Het is een klein vertrek met slechts een kappersstoel. De kapper bewerkt een klant met een tondeuse. Het haar van de klant is al gemillimeterd, maar de kapper zoekt minutieus naar uitstekende haartjes.

Wanneer de klant tevreden weg is gegaan, verzoekt de kapper ons vriendelijk zijn vertrek te verlaten. Hij moet de vloer aanvegen.

Wanneer hij daarmee bezig is rent er plotseling een muis naar buiten, maakt sprongetjes rond Herma’s voeten, die daarop ook begint te springen en vervolgens te gillen, waarop de muis verder rent, van schrik waarschijnlijk, en in een klein gaatje onder een steen verdwijnt.

Leo mag nu zitting nemen in de stoel. De kapper vist uit een la een vervaarlijke grote schaar op, doet een mondkap voor en begint het haar van boven naar beneden te knippen.

Christien en de kapper hebben samen de grootste lol. Ze zien klaarblijkelijk in Leo’s hoofd een vergelijking met een auto. Een kalende plek op het achterhoofd wordt bestempeld als “open roof” en de inhammen voor als ”open windows”.

Een paar keer wordt de kapper gebeld. Het weerhoudt hem er niet van lustig verder te knippen. Je moet hier voor een bezoekje aan de kapper wel de tijd nemen. Staan we in Nederland binnen een kwartier weer buiten, hier ben je al gauw een uurtje kwijt.

Als het knippen gedaan is, is de kappersbeurt nog niet voorbij. Met een soort natgemaakte vaatdoek wordt het hoofd grondig gepoetst om alle kleine haartjes te laten verdwijnen. Daarna wordt als toetje het gezicht gepoetst met een watje gedrenkt in een after shave waarvan de geur je langer blijft achtervolgend dan je lief is. Het moet gezegd, het uiteindelijke resultaat mag er wezen. En dat geldt ook voor de kosten. Iets meer dan drie euro is de schade.




11 maart 2010

Martijn


2 kinderen links gaan straks naar school


Fundering 3 lokalen










Fred

10. De geit is de koe van de armen

Twintig families hebben inmiddels een geit van het project gekregen. De geiten zijn drachtig. Binnenkort zijn vele jonkies te verwachten. En dat betekent dat nieuwe families een geit kunnen krijgen.

Negen dove kinderen zijn m.b.v. het Lejofonds naar de dovenafdeling van de Bishop Westschool en de Mulagoschool te Kampala gestuurd. Twee kinderen zijn naar een internaat voor een school voor speciaal onderwijs gegaan. Zij verblijven daar op een internaat. De internaatskosten zijn hoog. Deze families krijgen of hebben een geit gekregen. Zij moeten volgend jaar zelf voor het schoolgeld van hun kind zorgen.

In de aflevering Gods Gloria staat te lezen dat m.b.v. het Lejofonds vier kinderen die niet naar school gingen nu naar school gaan. Ook hier is het schoolgeld betaald door het Lejofonds en moeten ouders volgend jaar het schoolgeld zelf betalen. Zij krijgen daarvoor een geit vanuit het project.

Binnenkort zullen er opnieuw een aantal kinderen naar school gaan. De Jozefschool op Texel voert op dit moment een actie en afgesproken is dat de opbrengst bedoeld is om het schoolgeld voor kinderen in de omgeving van de school Gods Gloria, die nog niet naar school gaan, te betalen. Deze families zullen via het Lejofonds geiten krijgen zodat ouders volgend jaar het schoolgeld zelf kunnen betalen.

Bijkomend voordeel voor de school Gods Gloria is dat zij zo schoolgeld binnenkrijgen waarmee zij drie nieuwe klaslokalen waarvan de fundamenten er al staan een stuk verder kunnen afbouwen.

De ervaring leert dat het tijd kost voordat een geit inkomsten oplevert. We zitten er nu aan te denken om de hiervoor genoemde families meer geiten te geven. Misschien dat we zelfs twee geiten en een bok gaan geven om transportkosten te minimaliseren. Nu moet een geit naar de bok gebracht worden om gedekt te worden. De afstanden zijn groot.

Een andere mogelijkheid is om naast een een of meerdere geiten een stel kippen te geven. Met kippen zijn eerder inkomsten te verkrijgen. Dit zijn overwegingen voortkomend uit evaluatieve gesprekken.

Tot nu toe ligt de uitvoering van het project in handen van twee leden van onze counterpart. Zij doen al het werk op vrijwillige basis. Dit voldoet niet langer. Er zal personeel aangesteld moeten worden die werken volgens vastgestelde taakomschrijvingen. We zijn daar druk mee bezig.

Ook de rol van de veearts zal veranderen. De taak van de veearts zal in de eerste plaats preventief zijn. Hij zal regelmatig een ronde doen om alle geiten te monitoren Tot nu toe werd de veearts met name ingeschakeld als er een ziekte bij een geit geconstateerd was.

Nieuwe families die in aanmerking komen voor een of meerdere geiten, volgens voorop gestelde voorwaarden, moeten worden geselecteerd . Zij krijgen alvast een training in het omgaan en het verzorgen van geiten.

We zijn bezig met de voorbereidingen om op het terrein van de Good Samaritanschool een grote productietuin aan te leggen. Deels zal dit voer voor de geiten opleveren.

Al met al: er is veel te doen en de tijd gaat erg snel.





11 maart 2010

















Lejofonds op de Oegandese televisie

Het team van de Good Samaritanschool heeft 6 nieuwe leekrachten. Het zijn een stel jonge honden, fanatiek en enthousiast. Zij nemen het initiatief een sportdag voor de school te organiseren.Voor het eerst.

Het geheel wordt groots opgezet. De leerlingen zullen in verschillende groepen onderlinge wedstrijden doen. Het zou mooi zijn als de groepen in verschillende kleuren shirts zouden kunnen strijden. Een van de leerkrachten wordt uitverkoren om daarvoor sponsoren te vinden. Het Lejofonds is gauw gevonden.

Ook worden voor deze dag officieel een aantal gasten uitgenodigd. Als vertegenwoordigers van het Lejofonds horen Leo en Herma Annyas daar ook bij.

De uitnodiging is officieel: handtekening en schoolstempel ontbreken niet. De bijlage is origineel; een gespecificeerd overzicht van alle kosten, een verkapte uitnodiging om met een paar centen over de brug te komen.
De hoofdprijs voor de uiteindelijke winnaar blijkt een heuse geit te zijn.
Waar een geitenproject al niet goed voor is, zou je denken. Gelukkig blijkt de geit aangekocht te worden en is die niet afkomstig uit het project.

De avond voor de sportdag krijgen we een sms. De pers rukt uit. De televisie zal aanwezig zijn en ook de schrijvende pers. Vanwege dit gegeven heeft onze counterpart bedacht dat het project van “Goat to Goat” een officiële start moet krijgen. We sms-en terug wat er van ons verwacht wordt. Daarop krijgen we geen reactie.

De volgende dag blijkt de televisie inderdaad aanwezig te zijn. Het is International Children’s Day of Broadcasting, een aantal jaren geleden uitgeroepen door Unicef. Voor 2010 heeft Unicef radio- en televisie-omroepen over de hele wereld uitgenodigd aandacht te besteden aan deze dag. De Oegandese nationale televisiezender WBS heeft gehoor gegeven aan deze oproep. Als onderwerp is gekozen voor de sportdag van de Good Samaritanschool met daarin opgesloten een verslag van het project “Goat to Goat”. Voor dat laatste wordt Leo geinterviewd. Hij mag aangeven hoe het project tot stand is gekomen en wat de ervaringen zijn.

We volgen daarna hardloopwedstrijden samen met de kinderen en vele ouders. Onze “sponsorleerkracht” blijkt ook een enthousiaste ‘”speaker” te zijn die het publiek aardig weet op te zwepen.

Niet alle wedstrijden volgen we. Er moet gewerkt worden. Onder de ouders bevindt zich een expert op tuinbouwgebied, zo wordt ons gemeld. We worden uitgenodigd met hem te overleggen over een productieplan voor de aan te leggen tuin.
Daardoor missen we de finale en de uitreiking van de geit.

De volgende avond eten we ‘s avonds in de tuin van een hotel.
De telefoon gaat. Over vijf minuten begint de uitzending op de t.v.
In de tuin staat een enorm televisiescherm opgesteld. Direct vragen we of het mogelijk is af te stemmen op de zender WBS. Men gaat aan de slag om vervolgens na een paar minuten terug te komen met de teleurstellende mededeling dat de bewuste zender niet in het systeem van het hotel zit.

Nu maar kijken of we nog een c.d. van de uitzending te pakken kunnen krijgen.


11 maart 2010

Richard








Jonathan








“We lost hope”

In de aflevering “Alle zegen komt van boven” verhalen we hoe we, samen met Anita en vertegenwoordigers van verschillende sub-counties, gehandicapten in afgelegen gebieden bezoeken om te zien of ze geholpen kunnen worden met hulpmiddelen zoals rolstoel en buggy die Anita in Nederland verzameld heeft en die nu onderweg zijn naar Oeganda. Inmiddels hebben we verschillende sub-counties bezocht.

