Meeting


Andrew


Moeseirve, meervoudig gehandicapt




Jojange, dove jongen




Alle zegen komt van boven

Via een email wordt het Lejofonds benaderd door een Nederlandse mevrouw, Anita die in Mukono verblijft. Zij heeft in Nederland actie gevoerd en heeft rolstoelen, rollators, buggies, hoorapparaten, speelgoed e.d. verzameld. Alle spullen zijn per container onderweg. Zij dacht de materialen te kunnen gebruiken voor gehandicapte kinderen in een weeshuis in Kampala. Maar dit weeshuis blijkt erg klein te zijn en bovendien is er geen gehandicapt kind te bekennen. Nu zoekt zij een goede bestemming en heeft het Lejofonds benaderd om te helpen.

Wij schakelen onze counterpart in.
Deze mobiliseren de counselors van een aantal sub-counties. En dit leidt tot een gezamenlijke vergadering. We zitten in de tuin van een hotel. Het weer is dreigend. Ik vraag of we het droog houden. Een van de deelnemers antwoordt bevestigend. “ Ik heb ervoor gebeden”. Even later regent het en moeten we de vergadering voortzetten in het hotel. Uit de verhalen van de vertegenwoordigers van de diverse sub-counties komt een triest beeld naar voren. In de afgelegen gebieden wonen vele gehandicapten, verstoken van elke hulp.

We besluiten de komende tijd verschillende sub-counties te bezoeken om ons een beeld te vormen. Na de vergadering beginnen we daar meteen mee. We zullen vier families bezoeken in het verst gelegen gebied. Daarna komt vandaag nog een dichterbij gelegen gebied aan de beurt. Vertegenwoordigers van verschillende sub-counties reizen mee. Er is een grote Landrover gecharterd waar we met zijn achten inzitten. Een van de vertegenwoordigers bidt voor een veilige reis.

Na ongeveer 25 km verlaten we de verharde weg. De onverharde wegen zijn slecht. De regen heeft het er niet beter opgemaakt. Diepe sporen en kuilen zijn gevuld met water. Het is af en toe glibberen.

Bij de eerste familie ontmoeten we Andrew, een jongen die verlamd geraakt is door de polio en geestelijk niet volwaardig is. Hij zit op de grond met zijn hoofd bijna op de knieën. Op een stoel gaan zitten lukt niet. Een rolstoel zal hier geen effect sorteren. Ook bij de tweede familie zien we een dubbelgehandicapt kind. Om dit soort kinderen te helpen, zouden ze eigenlijk naar een school voor speciaal onderwijs moeten. Dan moeten ze op een internaat geplaatst worden, wat duur is. Families hebben daar meestal geen geld voor.

We glibberen de weg verder af. De weg wordt smaller, de kuilen dieper, de plassen groter. Wanneer de weg wat overhelt naar links gaat het ineens mis. De auto glijdt langzaam van de weg af en komt scheef naast de weg te staan. We zien al beelden van een kantelende auto en weten niet hoe snel we de auto uit moeten komen. Gebeden worden hier in Oeganda blijkbaar niet snel verhoord. Of is het gebed toch verhoord omdat we veilig uit de auto gekomen zijn.? Verwarrend!

Waar ze vandaan komen, weten we niet, maar er komen steeds meer mensen helpen om de auto weer op de weg te krijgen. Struiken worden weggekapt, hout en stenen komen voor en achter de wielen te liggen. Af en toe laat de chauffeur de motor gieren en de banden roken. Tevergeefs.

Uiteindelijk wordt de klus na twee uur geklaard. Verdere bezoekjes hoeven niet meer van ons. We willen terug. We weten nu al dat we niet voor donker terug zijn. Maar dat zou jammer zijn, de volgende twee adressen zijn erg dichtbij, maakt men ons duidelijk. De mensen wachten al zo lang. Dat laatste overtuigt. Vooruit!.

We schreven al eerder dat wat voor de Oegandees dichtbij is, is voor ons ver weg. En dat blijkt hier ook weer het geval. We ontmoeten uiteindelijk een door polio verlamde jongen die geholpen kan worden met een rolstoel en een meisje dat bijna doof is, maar waarschijnlijk met een hoorapparaat beter kan horen.

Het tweede gebied bezoeken we niet meer vandaag. We zijn om vijf uur terug, zo is ons beloofd. Het wordt uiteindelijk half negen.



Geef een reaktie