Andrew stribbelt tegen


Batu vangt Alex op


Katongole wordt teruggebracht


Alex voelt zich veilig bij de matron


Alex en Andrew


In gesprek met James


Hadija


Sandra


1e ontmoeting met Sandra en haar zusjes


Kinderen van Truus en Gerrit


Winefred

05. Van huis naar een nieuw thuis

Doofheid is een maatschappelijk probleem in Oeganda. Dove mensen leven in erbarmelijke omstandigheden. Ze zijn buiten de maatschappij geplaatst.

Meer dan 90% van de doven in Oeganda kan niet lezen noch hun eigen naam schrijven of tellen tot tien. De meerderheid van de dove kinderen is niet in staat om te communiceren met hun ouders, familie en de gemeenschap waarin zij leven.

Door het gebrek aan onderwijs ontstaat er een vicieuze cirkel van armoede, onwetendheid, kwetsbaarheid, ziektes en machteloosheid en een onvermogen om sterke dovenorganisaties te formeren.

Doven zijn de armsten onder de armen, de minst bevoorrechten.

Wij zijn verheugd dat het Lejofonds door donaties van mevrouw Truus de Boer uit Franeker en stichting Vrienden van La Rouche in staat is geweest zes dove kinderen uit hun isolement te halen en naar school te sturen. Ook is het mogelijk geworden een kind met een verstandelijke beperking naar een school voor speciaal onderwijs te laten gaan. Tenslotte gaan twee weeskinderen uit de binnenlanden voor het eerst naar een dorpsschool.

Dove kinderen gaan naar een internaat en dat is kostbaarder dan een gezond kind naar school sturen. Voor dove kinderen hanteren we daarom een andere werkwijze. Het Lejofonds betaalt het schoolgeld voor het eerste schooljaar, De betreffende familie krijgt daarnaast een geit vanuit het project en zo mogelijk een aantal kippen. Daardoor komen er inkomsten. Vanaf het tweede jaar betaalt de familie dan het schoolgeld zelf.

Het nieuwe schooljaar begint in Oeganda op 1 februari. Wij zijn in de afgelopen dagen van hot naar her gevlogen om alle materialen bij elkaar te krijgen voor de vier dove kinderen die vandaag naar de Bishop Westschool gaan. (Sandra, een doof meisje van zes jaar komt een paar dagen later. Hadiji gaat naar de dovenschool in Kampala) We komen met een uitpuilende taxi bij de dovenafdeling van de Bishop Westschool aan.

Onze altijd vrolijke Katongole is er al. Het hoofd van de dovenafdeling controleert of alle materialen aanwezig zijn, of er in de uniformen namen geborduurd zijn. Op alle materialen wordt de naam van het kind gezet. Het is een tijdrovend karwei.

Intussen is Andrew met zijn moeder op een boda boda gearriveerd. Andrew is nog niet van de boda boda af of hij barst in huilen uit. Als een poosje later de “matron” hem mee wil nemen naar het internaat is er helemaal paniek en stribbelt Andrew behoorlijk tegen.

Alex, het kleine manneke van zeven jaar komt met zijn grote broer Peter. Peter vertelt dat hij inmiddels besloten heeft dat Alex in de vakanties niet terug gaat naar de aan drank verslaafde oma. Hij zal hem zelf opvangen tijdens de vakanties.

Het is even snuffelen aan elkaar. Maar al gauw blijkt dat Andre, Alex en Kataongole het goed met elkaar kunnen vinden. “Een altijd vrolijk ventje”, zegt een leerkracht over Katongole. Voor Alex komen de tranen als Peter weg gaat. Voor korte duur.

James, de veertienjarige komt met zijn vader . Bijna op hetzelfde moment komt Batu met zijn vader. James bekijkt alles en laat het over zich heen komen.

Batu vragen we of hij de kleine Alex een beetje in de gaten wil houden. Met succes. Later die ochtend zien we beiden op hetzelfde bed in de slaapzaal liggen. En als we Batu een paar centen geven om iets te kopen bij een eetstalletje op het terrein van de school, loopt hij hand in hand er met Alex heen.

Als de moeder van Katongole vertrekt, zien we ineens een heel andere Katongole. Van de vrolijke jongen is niets meer over. Hij wil met moeder mee en loopt vast richting de weg. Uiteindelijk wordt hij door een grote jongen opgetild en teruggebracht.

De volgende dag horen we dat Katongole twee keer is weggelopen. ‘s Avonds in het donker is hij staande gehouden bij de naburige universiteit. ‘s Morgens is hij door het raam gekropen en het stadje ingegaan. Een groot probleem, zo geeft de leiding aan. Katongole wordt nauwlettend in de gaten gehouden.

De dagen ernaar brengen we een paar keer per dag een bezoekje aan onze dove vriendjes. Alex en Andrew spelen en ravotten naar hartelust. James heeft aansluiting gevonden bij wat oudere jongens. Van Katongole komt steeds meer terug van zijn vrolijke uitstraling.

Sandra, een klein teer meisje van zes jaar is inmiddels ook op school en houdt zich kranig.

Wij kunnen nu aandacht geven aan het kind met een verstandelijke beperking en ervoor zorgen dat zij naar school gaat en daar een goede start maakt.



Geef een reaktie