Bij een gezin treffen we Richard aan, een meervoudig gehandicapte jongen van 10 jaar. Hij is ernstig vervuild. Snot zit in korsten rond zijn neus, kwijl loopt uit zijn mond. Hij heeft een grote, smerige wond op zijn hand. Richard zit daar moederziel alleen op de grond. Lopen kan hij niet. Op jonge leeftijd is hij verlamd geraakt door polio. Richard wordt zwaar verwaarloosd, dat is duidelijk. Ouders zijn niet thuis. Zij werken op het land.

Moeder wordt opgetrommeld. Het blijkt nog een jonge vrouw te zijn. Zij gaat bij de kippen op de grond zitten, ver verwijderd van Richard. Moeder laat weten dat ze het druk heeft met de andere kinderen. Ze heeft het geloof in Richard verloren: “We lost hope”.

Richard is ballast geworden, een straf van God en is van generlei waarde meer. Hoe krijgt zo’n jonge moeder dit uit haar mond over haar eigen kind? Het maakt bij ons verschillende emoties los. We citeren uit het verslag van Anita: “Sylvie stond huilend om een hoekje; Leo kon zijn woede bijna niet in bedwang houden toen hij de moeder boos toesprak over verantwoordelijkheid nemen voor je kind (wat Christine, de counselor vertaalde) en ik….ik stond daar maar te kijken. Te kijken naar Richard, naar zijn verslagen gezichtje en lijfje en ik had hem zo graag even willen vasthouden. En nu heb ik zo’n spijt dat ik dat niet heb gedaan!”.

We zijn nu bezig te kijken of we Richard, zo nodig met behulp van het Lejofonds op een internaat voor kindereen met ‘special needs” geplaatst kunnen krijgen Bij elk gehandicapt kind horen we een triest verhaal: kinderen die getroffen zijn door malaria of polio; kinderen die verkeerde behandelingen of te late behandelingen hebben gehad met ernstige gevolgen, ouders die hun kind dumpen bij familieleden of hun kind verstoppen of ernstig verwaarlozen. Heftig!

Heftig is ook het verhaal van Jonathan. Jonathan is een geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongen van negen jaar. Hij ziet er veel jonger uit. Jonathan kan niet praten. Voor zijn moeder is hij “useless”. Zij heeft hem gedumpt bij een tante en is daarna vertrokken.

Tante verzorgt Jonathan zo goed en zo kwaad als mogelijk, Zelf geeft ze aan dat ze het probeert. Door geldgebrek kan ze vaak niet die zorg geven die wenselijk is. Het zorgen voor eten is al “een struggle for life”. Tante woont met een eigen kind en Jonathan in een klein huisje. In de kamer staat een bed waar ze met zijn drieën in slapen.

Vanuit het huisje hebben ze uitzicht op een prachtig huis aan de overkant. Hier woont de vader van Jonathan, inmiddels met een andere vrouw. De vader van Jonathan wil niets meer van hem weten. Er is dan ook geen sprake van dat hij de tante op de een of andere manier ondersteuning geeft.

“Sommige mensen hebben een verkeerde houding”, zegt een begeleidster gelaten. Dit is ook Oeganda!
Als we afscheid hebben genomen en verder gaan is het stil in de auto. Ieder is met zijn eigen gedachten bezig.

“We lost hope”. Het zullen je ouders maar zijn!




11 maart 2010

Kunstwerk Alex














Een cadeautje van zijn vader

Batu, James, Andrew, Alex, Katongole, Sandra en Amina zijn de dove kinderen die door toedoen van het Lejofonds uit hun isolement zijn gehaald en nu verblijven op het internaat van de Bishop Westschool . Regelmatig nemen we een kijkje om te zien hoe het hun vergaat.

Al een tijd heeft Alex zweren op zijn hoofd. We hebben Henriette, het hoofd van de dovenafdeling daarover gesproken. Ze heeft op haar “kantoortje” een wondermiddel staan dat ze zal gebruiken. We worden wel geacht daarvoor te betalen. Blijkbaar is het wondermiddel uitgewerkt want het werkt niet. Niet goed geld terug is hier onbekend.

Op de “ouderbezoekdag” ontmoeten we Peter, 22 jaar oud, broer van Alex. We wijzen Peter op de vele zweren op het hoofd van Alex. Peter weet ons direct te vertellen dat dit een cadeautje is van Alex vader. Het is syfilis, een ernstige overdraagbare sexuele aandoening. De ziekte zit inmiddels in het bloed van Alex vertelt Peter. Soms zoekt het een uitweg naar buiten en dan komen de zweren.

Thuis zoeken we op internet naar meer informatie. Het blijkt dat de ziekte verschillende stadia kent. In het laatste stadium zit de ziekte in het bloed. Zonder behandeling zal dit leiden tot ernstige schade aan de inwendige organen.

En dat betekent dat we binnen de kortste keren op de stoep staan bij de headmaster van de school. Afwezig. Dan naar Henriette. Niet te vinden. De “matron” op het internaat is bereid met Alex naar het ziekenhuis te gaan. Maar wie betaalt? We worden doorverwezen naar de administratrice. Zij wil eerst de “matron” spreken.

Dan krijgen we te horen dat de situatie van Alex als een “thuisziekte” wordt gezien, dus zal er contact opgenomen moeten worden met de ouders om die te laten betalen voor de gewenste behandeling. Malaria bijvoorbeeld wordt gezien als een ziekte die je op school oploopt. In dat geval betaalt de school.

Wij weten dat de ouders van Alex niet in beeld zijn. Grootmoeder is verslaafd aan alcohol. Daar hoef je het ook niet te zoeken. Van Peter weten we dat hij geen werk heeft en geen vaste verblijfplaats. Daar zitten de centen ook niet.

Wij worden nu als plaatsvervangende ouders gezien. Door ons toedoen is Alex tenslotte hier. Wij vinden alles goed als Alex maar zo snel mogelijk geholpen wordt.

Nu wij betalen vindt men het ziekenhuis eigenlijk niet meer zo’n geschikte plaats. Men weet een goede specialist. Die heeft meer kwaliteit in huis. Maar ja, hij is ook duurder. Wij willen kwaliteit en gaan voor de specialist.

Even later zijn we met Alex en de matron op weg naar de specialist. Lopen is te ver. We maken dus gebruik van ons favoriete vervoermiddel: de boda boda.

De dokter blijkt een reuze aardige man te zijn in een leeftijd die bij ons in de buurt komt, zo schatten we in. Hij stelt direct de diagnose: Tuiia. Dat klinkt anders dan syfilis en dat is het gelukkig ook. De dokter wil voor de zekerheid nog wel even een bloedonderzoek. Alex wordt meegenomen door de doktersassistente. Als we een tijdje later een gegil als van een speenvarken horen weten we dat Alex geprikt wordt.

De dokter wil weten waarom we hier zijn. Hij is zeer geïnteresseerd. Als het woord geitenproject valt, vertelt hij dat hij districtarts is voor melaatse mensen. Ze hebben ook een beginnend geitenproject opgezet. Hij nodigt ons uit een keer met hem mee te gaan. Hulp zou zeer gewaardeerd worden.

Het bloedonderzoek bevestigt dat er geen sprake van syfilis is. Een pak van ons hart. Alex heeft een huidinfectie en de dokter laat zien hoe dit behandeld moet worden. Nadat hij de wonden heeft ingesmeerd met een bepaald goedje worden de zweren wit van kleur. Met een mesje worden de zweren nu weg gekrabd. Opnieuw mogen we het geluid als van een speenvarken aanhoren. Daarna wordt het hoofd ingesmeerd met witte zalf. Klaar is Kees. Alex staat er mooi op.

De rekening wordt betaald. Maar daarmee zijn we er nog niet. De dokter laat ons niet gaan voordat hij nog een groepsfoto heeft gemaakt.


5 maart 2010












09. Wat een gemekker!

Oegandezen zijn dol op lange titels met de bijbehorende afkortingen. Zo ook de organisatie die ons heeft uitgenodigd voor een speciale bijeenkomst. Het is de Friends In Head Integrated Development Project, afgekort FINIDP, oftewel een geintegreerd ontwikkelingsproject voor vrienden in nood.

Deze organisatie wil het levensonderhoud van mensen verbeteren door het geven van voorlichting over HIV/Aids, door het uitvoeren van armoedebestrijdingsprogramma’s en het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.

In november 2008 heeft deze organisatie aan 25 families twee geiten en een bok gegeven. Vandaag moeten alle families drie beesten terug geven. De rest mag men houden. De beesten die terug komen worden aan nieuwe families gegeven.

De bijeenkomst wordt gehouden in het kantoor van de organisatie in Namusaki, 25 km verwijderd van Mukono. In stromende regen komen we daar aan. We zijn nog maar even binnen of we zien van alle kanten mensen aankomen met geiten en bokken. Ze worden voor het kantoor gestald.

Het kleine vertrek vult zich al gauw met mensen. Stoelen en banken worden aangesleept. Er is niet genoeg ruimte voor iedereen. Een aantal mensen moeten buiten plaatsnemen. Gelukkig is er een overkapping want het plenst van de regen. Vrouwen zijn in de meerderheid. Daaronder verschillende met zuigelingen.
Wanneer de bijeenkomst wordt geopend, worden wij keurig door de voorzitter in het Engels voorgesteld. Hij verontschuldigt zich daarna voor de voortzetting in het Oegandees, onverstaanbaar voor ons.

We hebben nu alle gelegenheid de aanwezigen te observeren. De bijeenkomst duurt lang, zeker voor de aanwezige kinderen. Ze geven echter geen krimp. Een klein jongetje, zittend tegen een bureau, begint te knikkebollen. Zijn hoofd valt opzij tegen een scherpe rand van het bureau. Het is even wakker schrikken, maar niet voor lang. Zuigelingen houden het op een andere manier vol. Zij zuigen. Zonder gene ontbloten de verschillende moeders daarvoor de borst.

Na de vergadering komen de bokken en geiten in het middelpunt van de belangstelling te staan. De farmers die de geiten en bokken hebben meegebracht gaan in overleg om de aanwezige beesten in tien nieuwe, evenwichtige groepen van drie in te delen. Dat vergt de nodige discussie.

Wanneer het karwei geklaard is, krijgt elke groep een nummer. Het getal wordt op een stukje papier geschreven en onder een steen gelegd bij de beesten. Opnieuw worden de cijfers 1 t/m 10 op stukjes papier geschreven. Herma krijgt de papiertjes en haar wordt verzocht deze de lucht in te gooien. Nu komen de nieuwe farmers naar voren om een papiertje van de grond te rapen om te kijken welk getal erop staat. Vervolgens kijkt iemand welk getal er bij de diverse groepen van bokken en geiten onder de steen ligt. Het getal wordt hardop geroepen. De farmer die het bijbehorende getal heeft kan nu zijn beesten ophalen.

Als iedereen zijn beesten heeft, is het tijd voor een groepsfoto. En dan is het de hoogste tijd om te vertrekken. We hebben nog een afspraak met onze counterpart. De afgesproken tijd zullen we niet meer halen. We worden al een klein beetje Oegandeesjes.

We hebben nog veel vragen over het project. Wie weet of ons eigen project daar voordeel mee kan doen? Gelukkig is de voorzitter bereid de volgende dag bij ons langs te komen om die vragen te beantwoorden.




5 maart 2010

Meeting


Andrew


Moeseirve, meervoudig gehandicapt




Jojange, dove jongen




Alle zegen komt van boven

Via een email wordt het Lejofonds benaderd door een Nederlandse mevrouw, Anita die in Mukono verblijft. Zij heeft in Nederland actie gevoerd en heeft rolstoelen, rollators, buggies, hoorapparaten, speelgoed e.d. verzameld. Alle spullen zijn per container onderweg. Zij dacht de materialen te kunnen gebruiken voor gehandicapte kinderen in een weeshuis in Kampala. Maar dit weeshuis blijkt erg klein te zijn en bovendien is er geen gehandicapt kind te bekennen. Nu zoekt zij een goede bestemming en heeft het Lejofonds benaderd om te helpen.

Wij schakelen onze counterpart in.
Deze mobiliseren de counselors van een aantal sub-counties. En dit leidt tot een gezamenlijke vergadering. We zitten in de tuin van een hotel. Het weer is dreigend. Ik vraag of we het droog houden. Een van de deelnemers antwoordt bevestigend. “ Ik heb ervoor gebeden”. Even later regent het en moeten we de vergadering voortzetten in het hotel. Uit de verhalen van de vertegenwoordigers van de diverse sub-counties komt een triest beeld naar voren. In de afgelegen gebieden wonen vele gehandicapten, verstoken van elke hulp.

We besluiten de komende tijd verschillende sub-counties te bezoeken om ons een beeld te vormen. Na de vergadering beginnen we daar meteen mee. We zullen vier families bezoeken in het verst gelegen gebied. Daarna komt vandaag nog een dichterbij gelegen gebied aan de beurt. Vertegenwoordigers van verschillende sub-counties reizen mee. Er is een grote Landrover gecharterd waar we met zijn achten inzitten. Een van de vertegenwoordigers bidt voor een veilige reis.

Na ongeveer 25 km verlaten we de verharde weg. De onverharde wegen zijn slecht. De regen heeft het er niet beter opgemaakt. Diepe sporen en kuilen zijn gevuld met water. Het is af en toe glibberen.

Bij de eerste familie ontmoeten we Andrew, een jongen die verlamd geraakt is door de polio en geestelijk niet volwaardig is. Hij zit op de grond met zijn hoofd bijna op de knieën. Op een stoel gaan zitten lukt niet. Een rolstoel zal hier geen effect sorteren. Ook bij de tweede familie zien we een dubbelgehandicapt kind. Om dit soort kinderen te helpen, zouden ze eigenlijk naar een school voor speciaal onderwijs moeten. Dan moeten ze op een internaat geplaatst worden, wat duur is. Families hebben daar meestal geen geld voor.

We glibberen de weg verder af. De weg wordt smaller, de kuilen dieper, de plassen groter. Wanneer de weg wat overhelt naar links gaat het ineens mis. De auto glijdt langzaam van de weg af en komt scheef naast de weg te staan. We zien al beelden van een kantelende auto en weten niet hoe snel we de auto uit moeten komen. Gebeden worden hier in Oeganda blijkbaar niet snel verhoord. Of is het gebed toch verhoord omdat we veilig uit de auto gekomen zijn.? Verwarrend!

Waar ze vandaan komen, weten we niet, maar er komen steeds meer mensen helpen om de auto weer op de weg te krijgen. Struiken worden weggekapt, hout en stenen komen voor en achter de wielen te liggen. Af en toe laat de chauffeur de motor gieren en de banden roken. Tevergeefs.

Uiteindelijk wordt de klus na twee uur geklaard. Verdere bezoekjes hoeven niet meer van ons. We willen terug. We weten nu al dat we niet voor donker terug zijn. Maar dat zou jammer zijn, de volgende twee adressen zijn erg dichtbij, maakt men ons duidelijk. De mensen wachten al zo lang. Dat laatste overtuigt. Vooruit!.

We schreven al eerder dat wat voor de Oegandees dichtbij is, is voor ons ver weg. En dat blijkt hier ook weer het geval. We ontmoeten uiteindelijk een door polio verlamde jongen die geholpen kan worden met een rolstoel en een meisje dat bijna doof is, maar waarschijnlijk met een hoorapparaat beter kan horen.

Het tweede gebied bezoeken we niet meer vandaag. We zijn om vijf uur terug, zo is ons beloofd. Het wordt uiteindelijk half negen.




28 februari 2010








08. Laat ons samenwerken, zeiden de mieren, dan kunnen wij een olifant verplaatsen

We zijn bezig een vaste structuur voor het project “Goat to Goat” neer te zetten. Tot nu toe doen Fred 1 en Fred 2, twee bestuursleden, al het werk als vrijwilliger en dat voldoet niet langer.

In een van de gesprekken hebben we terloops een opmerking gemaakt dat er geen afval op het terrein moet blijven rondslingeren wil men uitgroeien tot een “demonstration farm”. N.a.v. deze opmerking is er overleg met het schoolteam geweest. Dit heeft geresulteerd in een plan een kleine hectare braakliggend terrein om te vormen tot tuin.

We krijgen een lijst overhandigd met benodigdheden met gemakshalve daarbij de aanschafprijs. Het ligt in de bedoeling een tractor te huren voor het ploegen. Daarna moet de grond geegaliseerd worden. Machines komen daar niet aan te pas. Men heeft een andere oplossing: het inhuren van twintig gevangenen voor 1 dag.

De gevangenen moeten uit Mukono komen, ongeveer anderhalf tot twee kilometer verderop. Vanwege vluchtgevaar wil men de gevangenen de afstand niet lopend laten afleggen. Er is transport nodig, heen en terug. Dit onderdeel drukt voor 17 euro op de begroting.

Het inhuren van de gevangenen voor een dag kost ongeveer anderhalve euro per gevangene. Daarnaast moet er ook voor eten gezorgd worden. De begroting laat zien dat ervan uitgegaan wordt dat iedere gevangene voor een kilo opeet. Er staat een bedrag voor 15 kilo meel en 5 kilo bonen. Aan het eten wordt voor drie euro kruiden toegevoegd. Dat is nodig, zo wordt, uitgelegd, dat maakt het eten lekkerder en daarvan gaan de gevangenen harder werken.

Er is een post opgevoerd om twintig scheppen voor de gevangenen te huren. Even verderop zien we bij aan te schaffen gereedschap twaalf scheppen staan. Dat kan dus effectiever.

Men is blijkbaar niet vies van werken. Voor de totale oppervlakte grond worden maar twee gieters opgevoerd. Ook wordt 1 kruiwagen voldoende geacht. Twee paar laarzen zijn nodig. We zijn beniewd wie die aan de voeten krijgt. Andere werkers doen blijkbaar hun werk op blote voeten.

Calliandra, een snelgroeiende struik, die uiteindelijk een ondoordringbare haag gaat vormen, moet worden aangeschaft voor het omheinen van het veld. Verder is het de opzet hier en daar vruchtbomen te plaatsen.

Het plan komt aardig overeen met onze gedachten over de herinrichting van het terrein. Maar voor we er mee in zee gaan, willen we toch eerst weten hoe het teeltplan er gaat uitzien en wie welke taken krijgt. Wordt vervolgd.


28 februari 2010

Joyce


Elizabeth


Geoffrey


Mark


Gods Gloria

Een soort dependence van het project “Goat to Goat” bevindt zich bij de school “Gods Gloria” in de binnenlanden. Uit gesprekken met directeur Steven weten we dat veel kinderen uit de omgeving niet naar school gaan omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. We hebben hem gevraagd naar schrijnende situaties. De volgende kinderen werden daarbij genoemd:

Joyce, een meisje van acht jaar. Haar vader is overleden. Haar moeder is besmet met het HIV-virus. Joyce heeft een verkeerde behandeling in het ziekenhuis gehad waardoor een been gedeeltelijk verlamd is. Joyce heeft een broer van 10 en een zus van zeven. Deze gaan ook niet naar school.

Elizabeth, een meisje van vier jaar.
Moeder is door haar man uit huis gezet. Het eerste kind is overleden. Elizabeth heeft nog een broer die bij een tante woont en ook niet naar school gaat.

Geoffrey, zes jaar
Moeder heeft acht kinderen. Twee kinderen wonen bij haar in huis: Geoffrey en een geestelijk gehandicapt zusje. Na een koortsaanval kreeg zij een verkeerde behandeling waardoor ze gehandicapt raakte. De andere kinderen wonen bij familieleden. De kinderen zijn van twee verschillende vaders. Deze zijn allebei uit beeld verdwenen.

Mark, dertien jaar.
Mark wordt opgevoed door zijn oma, samen met twee nichtjes.
De ouders hebben de kinderen bij oma gedumpt en zijn vertrokken. Bestemming onbekend.

Op een “Hollandse” dag, regenachtig en fris, hebben we deze gezinnen bezocht, samen met dochter Stephanie die op bezoek was en directeur Steven van de Gods Gloriaschool. We hebben verteld dat genoemde kinderen naar school kunnen op kosten van het Lejofonds. Het schoolgeld op de Gods Gloriaschool bedraagt 90.000 shilling per jaar. Tegen de huidige koers is dat 32 euro.

Voor onze bezoekjes kregen we een schitterende ontvangst op school. Na afloop werden uitgeluid met een grote zak fruit. En dat betekende uiteindelijk een traktatie voor de dove kinderen van de Bishop Westschool.

Hieronder een fotoreportage van ons bezoek.




28 februari 2010

Europa heeft de klok, Afrika heeft de tijd

We hebben op zondag om twaalf uur een afspraak met onze counterpart in de persoon van Fred 1 en Fred 2. De kerkelijke verplichtingen zijn dan voorbij.
Daarna hebben we een afspraak met een leerkracht van de Good Samaritanschool die onze hulp wil bij het uitgeven van een wiskundeboek. Zo mogelijk willen we ook de veearts nog even spreken.

Om kwart voor twaalf, ruim op tijd, melden we ons. Fred 2 is nog onderweg. Hij moet uit Jinja komen en wordt niet voor 1 uur verwacht. We gooien het programma om. De leerkracht wil ons meenemen naar iemand die op dit moment zijn werk in handen heeft, niet ver hier vandaan. Het zal een half uurtje tijd vragen. Dat komt goed uit. Dan kunnen we daarna nog even langs de veearts voordat onze meeting met Fred 1 en Fred 2 om 1 uur begint.

De leerkracht neemt ons mee. We gaan met ons geliefd vervoermiddel, de boda boda naar Mukono. Daar komen we net vandaan. We stappen over op de matatoo, een taxibusje waar veertien mensen in gepropt worden. Dan weten we dat het half uurtje een Afrikaans half uurtje is. Ook de afstand is Afrikaans, wat hier dichtbij is, is voor ons ver weg. We trappen er elke keer weer in.
Om 1 uur terug zijn is een utopie.

We rijden een vijfentwintig kilometer en komen in een stadje aan. Op de afgesproken plaats blijkt de persoon die we moeten hebben niet aanwezig te zijn. Na herhaald bellen is er uiteindelijk contact. Een ontmoeting is niet eerder mogelijk dan drie uur. Of we willen wachten? Nee, dus. Dus keren we onverrichter zake weer terug. Op de taxistandplaats is de matatoo leeg. Dat betekent wachten en wachten. Een matatoo vertrekt pas als die vol is.

Vlak voordat het zover is, zien we een soort dorpsgek, een soort “dronken druppie” hiphoppend een paar rondjes om de taxi draaien. Hij roept iets onverstaanbaars naar binnen. Het blijkt onze taxichauffeur te zijn. Dat wekt vertrouwen. En dat groeit wanneer de motor gestart wordt. Alles schudt en rammelt. Het geeft het gevoel of het busje zomaar uit elkaar kan vallen. Opluchting als we heelhuids terug zijn in Mukono.

Wanneer we terug zijn op de Good Samaritan is het inmiddels half drie en Fred 2 is nog niet gearriveerd. We brengen daarom eerst maar een bezoekje aan de veearts. De stroom is weer eens uitgevallen. De veearts kan zijn geplande werk niet doen en ligt te pitten achter de toonbank. Voorzichtig laten we horen dat we er zijn. Als de veearts een oog opent en ons ziet staan is hij direct klaar wakker.

Het is bijna lachwekkend. Na ons bezoek aan de veearts is Fred 2 er nog steeds niet. We geven aan niet langer te willen wachten. Dan maar het gesprek alleen met Fred 1. We leggen het doel van het gesprek uit en geven de lijn aan. Als het eigenlijke gesprek op punt van beginnen staat, zien we Fred 2 aankomen. We kunnen opnieuw beginnen.


21 februari 2010

In gesprek met veearts


Bliksem van de Jozefschool




Jannie


Nieuwe stal


Marianne




Nieuwe bok Christian

07. Project in de praktijk 2

Samen met onze counterpart hebben we in de afgelopen dagen achttien families bezocht die een geit gekregen hebben. Heftige situaties kwamen we daarbij tegen, zoals bijvoorbeeld een mevrouw die man en drie zonen verloren had en nu alleen voor de opvoeding van een aantal kinderen zorg moet dragen.
In alle gevallen, zo concluderen we, is het zeer terecht dat naar deze families een geit is gegaan.

Alle families hebben een formulier moeten invullen en ondertekenen met de volgende tekst:

This project donates pregnant female goats to caregivers of orphans, disabled and needy children as a way of empowering them economically to meet the needs of those vulnerable children. The needs should include education, healthcare and feeding. This form should be filled by the applicant who is the caregiver and must be endorsed by the area local council chairperson.
The benificiary has to bring back the first birth before the goat is considered to be his or hers.
The management has the right to withdraw the animal from any beneficiary if it is found out that the animal is not being cared in the right way.

Vervolgens moeten een aantal persoonsgegevens ingevuld worden. Het jaarlijks inkomen moet opgegeven worden en bij niet-schoolgaande kinderen de reden waarom dit zo is.
Het formulier kent de volgende slotzin:
Above is true and correct to the best of my knowledge.
Daarna is er ruimte voor ondertekening door een familielid, de voorzitter van de “community” en een projectvertegenwoordiger.

Na de bezoeken aan de families zijn we in gesprek gegaan met onze counterpart. Daarbij zijn onderwerpen aan de orde gekomen zoals, registratie, productiviteit, ziektes, inzet van de veearts, training van families die een geit krijgen, transport, kosten, selectie families, bouw van stallen.

Uit evaluatie blijkt dat het registratiesysteem binnen het project verder aangevuld kan worden . Daarbij hebben we onze counterpart een publicatie van Agromisa over geiten aan de hand gedaan waarin een handig en volledig registratiemodel is opgenomen. Agromisa is een kenniscentrum voor kleinschalige landbouw in ontwikkelingslanden en is verbonden met de universiteit van Wageningen.

De ervaring heeft geleerd dat de Zuid-Afrikaanse geit, de melkgeit meer dan de vleesgeit bevattelijk is gebleken voor ziektes. Lokale geiten, de “locals” hebben daar geen of veel minder last van.
De Zuid-Afrikaanse bok Fred is wat bokkig gebleken, hij bediende de vrouwtjes niet naar behoren en is vervangen.

Er zijn inmiddels een aantal jonge geitjes geboren. Wanneer de ervaring toeneemt binnen het project, ziektes minder voorkomen en met de nieuwe bok, zal de productie verder toenemen, zo is de verwachting.

Met een geit zijn inkomsten te verwerven waardoor het schoolgeld betaald kan worden zo is gesteld. Dat is waar.
Maar het kost tijd voor het zover is. Binnen het project wordt nu bekeken of we dit proces kunnen versnellen door de families naast een geit ook een aantal kippen te geven. Wie weet wordt dat ei nog gelegd.



21 februari 2010

















Bruiloft in Oeganda.

Op uitnodiging hebben we een bruiloftsfeest bijgewoond in Kampala.

Bruid en bruidegom zijn afkomstig van rijke families van de Bugandastam.
Het bruilofstfeest staat dan ook in schrille tegenstelling met wat het dagelijks leven in Oeganda te zien geeft.

In Oeganda heeft elke stam zijn eigen gebruiken bij het uitvoeren van een huwelijk.. Maar alle stammen hebben twee dingen gemeen:

1) In alle stammen moet de jongen eerst een bruidsprijs betalen aan de familie van het meisje.
2) Alle bruidsparen gaan naar de leiders van hun godsdienst om een gelofte af te leggen.

Bij de Bugandastam begint het bruiloftfeest de avond voor het huwelijk. De familie van het meisje organiseert een feest dat bedoeld is om afscheid van het meisje te nemen en haar moed in te spreken.

Op de trouwdag komt in de ochtend een familielid van de jongen om aan te kloppen op de deur van de familie van het meisje. Normaal gesproken doet een tante de deur open. Zij geeft het meisje mee om naar de kerk te gaan.

De vader van het meisje begeleidt haar in de kerk. Ten overstaan van de priester en de mensen in de kerk wordt een eed van trouw afgelegd.

Na de kerk gaat het bruidspaar naar een fotostudio om foto’s te laten maken. Daarna gaan ze naar de plaats waar de receptie gehouden wordt.
Voordat ze hun zitplaatsen innemen, begroeten ze hun gasten en familieleden. De familie van de jongen en het meisje zitten apart aan beide kanten.
Er is een band gehuurd om muziek te maken tijdens de receptie. Een dansgroep verzorgt traditionele dansen.

Zowel de ouders van de jongen en het meisje, die van de jongen het eerst, houden een toespraak waarin zij hun kind goede raad geven.
Nadat de ceremoniemeester het sein gegeven heeft komen eerst de familieleden van de bruidegom naar voren om cadeaus te brengen. Daarna zijn de familieleden van de bruid aan de beurt en vervolgens de andere gasten. Men geeft gebruiksvoorwerpen voor in het huis, zoals kopjes, borden, bestek, enz ieder naar draagkracht.

Na het geven van de cadeaus snijdt het paar de taart aan. De bruid serveert haar ouders en familieleden de taart, de bruidegom doet dat bij zijn familie. De andere gasten geven elkaar een stuk taart.

Het bruidspaar krijgt nu als eerste het eten opgediend. Daarna de anderen. Terwijl de familieleden en gasten genieten van het eten gaat het bruidspaar weg om zich om te kleden. De bruidegom komt als eerste terug en verstopt zich tussen de gasten. Als de bruid terugkomt gaat zij op zoek naar haar man. Zij heeft hem uit duizenden mannen gekozen en kent hem het beste. Dat zal ze de gasten nu tonen door hem te vinden. Wanneer de bruid haar man gevonden heeft , komen ze naar voren om een dans te openen. Met het dansfeest eindigt de bruiloft.

De foto’s zijn gemaakt tijdens de receptie.


16 februari 2010

Drie klassen in één ruimte








Oma


Kleinkinderen


Vader overleden, kind op komst


Afscheid

06. Through patience you win

De voortgangsrapporten die we in Nederland ontvangen hebben van onze counterpart over het project “Goat to Goat” hebben niet alles duidelijk gemaakt. We willen tijdens een aantal gesprekken onze vragen voorleggen. We willen niet mekkeren. De gesprekken zijn bedoeld om te voorkomen dat er bokken geschoten worden.

Het project speelt zich af in drie sub-counties, Mukono Town Council, Seetah Nasigo en Nkonkonjeru, een uitgestrekt gebied. Onze counterpart stelt voor eerst de gebieden te bezoeken, kijken welke families een geit hebben gekregen, hoe ze gestald zijn,enz. Waarschijnlijk zal op deze wijze al een aantal vragen beantwoord worden. Daarna kunnen we om de tafel gaan zitten voor de resterende vragen. We gaan akkoord.

Vandaag staat een bezoek aan Nkonkonjeru op het programma.
Om negen uur ’s ochtends zullen we worden opgehaald. Dat wordt tien uur. Voor Oegandese begrippen een alleszins redelijke vertraging. De veearts blijkt ook mee te gaan. Het is voor ons  een nieuwe veearts. De eerste veearts, zo werd aangegeven, kwam te vaak niet opdagen als het nodig was. Deze veearts moet zeer actief zijn. Binnen het project althans. Nu zit hij stilletjes achterin de auto. Maar nadat we een paar vragen gesteld hebben, komt hij los en is niet meer te stoppen. Hij ratelt erover. We moeten alle zeilen bijzetten om hem te verstaan.

We gaan weer ver de binnenlanden in. En daarmee wordt nog weer eens duidelijk dat transport een probleem vormt voor het project. Het is kostbaar. Om dit probleem in te perken wil men naast een geitenafdeling op de Good Samartanschool een, laten we zeggen, dependance maken in Seetah Nasigo en Nkonkonjeru, beiden op het terrein van de plaatselijke school.

In Nkonkojeru bezoeken we die plaatselijke school, evenals vorig jaar. Het is een hartelijk weerzien. Leo ontkomt er niet aan een speech te houden voor het de verzamelde leerlingen en het team. Onvoorstelbaar als je ziet hoe hier lesgegeven moet worden. In één ruimte (en wat voor een ruimte) wordt lesgegeven aan drie groepen die dicht op elkaar zitten. En soms is zitten er niet bij en knielt een leerling op de grond , een schriftje voor zich. Aan de buitenkant van de school hangt een bord met daarop een toepasselijk motto: “Through patience you win”

Dan is het tijd om wandelend door de bush bush een aantal families met een geit te bezoeken  Bij elke familie zien we dat aan een voorwaarde van het project is voldaan:het bouwen van een goed onderkomen voor de geit. In een aantal gevallen is dat met steun van het Lejofonds gebeurd omdat het de familie aan middelen ontbrak. Alle energie is nodig om te proberen twee keer per dag eten op tafel te krijgen.

De geiten zien er prima uit. Er zitten wel een paar, voor ons onbekende, geiten tussen. De veearts verklaart dat een paar geiten ziek zijn geworden en de kennis van de betreffende families onvoldoende was om hier mee om te gaan. Hij heeft er voor gezorgd dat deze dieren geruild konden worden bij een farm waarvoor hij ook werkzaam is.

We bezoeken vijf families. Twee daarvan hebben we vorig jaar ook bezocht. Zij stonden toen op de lijst om een geit te krijgen. Dat is inmiddels gebeurd. Eén van de families is oma met haar drie kleinkinderen. De ouders zijn overleden aan aids. Oma verzorgt de opvoeding. Haar verhaal is ons steeds bijgebleven. We hebben extra kleding meegenomen voor haar en de kleinkinderen. Met dank aan Egypt Air. Oma en de kleinkinderen zijn er zichtbaar blij mee.

Met de geiten zullen alle families inkomsten verwerven om het schoolgeld voor een kind te betalen. Dat kan even duren. Through patience you win.




16 februari 2010















Het is een hele toer deze toer!

Oeganda wordt ook wel de Groene Parel van Afrika genoemd. Vorig jaar hebben we ons weinig tijd gegund die parel te zien glinsteren.

Nu hebben we besloten na een paar weken verblijf in Oeganda een weekje rond te toeren om zeker te stellen dat we nu wat meer van het land te zien krijgen.

Bovendien willen onze longen graag even weg van die vette, zwarte,stinkende, walmende, adembenemende uitlaatgassen die in de hitte boven de doorgaande weg in Mukono trillend blijven hangen. Het project “Goat to Goat” laten we even voor wat het is. Via plaatselijke contacten regelen we een auto met chauffeur.

Voor degenen die ons op de kaart willen volgen, we nemen uiteindelijk de volgende route: Mukono-Kampala- Masaka – Lake Mburo National Park – Mbarara – Kabale – Lake Bunyonyi – Mbarara – Bushenyi – Queen Elizabeth National park – Kasese – Fort Portal – Kampala – Mukono.

Nog maar nauwelijks onderweg zijn we getuige van een aanrijding tussen een auto en een boda-bodarijder. Gelukkig blijven ons verdere ongelukken bespaard.

Op weg naar Masaka passeren we de evenaar. En dat wordt vastgelegd voor de eeuwigheid.

Na Masaka komen we een paar kuddes van onze favoriete gehoornde koeien tegen, gehoed door jongens van het Bahimavolk. Al op jonge leeftijd leren ze dit. De meisjes van de Bahima huwen rond hun veertiende. Schoonpapa heeft het recht als eerste met de bruid te slapen. Ook vrienden en broers van de man mogen dit. De vrouw zelf heeft daar niets over te zeggen. Als ze weigert, wordt ze gestraft door haar man.

Twee nationale parken zijn opgenomen in de route. En dat houdt ook in dat we twee games drives doen. Voor dag en dauw op. Ja, het is hard werken in de vakantie. We krijgen er wat voor terug. Ontmoetingen met allerlei beesten die we in Nederland niet in het wild zullen tegenkomen. De foto’s geven een sfeerbeeld.

Op weg naar Lake Bunyonyi verandert het landschap. Het wordt heuvelachtig en uiteindelijk zelfs bergachtig. Lake Bunyonyi is een hooggelegen kratermeer met daarin talrijke eilandjes. Van bovenaf gezien een prachtig gezicht.

Op weg naar Queen Elizabeth zien we in de buurt van Kasese prachtige theeplantages tegen de heuvels liggen.

Vlakbij het Queen Elizabeth National Park overnachten we in een schitterende, tegen een helling gelegen lodge, met uniek uitzicht over het Queen Elizabeth National Park.

Het is zelfs mogelijk je bed naar buiten te rijden om ‘s nachts op een terras te kunnen slapen. Mochten daarbij de dierengeluiden je uit de slaap houden dan kun je genieten van een prachtige sterrenhemel. En Herma heeft dat gedaan. Het was de opwinding van het buiten slapen dat haar uit haar sliep hield, niet de dierengeluiden.

In het Queen Elizbethpark maken we ook een boottocht op het Kazingakanaal, de verbinding tussen Lake Albert en Lake Edward. Een beestachtig mooi tochtje zoals de foto’s laten zien.

Dag 7 rijden we terug van Fort Portal naar Kampala, een rit van een kleine driehonderd kilometer.De laatste tachtig kilometer zijn er wegwerkzaamheden. En dat betekent dat er om de paar honderd meter flinke drempels in het wegdek zijn aangebracht. Hobbelklutsend slakken we dit parcours zuchtend over.

Terug in Mukono horen we van meerdere kanten: “ We missed you, we lost you!. Welcome back!”
We zijn weer thuis.




6 februari 2010

Andrew stribbelt tegen


Batu vangt Alex op


Katongole wordt teruggebracht


Alex voelt zich veilig bij de matron


Alex en Andrew


In gesprek met James


Hadija


Sandra


1e ontmoeting met Sandra en haar zusjes


Kinderen van Truus en Gerrit


Winefred

05. Van huis naar een nieuw thuis

Doofheid is een maatschappelijk probleem in Oeganda. Dove mensen leven in erbarmelijke omstandigheden. Ze zijn buiten de maatschappij geplaatst.

Meer dan 90% van de doven in Oeganda kan niet lezen noch hun eigen naam schrijven of tellen tot tien. De meerderheid van de dove kinderen is niet in staat om te communiceren met hun ouders, familie en de gemeenschap waarin zij leven.

Door het gebrek aan onderwijs ontstaat er een vicieuze cirkel van armoede, onwetendheid, kwetsbaarheid, ziektes en machteloosheid en een onvermogen om sterke dovenorganisaties te formeren.

Doven zijn de armsten onder de armen, de minst bevoorrechten.

Wij zijn verheugd dat het Lejofonds door donaties van mevrouw Truus de Boer uit Franeker en stichting Vrienden van La Rouche in staat is geweest zes dove kinderen uit hun isolement te halen en naar school te sturen. Ook is het mogelijk geworden een kind met een verstandelijke beperking naar een school voor speciaal onderwijs te laten gaan. Tenslotte gaan twee weeskinderen uit de binnenlanden voor het eerst naar een dorpsschool.

Dove kinderen gaan naar een internaat en dat is kostbaarder dan een gezond kind naar school sturen. Voor dove kinderen hanteren we daarom een andere werkwijze. Het Lejofonds betaalt het schoolgeld voor het eerste schooljaar, De betreffende familie krijgt daarnaast een geit vanuit het project en zo mogelijk een aantal kippen. Daardoor komen er inkomsten. Vanaf het tweede jaar betaalt de familie dan het schoolgeld zelf.

Het nieuwe schooljaar begint in Oeganda op 1 februari. Wij zijn in de afgelopen dagen van hot naar her gevlogen om alle materialen bij elkaar te krijgen voor de vier dove kinderen die vandaag naar de Bishop Westschool gaan. (Sandra, een doof meisje van zes jaar komt een paar dagen later. Hadiji gaat naar de dovenschool in Kampala) We komen met een uitpuilende taxi bij de dovenafdeling van de Bishop Westschool aan.

Onze altijd vrolijke Katongole is er al. Het hoofd van de dovenafdeling controleert of alle materialen aanwezig zijn, of er in de uniformen namen geborduurd zijn. Op alle materialen wordt de naam van het kind gezet. Het is een tijdrovend karwei.

Intussen is Andrew met zijn moeder op een boda boda gearriveerd. Andrew is nog niet van de boda boda af of hij barst in huilen uit. Als een poosje later de “matron” hem mee wil nemen naar het internaat is er helemaal paniek en stribbelt Andrew behoorlijk tegen.

Alex, het kleine manneke van zeven jaar komt met zijn grote broer Peter. Peter vertelt dat hij inmiddels besloten heeft dat Alex in de vakanties niet terug gaat naar de aan drank verslaafde oma. Hij zal hem zelf opvangen tijdens de vakanties.

Het is even snuffelen aan elkaar. Maar al gauw blijkt dat Andre, Alex en Kataongole het goed met elkaar kunnen vinden. “Een altijd vrolijk ventje”, zegt een leerkracht over Katongole. Voor Alex komen de tranen als Peter weg gaat. Voor korte duur.

James, de veertienjarige komt met zijn vader . Bijna op hetzelfde moment komt Batu met zijn vader. James bekijkt alles en laat het over zich heen komen.

Batu vragen we of hij de kleine Alex een beetje in de gaten wil houden. Met succes. Later die ochtend zien we beiden op hetzelfde bed in de slaapzaal liggen. En als we Batu een paar centen geven om iets te kopen bij een eetstalletje op het terrein van de school, loopt hij hand in hand er met Alex heen.

Als de moeder van Katongole vertrekt, zien we ineens een heel andere Katongole. Van de vrolijke jongen is niets meer over. Hij wil met moeder mee en loopt vast richting de weg. Uiteindelijk wordt hij door een grote jongen opgetild en teruggebracht.

De volgende dag horen we dat Katongole twee keer is weggelopen. ‘s Avonds in het donker is hij staande gehouden bij de naburige universiteit. ‘s Morgens is hij door het raam gekropen en het stadje ingegaan. Een groot probleem, zo geeft de leiding aan. Katongole wordt nauwlettend in de gaten gehouden.

De dagen ernaar brengen we een paar keer per dag een bezoekje aan onze dove vriendjes. Alex en Andrew spelen en ravotten naar hartelust. James heeft aansluiting gevonden bij wat oudere jongens. Van Katongole komt steeds meer terug van zijn vrolijke uitstraling.

Sandra, een klein teer meisje van zes jaar is inmiddels ook op school en houdt zich kranig.

Wij kunnen nu aandacht geven aan het kind met een verstandelijke beperking en ervoor zorgen dat zij naar school gaat en daar een goede start maakt.




30 januari 2010

Andrew overstuur


Angst voor muzungu’s


Inschrijving


Huisbezoek Alex


Angst


Ergste angst is voorbij


Alex met broer bij inschrijving


Judith


Judith met nichtje

04. Daar kun je niet doof voor blijven!

We zitten in het hok, wat voor kantoor doorgaat, van Henriette, hoofd van de dovenafdeling van de Bishop Westschool. Zoals gemeld is besloten de 11-jarige dove James naar school te laten gaan. Het eerste jaar wordt het schoolgeld door het Lejofonds betaald, daarna moet een geit uit het project voor de nodige inkomsten zorgen.

James blijkt nu ineens 14 jaar te zijn i.p.v. 11. Die leeftijd past ook beter bij zijn postuur. Maar hoe moet dat als hij straks bij kleintjes in de klas komt? We zullen het volgen.

Bij het doornemen van een lijst met daarop aan te schaffen materialen komen we in vergelijking met vorig jaar een paar wijzigingen tegen. Nieuw is dat een schoffel en kapmes aangeschaft dienen te worden. Henriette geeft aan dat er voor de doven ’s middags beroepsvoorbereidend onderwijs is. Er zal gewerkt worden in de tuin. Verder moeten kippen en geiten worden verzorgd.

We vallen bijna van onze stoel van verbazing. Hier horen we in grote lijnen de in houd van het projectplan dat wij vorig jaar ingediend hebben bij de directeur. Toen werd het afgewezen.

Buitengekomen vraagt Fred, onze counterpart in hoeverre we nog meer kunnen betekenen voor dove kinderen. We zeggen niets toe, maar zijn wel bereid ons te laten informeren. En dat betekent een bezoek aan twee dove kinderen in de binnenlanden.

Bij de eerste familie worden we onder een afdak in de schaduw gezet. Binnen de kortste keren krioelt het van de kinderen om ons heen. Dan horen we een enorm, aanhoudend gekrijs. Twee vrouwen slepen een tegenstribbelend kind met zich mee. Het is Alex, een dove jongen van zeven jaar. Hij heeft nog nooit een blanke gezien en kijkt ons angstig aan.

Oma zorgt voor Alex. Ze is drankverslaafd. Moeder is er met een andere man vandoor. Vader is geestelijk gehandicapt en verblijft elders. We nemen een paar foto’s en als Alex de plaatjes ziet, is hij zo verbaasd dat hij zijn angst even vergeet.

We gaan verder de binnenlanden in. Verbazing over een schurende bodemplaat van de auto over de grond is er allang niet meer. In een gehucht stoppen we. Het laatste stuk lopen we. Een hele schare kinderen komt achter ons aan. Het doet denken aan de rattenvanger van Hamelen. Als we ons omdraaien om een foto te maken, weten de meeste kinderen niet hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken.

Bij ons doel aangekomen wacht ons eenzelfde tafereel. Een overstuur zijnde dove jongen wordt huilend opgebracht door zijn moeder. Hij durft ons nauwelijks aan te kijken. Ook hier horen we dat hij nog nooit een blanke heeft gezien. Andrew Is negen jaar. Hij heeft zes broertjes en zusjes. Moeder staat er alleen voor.

Op de terug weg gaan we langs Judith, het dove meisje dat dankzij het Lejofonds vorig jaar naar een dovenschool in Kampala is gegaan. Judith verblijft bij haar tante die zelf zeven kinderen heeft en aan de drank verslaafd is. Judith voelt zich daar niet op haar plaats. Er zijn al verschillende pogingen ondernomen haar elders onder te brengen, helaas nog zonder succes. Judith is dolblij als ze ons weer ziet. De communicatie blijft beperkt, maar de lichaamstaal zegt veel. Tante komt nog met een paar rekeningen van vorig jaar aanzetten. Dat kan niet want alles is al betaald. We zullen naar Kampala reizen om dit met de school te bespreken.

’s Avonds laten we alles nog eens de revue passeren. Deze dove kinderen moeten naar school. Door binnengekomen donaties is het niet moeilijk dat besluit te nemen. Ook hier betaalt het Lejofonds het schoolgeld voor het eerste jaar. Via het geitenproject moeten inkomsten komen voor de volgende jaren.

En dat betekent dat we de volgende dag weer een paar uur in het hok van Henriette doorbrengen om o.a. de verschillende materiaallijsten door te nemen. Er valt weer heel wat te winkelen. We raken bekend bij de middenstand van Mukono.




29 januari 2010





Christien en Batu


Schoolresultaten Batu

Hoge scores

Cadeautjes uitdelen


Blij en dankbaar

03. Wawunje Batulumayo

De jongen in de rechter bovenhoek van de openingspagina van de website van het Lejofonds is Wawunje Batulumayo. In Oeganda is je eerste naam de achternaam, de tweede de voornaam. Batulumayo hebben we afgekort tot Batu. Vorig jaar hebben we met behulp van het Lejofonds ervoor gezorgd dat hij als achtjarige jongen voor het eerst op de dovenafdeling van de Bishop Westschool onderwijs kon krijgen. Op de openingspagina zie je twee keer een afbeelding van Batu. Batu thuis in een isolement en Batu na een paar weken school. Duidelijke taal.

Bij het afscheid hebben we Batu en zijn ouders beloofd hen tijdens ons volgend verblijf thuis te bezoeken. Via Christien, een plaatselijk contactpersoon weten we dat Batu het ongelooflijk lang vindt duren. Eigenlijk heeft hij het geloof in een terugkeer van ons een beetje verloren.
Maar vandaag is het zover.

We gaan op bezoek bij Batu. Christien vergezelt ons. Batu woont ver de binnenlanden in. En dat betekent onvermijdelijk een flinke rit met de boda boda. Net als vorig jaar raken we elkaar kwijt omdat een van de boda bodarijders onderweg even een boodschap moet doen. Uiteindelijk komen we toch allemaal op de plaats van bestemming.

Het laatste stukje moeten we lopen. We lopen een smal pad af, gaan de hoek en dan zien we in de verte het kleine lemen huisje al liggen. Als Batu ons ontdekt, komt hij met een brede lach op zijn gezicht op ons afrennen. Hij wordt letterlijk met open armen ontvangen. Wat een heerlijk weerzien. De hele familie is thuis, vader, moeder met baby op de arm en nog een zusje en twee broertjes.

Na een hartelijke begroeting weet vader niet hoe snel hij Leo een map in de handen moet drukken met daarin de schoolresultaten van Batu. En die zijn fantastisch. Batu is de beste van de klas gebleken. De rekenresultaten zijn uitmuntend en goed voor een eerste prijs: een gekleurd potlood en een puntenslijper. Vader is zichtbaar trots.

Dan is het onze beurt. Egypt Air heeft ons extra bagage toegestaan. Een klein gedeelte komt hier terecht. Kleding wordt tevoorschijn gehaald.
Gekeken wordt welk kind welk kledingstuk past. Voor diegene is het bingo.
En iedereen wint. De ouders zijn overdonderd. Moeder dankt ons op de knieën, vader blijft handen schudden.

Tenslotte wacht Batu nog een verrassing: een voetbal. Vorig jaar kreeg hij bij het naar het internaat gaan ook een bal waar de andere internaatkinderen wel raad mee wisten. De bal was dan ook geen lang leven beschoren. Tot groot verdriet van Batu. Nu weet hij dat hij na het spelen de bal moet opbergen. Batu en bal zijn direct onafscheidelijk.

Voor ons is er nu tijd om de nieuwe stal voor de geit te bewonderen. De stal is een van de voorwaarden om een geit uit het project te krijgen. De geit zelf is niet aanwezig. Ze maakt een uitstapje naar de bok die elders onderdak heeft. De geit is belangrijk. Ze is een inkomstenbron voor het schoolgeld van Batu.

Veel te snel nemen we afscheid. De boda bodarijders wachten. De hele familie doet ons uitgeleide.

Het afscheid van Batu is niet voor lange duur. Volgende week wordt hij weer naar school gebracht voor een nieuw schooljaar. We begeleiden die dag twee andere dove jongen die voor het eerst naar dezelfde school gaan, mogelijk gemaakt door het project “Goat to Goat”. Natuurlijk gaan we dan ook even bij Batu langs. Misschien kunnen we samen even een balletje trappen.


29 januari 2010

Van Mambapoint tot La Rouche

De fotowedstrijd van Mambapoint is voorbij. De uitslag is bekend. Veel mensen hebben op het Lejofonds gestemd. Hartelijk dank daarvoor. Helaas was het niet genoeg voor een eerste plaats. Gelukkig was vooraf duidelijk dat de prijs naar een goed doel zou gaan. Het is de winnaar van harte gegund.

Vlak voor het einde van de wedstrijd kregen we een email met een reactie op de vorige wedstrijd van Mambapoint waaraan het Lejofonds heeft meegedaan. We citeren: “… Jammer dat jullie de wedstrijd niet hebben gewonnen maar zoals jullie zelf al aangeven: de extra aandacht is ook wat waard en kan indirect ook nog wel eens wat opleveren.
Zo ook in dit geval!
Een dezer dagen zal de stichting “Vrienden van La Rouche” een donatie van 1000 Euro op de rekening van jullie fonds overmaken. Wij vertrouwen er op dat jullie zorgen dat dit geld op de goede plek terecht komt…..”

De email is afkomstig van een van de leden van genoemde stichting.

La Rouche is een alias voor Jan Crins. Hij is,nu bijna een jaar geleden, na een kort ziekbed overleden. Enkele jaren geleden, van ziekte was toen uberhaubt nog geen sprake, heeft hij aan zijn vrienden gevraagd om, als er ooit iets met hem zou gebeuren, er voor te zorgen dat zijn nalatenschap aan goede doelen besteed zal worden. Hier is de Stichting Vrienden van La Rouche uit voortgekomen.

Geheel overeenkomstig de wens van Jan Crins wordt zijn nalatenschap besteed aan goede doelen. De Stichting Vrienden van La Rouche draagt hier zorg voor en heeft het Lejofonds dus uitgekozen als een van de goede doelen.

Het Lejofonds wil zeer zorgvuldig met deze donatie omgaan en deze zo goed mogelijk besteden in de geest van Jan Crins. Nadere informatie leert dat scholing een kernwoord is voor het besteden van deze donatie.

We zullen de Stichting Vrienden van La Rouche laten weten hoe het geld besteed is en dit ook op de weblog vermelden.


26 januari 2010
Familie met 2 gehandicapte kinderen


Dove jongen van 11 jaar


Oma met geestelijk gehandicapt kind


Weduwe met 5 kinderen

Weduwe met 6 kinderen

Gezin van leerkracht


Vroeg getrouwd

02. Project in praktijk

De stichting waarmee het Lejofonds het project “Goat to Goat” realiseert bestaat uit zes gehandicapte volwassenen. Met twee leden, Fred 1 en Fred 2, gaan we de binnenlanden in om een aantal families te bezoeken die een geit gekregen hebben.

Gelukkig geen boda boda vandaag maar een personenwagen. De chauffeur is erg bedreven in het ontwijken van de enorme gaten, kuilen en hobbels in en op de weg. Maar als we een soort karrepad inslaan, is er geen ontkomen meer aan. De bodemplaat van de auto schuurt en bonkt over de grond. Een paar maal moeten we uitstappen omdat anders een hobbel niet genomen kan worden. En dat blijkt zelfs een keertje onvoldoende. De auto komt vast te zitten, twee wielen op de grond, twee in de lucht. Slippende banden, stank van rubber. Mensen worden opgetrommeld om de auto te “verzetten”, wat uiteindelijk lukt.

Hoe verder we de binnenlanden ingaan, hoe groter de ogen van de mensen die ineens een auto zien langskomen op wat in Nederland een small wandelpaadje is.

Opvallend veel kinderen. Enthousiast zwaaiend en roepend: “He muzungu, he blanke! Dan is de weg versperd door een massa mensen. Er vindt een begrafenis plaats van een 15-jarige jongen. We verstoren de begrafenis en dat voelt vreemd.

Zes families bezoeken we uiteindelijk. En het is o zo terecht dat zij een geit krigen concluderen we.

Bij ons eerste bezoek treffen we opa en oma aan met hun zoon. De zoon is gescheiden en heeft vier kinderen bij zich, waaronder een grote dove jongen van 11 jaar en een geestelijk gehandicapt meisje van zeven jaar. Zij kan niet praten. Een dochter is gescheiden en opnieuw getrouwd. Haar man accepteert haar twee kinderen niet en die zijn nu bij opa en oma ondergebracht.
De omstandigheden waarin deze mensen leven is armzalig.

Hier is meer hulp nodig dan alleen het geven van een geit.
We besluiten dan ook dat de dove jongen op kosten van het Lejofonds naar het doveninternaat van de Bishop Westschool gaat.
Het meisje heeft ook speciaal onderwijs nodig. Daarvoor zoeken we een sponsor.

We bezoeken een weduwe met vijf kinderen. Ze heeft haar man en twee kinderen verloren.
We komen bij een vrouw met zes kinderen. Haar man is overleden aan aids toen ze in verwachting was.
Een moeder van 29 jaar heeft vijf kinderen waarvan de oudste 14 jaar is. Huiselijk geweld komt veel voor in Oeganda. Daardoor ontvluchten kinderen op jonge leeftijd het huis en raken vroeg getrouwd.

De plaatselijke school heeft een grote stal gebouwd waar een aantal geiten verblijven. Bok Fred is vervangen door een nieuwe bok.Van hieruit gaan de jonge geiten naar de gezinnen.
Een leerkracht van de school heeft kennis in het houden van geiten.
Hij fungeert als een klein “kenniscentrum” voor de families met een geit.

Het is een heftig dagje. We zijn onder de indruk van de omstandigheden van de bezochte families. Maar we zijn ook onder de indruk wat er binnen het project gepresteerd wordt.


20 januari 2010

het Lejofonds finalist fotowedstrijd!

We openen met “hot news”. Vandaag bereikt ons in Oeganda het bericht dat het Lejofonds finalist is geworden in de fotowedstrijd van Mambapoint

Het is weer stemmen geblazen. Wie de meeste stemmen krijgt wint.
Dus met zijn allen er even tegenaan. Hoort zegt het voort!
Stemmen kan hier tot en met woensdag 27 januari.


17 januari 2010
Key-gaaf


Een daalder waard





Katonole

Familie Katonole


Geit voor familie van Katonole


Oma met gedeelte van de 17 kinderen

01. Here we are again!

Rond vier uur ’s nachts kom je met ruim 100 kg bagage in Entebbe aan. Vanwege het goede doel staat Egypt Air extra bagage toe. Maar hoe kom je daarmee door de douane? Gewoon doorlopen dus. Op dit tijdstip wordt ons geen strobreed in de weg gelegd.

In Mukono worden we direct herkend door de juffrouw van ons eetcafé. Een stralende lach laat de witte tanden glinsteren. Welkom terug!

Plots stopt een boda bodarijder aan de overkant. Een breeduit lachende man komt op ons afgerend. Charles, onze plaatselijke contactpersoon van vorig jaar. Handen worden pompend geschud.
Good to see you again!

Voor de Bishop Westschool is het zomervakantie. Leraren en leerlingen zijn afwezig. Maar de juffrouw van de administratie is er. Een omhelzing volgt. En ineens staat daar de kolossale gestalte van de headmaster breed grijnzend voor onze neus. Hij pakt ons vast, Herma aan de ene kant en Leo aan de andere. Als gehoorzame kinderen lopen we aan zijn hand mee naar het kantoor. Hier praten we geanimeerd bij.

Plotselinge herkenning in de supermarkt, gevolgd door verbazing en enthousiasme. Bij vertrek vorig jaar was de caissière aan het eind van haar zwangerschap. Leo had een deal gesloten dat ze op zijn verjaardag zou bevallen. En nu blijkt dat ze woord heeft gehouden. Het nieuwe wereldwonder heet Jozef, in kringen van het Lejofonds geen onbekende naam.

Een bezoek aan het internetcafé voelt weer als vanouds: na een half uur internetten is er nog geen email geopend.

Bij ons favoriete restaurant wordt, zoals zo vaak een Engelse voetbalwedstrijd uitgezonden. Binnen is het stampvol. Ook op het terras staat een toestel. Om de kijkers te laten genieten, moeten de eters in het donker een vorkje zien te prikken.

We zijn weer terug in Oeganda en het voelt meteen zeer vetrouwd.

Door de jetlag is de volgende dag wat korter dan normaal.
De boda bodarijders voelen ons vandaag haarfijn aan en rijden rustig naar de Good Samaritanschool. We horen niet direct geitengemekker maar wel de stem van directeur Fred. Fred is wat meer ingetogen en valt ons niet direct om de hals, maar aan zijn brede grijnslach op zijn gezicht zien we dat we weer erg welkom zijn.

We zijn uiteraard benieuwd naar de geiten. Die staan achter de stal in een omheinde wei. Mooi, het gestuurde geld voor de omheining is dus inderdaad daarvoor besteed.

Dan is het tijd om cadeautjes uit te delen, fotoboekjes, briefpapier met logo en het grote zeildoek van ruim twee bij twee meter met het logo erop. Alles valt zeer in de smaak.

Directeur Fred geeft aan een programma op te zetten waarin we de gelegenheid krijgen het project to nu toe te evalueren en op bezoek te gaan bij de mensen die een geit gekregen hebben.

Er blijft voor ons tijd over de kleurrijke weekmarkt te bezoeken.

Woensdag hebben we een eerste gesprek gehad met onze counterpart. Daarin hebben we aangegeven welke evaluatiepunten we in de komende periode onder de loep willen nemen.

Daarna hebben we twee families bezocht die een geit gekregen hebben. Allereerst een gezin met een dove jongen, genaamd Katanole. Door een prachtige gift van mw.Truus de Boer uit Franeker kunnen we ervoor zorgen dat deze jongen met het nieuwe schooljaar (1 februari a.s.) dovenonderwijs gaat volgen op de Bishop Westschool. Katanole is een leuk ventje om te zien, een lekker boefje.

Het volgend bezoek hebben we als heftig ervaren. In een klein huisje woont oma, samen met kinderen en kleinkinderen, 17 in totaal. Opa is overleden, evenals de verschillende ouders van de kinderen. Prachtig dat door een geit hier wat steun gegeven kan worden.

Inmiddels hebben we een usb-key aangeschaft waardoor we permanent over internet beschikken en niet meer afhankelijk zijn van de plaatselijke internetcafés.

Zo ontdekten we dat Mambapoint onze foto van een w.c. in Oeganda genomineerd heeft. Een bijbehorend artikel van Leo Annyas is ook gepubliceerd.
Er valt dus weer wat te stemmen. Vanuit Oeganda een aansporing om dat te doen. Bij voorbaat hartelijk dank